We hebben 299 gasten online

Hoofdstuk 1 Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming

Gepost in Praktische opdrachten

Hoofdstuk 1: Immigratie, een Nederlandse traditie?

Tegenwoordig kent iedereen wel iemand die naar Nederland is geïmmigreerd. Nederland is een multiculturele samenleving. De laatste tijd zijn er in de politiek veel debatten over de immigratie en het immigratiebeleid. Maar wat weten wij, Nederlanders, eigenlijk van immigratie af? Is immigratie een recent verschijnsel of is het iets wat zich al eeuwen afspeelt? Hoe werd er vroeger omgegaan met vreemdelingen die hier wilden komen wonen? Waarom kwamen immigranten juist naar Nederland toe? Wij hopen in dit deelonderwerp antwoord te geven op deze vragen en op de hoofdvraag of immigratie een Nederlandse traditie is.De eerste vraag is eigenlijk: ‘Wanneer is Nederland eigenlijk ontstaan?’ Deze vraag is niet zo te beantwoorden, omdat er al heel lang mensen op het grondgebied wonen van het huidige Nederland. Volgens de Britse historicus Jonathan Israël begint de geschiedenis van Nederland in 1477. In dit jaar kwamen een aantal gewesten van het Bourgondische rijk in opstand tegen het centrale Bourgondische gezag. Tijdens deze opstand werd het ‘Groot Privilege’ afgedwongen. Dat hield in dat de Gewestelijke Staten bijeen mochten komen zonder toestemming van het Bourgondisch bestuur. Het Nederlands in Holland en Zeeland werd de officiële bestuurstaal. We nemen daarom het jaar 1500 als ‘beginjaar’ van de immigratie in Nederland.

1.1 Immigratie 1500 -1600

‘Nederland heeft vanaf de Reformatie, 1517, voor het eerst te maken gehad met grote stromen nieuwkomers. De Reformatie was een godsdienstige beweging die de Katholieke Kerk van binnenuit wilde hervormen. Deze kerkhervorming heeft geleid tot nieuwe kerkvormen van het protestantisme. Het katholieke Spanje accepteerde deze nieuwe vormen van geloof niet en ging de aanhangers ervan vervolgen. Nederland stond erom bekend dat ze een tolerant land waren, waar vrijheid van godsdienst heerste. Ze mochten hierheen komen, omdat ze in hun eigen land niet veilig waren, maar ze mochten eigenlijk niet openlijk hun geloof belijden. Dat werd gedoogd. Vele geloofsvluchtelingen kwamen daarom naar de Noordelijke Nederlanden. Ook was er in Nederland sprake van persvrijheid. Iedereen mocht alles publiceren wat hij of zij wilde, zolang het maar geen gevaar voor de samenleving opleverde.

afb 3 immigratie

Inquisitie van Spaanse en Portugese Joden

Daarnaast vluchtten er Portugese en Spaanse joden naar Nederland, omdat zij ook werden vervolgd vanwege hun geloof.’[1] Door de val van Antwerpen in 1585 en de sluiting van de Schelde door de Republiek versnelde de eerste grote immigratiegolf.
Aan het einde van de 16e eeuw waren er dus veel immigranten in Nederland die allemaal hun eigen cultuur, geloof, kennis en geld meebrachten. Volgens een schatting kwamen tot zo'n 1630 150.000[2] vluchtelingen naar Nederland.

1.2 Immigratie 1600-1700

afb 4 immigratie

In de zeventiende eeuw was Nederland één van de rijkste landen van Europa. De VOC, die in Nederland opgericht was in 1602, was uitgegroeid tot een enorme handelsonderneming die veel werk verschafte. Ook de WIC, opgericht in 1621, zorgde voor veel werk. De economische welvaart in ons land trok dan ook duizenden migranten aan. In Nederland was er veel werk, de lonen waren aantrekkelijk en voor zelfstandige ondernemers was Nederland een interessante vestiging. Vooral het gewest Holland was een aantrekkelijk gebied.

Het percentage immigranten werd steeds groter in Nederland, bijvoorbeeld in Amsterdam. ‘In de gehele 17e eeuw was gemiddeld 2/3 deel van de ondertrouwde bruidegoms niet in Amsterdam geboren.’[3] ‘Veel beroemde Nederlandse wetenschappers, handelaren en kunstenaars uit de zeventiende eeuw waren vluchtelingen van buitenlandse afkomst, bijvoorbeeld de schrijver Joost van den Vondel en de astronoom Simon Stevin.

[4]In de 17e en 18e eeuw kwamen er ook geloofsvluchtelingen naar Nederland, bijvoorbeeld de Hugenoten. Dat waren Franse protestanten die werden verstoten uit het katholieke Frankrijk. In 1598 vaardigde koning Hendrik IV het edict van Nantes uit, dat de Hugenoten vrijheid van godsdienst toekende. In 1685 maakte koning Lodewijk XIV een einde aan het edict en de protestantse Hugenoten moesten kiezen tussen het katholicisme of de dood.


[1] Ontleend aan:Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 6
 
afb 5 immigratie
 
Hugenoten voor de beurs in Amsterdam
[2] Ontleend aan de site:Schrijver onbekend, http://www.droommuseum.nl/?Vijf%26nbsp%3BEeuwen_Immigratie:Protestanten_%281540-1630%29, 30-09-2009, 30-09-2009
[3] Ontleend aan:Zanden, prof.dr. J.L. van en Knotter, A. (1987) “Immigratie en arbeidsmarkt te Amsterdam in de 17e eeuw”, P. 406
[4]Ontleend aan;

Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 6

‘Zo’n 12.000 Hugenoten vluchtten naar Amsterdam en daardoor ontstonden er Franse buurten, kroegen en een Franse kerk (de Waalse kerk). Door de komst van de geloofsvluchtelingen, verloor de rooms-katholieke kerk haar machtige positie in de Noordelijke Nederlanden. Daarnaast waren er in Nederland kleine joodse gemeenschappen ontstaan toen grote groepen Oost-Europese joden naar Nederland vluchtten. Deze joden werden, vooral in Polen, op grote schaal vermoord. Ze waren vaak arm en vestigden zich vooral op het platteland en de kleinere steden in de oostelijke provincies.

1.3 Immigratie 1700-1900

In de 18e eeuw nam de immigratie af, maar het aantal immigranten bleef groter dan het aantal emigranten. ‘Veel immigranten vestigden zich permanent in Nederland, maar er was ook sprake van tijdelijke migratie, bijvoorbeeld de vele Duitse seizoensarbeiders. Zij kwamen hier gras maaien of meevaren op de walvisvaart. Zij deden het werk dat de Nederlandse bevolking niet wilde doen. De grootste groep immigranten was afkomstig uit het kustgebied van de Noordzee en Oostzee (Noorwegen, Zweden, Denemarken, Noord-Duitsland, Polen), de Duitse grensstaten en het Rijngebied.’[1]

afb 7 immigratieImmigranten uit Italië en Spanje waren lange tijd een constante factor in de Nederlandse economie. Al vanaf het begin van de 18de eeuw trokken zij ergens anders heen om een nieuw bestaan op te bouwen, ook in Nederland. Als eersten verschenen de schoorsteenvegers, later gevolgd door stukadoors. ‘Tot de 19e eeuw konden immigranten zonder problemen

binnenkomen. Ze hoefden zich alleen te melden bij de politie of het gemeentebestuur en daar kregen ze dan een verblijfspas. Als de immigrant geen gevaar voor de samenleving was, kreeg hij in ruil voor zijn paspoort een veiligheidskaart die veertien dagen geldig was en steeds verlengd moest worden.’[2]

In 1815 is het Koninkrijk der Nederlanden ontstaan. In de 19e eeuw kwamen vooral grote groepen

Duitsers naar Nederland. Ze kwamen, zoals de meeste immigranten, voor een beter leven. Wanneer hun beroep succesvol was, trokken ze meer Duitsers aan die dan hetzelfde beroep beoefenden. ‘Het waren vooral handelaren en arbeiders die naar Nederland kwamen. Een

afb 8 immigratie

Schoorsteenveger rond 1850

speciale groep immigranten waren de marskramers(zie afbeelding rechts). Dat waren rondtrekkende handelaren die langskwamen in dorpen en boerderijen en daar hu


[2] Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 11

handelswaar verkochten. Veel marskramers zagen hun bedrijf uitgroeien tot een heel imperium. De Winkel van Sinkel, Peek en Cloppenburg, Hunkemöller, C&A en V&D zijn voorbeelden van de door Duitse handelaren opgerichte bedrijven. De Duitse immigranten hebben de kerstboom, het bier en de turnsport geïntroduceerd in Nederland. Naast marskramers kwamen er ook tienduizenden seizoensarbeiders naar Nederland. Zij werkten hier voor een lange of korte periode in de landbouw.’

[1]In de 19e eeuw was er minder immigratie dan in de voorgaande eeuwen. Dat kwam doordat de industriële revolutie zich in andere landen, zoals Duitsland en België, zich al eerder had ontwikkeld. In deze landen trok de economie erg aan en was er veel werk.

Vanaf ongeveer 1860 kwam in Nederland de industriële revolutie op gang. Daardoor groeide de werkgelegenheid enorm. Er waren toen technici nodig die ideeën en technieken beheersten om machines te maken. Deze kennis kwam vooral van Belgische en Engelse immigranten. In de 19e eeuw was er dus veel minder immigratie dan in de andere eeuwen. ‘Aan het einde van de 18de eeuw had de bevolking nog voor zes procent uit vreemdelingen bestaan; in 1870 was dat nog maar twee procent.’

[2] ‘In de grondwet van 1815 was de rechtspositie van vreemdelingen geregeld. Toen er tussen 1830 en 1848 allerlei revoluties in Europa uitbraken, dacht de Nederlandse overheid dat de immigranten revolutionaire ideeën mee zouden kunnen nemen naar Nederland. Daarom zocht de overheid naar manieren om de immigratie te beperken. Ook economische factoren speelden een rol om de immigratie te beperken. Nederland kreeg in de eerste helft van de 19e eeuw te maken met werkloosheid. De overheid wilde de eigen burgers beschermen tegen de concurrentie van de buitenlandse arbeiders. In 1849 werd daarom de eerste Vreemdelingenwet ingevoerd. Immigranten kreeg nu alleen nog maar een verblijfspas als ze konden aantonen dat ze geen gevaar voor de samenleving waren en over voldoende middelen van bestaan beschikten.

[3] 1.4 Conclusie

Sinds het ontstaan van Nederland, is er al sprake van immigratie. Zowel in de 16e, 17e, 18e en de 19e eeuw komen er al mensen naar Nederland toe. Ze hebben daarvoor verschillende redenen. In de 16e eeuw kwamen vooral geloofsvluchtelingen naar Nederland toe, omdat ze in hun eigen land vervolgd werden. In Nederland heerste godsdienstvrijheid, dus hier waren


[1] Ontleend aan:Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 9, 11
[3] Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 12

geloofvluchtelingen veilig. In de 17e eeuw was Nederland een van de welvarendste landen van Europa. De VOC groeide uit tot een enorme handelsverenging. De economie trok vele immigranten die hier kwamen om te werken. In sommige steden in de Noordelijke Nederlanden woonden meer allochtonen dan autochtonen. In de 17e en de 18e eeuw kwamen er ook nog steeds geloofsvluchtelingen. Bekende groepen vluchtelingen zijn de Hugenoten en de Oost-Europese joden die in hun eigen land vervolgd werden vanwege hun geloof. In de 18e eeuw kwamen er veel Duitse immigranten naar Noordelijke Nederlanden toe om hier te werken. In de 18e en 19e eeuw nam de immigratie af, maar het bleef nog altijd groter dan de emigratie. Vooral in de 19e eeuw daalde de immigratie, omdat de industriële revolutie in Nederland zich later ontwikkelde vergeleken met andere landen. In de 15e, 16e, 17e en de 18e eeuw konden vreemdelingen zonder problemen Nederland binnenkomen. In de 19e eeuw ging dit niet zomaar. Er kwam een vreemdelingenwet, waardoor de immigranten eerst aan bepaalde eisen moesten voldoen, voordat ze Nederland binnen zouden kunnen komen. Door de eeuwen heen is er dus sprake geweest van immigratie en de immigranten werden ook steeds in Nederland opgevangen. het blijkt dus dat immigratie iets is wat bij Nederland hoort en dus een traditie is.

Zie verder hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?