We hebben 179 gasten online

Deel 6 Probleemregio Kaukasus

Gepost in Praktische opdrachten

Deel 6 Probleemregio Kaukasus

Hoofdstuk 12 Relationele kenmerken

Er zijn redelijk grote verschillen tussen de landen, qua religie, economie, zelfstandigheid en politiek. De meeste onderdelen zijn reeds hierboven beschreven. Azerbeidzjan drijft veel handel met Europa en Rusland: oliehandel. Georgië is ook vooral westers georiënteerd, terwijl het Christelijke Armenië veel betrekkingen heeft met het aangrenzende Islamitische Turkije.

Tussen de landen onderling wordt ook veel gehandeld. Dit is natuurlijk ook logisch, het zijn immers vrijwel allemaal buurlanden van elkaar. Er wordt het minst gehandeld tussen Armenië en Rusland, dit is juist zo omdat deze twee landen niet aan elkaar grenzen. Goederen moeten dan over Georgië/Azerbeidzjan vervoerd worden naar Rusland dan wel Armenië.

Er zijn veel verschillen tussen de hoofdregio’s: qua ruimtelijke, politieke en bevolkingskenmerken. Ieder land heeft hierin zijn eigen tradities en gebruiken; er is dus in zekere zin sprake van differentiatie. Maar je kunt het ook anders bekijken.

Maar omdat grote delen van de Kaukasische bevolking in de landbouw werken kun je ook spreken van integratie. Er zijn ook groter overeenkomsten. De onrust is ook een dergelijk onderwerp. In bijna ieder land van de Kaukasus zijn problemen; Rusland heeft Noord-Ossetië, Tsjetsjenië en Dagestan. Georgië heeft nog altijd problemen met Abchazië en in zekere zin met Zuid-Ossetië, terwijl tussen Armenië en Azerbeidzjan ook nog altijd problemen zijn. (zie ook: Burenruzie tussen Armenië en Azerbeidzjan)

Maar over externe relaties is nog niet veel uitgewijd. Alleen bij ‘bevolkingskenmerken’ en in Olie is wat verteld over de relaties met andere regio’s. Wat betreft economie en politiek zijn de Kaukasische landen nog veel afhankelijk van de vroegere Sovjetunie waarvan ze tot 1991 toe behoorden. Veel van de olie wordt geëxporteerd naar Rusland. Vaak via Dagestan naar het noorden. Ook wordt een groot deel van de olie vervoerd naar het westen. Het westen krijgt een steeds grotere machtspositie in de Kaukasus. De aanleg van de nieuwe pijpleiding naar Middellandse Zee moet halverwege 2005 zijn afgerond.

De landen zijn allemaal lid van de VN maar vreemd is het om te zien dat een groot olie-exporterend land als Azerbeidzjan geen lid is van OPEC (Organization of the Petrol Exporting Countries (organisatie van olie-exporterende landen)) 11 landen zijn lid van de OPEC, deze organisatie is een soort van verbond tussen de olie-exporterende landen: ze bepalen zelf de prijs van een vat olie, en zijn nauwelijks afhankelijk van de overige olielanden: die produceren gewoon te weinig.

De OPEC is niet een verbond van alleen landen uit het Midden-Oosten: ook de Afrikaanse landen Algerije, Libië en Nigeria lid. Zo ook Indonesië en Venezuela uit Azië en Zuid-Amerika. Azerbeidzjan kan zo zelf de prijs van een vat olie uit de Kaspische Zee bepalen. Het is niet afhankelijk van de wil van andere landen. Omdat de prijs lager kan zijn, kan ook de afzet gaan stijgen waardoor de politiek meer werkgelegenheid en koopkracht kan creëren.

Hoofdstuk 13 Deelrepublieken

13.1 Russische deelrepublieken

russische deelrepublieken

In het noordelijke deel van de Kaukasus, het Russische liggen de zes Kaukasische autonome republieken. Deze zes autonome gebieden hebben een eigen regering en een eigen vertegenwoordiging in het Russische parlement, de Doema. De zes deelrepublieken zijn, van west naar oost: Karatsjai-Tsjerkessië, Kabardino-Balkarië, Noord-Ossetië, Tsjetsjenië, Ingoesjetië en Dagestan. In het Zuiden van Europees-Rusland liggen nog twee autonome Russische republieken Adygea en Kalmukkië, deze twee liggen te ver van de Kaukasus af om ze tot het doelgebied te rekenen.

13.1.1 Karatsjai-Tsjerkessië

karatsjai tsjerkessieInwoners: 433.300

Oppervlakte:14.100km2

Hoofdstad: Tsjerkessk, tot 1939 Batalpasjins Grenzen: Abchazië, Kabardino-Balkarië en Rusland

In Karatsjai-Tsjerkessië ligt de Elbroes, met een hoogte van 5.642m de hoogste berg van Europa. Het grenst aan Abchazië, Kabardino-Balkarië en aan Rusland.

In Karatsjai-Tsjerkessië wonen zoals de naam al zegt twee volkeren, de Tsjerkessen, die in het bergachtige zuiden wonen en zo’n 10% van de bevolking uitmaken. En in het noorden wonen de Karatsjai (31%), zij wonen vooral in de Koeban-valei rondom Tsjerkessk. De Karatsjai en de Tsjerkessen zijn beiden Islamitische volken. In het noorden woont ook een behoorlijk aantal Russen, in 1989 maakten ze nog ongeveer 42% van de bevolking uit maar halverwege de jaren negentig is een groot aantal geëmigreerd, het merendeel naar Rusland.

13.1.2 Kabardino-Balkarië

 

kabardino balkanieInwoners: 800.000

Oppervlakte:12.500km2

Hoofdstad: Naltsjik

Grenzen: Karatsjai-Tsjerkessië, Noord-Ossetië en Georgië

Ook Kabardino-Balkarië is genoemd naar de volken die er leven. De Kabarden maakten in 1989 48% uit van de bevolking en spreken Kabardijns. Ze wonen in het steppeachtige oosten van het land. De Balkaren vormen het tweede naamgevende volk, in 1989 maakten zij zo’n 9,4 van de bevolking uit. De Balkaren spreken een Turkse taal en wonen in het bergachtige westen. De Kabarden en de Balkaren zijn beiden Islamitische volken. Er is ook nog een derde volk dat belangrijk is; de Russen, één op de drie inwoners is Russisch. Het Russisch is de derde officiële taal van Kabardino-Balkarië.

In het begin van de 16e eeuw werd door het Krimkanaat de Islam ingevoerd uit het zuiden. Maar nog in diezelfde eeuw kwam men onder Christelijk Russisch bestuur. In het verdrag van Belgrado, na de Russisch-Turkse oorlogen, werd Kabardino-Balkarië in 1739 onafhankelijk. Later, in 1774 werd het definitief Russisch (verdrag van Küçük Kaynarca). Na de afzetting van de Russische Tsaar in 1917 werd Kabardije in 1921 ‘Autonome Provincie’. In 1922 werd het Kabardino-Balkarië. In 1936 kreeg het een andere status: men kan het vanaf dan een Autonome Sovjetrepubliek noemen. Dat bleef zo tot 1992. Onder het Stalinistische bewind werden alle Balkaren, samen met de Krimkanaten, Ingoesjeten en Tsjetsjenen, in 1944 gedeporteerd naar Centraal-Azië omdat ze verdacht werden van samenwerking met de Duitse bezetters. Na de rehabilitatie in 1957 konden ze weer terugkeren.

13.1.1 Karatsjai-Tsjerkessië

 

Inwoners: 433.300

Oppervlakte:14.100km2

Hoofdstad: Tsjerkessk, tot 1939 Batalpasjinsk

Grenzen: Abchazië, Kabardino-Balkarië en Rusland

In Karatsjai-Tsjerkessië ligt de Elbroes, met een hoogte van 5.642m de hoogste berg van Europa. Het grenst aan Abchazië, Kabardino-Balkarië en aan Rusland.

In Karatsjai-Tsjerkessië wonen zoals de naam al zegt twee volkeren, de Tsjerkessen, die in het bergachtige zuiden wonen en zo’n 10% van de bevolking uitmaken. En in het noorden wonen de Karatsjai (31%), zij wonen vooral in de Koeban-valei rondom Tsjerkessk. De Karatsjai en de Tsjerkessen zijn beiden Islamitische volken. In het noorden woont ook een behoorlijk aantal Russen, in 1989 maakten ze nog ongeveer 42% van de bevolking uit maar halverwege de jaren negentig is een groot aantal geëmigreerd, het merendeel naar Rusland

13.1.2 Kabardino-Balkarië

Inwoners: 800.000

Oppervlakte:12.500km2

Hoofdstad: Naltsjik

Grenzen: Karatsjai-Tsjerkessië, Noord-Ossetië en Georgië

Ook Kabardino-Balkarië is genoemd naar de volken die er leven. De Kabarden maakten in 1989 48% uit van de bevolking en spreken Kabardijns. Ze wonen in het steppeachtige oosten van het land. De Balkaren vormen het tweede naamgevende volk, in 1989 maakten zij zo’n 9,4 van de bevolking uit. De Balkaren spreken een Turkse taal en wonen in het bergachtige westen. De Kabarden en de Balkaren zijn beiden Islamitische volken. Er is ook nog een derde volk dat belangrijk is; de Russen, één op de drie inwoners is Russisch. Het Russisch is de derde officiële taal van Kabardino-Balkarië.

In het begin van de 16e eeuw werd door het Krimkanaat de Islam ingevoerd uit het zuiden. Maar nog in diezelfde eeuw kwam men onder Christelijk Russisch bestuur. In het verdrag van Belgrado, na de Russisch-Turkse oorlogen, werd Kabardino-Balkarië in 1739 onafhankelijk. Later, in 1774 werd het definitief Russisch (verdrag van Küçük Kaynarca). Na de afzetting van de Russische Tsaar in 1917 werd Kabardije in 1921 ‘Autonome Provincie’. In 1922 werd het Kabardino-Balkarië. In 1936 kreeg het een andere status: men kan het vanaf dan een Autonome Sovjetrepubliek noemen. Dat bleef zo tot 1992. Onder het Stalinistische bewind werden alle Balkaren, samen met de Krimkanaten, Ingoesjeten en Tsjetsjenen, in 1944 gedeporteerd naar Centraal-Azië omdat ze verdacht werden van samenwerking met de Duitse bezetters. Na de rehabilitatie in 1957 konden ze weer terugkeren.

13.1.3 Noord-Ossetië

Inwoners: 710.000

Oppervlakte:7.000km2

Hoofdstad: Vladikavkaz

Grenzen: Kabardino-Balkarië, Ingoesjetië, Tsjetsjenië, Abchazië en Georgië

Het merendeel van de Ossetische bevolking is Christelijk, een kleine minderheid is moslim. Men spreekt er Ossetisch, een Iraanse taal. In de Noord-Ossetische republiek wonen ongeveer 710.000 mensen, 415.000 Osseten en 200.000 Russen. De oppervlakte bedraagt ca. 7000 km2. De Hoofdstad is Vladikavkaz. Er woonden, tot het uiteenvallen van de Sovjetunie veel Ingoesjeten maar die zijn, na etnische problemen massaal naar Ingoesjetië vertrokken.

13.1.4 Tsjetsjenië

Inwoners: 850.000

Oppervlakte:15.700km2

Hoofdstad: Grozny

Grenzen: Rusland, Ingoesjetië, Noord-Ossetië, Georgië en Dagestan

Tsjetsjenië viel halverwege de 19e eeuw in Russische handen, ondanks een hevige strijd. In 1921 werd het ongewild onderdeel van de ‘Republiek der Bergvolkeren’. Een jaar later werd het een eigen autonome regio, van 1934 tot 1992 vormde het samen met Ingoesjetië de Tsjetsjeens-Ingoesjetische ASSR. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Tsjetsjenen net als de Ingoesjeten, Balkaren en Krimkanaten verdacht van samenzwering met de nazi’s. ze werden gedeporteerd naar Centraal-Azië. In 1957 konden de gerehabiliteerde Tsjetsjenen terugkeren naar hun land.

Op 4 november 1991 roept Doedajev de onafhankelijkheid uit, de Tsjetsjenen willen zich ook afsplitsen van de Ingoesjeten. De Russische regering doet niks behalve dat het op 8 november de noodtoestand uitroept. Ook andere landen zien Tsjetsjenië niet als een volwaardig land.

In 1994 stopt Boris Jeltsin de onderhandelingen met Tsjetsjenië. Ook de Tsjetsjeense, pro-Russische, oppositie gaat een dagelijks bestuur vormen, er komt oorlog

Eerste oorlog (1994-1996)

Er ontstaat na hevige gevechten tussen het leger van de President Doedajev en de oppositie een echte oorlog. Die oorlog wordt nog sterker als op 11 december Russische troepen het land binnentrekken. Er vallen verschrikkelijk veel burgerslachtoffers, op 31 augustus 1996 komt er een bestand, maar de status van Tsjetsjenië is nog onduidelijk.

Tweede oorlog (1999-nu)

De aanleiding voor deze oorlog zijn een aantal aanslagen in Rusland, door Tsjetsjeense rebellen. Op 23 oktober 2002 gijzelen Tsjetsjeense rebellen zelfs toeschouwers van een musical in een schouwburg in hartje Moskou. De gijzelnemers eisen een terugtrekken van het Russische leger. Bij een ‘bevrijdingsactie’ van het Russische leger vielen 119 dodelijke schouwburgbezoekers en zeker 50 gijzelnemers werden gedood. Er zijn reeds honderdduizend Tsjetsjenen gevlucht, voor een deel naar Ingoesjetië maar ook een deel naar Rusland.

Rusland probeert de controle over Tsjetsjenië terug te krijgen of in ieder geval om rust te krijgen in deze opstandige regio. Er zijn zelfs plannen om een oliepijpleiding die door Tsjetsjenië loopt om te leiden omdat deze leiding vaak gesaboteerd wordt door Tsjetsjeense rebellen. (zie ook: Olie).

13.1.5 Ingoesjetië

Inwoners: 200.000

Oppervlakte:4.600km2

Hoofdstad: Magas, tot 2003 Nazran

Grenzen: Kabardino-Balkarië, Noord-Ossetië, Tsjetsjenië en Rusland

De Ingoesjeten hebben veel contact met de Tsjetsjenen en spreken dan ook een taal die op het Tsjetsjeens lijkt, het Galgaachia. In Ingoesjetië zijn geen natuurlijke hulpbronnen te vinden om de economie te versterken, het enige wat er te vinden is, is mineraalwater.

Sinds 1810 maakt Ingoesjetië deel uit van Rusland. In 1924 werd het een autonome oblast. Van 1934 tot 1992 was het samen met Tsjetsjenië de Tsjetsjeens-Ingoesjetische ASSR, dit was niet zo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen werden alle Ingoesjeten met de Balkaren, Tsjetsjeen en Krimkanen gedeporteerd naar Centraal-Azië. In 1945 toen de Ingoesjeten terugkeerden kreeg men problemen met nieuwe Osseten die zich in het gebied hadden gevestigd. De situatie werd erger na 1992, Tsjetsjenië verklaarde zichzelf onafhankelijk. Terwijl in Noord-Ossetië zo’n veel Ingoesjeten werden gedwongen te vertrekken. Dit leverde de regering nog meer problemen op, naast de al extreem hoge werkloosheid. (meer dan 50%) Er zijn nog steeds problemen met de Russische troepen die in Ingoesjetië zijn om te vechten in de Tsjetsjeense oorlog, dit levert weer Tsjetsjeense vluchtelingen op. Men probeert afspraken te maken met de Noord-Ossetische, Russische en Tsjetsjeense regeringen maar echt lukken wil dat niet.

13.1.6 Dagestan

Inwoners: 2.600.000

Oppervlakte:50.300km2

Hoofdstad: Machatsjkala

Grenzen:Rusland, Tsjetsjenië, Georgië,Azerbeidzjan en de Kaspische Zee

Etnische Soep

Het zuidelijke deel van Dagestan ligt in de Kaukasus, het noorden gaat langzaam maar zeker over in de Kaspische laagvlakte. Dagestan is etnisch gezien heel complex. Het meest complex van heel Europa. Geen enkel volk heeft de meerderheid in dit land. De grootst groepen zijn de Avaren (27,5%), de Dargienen (15,6%) en de Koemukken (12,9%). De Russen maken maar 9,2% uit van de totale bevolking. In totaal aantal volken is dertig, je kunt zelfs van meer dan 30 talen spreken, de Dargienen hebben een taal die ook weer op te delen is in deeltalen. Omdat geen enkel volk een meerderheid heeft, hebben de veertien grootste volkeren een vertegenwoordiging in de Staatsraad, het hoogste orgaan in Dagestan. Onder deze volkeren ook de Tsjetsjenen en de Taten. Het merendeel van deze volkeren heeft als thuisland Dagestan, behalve de Tsjetsjenen, de Russen en de Azeri’s. van de Lezgiërs woont ongeveer de helft in Dagestan, de andere helft is woonachtig in het, in het zuiden aangrenzende Azerbeidzjan.

13.2 Georgische deelrepublieken

Er zijn in de Kaukasus negen deelrepublieken, drie daarvan horen bij Georgië, de andere zes bij Rusland. In het noordwesten van Georgië ligt Abchazië, in het zuidwesten, bij de grens met Turkije, ligt Adzjarië en ten noorden van Tbilisi ligt de opstandige deelrepubliek Zuid-Ossetië.

13.2.1 Abchazië

Inwoners: 550.000

Oppervlakte:8.600km2

Hoofdstad: Soechoemi

Grenzen: Rusland, Karatsjai-Tsjerkessië, Georgië en de Zwarte Zee

In het noordwesten van Georgië gelegen, ligt aan de Zwarte Zee. Abchazië is in de praktijk sinds 1993 onafhankelijk van Georgië maar wordt internationaal niet erkend. In de late jaren tachtig woede er een bloedige burgeroorlog onder de Abchazische bevolking. De Abchazen maakten voor de burgeroorlog maar 17% van de bevolking uit. Ze wilden dat Abchazië een volwaardige Sovjetrepubliek werd. Het is niet zover gekomen. Vanaf het begin van juli 1989 waren er bloedige botsingen tussen delen van de bevolking, dit duurde tot augustus van dat jaar, daarna werd het weer vrij rustig in Abchazië.

Tot op 25 augustus 1990; de opperste sovjet van Abchazië verklaarde Abchazië toen tot een volwaardige sovjetrepubliek. De Georgische meerderheid van Abchazië begon toen een spoorwegblokkade rond Soechoemi. Een paar dagen later werd de onafhankelijkheid teruggedraaid.

Toen de Abchazen deelnamen aan de conferentie van Kaukasische bergvolkeren laaiden de spanningen weer op. Shevernadze (sinds 1992 leider van Georgië en van 1995 tot 2003 president) probeerde een aantal compromissen te sluiten.

Maar die mislukten allemaal.

Aanhangers van de in 1991 afgezette president Zviad Gamsachoerdia ontvoerden begin augustus 1992 elf regeringsfunctionarissen. Shevernadze verklaarde de oorlog aan het kamp van Gamsachoerdia dat zich verschanste in de grensplaats Zoegdidi. Het Georgisch leger bevrijde de functionarissen en stoomde door naar de hoofdstad Soechoemi. Volgens ooggetuigen plunderden de Georgische soldaten huizen van de Abchazen en namen er de macht over terwijl het officiële doel was de spoorwegen naar de Zwarte Zee vrij te houden. De leider van de Abchazen Vladislav Ardzinba vluchtte met zijn aanhangers de bergen rond Goedauta in. Om vandaar uit Abchazië terug te veroveren. Ze vroegen de steun van de Confederatie van Kaukasische bergvolkeren en kregen steun van de Tsjerkessen, Kabarden en Tsjetsjenen. Op 2 oktober versloegen ze de Georgiërs bij de slag om Gagra, dit was het keerpunt, binnen de kortste keren hadden ze de helft van Abchazië terugveroverd. Tot de hoofdstad Soechoemi aan toe. Georgiërs werden, of verdreven uit hun huizen of gewoon zomaar geëxecuteerd. Ook de Armeniërs, Grieken en Tussen werden, als ze met de Georgiërs samenwerkten, door de Abchazen en hun handlangers uit hun huizen gezet. De Abchazen, Tsjerkessen Kabarden en Tsjetsjenen, voerden een hardnekkig schrikbewind. Honderdduizenden Georgische burgers werden verdreven over de grens naar Zoegdidi. Een etnische schoonmaak was een feit. Ook gingen steeds meer Russen voor de Abchazen vechten, waardoor de spanningen tussen Rusland en Georgië geleidelijk steeds verder opliepen. Shevernadze beschuldigde toentertijd Rusland ervan dat de Russen een complot smeedden om de Georgische staat te ondermijnen.

Een tijdelijke oplossing werd gevonden in het stationeren van vredestroepen van de Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), wat in de praktijk inhield en inhoudt, dat de Russische troepen bleven, maar op papier zag het er diplomatiek uit. Deze situatie is sindsdien onveranderd en echte vredesbesprekingen moeten nog steeds plaatsvinden. Wel is sindsdien de vrede grotendeels bewaard, ook al worden de overgebleven Georgiërs nog steeds onderdrukt. Ook zijn er nog vrij regelmatig grensconflicten en zijn de verdreven Georgiërs uit Abchazië, die zich in grote getale in Zoegdidi en omgeving hadden gevestigd, nog steeds niet in staat om terug te keren.

13.2 Georgische deelrepublieken

Er zijn in de Kaukasus negen deelrepublieken, drie daarvan horen bij Georgië, de andere zes bij Rusland. In het noordwesten van Georgië ligt Abchazië, in het zuidwesten, bij de grens met Turkije, ligt Adzjarië en ten noorden van Tbilisi ligt de opstandige deelrepubliek Zuid-Ossetië.

13.2.1 Abchazië

Inwoners: 550.000

Oppervlakte:8.600km2

Hoofdstad: Soechoemi

Grenzen: Rusland, Karatsjai-Tsjerkessië, Georgië en de Zwarte Zee

In het noordwesten van Georgië gelegen, ligt aan de Zwarte Zee. Abchazië is in de praktijk sinds 1993 onafhankelijk van Georgië maar wordt internationaal niet erkend. In de late jaren tachtig woede er een bloedige burgeroorlog onder de Abchazische bevolking. De Abchazen maakten voor de burgeroorlog maar 17% van de bevolking uit. Ze wilden dat Abchazië een volwaardige Sovjetrepubliek werd. Het is niet zover gekomen. Vanaf het begin van juli 1989 waren er bloedige botsingen tussen delen van de bevolking, dit duurde tot augustus van dat jaar, daarna werd het weer vrij rustig in Abchazië.

Tot op 25 augustus 1990; de opperste sovjet van Abchazië verklaarde Abchazië toen tot een volwaardige sovjetrepubliek. De Georgische meerderheid van Abchazië begon toen een spoorwegblokkade rond Soechoemi. Een paar dagen later werd de onafhankelijkheid teruggedraaid.

Toen de Abchazen deelnamen aan de conferentie van Kaukasische bergvolkeren laaiden de spanningen weer op. Shevernadze (sinds 1992 leider van Georgië en van 1995 tot 2003 president) probeerde een aantal compromissen te sluiten.

Maar die mislukten allemaal.

Aanhangers van de in 1991 afgezette president Zviad Gamsachoerdia ontvoerden begin augustus 1992 elf regeringsfunctionarissen. Shevernadze verklaarde de oorlog aan het kamp van Gamsachoerdia dat zich verschanste in de grensplaats Zoegdidi. Het Georgisch leger bevrijde de functionarissen en stoomde door naar de hoofdstad Soechoemi. Volgens ooggetuigen plunderden de Georgische soldaten huizen van de Abchazen en namen er de macht over terwijl het officiële doel was de spoorwegen naar de Zwarte Zee vrij te houden. De leider van de Abchazen Vladislav Ardzinba vluchtte met zijn aanhangers de bergen rond Goedauta in. Om vandaar uit Abchazië terug te veroveren. Ze vroegen de steun van de Confederatie van Kaukasische bergvolkeren en kregen steun van de Tsjerkessen, Kabarden en Tsjetsjenen. Op 2 oktober versloegen ze de Georgiërs bij de slag om Gagra, dit was het keerpunt, binnen de kortste keren hadden ze de helft van Abchazië terugveroverd. Tot de hoofdstad Soechoemi aan toe. Georgiërs werden, of verdreven uit hun huizen of gewoon zomaar geëxecuteerd. Ook de Armeniërs, Grieken en Tussen werden, als ze met de Georgiërs samenwerkten, door de Abchazen en hun handlangers uit hun huizen gezet. De Abchazen, Tsjerkessen Kabarden en Tsjetsjenen, voerden een hardnekkig schrikbewind. Honderdduizenden Georgische burgers werden verdreven over de grens naar Zoegdidi. Een etnische schoonmaak was een feit. Ook gingen steeds meer Russen voor de Abchazen vechten, waardoor de spanningen tussen Rusland en Georgië geleidelijk steeds verder opliepen. Shevernadze beschuldigde toentertijd Rusland ervan dat de Russen een complot smeedden om de Georgische staat te ondermijnen.

Een tijdelijke oplossing werd gevonden in het stationeren van vredestroepen van de Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), wat in de praktijk inhield en inhoudt, dat de Russische troepen bleven, maar op papier zag het er diplomatiek uit. Deze situatie is sindsdien onveranderd en echte vredesbesprekingen moeten nog steeds plaatsvinden. Wel is sindsdien de vrede grotendeels bewaard, ook al worden de overgebleven Georgiërs nog steeds onderdrukt. Ook zijn er nog vrij regelmatig grensconflicten en zijn de verdreven Georgiërs uit Abchazië, die zich in grote getale in Zoegdidi en omgeving hadden gevestigd, nog steeds niet in staat om terug te keren.

13.2.2 Adzjarië

Inwoners: 425.000

Oppervlakte:2900km2

Hoofdstad: Batumi

Grenzen: Georgië, Turkije

Dit is de autonome republiek in het uiterste zuidwesten van Georgië, het grootste deel van de bevolking belijdt het islamitische geloof. Het grenst aan Turkije. Op 13 maart 2004 dreigde er een gewapend conflict tussen Adzjarië en Georgië. Aanleiding was een diplomatiek conflict en de steun die de Adzjarische leider Alsan Abashidze bij Rusland zocht. Een dag later stelde Georgië hierop een economische blokkade in en werden militaire troepen naar het gebied gestuurd. Op 18 maart bereikte Abashidze een overeenkomst met de Georgische president Michail Saakashvili. Hierop werd de economische blokkade van Adzjarië geheel opgeheven en de Georgische militairen werden teruggetrokken. Begin mei is Abashidze afgetreden als leider van Adzjarië omdat duizenden mensen op een plein in Batumi het aftreden van hun leider eisten. De mensen vinden dat Saakashvili hun olierijke land beter kan leiden dan de dictator Abashidze.

13.2.3 Zuid-Ossetië

Inwoners: 100.000

Oppervlakte:3885km2

Hoofdstad: Tskhinvali

Grenzen: Georgië, Noord-Ossetië

De regering van Zuid-Ossetië heeft zich uitgesproken om samen te gaan met het Russische Noord-Ossetië en heeft zich daartoe onafhankelijk verklaard van Georgië. Zuid-Ossetië heeft geen erkenning gekregen voor deze onafhankelijkheid. Formeel is Zuid-Ossetië onderdeel van Georgië, maar het kent een zekere mate van autonomie. In 1989 eiste het Zuid-Ossetisch Populair Front (Ademon Nykhas) samenvoeging met Noord-Ossetië. Dat werd ‘natuurlijk’ door het Georgische parlement verboden. Sindsdien is Zuid-Ossetië niet meer formeel autonoom. Het is eigenlijk in zekere zin autonoom maar het officiële bestuur ligt in Tbilisi.

In Zuid-Ossetië is ook geen vrijheid van pers en demonstratierecht meer. Toen Georgië in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjetunie werd het Georgisch de officiële taal in heel Georgië, dus ook in Zuid-Ossetië. De Ascetische minderheid in Zuid-Ossetië eiste dat men Ossetisch mocht praten en schrijven in het openbaar. Deze eis was het begin van rellen tussen de Georgiërs en de Osseten in Zuid-Ossetië. Hierdoor vluchtten zo’n 100.000 Osseten naar het Russische Noord-Ossetië. In 1992 werd onderleiding van de Russische president Boris Jeltsin een staakt-het-vuren afgekondigd. Tegenwoordig is nog maar 15% van de Zuid-Ossetische bevolking Ossetisch. Omdat het nog steeds onrustig is probeert de Georgische president Saakashvili net als in Adzjarië vrede en rust te krijgen in Zuid-Ossetië. Dit moet dan een goed voorbeeld zijn voor het begin van onderhandelingen met de Abchazen.

Zie verder deel 7 Deel 7 Probleemregio Kaukasus