We hebben 95 gasten online

Deel 3 Probleemregio Kaukasus

Gepost in Praktische opdrachten

Deel 3 Probleemregio Kaukasus

Hoofdstuk 6 Armenië en Azerbeidzjan tijdens het communisme

Azerbeidzjan kreeg na de eerder genoemde Transkaukasische staat eindelijk een eigen staat, na jaren van Russische onderdrukking. Maar in 1920 werd Azerbeidzjan weer veroverd door de Russen, de Turken hadden na de verloren 1e Wereldoorlog niets meer te zeggen over Azerbeidzjan en kon dus ook geen steun geven aan het land. Nadat Gorbatsjov de macht greep in Rusland waren de Azeri’s er snel bij om voor de onafhankelijkheid te vechten. Al in 1989 verklaarden zij de onafhankelijkheid maar daar waren de Russen nog niet klaar voor. Later zouden zij wel toestaan dat naties zich afsplitsten van het communistische rijk maar toen stuurden de Russen troepen naar Azerbeidzjan en zij richtten een bloedbad aan in de hoofdstad Baku. Maar in 1991 na de val van het communisme werd de onafhankelijkheid van Azerbeidzjan dan eindelijk erkend.

Armenië deed hetzelfde maar ook voor hen duurde het niet lang of het op orde gestelde communistische Rusland begon aan te dringen. Armenië werd in 1920 ook bij de USSR gevoegd. De onafhankelijkheid verliep vrij soepel en vrijwel zonder gevechten.

Hoofdstuk 7 Armenië en Azerbeidzjan na de val van het communisme

7.1 Armenië

Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1991 ging het in Armenië net zoals alle andere ex-sovjetstaten erg slecht met de economie en er heerste overal corruptie. De regering, die er was gekomen na verkiezingen waarin fraude de uitslag bepaalde, liet zich ook kenmerken door corruptie en wanbeleid. Veel politieke tegenstanders werden vermoord net als lastige journalisten. Met afschaffen van de sovjetwetgeving ging het ook niet erg voorspoedig, tot 1994 golden de meeste communistische wetten nog. Het was ook niet makkelijk om over te stappen naar een vrije markt economie na decennia van planeconomie, de economie stortte geheel in. De communistische sociale voorzieningen verdwenen en daarmee ook de sociale zekerheid voor de arme Armeense bevolking. De meeste mensen leefden onder de armoedegrens en een verwoestende aardbeving in 1988 maakte het er niet beter op. Ongeveer een kwart van de Armeense bevolking was door de aardbeving dakloos geworden. Het klein beetje geld dat de regering had werd bijna volledig besteed aan de slachtoffers van de aardbeving. Ook de werkgelegenheidscijfers werden steeds slechter door het massaal sluiten van fabrieken. Dit kwam doordat de oude handelspartners waren verdwenen.

Dan was er ook nog de kwestie Nagorno-Karabach, een Armeense enclave die midden in Azerbeidzjan ligt. Het conflict was al in 1988 begonnen onder het communistische regime, het leidde tot een oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan. Het communistische bestuur in Moskou onder leiding van Gorbatsjov kreeg de situatie niet onder controle omdat het alle tijd moest investeren in Oost-Europa waar de meeste landen de onafhankelijkheid al hadden bereikt. Het leidde tot een economische crisis voor Armenië omdat Azerbeidzjan een economische blokkade had opgeworpen. De invoer van gas en olie werd stop gezet en er ontstond een energiegebrek in Armenië. Dit was fataal voor de economie nadat het land een jaar daarvoor ook al was getroffen door de eerder genoemde aardbeving. De aardbeving had ook nog eens de enige energieproducent, een kerncentrale, beschadigd en dus moest Armenië bijna alles uit Rusland importeren wat enorme schulden veroorzaakte.

Nagorno-Karabach had zich al eens tot onafhankelijke staat uitgeroepen maar deze staat werd door niemand erkend, ook door Armenië niet omdat zij het gebied bij Armenië wilde voegen. In Nagorno-Karabach zelf is er sprake van verdeeldheid, er zijn mensen die vinden dat het bij Armenië hoort maar er zijn er ook die een onafhankelijke staat veel meer zien zitten.

In 1994 leek het tij echter te keren, de ruzie tussen Armenië en Azerbeidzjan om de Armeense enclave werd gesust en ook politiek leken er betere tijden aan te komen. De corruptie in het land werd steeds beter aangepakt en ook de criminaliteit ging achteruit. Daarnaast ging het bestuur steeds efficiënter werken waardoor ook de economie in rustiger vaarwater terechtkwam. Toen er parlementsverkiezingen werden gehouden in 1999 werden er geen noemenswaardige incidenten gemeld. De toenemende democratisering van Armenië werd in januari 2001 beloond met een plaats in de Raad van Europa.

Armenië had van alle ex-sovjetstaten dan wel een van de zwaarste crisissen te verduren maar de economie was wel als één van de eerste ex-sovjetstaten die enig herstel liet zien na de val van het communisme in midden jaren negentig.

Dit had drie belangrijke oorzaken, ten eerste had Armenië het voordeel dat meer dan 80% van de Armeniërs in het buitenland leefden. Er ontstonden sterke Armeense belangenorganisaties die veel financiële hulp vanuit het Westen hebben bewerkstelligd. Armenië kreeg de meeste hulp in de Kaukasus regio. Ten tweede investeerden veel Armeense ondernemers in het buitenland in de Armeense economie. Ten slotte kreeg Armenië veel ontwikkelingshulp van Rusland omdat het een politieke en militaire protégé van Rusland is. Dit had ten gevolg dat het BNP met 6% steeg en ook de industriële productie nam in die jaren toe. De consumentenprijzen stabiliseerden en de jaarlijkse economische groei hangt elk jaar rond de 6%.

7.2 Azerbeidzjan

azerbeidjanOok voor Azerbeidzjan had de oorlog om Nagorno-Karabach negatieve gevolgen, het leger van de Azeri’s liep veel verliezen op en uiteindelijk moest de regering toestaan dat Nagorno-Karabach werd bezet door Armeense troepen. Daarbij ontstond er een vluchtelingenprobleem doordat veel Azeri’s in Armenië en Nagorno-Karabach naar Azerbeidzjan vluchtten. Na jaren van de dictatuur van het proletariaat onder het Russische regime, wat feitelijk de dictatuur van de partijleiding was en onder Stalin de éénpersoonsdictatuur, was er in het begin na de onafhankelijkheid geen stabiliteit en er was geen aanwijsbare leider of regering. Tot in 1993 Heidar Alijev aan de macht kwam via verkiezingen. Hij kreeg veel invloed in de politiek en wist veel politici naar zijn hand te zetten. Op papier was Azerbeidzjan nog steeds een democratie maar in de werkelijkheid functioneerde Alijev als een dictator. De bevolking werd onderdrukt en ook de oppositie kon hun eigen mening niet uiten. Tijdens verkiezingen konden de oppositiepartijen geen campagne voeren en er was sprake van fraude. Er heerste in het land een strenge censuur en verzet vanuit de bevolking werd bloedig neergeslagen. Daarnaast bestaat er ook nog persoonsverheerlijking rond Alijev en zijn familie. Er worden bijeenkomsten gehouden om de positie van Alijev te steunen en zijn zoon heeft hem in 2003 opgevolgd wat het begin lijkt van een dynastie.

Hoofdstuk 8 Noordelijke Kaukasus (Russische deelrepublieken

Het noordelijke deel van de Kaukasus waar het gebergte niet meer zo hoog reikt is lange tijd een zeer afgesloten gebied geweest waar de grote rijken als het Romeinse Rijk niet kwamen. Het hoge Kaukasus-gebergte was een natuurlijke barrière waarlangs machtige Rijken niet langs kwamen. Tot in de 7e eeuw toen Arabieren het huidige Tsjetsjenië en Dagestan bezetten. En in de 15e eeuw kwamen er meer Perzen en Turken het gebergte over en gingen zich in het noordoosten van de Kaukasus vestigen. In de 18e en 19e eeuw groeide de Russische macht en daarmee ook de uitbreidingsdrift. Ze veroverden in die tijd de Noordelijke Kaukasus en daarmee ook de daar wonende naties. Sommige naties lieten de Russen rustig hun gang gaan zoals de Kabarden, Osseten en Ingoesjeten. Andere volken in het oosten en het westen verzetten zich meer tegen de Russen zoals de Tsjetsjenen en de Adygiërs.

Maar de Russen kregen het gebied na twee oorlogen dan eindelijk toch onder controle. De Russische regering was een stuk minder tolerant dan de Turken en Perzen tegenover de volkeren in de Noordelijke Kaukasus. Ze onderdrukte de bevolking stelselmatig en zag de volkeren als achterlijke en oorlogszuchtige stammen. Na de burgeroorlog in Rusland tussen de bolsjewieken en de mensjewieken (de tegenstanders van het communisme en Lenin) werden het noordelijke deel van de Kaukasus al snel bij het sovjetrijk. De naties werden bijeen gevoegd in de Autonome Socialistische Sovjet Berg Republiek behalve Dagestan die een eigen ‘republiek’ kreeg. De grenzen van de autonome provincies werden in de jaren twintig constant veranderd zodat de volkeren niet voor onafhankelijkheid zouden strijden.

Nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen ging Stalin verder met zuiveringen en deze keer onder de bevolking van de Noordelijke Kaukasus. Hij beschuldigde vooral islamitische volkeren van collaboratie met de Duitsers en deporteerde ze naar Centraal-Azië.

Na de glasnost en perestrojka van Gorbatsjov eisten veel sovjetstaten de onafhankelijkheid zoals de Oost-Europese landen en natuurlijk de zuidelijke Kaukasus staten Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. Maar de volkeren in de Noordelijke Kaukasus bleven na de val van het communisme bij Rusland horen in de vorm van autonome deelrepublieken. Maar daar waren ze het niet helemaal mee eens. Na de val van het communisme hadden de Russen andere dingen aan hun hoofd dan het lot van de volkeren in het noorden van de Kaukasus.

De Tsjetsjenen pakten hun kans en riepen de onafhankelijkheid uit en begonnen een oorlog om de onafhankelijkheid. Berichtgevingen over deze oorlog gingen de hele wereld over waardoor Rusland vaak in een kwaad daglicht kwam te staan. Ook ontstonden er conflicten onderling bijvoorbeeld tussen de Osseten en de Ingoesjeten. Etnische spanningen waren vaak de oorzaak van deze conflicten. Een andere belangrijke oorzaak was het opkomende islamitische fundamentalisme in de streken. Dit en corruptie zorgen nog steeds voor spanningen en conflicten in het onrustige gebied.

De Russen handelden erg hard en opstanden werden desnoods bloedig onderdrukt. Nadat ze enkele structurele problemen in eigen land enigszins hadden verholpen werden er vele Russische troepen gestuurd om de onrust in Tsjetsjenië te beëindigen. Maar tot op heden blijft de Tsjetsjeense roep om onafhankelijkheid aanhouden met vele gevechten tot resultaat.

Het is ook niet zo vreemd dat naties als de Tsjetsjenen en Ingoesjeten zich tegen Moskou beginnen te keren. De Russen hebben altijd al bepaalde volkeren voorgetrokken en dan vooral de naties waar het orthodoxe geloof het grootste is. Veel islamitische volkeren werden erg benadeeld bijvoorbeeld bij het geven van ontwikkelingssteun. Osseten en Kabarden waren historisch gezien altijd al bondgenoten van de Russen en zij worden dan ook altijd erg geholpen door de Russische regering. De bevolking zelf trekt zich meestal niet zo veel aan van de door de Russen opgelegde regels en de meeste zaken worden geregeld door de dorpsraden. Er zijn ook veel volkeren die een eigen autonome provincie binnen Rusland willen maar vaak zijn de groepen zo klein dat dit onbegonnen werk is. Er is alom sprake van verdeeldheid en er worden geen langdurige oplossingen gezocht vanuit Moskou om de situatie in de gebieden te verbeteren.

De Noordelijke Kaukasus was vorig jaar volop in de belangstelling na de gijzelneming van schoolkinderen in gijzeling eindeBeslan, een stad in Noord-Ossetië. De gijzelnemers waren voornamelijk Tsjetsjeense rebellen die een onafhankelijk Tsjetsjenië eisten. De gijzeling liep uiteindelijk uit op een bloedbad waarbij rond de 200 onschuldige burgers om het leven kwamen waaronder veel kinderen. De politie had het gebouw bestormd nadat de gijzelnemers verschillende bommen lieten afgaan. De vluchtende gijzelaars werden door de gijzelnemers onder vuur genomen.

Het was niet de eerste actie van Tsjetsjeense rebellen, van 23 tot 26 oktober in 2002 werden er ruim 800 mensen gegijzeld in een theater in Moskou door Tsjetsjenen. Er kwam een einde aan de gijzelingsactie door ingrijpen van de het leger, ze bestormden het gebouw. Bij deze actie werden alle 41 gijzelnemers gedood maar daarbij vielen ook 129 burgerslachtoffers. Bij de bestorming werd slaapgas gebruikt en vele gijzelaars werden hierdoor vergast.

Zie verder deel 4 Deel 4 Probleemregio Kaukasus