We hebben 370 gasten online

Lucinda van Ewijk Wanneer kreeg Europa interesse in China,

Gepost in Praktische opdrachten

Wanneer kreeg Europa interesse in China, en hoe heeft zich dat in de loop der jaren ontwikkeld ?

Hoe het allemaal begon…In de 13e eeuw was Venetië “drukke havenplaats en de grootste handelsstad van Italië.”

[1]Voor Europa was de Italiaanse stad een doorgangshaven voor de meest exotische producten uit landen waar veel mensen geen weet van hadden: juwelen uit India, goud uit Afrika, parfum uit Arabië en zijde en specerijen uit het Verre Oosten.De meeste artikelen kwamen in die tijd uit Azië. Maar dat continent was iets waar de Europeanen zich totaal geen voorstelling van konden maken. Voor hen kwamen de goederen gewoon uit Venetië. “Zelfs de Venitiaanse kooplieden wisten niet waar hun goederen precies vandaan kwamen. Ze hadden er geen idee van dat zij de laatste schakel waren van een handelsnetwerk dat al 1500 jaar bestond.”

[2] Er waren dus al Europeanen in Azië geweest. De handel tussen Europa en de Aziatische landen begon rond 323 voor Christus. Rijke Europeanen wilden graag zijde hebben en gaven daar dan ook veel geld aan uit, zo ongeveer het jaarsalaris van een Romeinse soldaat. Deze handel bleef lang bestaan, totdat de route van Europa naar Azië, de zogenaamde Zijderoute, in handen van het Islamitische Rijk viel. Hiermee werd deze handelsroute afgesneden en uiteindelijk vergeten.

Koeblai Khan, de Mongoolse Keizer van 1279 tot 1294. Hij wist in korte tijd het Keizerrijk uit te breiden tot een grootte die het nog nooit had gekend!

In 1258 veranderde de situatie: de Zijderoute viel namelijk in handen van 1 heerser, Keizer Koeblai Khan, de vorst van het Mongoolse Rijk. Gedurende de jaren had het delen van Azië veroverd, en het rijk strekte zich nu uit van de Stille Oceaan tot aan het Middenoosten, waardoor het nu direct aan Europa grensde. Ook Polen en Hongarije behoorden tot het Mongoolse gebied.

“In het begin vreesden sommige Europese landen dat de Mongolen ook bij hen zouden binnenvallen, een spoor van dood en verderf achterlatend.”[3] Maar het Rijk maakte al snel duidelijk dat dit niet zo was: ze wilden graag rechtstreekse handel drijven met Europa en het verhaal gaat dat de keizer zelfs aanbood om zich tot het christendom te bekeren als deze godsdienst door 100 priesters correct werd bevonden.[4] En hier komt de beroemde Marco Polo in het verhaal. Nou ja, zijn vader en oom tenminste.

De gebroeders Niccolo en Maffeo Polo, beiden handelaren, trokken rond 1255 op een handelsreis naar Soedak, een stad aan de Zwarte Zee. Maar in plaats van meteen weer terug te gaan, trokken ze verder naar Constantinopel, Rusland en uiteindelijk Cambaluc, het huidige Beijing. Daar ontmoetten ze de keizer, Koeblai Khan, die hen terug stuurde naar Europa met een brief voor de Paus, met daarin een verzoek om 100 zendelingen naar China te sturen, en een uitnodiging om nog eens een keer terug te komen. Na een reis van 9 jaar keerden de gebroeders Polo terug in Venetië.Vlak voordat ze, wederom, naar China wilden vertrekken, werd er een nieuwe Paus gekozen. Deze paus was niet in staat om 100 priesters bij elkaar te krijgen in zo’n korte tijd, en in plaats daarvan stuurde hij twee monniken mee op de lange reis naar Azië. In 1271 vertrokken Niccolo en Maffeo, vergezeld door Niccolo’s zoon Marco, naar China, samen met twee monniken, die er overigens al snel vandoor gingen. Na drie jaar kwamen ze aan in Beijing en werden ze wederom hartelijk verwelkomt door Koeblai Khan. Hij was erg onder de indruk van de Polo’s, voornamelijk van de 15-jarige Marco, en besloot de drie mannen in dienst te nemen. Zeventien jaar lang bleven de mannen in dienst van Koeblai Khan, waarbij ze reizen maakten naar de vele uithoeken van het Mongoolse Rijk, o.a. Malakka, Sumatra, Tibet, Sri Lanka, Birma en India. Na lange tijd wilden de drie mannen weer terugkeren naar huis. Koeblai Khan liet dit niet toe, maar de mannen vonden uiteindelijk een excuus toen ze een Mongoolse prinses naar Perzië moesten begeleiden voor haar huwelijk. Via dat land gingen de Polo’s in een drie jaar durende reis weer terug naar Venetië. Ze waren 24 jaar weggebleven: Marco was ondertussen 39 en erg rijk geworden. Het avontuur dat in Marco zat bleef bij terugkomst aanwezig, en toen Venetië oorlog had met Genua vocht hij met plezier voor zijn stad. Maar hij werd gevangen genomen en een jaar lang opgesloten. Tijdens zijn gevangenschap ontmoette hij de schrijver Rustichello, waaraan hij al zijn belevingen vertelde. De schrijver schreef ze op en gaf het boek later uit onder de titel “de reizen van Marco Polo.” Hierdoor werd Azië in één klap op de kaart gezet.

Marco Polo, de beroemde reiziger, op latere leeftijd. Zijn werk zou een inspiratie zijn voor velen.

Het reisverslag van Marco Polo heeft tot op zekere hoogte weinig invloed gehad. De handel tussen China en Europa was van korte duur en bijna toevallig te noemen. Alleen omdat de Zijderoute en de andere wegen naar Azië in handen van het Mongoolse Rijk waren, kon er handel gedreven worden. Toen het Mongoolse Rijk verdween, verdwenen ook de handelsroutes weer. “China keerde Europa wederom de rug toe en Europese reizigers en handelslieden zouden nooit meer met zulke open armen ontvangen worden.” [5]Maar ondanks dat er al veel langer contacten bestonden tussen Europa en Azië, was Marco Polo’s beschrijving van Azië de enige die er in die tijd was! Het gehele continent was bij het grote publiek onbekend en door zijn reisverslag viel dat in één keer weg. Er konden, aan de hand van de verslagen, kaarten worden getekend, en het aller belangrijkst: mensen wisten nu eindelijk waar ze de specerijen en de prachtige schatten konden vinden. De fantasie van de Europeanen was eindelijk geprikkeld, en dat zou de komende eeuwen ook zeker zo blijven.

Na het verslag van Marco Polo… De wil om Azië te verkennen was er, dankzij het verslag van Marco Polo. Maar behalve de verhalen en specerijen was er iets anders dat meegebracht werd uit Azië: de Zwarte Dood. Rond 1350, voordat de routes naar het Aziatische Rijk werden afgesloten, werd Europa geteisterd door een zeer besmettelijke en dodelijke ziekte, die zwarte vlekken veroorzaakte op het lichaam van de zieke. Deze epidemie, die afkomstig was uit China, kostte ongeveer een derde van de Europeanen het leven. Toen, in 1351, de ziektegolf eindelijk voorbij was, was Europa economisch gezien enorm verzwakt. Het continent deed er wel honderd jaar over om de economische welvaart van daarvoor weer te bereiken, maar tegen die tijd waren de routes naar Azië al afgesneden. China lag nu buiten bereik. Jarenlang gebeurde er niet veel bijzonders. Oorlogen werden uitgevochten, de Renaissance deed haar intrede en mensen als Jeanne d’Arc en Leonardo da Vinci leefden en stierven in deze eeuw. Na lange tijd kwam Europa weer op het economische niveau van de 13e eeuw, en bij het terugdenken aan die tijd, kwamen ook weer de herinneringen aan Azië naar boven. De Europeanen wilden weer terug naar dit fascinerende continent, maar het bleek dat de oude routes niet meer toegankelijk waren. “De Europeanen waren hier woedend over en stuurden hun zeevaarders erop uit om alternatieve zeeroutes naar het Oosten te vinden.”

[6] Veel reizigers gingen op weg, maar slaagden niet in hun doel. Toen kwam het jaar 1492.Een van de beroemdste pioniers uit de Europese geschiedenis, Christopher Columbus, begon in dat jaar aan zijn ontdekkingsreis. Geïnspireerd door de reisverslagen van Marco Polo was hij vastbesloten een nieuwe weg naar Azië te vinden. Hij “had geredeneerd dat hij, als de wereld inderdaad rond was, naar Indië en China kon varen door in westelijke richting om de wereld te zeilen.”[7] Zijn theorie klopte wel, en hij zou uiteindelijk ook in Azië aangekomen zijn, mits er niet nog een continent op zijn pad lag: Amerika. Dat was het land dat Columbus, geheel per ongeluk, hetzelfde jaar ontdekte. Amerika deed in eerste instantie veel aan Azië denken. Sterker nog, Columbus dacht dat hij ook echt in Azië aangekomen was! De Maya’s, die op dat moment in Amerika leefden, waren veel verder ontwikkeld dan de Europeanen, net als bij de Chinezen het geval was. En ook waren de talloze schatten, die Marco Polo in zijn verslag beschreef, aanwezig. De Europese expansie richtte zich dus, door deze “aardrijkskundige misrekeningen, enige tijd op Amerika. Hiermee kwam er een einde aan de losse contacten met China.”

[8]Door de ontdekking van Columbus, die het ontdekte land opeiste voor zijn vaderland Spanje, volgden meer landen en werden overzeese gebieden veroverd en toegevoegd aan het gebied van het thuisland. De andere westerse landen konden tenslotte niet achterblijven: het veroveren van territorium bracht namelijk veel macht met zich mee, en dat was in die tijd erg belangrijk.

Christopher Columbus tijdens zijn ontdekking van De Nieuwe Wereld, het continent Amerika.

Toen de Europeanen er eindelijk achter kwam dat het continent dat in 1492 ontdekt was, niet Azië was, gingen de verkenningsreizen onverminderd door. “In het begin van de zestiende eeuw brachten de reizen van Vasco da Gama de Portugezen evenwel aan de grens van het Chinese Rijk. De Spanjaarden kregen, haasje over springend vanuit hun nieuwe Amerikaanse bezittingen, in het Verre Oosten voet aan de grond.”

[9] Met de Zuid-Europeanen doken ook meteen de eerste handelaren en missionarissen op. Zij verzorgden weer nieuwe informatie over China, een land waar met 2 eeuwen lang niets meer over had gehoord.

Meteen na aankomst probeerden de Portugezen te handelen met de Chinezen, maar ondervonden dat dat een stuk moeilijker ging

dan 2 eeuwen daarvoor. De pogingen leken succesvol: een gezantschap uit Portugal kwam naar China om de handelsmogelijkheden

te bespreken. Maar een van de kapiteins keerde zich met zowel fysiek als verbaal geweld tegen de Chinese ambtenaren, waarna het gezantschap gevangen genomen werd en de handel met China nog meer bemoeilijkt werd… Na vele pogingen kwamen de Portugezen er rond 1600 achter dat handel drijven buiten het Chinese systeem, wat zij graag wilden, vrijwel onmogelijk was. Het was in China namelijk “bij de wet verboden op straffe des doods om het land te verlaten of er binnen te komen, behalve aan hen die er als gezanten van een of ander naburig of schatplichtige koning komen of voorgeven tribuut te brengen of andere geschenken.”

[10]

Ook moesten de Chinezen zelf niet zo veel hebben van de buitenlanders. “Het is mij bekend dat barbaren beschaafder worden wanneer zij met China in contact zijn geweest, maar ik heb nog nimmer vernomen dat China iets van de barbaren heeft kunnen leren.”[11] Uiteindelijk gaven de Portugezen het maar op en gingen ze over tot plunderingen en piraterij.Aan het einde van de 17e eeuw kreeg China te maken met een nieuwe golf van Europeanen: de missionarissen. Deze mensen kwamen in opdracht van De Kerk naar Azië om mensen te bekeren, en je zou zeggen dat ze als een bedreiging werden gezien, net als de Portugezen. Dit was echter niet zo. Want, in tegenstelling tot de Portugezen en de andere Europeanen die voorheen in China waren geweest, waren de missionarissen wél bereid om zich aan te passen aan de Chinese gewoontes en gebruiken aan het hof. Zo kregen ze meer invloed dan hun voorgangers gehad hadden en waren ze in staat om zelf een aantal Chinezen te bekeren tot het Christendom. Een van de bekendste missionarissen uit die tijd was Matteo Ricci. Hij was de belangrijkste informatiebron uit die tijd. Zelfs de Chinezen spraken vol lof over Ricci: “ik ben zeer verheugd over zijn denkbeelden. Hij is zeer beleefd wanneer hij met anderen spreekt en wanneer hij wordt uitgedaagd kan hij uit een onuitputtelijke bron van argumenten putten. Dus zelfs in de vreemdste naties komen waardige heren voor.”

[12]

De verkenning van China ging dus onverminderd door. Kanton was de belangrijkste haven in China, en overigens ook de enige haven waar de Europeanen konden komen. De handel met het buitenland concentreerde zich ook daar. In 1685 werden de inspanningen van de ‘barbaren’ eindelijk beloond. De Chinese keizer zag het nut in van de westerse wetenschap en techniek, en de begaafdheid van de missionarissen. Daarom besloot hij de Chinese havens open te stellen voor verdere handel. Ook werd er besloten dat er in het land tolerantie moest zijn ten aanzien van het rooms-katholieke geloof, wat weer voordelig was voor de missionarissen.

Matteo Ricci (links), een van de belangrijkste missionarissen uit die tijd, samen met zijn belangrijkste bekeerling Paul Siu.

Maar al snel begon de keizer zich te ergeren aan de bemoeizucht van de missionarissen. Die probeerden niet alleen mensen te bekeren, maar ook de Chinese tradities die er in die tijd waren, aan te vechten. Zijn geduld raakte op toen er onder de missionarissen een discussie ontstond over of Chinese christenen hun oude tradities mochten behouden of niet. In 1721 verbood de keizer het christendom in China. Vanaf dit moment werden de vrijheden van de missionarissen ook flink ingeperkt. Ook de handel met de Europeanen zat de keizer niet lekker. In 1757 werden de havens van China weer afgesloten: Kanton was weer de enige haven waar de buitenlandse kooplieden handel mochten drijven. “Terwijl China de poort voor de handel op een kier zette, nam in Europa de vraag naar Chinese artikelen juist toe.”

[13] Om deze handel te betalen, begonnen de Engelse handelslieden opium naar China te smokkelen. Hierdoor verslechterde de relatie tussen China en Engeland alleen maar. In 1793 werd Lord Macartney naar het Chinese hof gestuurd om de diplomatieke banden met China weer aan te halen. Ook moest hij proberen om de handelsmogelijkheden voor Engeland te vergroten, maar dit lukte niet. Hij weigerde te knielen voor de keizer, dezelfde fout die de Portugezen 200 jaar daarvoor ook al maakten. Ook werd zijn interesse in de Chinese cultuur verkeerd begrepen. Het bracht de Chinezen ertoe “hem te verdenken van ‘gevaarlijke plannen.’”[14] De missie van Lord Macartney was dus geen succes. Engeland stuurde later nog een gezant, maar die slaagde er niet eens in om een audiëntie bij de keizer te krijgen. Drie jaar later, in 1819, besloot China nogmaals dat Kanton de enige haven bleef waar er gehandeld kon worden met de Europeanen. “Zo sloot China zich voor het Westen af, juist op het moment dat de Europese expansie op gang kwam.”

[15] Jarenlang bleef de deur van China op een kier staan, terwijl de Chinese producten steeds populairder werden en het smokkelen van opium naar China verder toe nam. De mensen in China raakten steeds meer verslaafd aan de drug en gaven er gigantische bedragen aan uit. Dit vormde een groot probleem, want er ging meer geld China uit dan dat het het land binnen kwam. In 1839 nam China bij wijze van maatregel ruim 20.000 kisten met opium in beslag en stak ze in brand. De Britten namen dit nogal hoog op en sloegen terug door manschappen naar China te sturen en de belangrijkste havens in het land aan te vallen. Dit was het begin van de Eerste Opiumoorlog, die tot 1842 duurde. De Britten wonnen deze oorlog gemakkelijk en zonder veel tegenstand. In het Verdrag van Nanking, dat vlak na de oorlog ondertekend werd, kregen de Britten het recht om in China handel te drijven. Ook werd het eiland Hong Kong aan de Engelsen overgedragen. Toen China in 1853 niet bereid bleek om het verdrag na te komen, volgde de Tweede Opiumoorlog (die overigens niet veel met opium te maken had). Ook deze oorlog wonnen de Britten met gemak, wat de Chinezen dwong om hun land nog meer open te stellen. De genadeslag volgde na de oorlog met Japan (1894-1895). Nu bleek dat China militair gezien erg zwak was, grepen de andere geïnteresseerde landen ook hun kans. Ze verdeelden alles dat er nog over was van China. Landen als Japan, Duitland, Rusland en Frankrijk kregen ook handelsrechten.

Een spotprent uit 1898 met als onderschrift: “En Chine… Le gâteau, des Rois et… des Empereurs. ’’ De taart, de koningen en de Keizer. Op de prent is te zien hoe de buitenlandse vorsten China in stukken snijden en verdelen onder elkaar, terwijl de Chinese Keizer machteloos toekijkt.

Europa kreeg dus vanaf de 13e eeuw interesse in Azië, na de reizen van Marco Polo. Daarvoor waren er ook al banden tussen de twee continenten, maar dat was echt puur op handel gericht. In de 13e eeuw wilde men niet alleen producten uit China, maar ook meer informatie over het continent zelf, en de mogelijkheden daar. Maar voordat ze meer over het Chinese Rijk te weten kregen, werd de route daar naartoe afgesneden. Pogingen om nieuwe routes naar Azië te vinden, die o.a. leidden tot de ontdekking van Amerika, wierpen hun vruchten af in de 16e eeuw. De Portugezen zette voet op Chinese grond, al snel gevolgd door andere Europeaanse handelaren en missionarissen. Er kwam weer informatie binnen, voornamelijk via mensen zoals Matteo Ricci. Europese landen probeerden banden met China aan te knopen, voornamelijk met handel als doel, maar zonder succes. Tot in 1685, toen de toenmalige keizer het land openstelde voor het katholieke geloof en de Europese kooplieden. Maar daar had de keizer al snel spijt van: het Westen was veel te bemoeizuchtig en te gierig, en in de 18e eeuw werd het besluit van de keizer weer ingetrokken. Er worden pogingen gedaan om de contacten weer te herstellen zodat China weer opengesteld kon worden, maar dat mocht niet baten. De enige haven die opengesteld stond, was Kanton. Om de toenemende vraag naar Chinese producten in Europa toch te kunnen bevredigen, werden de handelaren betaald (of omgekocht) met opium, zodat de gewenste producten toch geleverd konden worden. Het opiumgebruik nam enorm toe en werd een probleem voor China. Het land nam bij wijze van maatregel in 1839 een grote partij opium in beslag, waarna Engeland represailles uitvoerde en er een oorlog volgde. Die wonnen de Britten gemakkelijk. Ook de oorlogen die daarna volgden, verloor China zonder veel tegenstand geboden te hebben. Voor de buitenwereld was dit een teken dat China in de loop der eeuwen verzwakt was, en allemaal grepen ze hun kans en pakten ze wat ze pakken konden… Aan het einde van de 19e eeuw was het Chinese Hof de controle over het land voorgoed kwijt.

Hoe viel het Chinese Keizerrijk, en welke oorzaken had dat?

Hoe het Keizerrijk ten val kwam…De keizerin die rond 1900 regeerde was Cixi, ook wel bekend als de Keizerin-weduwe. Ze begon als gewoon meisje in de Verboden Stad, aan het hof van keizer Siënfeng, maar wist zich in korte tijd omhoog te werken. Ze werd een van de vele bijvrouwen van de keizer, maar toen ze zwanger raakte klom ze op tot Tweede Vrouw. De belangrijkste bijvrouw van de keizer baarde een zoon, Toengtsjé, het eerste kind van de keizer en dus ook de troonopvolger. Die functie zou hij snel vervullen, want de keizer was vaak ziek, en toen zijn zoon 6 jaar oud was, overleed hij. Cixi kreeg de titel Keizerin- weduwe, aangezien ze de enige was die een kind van keizer Siënfeng gebaard had, en Tongzhi werd op de troon gezet. Maar een jongen van 6 jaar oud kon het land natuurlijk niet regeren, dus daarom nam zijn moeder die functie van hem over. Jarenlang regeerde de Keizerin-Weduwe met plezier, maar tegelijkertijd werd de echte keizer ouder en ouder. “Cixi kon alles in het land regelen, maar ze kon niet voorkomen dat haar zoon zestien werd.”

[16] Tongzhi kreeg de huwbare leeftijd, en dat baarde de Keizerin-Weduwe zorgen, want een gehuwde keizer werd in China als een volwassen man gezien, en dat zou betekenen dat Cixi de macht kwijt zou raken. Later werd ze gerust gesteld, want de keizer bleek vaak ziek was, zodat ze toch de lakens uit kon blijven delen. Op negentienjarige leeftijd stierf de keizer. Cixi moest nu weer op zoek naar een nieuwe “Zoon van de Hemel.”[17]. Zij koos voor een van haar vele neefjes, die geadopteerd werd als haar eigen kind om op te troon plaats te kunnen nemen. Op vijfjarige leeftijd kwam keizer Kwang-siu op de Drakentroon te zitten.

Keizerin Cixi, ook wel bekend als de Keizerin-weduwe.

Het ging met dit tweede keizertje hetzelfde als met de eerste: Cixi deelde weer de lakens uit, terwijl de echte heerser van China niets te zeggen had. Naarmate de keizer ouder werd, begon hij in te zien hoe hij gebruikt werd door de Keizerin-Weduwe. Ook wilde hij pogingen ondernemen om hervormingen in te voeren in China, maar op het moment dat de keizer dat wilde doen, liet Cixi hem geestesziek verklaren en werd hij opgesloten in zijn Zomerpaleis. Ze deelde de bevolking van China mee dat de keizer ziek was geworden, en dat zij tijdelijk de leiding op zich zou nemen. Na die “tijdelijke leiding” van tien jaar kwam de mededeling dat de keizer overleden was, dus moest de Keizerin-Weduwe voor de derde keer op zoek naar een troonopvolger. Weer viel haar oog op een kind, de zoon van de vele prinsen in het land. Dit kind was Pu Yi, die nu bekend is als de Laatste Keizer van China.Pu Yi kwam op de leeftijd van 3 jaar op de troon. Zijn lot zou precies zo zijn als dat van de vorige twee keizers, mits de Keizerin-Weduwe ook ziek was. Ze stierf op de dag waarop ze de nieuwe keizer aanwees, in 1908. De regeringsperiode van Pu Yi duurde maar een paar jaar. In 1912 werd hij afgezet als keizer en werd China een Republiek, onder leiding van de revolutionair Sun Yat-Sen. Pu Yi was nu alleen nog maar keizer van de Verboden Stad. Zo kwam het Chinese Keizerrijk ten val: omdat China behoefte had aan een republiek in plaats van een keizerrijk. Maar waarom had het land het vertrouwen verloren in haar keizer?

Waarom de Chinezen ineens een Republiek wilden… De oorzaken van het verlies in vertrouwen zijn voornamelijk in de negentiende eeuw terug te vinden. Na het herontdekken van de route naar China in de 16e eeuw, is de interesse in China alleen maar gegroeid. Vanaf die tijd probeerden verschillende landen handel af te dwingen bij het land, maar telkens zonder succes. Het liefst hadden de Westerse mogendheden al in de 17e eeuw militaire maatregelen genomen om het land te dwingen hun gesloten houding te minderen, maar in die tijd maakte China op militair gebied erg veel indruk, en moest het maar met rust gelaten worden. John Bell, een arts in een gezantschap dat China in 1714 bezocht, zegt: “Ik ken slechts één natie die met enige kans op succes zou kunnen trachten China in te veroveren, en dat is Rusland.”[18] Het land zou eventueel aangevallen kunnen worden vanaf de zee, maar, vraag Bell zich af, “waarom zou een Europees vorst het juist achten zijn eigen rust te verstoren en die van een zo machtig volk, dat geneigd is tot vrede met al zijn buren?”[19] Verdere maatregelen werden daarom maar achterwege gelaten. Toen in 1685 de inspanningen van de Europeanen beloond werden, konden ze eindelijk eens proeven van wat China werkelijk te bieden had. Het Westen had met de toegang tot meerdere havens ook toegang tot meer Chinese producten, zoals thee, porselein en zijde, die in grote hoeveelheden naar Europa werden verscheept. Deze goederen sloegen ontzettend goed aan bij de Westerse bevolking: vooral het thee drinken werd een enorme rage. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ‘barbaren’ er niet blij mee waren toen Kanton weer de enige haven werd waar er gehandeld mocht worden met het buitenland. De Europese kooplieden verdienden nogal goed aan de Chinese producten, en ze wilden die winst natuurlijk niet zomaar afstaan. Daarbij kwam ook dat de vraag naar de producten steeds groter werd: de winst kon eventueel vergroot worden, maar dan moest er ook meer ingekocht worden, wat geld kostte (dat de kooplieden niet hadden). Ze konden de desbetreffende producten ook moeilijker krijgen, want de havens waar ze vandaan kwamen, waren niet meer bereikbaar. Maar de consument teleurstellen was ook geen optie…De Engelse handelaren zagen de oplossing van hun probleem in de drug opium. Ze verscheepten er grote ladingen van naar China, in ruil voor zijde, thee en andere producten. De Chinezen raakten steeds meer verslaafd aan de drug en gaven er gigantische bedragen aan uit. De Engelse kooplieden vonden dat natuurlijk niet erg, want het grootste gedeelte van dat geld kwam bij hun terecht, maar de Engelse regering zat er ontzettend mee. De kwestie verslechterde de relaties met China, wat ook niet goed was voor de handelsmogelijkheden met het land. De Britse regering probeerde het de kop in te drukken, maar zonder het gewenste effect. Ook China ergerde zich enorm aan de opiumkwestie. De schatkist van het land raakte leger en leger, en de Britse regering scheen er ook niet al te veel aan te doen. Dus nam het Chinese Hof het heft in eigen handen. In 1839 namen ze een grote partij opium in beslag en staken het in brand. Dit zag de Britse regering als een persoonlijke aanval en het land trok ten strijde, voor het eerst sinds de gezamenlijke geschiedenis van Groot-Brittannië en China. Deze oorlog werd met gemak gewonnen door de Britten. Dit was voor de Europeanen het eerste teken dat China op militair gebied enorm verzwakt was. Maar goed, een oorlog verliezen komt wel eens vaker voor. Zelfs de Westerse grootmachten als Frankrijk en Engeland wonnen niet alles, dus de nederlaag van China werd door de vingers gezien en afgedaan als toeval. Wel zagen de Britten nu kans om meer plaatsen open te stellen voor handel, zoals ze van oudsher gewend waren. Vlak na de ondertekening van het Verdrag van Nanking waren dit 5 havens, later, tijdens de Frans-Engelse-Chinese oorlog (1856-1861), werden hier meer havens aan toegevoegd. Na de Eerste Opiumoorlog ontstonden er opstanden onder de Chinezen. Een van de bekendste was de Taiping-opstand, die duurde van 1851 tot 1864. Er was grote onrust onder de boeren en werklozen in Zuid-China, “als gevolg van de economische teruggang en de steeds groter wordende invloed van het Westen.”[20] De leider van de opstand, Hoeng Sjioe-tj’uan, wierp zich op als de jongere broer van Jezus, geroepen om de wereld te redden. Hij riep in 1851 het ‘Hemelse Rijk van de Grote Vrede’ uit (Tai Ping Tian Guo,). In de jaren daarna werden deze boerenzoon en zijn volgelingen achterna gezeten door de keizerlijke troepen, die krampachtig probeerden om een einde te maken aan deze opstand. In 1853 wordt de stad Nanking uitgeroepen als hoofdstad van het Hemelse Rijk, waar Hoeng verblijft tot de opstand wordt neergeslagen, in 1864. [21]De regering slaagde er uiteindelijk met moeite in om de opstand van de ‘jongere broer van Jezus’ de kop in te drukken. Het succes van de regering was te danken aan de westerse wapens die werden gebruikt, en veel hoogwaardigheidsbekleders waren van mening dat China van de westerse technieken gebruik moest maken, wilde het land het Moderne Westen bijbenen en de Westerse Mogendheden uit hun land verdrijven. Hun motto was: “Leer van het Westen om China te verbeteren.”

[22]

Dit gebeurde echter niet. Veel mensen waren ervan overtuigd dat China moest moderniseren en niet te veel in het verleden moest blijven hangen, wilde het zich kunnen verdedigen tegen de buitenwereld. Maar de keizers van de Qing-dynastie vreesden dat de veranderingen zouden leiden tot een opstand, en hielden krampachtig vast aan de eeuwenoude tradities.

[23] Ook veel van de mandarijnen waren tegen de veranderingen. “Ons rijk behoort aan de voorvaderen. Het is ontoelaatbaar dat de keizer de regels die door zijn voorvaderen werden ingesteld zou wijzigen.”[24] China, het land dat altijd voorop had gelopen op het gebied van wetenschap en techniek, raakte langzamerhand achter op de Westerse Wereld. Deze inhaalslag van Europa begon in de 17e eeuw. Langzamerhand kwamen Europa en China op hetzelfde niveau, tot het Westen het Aziatische land uiteindelijk inhaalde. François Arouet Voltaire, een schrijver en tijdgenoot van Montesqieu, beschrijft de oorzaken van het achterblijven van de Chinese ontwikkeling:

“Als we ons afvragen waarom zoveel kunsten en wetenschappen die in China zo lang ononderbroken beoefend zijn, toch zo weinig vooruitgang hebben gekend, zullen we mogelijk twee oorzaken voor hun vertraagde ontwikkeling vinden. De ene is de buitensporige achting die deze mensen toedragen aan alles wat afkomstig is van hun voorouders. Daardoor krijgt alles wat oud is een aureool van volmaaktheid. De andere is gelegen in de aard van hun taal, die ten grondslag ligt aan alle kennis. De overdracht van denkbeelden door het schrift, die helder en eenvoudig zou moeten zijn, verloopt bij hen uiterst gecompliceerd. Elk woord wordt vertegenwoordigd door een ander karakter. En diegeen geldt als het geleerdst, die het grootst aantal karakters kent.”

[25] De zwakte op militair gebied waar de Chinezen mee te kampen hadden, bleek opnieuw in een oorlog tussen Japan en China (1894-1895). Het land leed een desastreuze nederlaag, wat ertoe leidde dat de Westerse Mogendheden inzagen dat het land militair gezien enorm was verzwakt in vergelijking tot een paar eeuwen geleden. Eén voor één kwamen de landen concessies opeisen: dit gebeurde in 1898. Rusland eiste een deel van Mantsjoerije op, de provincie waar de keizers van de Qing-dynastie vandaan kwamen. Hierna volgde Engeland en Frankrijk, die zich ook delen van China toeeigenden. Tenslotte was daar ook nog Duitsland. Duitsland was een laatkomer als het ging om de buitenlandse expansie. Otto von Bismarck, de Duitse Keizer in die tijd, had niet erg veel interesse in koloniën. Wel “gebruikte hij de koloniale aangelegenheden als pionnen op het grote internationale schaakbord.”[26] Zo moedigde Bismarck de koloniale expansie van Frankrijk aan, om hun leed betreffende het verlies van Elzas-Loteringen te verzachten. Ook wilde Bismarck graag handelsvrijheid, zodat niet alleen de koloniale mogendheden zoals Frankrijk, Engeland en Nederland zouden profiteren van de gebieden. “Ook Duitsland zou derhalve aan de exploitatie ervan kunnen deelnemen en ‘oogsten zonder gezaaid te hebben’”

[27] Na de val van Bismarck en de opkomst van Keizer Wilhelm II wilt Duitsland zijn positie als groot mogendheid bevestigen en wilt het niet afzijdig blijven bij de verdeling van de wereld. Het Duitse Keizerrijk krijgt in 1898 veel invloed in China, net als de andere landen in het Westen. De Chinese keizer in die tijd, die al een vernederende nederlaag had geleden tijdens de oorlog, was te zwak om zich te verdedigen en kon niets anders dan toestemmen in de eisen die er gesteld waren. Op dit moment zag ook de bevolking de zwakte van de keizer, het hele systeem en het land China, en verloor hiermee definitief het vertrouwen in de dynastie. Het verzet tegen het huidige systeem laaide feller op dan tevoren. De Bokseropstand in 1900, een van de belangrijkste opstanden uit die tijd, richtte zich oorspronkelijk tegen de Qing-dynastie. Het hof wist de boel echter zo te manipuleren dat de haat zich richtte tot de Westerlingen. Op het hoogtepunt van de opstand trokken de Boksers Beijing binnen en bestormden de ambassades, waarbij enkele westerse diplomaten gedood werden. Dit leidde tot woede van de Westerse Mogendheden, die met een internationale strijdkracht Beijing veroverden en de opstand neersloegen. Hierna werd de regering gedwongen om nog meer gebied af te staan. Engeland kreeg Wéi-hai-wéi erbij, Duitsland Kiautsjau en Frankrijk Kwangtsjowan.

Spotprent over Duitsland, waarin goed te zien is dat het Duitse Keizerrijk smachtte naar meer koloniën op de wereld. Keizer Wilhelm II bijt hier in de wereldbol, om aan te geven hoe wanhopig hij is.

De vernedering was nu compleet. Overigens, China bleek te zwak om een miezerig klein opstandje neer te slaan! Dat hadden de buitenlanders voor ze moeten doen, waarbij ze meteen de kans zagen om nóg meer land toe te eigenen! En China had niets anders gedaan dan toestemmen in de eisen… Het drong eindelijk tot de elite door dat er veel veranderd moest worden, maar voor de radicale hervormingen waar men het jarenlang over had gehad, was het nu te laat. De enige manier om van het huidige systeem af te komen, was een revolutie. En die kwam er in 1911, onder leiding van Sun Yat-Sen. In 1912 was het officieel, toen kindkeizer Pu Yi werd afgezet door de revolutionairen: China was een republiek. De val van het Chinese Keizerrijk, die sowieso onvermijdelijk was (want op gegeven moment valt elk rijk ter wereld óóit een keer), werd versneld door twee factoren. Ten eerste was daar het Westen, die, gedreven door hun expansiedrift, de poorten van China met geweld open braken en daarmee land en concessies afdwongen. Ook had Europa China op alle gebieden ingehaald, zowel op militair als technisch en wetenschappelijk gebied. Hierdoor konden de Westerse Mogendheden China makkelijker intimideren, en zo dus veel meer voor elkaar krijgen dan eeuwen daarvoor.

Ten tweede hield China te lang aan de oude tradities vast. Tegen het einde van de 19e eeuw bleek dat er radicale hervormingen nodig waren om de rest van de wereld bij te houden, maar die kwamen niet, dankzij de conservatieve keizers die op de Drakentroon zaten. De Taiping-opstand en de Bokseropstand waren pogingen om de Chinese elite wakker te schudden, maar toen het Chinese Hof eindelijk tot inkeer kwam, was het al te laat. Toen was de enige oplossing voor het probleem een revolutie, die heel China overhoop zou halen

[1] Fiona Macdonald, De Wereld in de tijd van Marco Polo (Harmelen 1998)

[2] Clint Twist, Marco Polo: over land naar middeleeuws China (Harmelen 1994)

[3] Felicity Everett & Struan Reid, Pioniers: van Columbus tot Armstrong (Usborne 1995)

[4] http://nl.wikipedia.org/wiki/Mongoolse_Rijk

[5] Clint Twist, Marco Polo: over land naar middeleeuws China

[6] Wang Tao, Verkenningsreizen in China (Harmelen 1997)

[7] Clint Twist., Marco Polo: over land naar middeleeuws China

[8] Jonathan D. Spence, Het grote continent van de Khan: China in de Westerse Verbeelding (Amsterdam 2000)

[9] Jonathan D. Spence, Het Grote Continent van de Khan: China in de Westerse Verbeelding

[10] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[11] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[12] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[13] Jonathan D. Spence, Het Grote Continent van de Khan: China in de westerse verbeelding

[14] Jonathan D. Spence, Het Grote Continent van de Khan: China in de westerse verbeelding

[15] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[16] Arend van Dam , Poe’i, een kind als keizer (Amsterdam 1993)

[17] Arend van Dam, Poe’i, een kind als keizer

[18] Jonathan D. Spence, Het grote continent van de Khan: China in de Westerse Verbeelding

[19] Jonathan D. Spence, Het grote continent van de Khan: China in de Westerse Verbeelding

[20] De Winkler Prins redactie, Winkler Prins Algemene Encyclopedie en Woordenboek in veertien delen (Amsterdam-Brussel 1982)

[21] De Winkler Prins redactie, Winkler Prins Algemene Encyclopedie en Woordenboek in veertien delen)

[22] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[23] Arthur Cottorell, China: ontdek de geschiedenis van het keizerrijk – vanaf de bouw van de Grote Muur tot de dagen van de laatste keizer (Antwerpen 1995)

[24] Han Brouwer e.a., Pharos VWO

[25] Jonathan D. Spence, Het grote continent van de Khan: China in de Westerse Verbeelding

[26] Raymond Poidevin & Sylvian Schirmann, Prisma, Geschiedenis van Duitsland (Utrecht 1996)

[27] Raymond Poidevin & Sylvian Schirmann, Prisma, Geschiedenis van Duitsland (Utrecht 1996)