We hebben 206 gasten online

Deel 1d Van kakstoel tot privaat

Gepost in Praktische opdrachten

Deel 1d Van kakstoel tot privaat

weggooien urine middeleeuwenDe Middeleeuwen duurden van 400 tot 1500 na Christus. Na de ondergang van het Romeinse Rijk was het gedaan met de toiletbeschaving. Voor het doen van hun behoefte gingen de mensen gewoon in de struiken zitten. De ontwikkeling van steden en dorpen maakte het ingewikkelder.

Buitenhuizen en boerderijen werden vaak voorzien van een primitieve plee in de tuin.
Dat was meestal niet veel meer dan een plank met een gat erin en daaronder een bak die van tijd tot tijd geleegd moest worden. De stank zorgde, vooral in de zomer, voor flink wat vliegenoverlast. In de dorpen en steden was het nog erger.
De mensen gebruikten 's nachts een po die op straat werd geleegd. Men had speciaal schoeisel om de schoenen te beschermen. Als men de pot op straat leeggooide riep men 'Gardy loo' wat zoiets betekende als 'pas op'. Dat leidde in Londen en Parijs tot grote problemen.

Dat leidde in steden zoals Parijs en Londen tot speciale verordeningen die een eind moesten maken aan deze gewoonte. Elk huis moest worden voorzien van een plee die met een pijp van aardewerk of ijzer was aangesloten op een beerput.beerputIn de Middeleeuwen kon hygiëne een zaak van leven of dood zijn. Als een kasteel of een stad belegerd werd, eiste de epidemieën vaak meer levens dan de strijd zelf. Daarom werden in kastelen vaak veel toiletten gebouwd en diepe bronnen voor zuiver water. Pas tegen het einde van de Middeleeuwen werden aparte toiletten gebouwd in de hoop om van kastelen schonere en prettiger ruikende woningen te maken. In kastelen werden vaak de slotgrachten gebruikt om de uitwerpselen in te lozen. Kastelen, die geen slotgrachten hadden maakten gebruik van grote beerputten. Hier nog een leuk weetje, in 1183 stortte de vloer van de grote zaal van Kasteel Efurt in Duitsland in. Keizer Frederik en zijn ridders vielen 12 meter naar beneden in de beerput, waarin velen verdronken.

Religie

urinaal monikkenDe kloosters hadden veel toiletten nodig omdat er soms meer dan 100 mensen woonden. Sommige beerputten die in de kloosters werden gebruikt bestaan nog steeds. Onderzoekers zijn zo meer te weten gekomen over voedsel en ziektes in de Middeleeuwen. De monniken gebruikten een urinaal om hun urine op te vangen. Een urinaal werd vooral gebruikt bij de monniken. Het was een soort aardewerken kruik, waar de urine in werd opgevangen en later in tonnen en vaten werd gegoten. De vaten met urine werden verkocht aan kleermakers en leerlooiers, die de ammoniakoplossingen gebruikten om kwaliteitsproducten te fabriceren. Lerenvezels voor de stoffen werden zachter gemaakt met behulp van ammoniaoplossingen. Ook werden de oplossingen gebruikt voor chemische reacties met kruiden en mineralen waardoor er duurzame verfstoffen ontstonden.

gemakstoel1.9 Renaissance

Met de komst van de Renaissance, zo rond 1450, vonden de rijkeren een toilet aan de buitenkant van het kasteel niet meer zo’n goed idee. Dus werd de 'gemaksstoel' of 'kakstoel' geïntroduceerd. Het kwam vaak voor dat de kakstoel niet in het slaapvertrek op badkamer stond, maar gewoon deel uitmaakte van het meubilair in het woonvertrek. Van Lodewijk de Veertiende is bekend dat hij doorging met het ontvangen van zijn onderdanen terwijl hij, gezeten op zijn Koninklijke Kakstoel, zijn behoefte deed.Voor het lagere hofpersoneel waren er latrines, een meerpersoons-poepdoos, bestaande uit een flinke plank met gaten waarop je gezamenlijk kon zitten en waar de poep in een goot, gat of sloot viel. Deze latrines waren erg smerig, zelfs voor een tijd waarin men soepel om ging met hygiëne. Ze waren zelfs zo smerig dat men zich liever in de tuin, in donkere hoekjes of achter de gordijnen ontlastte. Dit liep vaak de spuigaten uit. Er bestaan documenten waarin lakeien, personeel en soldaten gevraagd word hun behoefte in de ‘gewone wc’s’ te doen. Al die uitwerpselen maakte de stank in een kasteel na een paar jaar onhoudbaar. De hele hofhouding verkaste dan naar een ander paleis. Hofhoudingen leidden dus door poepoverlast vaak een nomadisch bestaan. Ook stadsbewoners namen het niet zo nauw met de stoelgang. Men kon zich schaamteloos tussen twee kantelen van de stads-muur zetten en de uitwerpselen buiten de stadsmuren laten vallen.De meeste mensen maakten zich er in de 16e eeuw niet druk om hoe ze van hun ontlasting afkwamen. Koningin Elizabeth van Engeland echter wel. Haar hoveling, Sir John Haringston, vond het eerste spoeltoilet uit, de Ajax genaamd. Door het optillen van een hefboom werd het afvoerdeksel op de bodem van de toiletpot geopend. Hierdoor kwam een waterstroom vrij uit het reservoir erboven. Koningin Elizabeth, die zeer schoon was, was er volgens de verhalen zeer tevreden over. De gewone mens leegde vaak de pot in de open haard 's ochtend. De mannen urineerde er ook vaak in. Het was hygiënisch omdat door de hitte van het vuur alle bacteriën gedood werden.

11 17e Eeuw Omstreeks de tijd van Lodewijk de Veertiende deden de burgers in de steden hun behoefte in de pot of op boven beerputten gebouwde kakdozen. De rijkeren deden het zoals gezegd op de kakstoel; de daaronder bevestigde pot werd door het personeel in een open riool (vaak een soort sloot of greppel) of beerput geledigd. Uit die tijd stamt wellicht de scheldnaam 'kouwe kak' voor mensen die zich 'beter' voor wilden doen en pretendeerden een kakstoel te gebruiken maar in werkelijkheid in de koude buitenlucht, in een klein hokje of onder een afdakje, hun behoefte moesten doen. Beerputten veroorzaakten vaak een gezondheidsprobleem: het met micro-organismen besmette beervocht sijpelde vaak in nabij gelegen waterputten en kon zo tyfus of beerputkoorts veroorzaken. Zonder nog precies te weten hoe de besmetting plaatsvond , want bacteriën zouden pas in de loop van de negentiende eeuw als de boosdoeners worden ontdekt, onderkende men dit besmettingsgevaar wel. Men zag vreemd genoeg de stank als ziekteverwekker.eerste spoel wc 1778In de 18e eeuw kwamen de lange zeereizen. Hygiëne was dan belangrijk omdat anders ziektes uitbraken aan boord van de schepen. De uitwerpselen van de bemanning en de passagiers werden gelijk in zee gedumpt. De wc's voor de bemanning waren in de boeg, wat de voorkant van het schip is. De belangrijkere passagiers en de kapitein hadden aparte toiletten. Benedendeks hadden de onderofficieren ook nog gezamenlijke wc's.
Aan land werden de eerste spoel-wc's geïntroduceerd. In 1778 ontwierp Joseph Bramah een klep die een krachtige waterstroom produceerde; hij voegde ook de ‘stankaanval‘ aan zijn toilet toe. Een stankaanval was een klep die de wc afsloot van de uitwerpselen. Te vergelijken met de zwanenhals bij een moderne wc. Dat was het eerste toilet dat op het hedendaagse toilet leek. Een nadeel was dat bij verstoppingen de te hulp geroepen loodgieters letterlijk het loodje legden als gevolg van uit de afvoer vrijkomend gifgas. De Bramah-toiletten bleven in productie tot 1890.thomas grapperDe rijken in de 19e eeuw gingen naar kuuroorden en bestelden wastafels en toiletten, terwijl de armen leden onder dodelijke ziektes die voornamelijk veroorzaakt werden door de slechte hygiëne. Rond 1830 kwam uit Azië een dodelijke ziekte: de cholera. Deze ziekte werd verspreid via riolen en vuil water. Tyfus was ook een ziekte die veroorzaakt werd door slechte hygiëne. Deze ziekte eiste veel slachtoffers. Eindelijk begon het tot regeringen door te dringen dat de ziektes alleen gestopt konden worden als er in elke grote stad rioolsystemen, openbare toiletten en drinkwaterpompen werden aangelegd. Vooruitstrevende fabrikanten als Thomas Crapper en John Doulton werkten ondertussen aan verbeterde afvoersystemen en spoeltoiletten. Thomas CrapperboldootkarUit hygiënisch besef begon men in Nederland en Frankrijk tijdens de negentiende eeuw wel met het toepassen van het zogenaamde wisseltonnensysteem.
Bij dit systeem deed men zijn behoefte boven een beerton die periodiek werd omgewisseld voor een leeg exemplaar door zogenaamde beerwagens.
Omdat er geen ondergrondse riolen aangelegd hoefden te worden, was dit systeem
een stuk goedkoper dan de WC. Door het wisseltonnensysteem werden het besmettingsgevaar en de stankoverlast aanmerkelijk gereduceerd. Het betekende een hygiënische verbetering ten opzichte van de beerput, maar is absoluut niet met een moderne, op de waterleiding en het riool aangesloten WC te vergelijken. Men deed wel zijn best: gezinnen waarin een besmettelijke ziekte heerste, kregen bijvoorbeeld een afwijkend gekleurde ton. De bepaald niet fris geurende beerwagens kregen ironische bijnamen: 'wagen van Boldoot' en 'de 4711.'Vanaf 1910 werden in Amsterdam riolen aangelegd, en er kwamen toiletten in de straten. Als je dan in je eigen huis geen wc had, kon je naar zo'n toilet in de straat. Langzamerhand kregen steeds meer mensen een eigen wc thuis die je met water kon spoelen.

Zie verder deel 2a