We hebben 328 gasten online

Hoofdstuk 2: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Hoofdstuk 2: Immigratie, iets van de 20e en 21e eeuw?

Uit het voorgaande hoofdstuk is al gebleken dat er in de periode 1500-1900 sprake is van immigratie in Nederland. Rond 1850 werd het immigratiebeleid aangepast. Voor vluchtelingen werd het nu moeilijker om Nederland binnen te komen. In dit hoofdstuk gaan we bekijken hoe de immigratie zich verder heeft ontwikkeld in de periode 1900 tot nu. We vragen ons daarbij dingen af als: Welke bevolkingsgroepen kwamen er allemaal naar Nederland? Wanneer kwamen zij? Waarom kwamen zij? Hoe ging de overheid met deze vluchtelingen om? Hoe heeft het immigratiebeleid van de overheid zich ontwikkeld? Bovendien willen wij een antwoord geven op de hoofdvraag of immigratie iets van de 20e en 21e eeuw is.

2.1 Immigratie 1900-1929:

afb 9 immigratie

‘De immigranten kwamen in golven naar Nederland. Begin 1900 waren dat nog vooral passanten. Het waren de seizoensarbeiders uit voornamelijk Westfalen die de Nederlandse boeren kwamen helpen met het oogsten en de marskramers die hier hun spullen verhandelden. Daarnaast werkten er ook vele (Oost-)Duitse, Poolse en Sloveense gastarbeiders in de Limburgse mijnen. Ook kwamen er nog steeds stromen gastarbeiders uit andere landen, bijvoorbeeld de schoorsteenvegers uit Italië en Spanje.
De eerste echte grote stroom vluchtelingen uit de 20e eeuw kwam in het begin van de

Belgische vluchtelingen in een fabriekshal

Eerste Wereldoorlog.’[1] Toen Duitsland in 1914 België binnenviel, nam het Duitse leger wrede maatregelen tegen de bevolking die zich verzette. De bevolking sloeg hierdoor op de vlucht. ‘In een tijdsbestek van een paar weken waren één miljoen Belgen naar Nederland gevlucht.’[2] Ze werden hier opgevangen in kampen, leegstaande gebouwen of bij families. Toen de Eerste Wereldoorlog in 1918 afgelopen was, keerden de meeste Belgen weer terug naar huis. ‘Nederland had weinig last gehad van de oorlog. Duitsland en Oost-Europa echter hadden wel honger en gebrek gekend. Belgische vluchtelingen in een fabriekshal.

[1]

Ontleend aan: Schrijver: CBS, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A0BB79A2-9E74-4A0A-BC3B-67069934EA40/0/2004k3b15p010art.pdf, 13-11-2009

[2]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 17

De situatie na de oorlog was erg onrustig door allerlei linkse en rechtse partijen die staatsgrepen wilden plegen. De levensomstandigheden van de bevolking verbeterden moeizaam en daarom besloot Nederland om de kinderen die in Duitsland en Oost-Europa woonden hierheen te halen en ze te laten aansterken.’[1] In de jaren ’20 en ’30 kwamen vanuit Duitsland niet alleen kinderen. Er kwamen Duitse arbeidsmigranten naar Nederland. Het ging niet alleen om mannen, maar ook om jonge Duitse ongehuwde vrouwen. ‘Deze meisjes werkten als dienstbode, een betaalde hulp in de huishouding’[2]. ‘Naast Europeanen kwam er ook nog een andere groep vreemdelingen naar Nederland: de Chinezen. Het waren vooral zeelieden. Ze werden hierheen gehaald om de stakingen te breken. ’[3]

2.2 Immigratie 1929-1945


Door het ineenstorten van de beursen in Wall Street ging het economisch erg slecht met Duitsland.afb 10 immigratie Hierdoor kwamen er nog meer Duitse dienstbodes en arbeiders naar Nederland om te werken. ‘Ook de Chinese immigranten konden het hoofd niet meer boven water houden en gingen over op de verkoop van pindakoekjes. Deze koekjes waren erg goedkoop en vielen bij de Nederlanders goed in de smaak. Maar, omdat het eigen volk voor ging en er al heel veel werkloosheid was wilde de Nederlandse overheid van de ‘afwijkende’ bevolking af. Hieronder vielen o.a. de Chinezen, zigeuners en de joden. In 1939 waren bijna alle Chinezen Nederland uit.’

[4]

Chinese verkoper vanpindakoekjes

‘Na de Eerste Wereldoorlog heeft de overheid de Vreemdelingenwet aangescherpt, dat kwam door twee factoren. Als eerste was er na de Eerste Wereldoorlog in veel landen rondom Nederland politieke onrust. Veel mensen gingen daarvoor op de vlucht, ook naar Nederland. De Nederlandse overheid dacht dat deze mensen gevaarlijke ideeën (bijv. van het communisme) mee zouden kunnen brengen. Bovendien ging het door de beurscrisis het economisch slecht met Nederland. De overheid wilde de eigen burgers beschermen op de arbeidsmarkt. Toen Hitler in 1933 met het nationaalsocialisme aan de macht kwam vluchtten veel joden en politieke tegenstanders van het nationaalsocialisme het land uit, o.a. naar Nederland. De meeste vluchtelingen kwamen echter niet binnen, omdat volgens de veranderde Vreemdelingenwet er alleen nog maar vluchtelingen binnen mochten komen als er in het land van herkomst oorlog was.

afb 11 immigratie

Joodse vluchtelingen in barakken in NL

 


[1]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 18

[2]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 19

[3]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 22

[4]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 22

En dit was (nog) niet het geval in Duitsland. Vluchtelingen met genoeg middelen van bestaan en dienstbodes werden wel binnengelaten. Na Reichskristallnacht, toen de bezittingen van de Joden vernield en in brand gestoken werden, lukte het nog enkele duizenden joden om Nederland binnen te komen, maar in principe hield Nederland vanaf 1938 de deuren gesloten voor vluchtelingen.

[1]

2.3 Immigratie 1945-1970


Indonesiërs


‘Toen Japan in 1945 capituleerde, dacht Nederland dat haar kolonie, Nederlands-Indië weer onder het gezag van Den Haag zou vallen. Dit was niet zo, want na de capitulatie riepen de Indonesische nationalisten meteen de onafhankelijk staat Indonesië uit. Hierdoor kwam er een conflict tussen de Nederlanders en de Indonesische nationalisten. Uiteindelijk moest Nederland in 1949 afstand doen van Nederlands-Indië en ze moest de o Republiek Indonesië erkennen als een onafhankelijke staat. De blanke Nederlanders uit Indonesië vertrokken vanzelfsprekend naar Nederland toe. Voor een andere groep, de Indo-Europeanen, was het niet zo vanzelfsprekend. Zij waren kinderen van zowel Nederlandse als Indische voorouders. De Nederlandse overheid gaf beide groepen de mogelijkheid om of Indonesisch, of Nederlands staatsburger te worden. In de periode 1945-1962 verhuisden ongeveer driehonderdduizend Indiërs naar Nederland.’[2] Het was de bedoeling dat ze permanent in Nederland zouden blijven. De overheid probeerde ervoor te zorgen dat ze goed opgevangen werden in Nederland en dat ze geholpen werden met het integratieproces.

Molukkers


‘Nederlands-Indië was een rijk met duizenden eilanden, waaronder ook de Molukken. Toen de nationaal-socialisten de onafhankelijke staatafb 12 immigratie Indonesië uitriepen, hoorden daar ook de Molukken bij. De Molukkers dachten hier anders over, zij wilden geen deel uit maken van de nieuwe eenheidsstaat. Zij wilden liever hun eigen republiek oprichten: de RMS (Republik Maluku Selatan). De Molukkers waren voornamelijk christelijk en bovendien hadden vele van hen in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger gevochten. Ze hadden meegevochten met het Nederlandse leger om het gezag in Nederland te herstellen. Na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 ging de strijd tussen de Molukkers en het Indonesische leger door. De Indonesische regering en de Molukkers probeerden tot een overeenstemming te komen, maar met een kleine groep Molukkers lukte dit niet. Daarom besloot de Nederlandse regering in 1951 om deze Molukkers tijdelijk


[1]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 20 en 21

[2]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 27

naar Nederland te halen, waarna ze weer terug konden keren als het ideaal van een eigen staat verwezenlijkt was. ‘In totaal zijn er ongeveer 12.500 Molukkers en hun gezinsleden in Nederland zijn aangekomen.’[1] De Molukkers voelden zich verraden door Nederland. In Nederland werden ze opgevangen in kampen en barakken. De bedoeling was dus dat ze tijdelijk zouden blijven waardoor het Nederlandse overheidsbeleid niet gericht was op integratie. De Molukkers werden niet gestimuleerd om te gaan werken en vaak wilden ze ook niet werken. Toen in de jaren ’50 duidelijk werd dat de Molukkers niet meer zouden terugkeren, werden de woonoorden opgeheven en echte wijken gebouwd. De Molukkers werden gestimuleerd om te gaan werken, maar omdat ze slecht geïntegreerd waren, bleef de werkloosheid onder deze bevolkingsgroep hoog.’[2]

Gastarbeiders


‘Doordat Nederland economische hulp had gekregen van het Marshallplan kon ze aan haar wederopbouw beginnen. Nederland bloeide binnen enkele jaren op, maar er was een structureel tekort aan arbeidskrachten. Om dat probleem op te lossen werden er arbeiders uit het buitenland gehaald. Als eerste werden er Italianen naar Nederland gehaald om in de Limburgse mijnen te werken. Andere bedrijven die een tekort hadden aan arbeidskrachten volgden. Dat waren vooral bedrijven uit de metaal- en textielindustrie. Ze begonnen met het werven van arbeiders uit Spanje, Griekenland en Joegoslavië. In de eerste helft van de jaren ’60 kwam de werving van Turkse en Marokkaanse arbeiders op gang. Al deze arbeiders deden het werk dat Nederlanders niet langer bereid waren om te doen, omdat het te vuil of te zwaar was. In een periode van tien jaar steeg het aantal gastarbeiders naar ruim honderdduizend. De opvang van gastarbeiders was gericht op een tijdelijk verblijf. Zij kwamen om tijdelijk in Nederland te werken en om daarna met het verdiende geld weer terug te keren naar het land van herkomst. De gastarbeiders woonden in pensions of gastgezinnen. Zo werden zij een geïsoleerde groep. Een onderzoekscommissieafb 14 kwam tot de conclusie dat Nederland de gastarbeiders scholing aan moest bieden Turkse gastarbeiders >>>>>
en dat ze gezinshereniging mogelijk moest maken.
Zo zouden ze uit hun isolement komen.’[3] Uit de werkelijke cijfers bleek dat niet alle gastarbeiders tijdelijk bleven.

[1]

Ontleend aan de site:Schrijver: onbekendhttp://www.nationaalarchief.nl/aankomst/informatie.asp, 21-12-2009

[2]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 29, 30 en 31

[3]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 31,32 en 33

Zo’n 30 procent van de Marokkaanse immigranten en 15 procent van de Turkse immigranten die zich in 1965 en 1966 in Nederland vestigden, wonen hier nog steeds.’

[1]

2.4 Immigratie 1970-1990

Gastarbeiders

In de jaren ’70 ging het slecht met de Nederlandse economie. Hierdoor veranderde de positie van gastarbeiders. Ze waren naar Nederland gekomen als tijdelijke werknemers die de vacatures op konden vullen, maar toen de economie in de jaren ’70 verslechterde werden ze gezien als een onverwachte groep immigranten. Het werd voor de Nederlanders duidelijk dat veel buitenlanders niet meer terug wilden keren. ‘Zo bleef van de Marokkanen die in 1972 en 1973 naar Nederland kwamen 55 procent in Nederland en van de Turken bijna de helft.’[2] Vanaf 1970 werd het voor gastarbeiders mogelijk gemaakt om gezinsleden over te laten komen. ‘Gastarbeiders woonden vaak met hun gezinnen in overvolle panden. De integratie van de al in Nederland wonende gastarbeiders verliep moeizaam. Ze waren weinig in contact met autochtonen en trokken vaak op met mensen van hun eigen cultuur.’

[3]
Molukkers

‘In de loop van de jaren ’60 werd het ideaal van een eigen Molukse staat een utopie. De jongeren onder de Molukse bevolking in Nederland hadden echter nog wel moed en gingen in verzet. Ze probeerden 12 jaar lang, tussen 1966 en 1978, door middel van terreuracties aandacht te vragen voor het ideaal van de RMS. Er werd hiervoor veel geweld gebruikt, waardoor de Molukkers een steeds slechter imago kregen in Nederland. Door de uitbarstingen van geweld besefte de Nederlandse overheid dat ze de Molukkers verwaarloosd hadden. De overheid vond dat de positie van Molukkers moest verbeteren. Sindsdien werden de Molukkers op allerlei gebieden gestimuleerd en tegemoet gekomen.

Surinamers

‘Al vroeg in de jaren zeventig kwam de migratie uit Suriname op gang. De onafhankelijkheid in 1975 leidde uiteindelijk tot het vertrek van een derde van de Surinaamse bevolking.’[4] Daar waren verschillende redenen voor. Als eerst was er in Suriname na de onafhankelijkheidsverklaring veel politieke onrust en bovendien dachten ze dat ze in Nederland een beter bestaan op konden bouwen. ‘De Nederlandse overheid ging, net als bij


[1]

Ontleend aan de site:Schrijver: CBS,http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A0BB79A2-9E74-4A0A-BC3B-67069934EA40/0/2004k3b15p010art.pdf, 21-12-2009

[2]

Ontleend aan de site:Schrijver: CBS, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A0BB79A2-9E74-4A0A-BC3B-67069934EA40/0/2004k3b15p010art.pdf, 21-12-2009

[3]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 41

de Molukkers en de gastarbeiders, ervan uit dat de Surinamers tijdelijk zouden blijven. Maar met de problemen van de Molukkers in het achterhoofd, besloot de overheid om de Surinamers beter te ontvangen. Als ze naar Nederland kwamen kregen ze een garantie van een woning en als ze geen werk konden vinden kregen ze een uitkering.’[1] De Antilianen en de Arubanen kwamen zo’n tien jaar later. Zij kwamen voornamelijk om economische redenen. Ze dachten dat ze in Nederland een beter bestaan op zouden kunnen bouwen.

Vluchtelingen

Naast economische migranten, de gastarbeiders, kwamen er ook andere groepen mensen: vluchtelingen. ‘Zo kwamen er in 1956 een groep Hongaren en in 1968 een groep Tjechoslowaken naar Nederland. In beide landen onderdrukte de Sovjet-Unie met veel geweld een opstand. De komst van deze vluchtelingen was incidenteel. Nederland lag zo ver van andere conflictgebieden dat het weinig vluchtelingen lukte om Nederland te bereiken. De Nederlandse regering vond toch dat ze vluchtelingen moest helpen.
Ze bood daarom elk jaar asiel aan een kleine groep vluchtelingen asiel aan, bijvoorbeeld de Vietnamese bootvluchtelingen. In de jaren ’80 lukte het vluchtelingen uit Oeganda, Chili, Argentinië, Cambodja en andere landen om Nederland te bereiken.

afb 15 immigratie

Vietnamese bootvluchtelingen

De overheid besefte dat de komst van asielzoekers niet incidenteel was en dat het aantal asielaanvragen zou gaan groeien. Er kwam een strengere selectie of vluchtelingen wel of niet binnen werden gelaten. De overheid probeerde de komst van economische vluchtelingen te beperken. Politieke vluchtelingen, vluchtelingen die op basis van ras, sekse, politieke ideeën, geloof of etniciteit werden vervolgd, kregen de A-status en mochten voor onbepaalde tijd in Nederland blijven. Vluchtelingen uit oorlogslanden kregen geen A-status en mochten tijdelijk in Nederland blijven, totdat de oorlog in het land voorbij was. In praktijk bleek dat de vluchtelingen niet meer terug wilden naar hun land van herkomst.’[2]

afb 16 immigratie

Immigratiecijfers 20e eeuw[3]


[1]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 40

[2]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 41,42 en 43

[3]

Ontleend aan de site:Schrijver CBS:

http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A0BB79A2-9E74-4A0A-BC3B-67069934EA40/0/2004k3b15p010art.pdf. 22-12-2009

2.5 Immigratie 1990-2009


‘In de jaren ’80 bleek dat veel immigranten niet meer terug wilden keren naar hun land van herkomst. Hun culturen gingen deel uitmaken van de Westerse cultuur. Terwijl de nieuwkomers steeds verder probeerden te integreren, groeide bij sommige autochtone Nederlanders het ongenoegen over de aanwezigheid en de niet afnemende toestroom van immigranten. Dat ongenoegen concentreerde zich in de jaren ’90 steeds meer op één thema: de Islam.’[1]
‘In de periode 1900-1990 was de bevolking in Nederland met bijna een miljoen mensen gegroeid. Meer dan de helft hiervan bestond uit niet-westerse allochtonen. In de jaren negentig waren ruim 300.000 niet-westerse allochtonen als immigrant naar Nederland gekomen. Verder waren er ruim 250.000 kinderen geboren die een niet-westerse moeder of vader hadden.’[2] In begin jaren negentig liep de immigratie terug, vooral uit Turkije, Marokko en Suriname en bovendien werden er minder kinderen geboren doordat het vertrouwen in de economie minder was. Aan het eind van de jaren negentig ging het weer goed met de economie waardoor de immigratie weer steeg. Wel was de samenstelling van de immigraten veranderd, vergeleken met begin jaren ’90. Het aantal immigranten uit Turkije, Marokko en Suriname was sterk terug gelopen, waar tegenover stond dat het aantal immigranten uit de Nederlandse Antillen was toegenomen. Verder zijn er meer immigranten uit de landen van de Europese Unie naar Nederland gekomen. Ook is het aantal asielzoekers toegenomen. Dat waren vooral mensen uit oorlogslanden als Somalië, Iran, Irak en Afghanistan.

Migratiemotieven 1996-2003 afb 1 Migratiemotieven 1995-2003 cbs afb 2

Migratiemotieven 1995-2003 bron CBS

‘Vanaf eind jaren negentig werd de integratie van immigranten een belangrijk thema in de politiek. Maar het ging vaak alleen maar over de Islam. Het beeld van de Moslims werd bepaald door de radicale moslims. De Islam wordt dankzij hen gezien als een cultuur die niet te combineren valt met de Westerse cultuur. Dit gevoel werd versterkt, doordat Khomeini, een Iraanse moslimleider, in een fatwa de moslims opriep om de schrijver Rushdie te vermoorden. Volgens Khomeini had hij de Islam beledigd in zijn boek ‘The Satanic Verse’. Ook de aanslagen op 11 september in de VS op het World Trade Center verslechterde het imago van de moslims in Nederland. Echter het grootste gedeelte moslims dat nu in Nederland is zijn geseculariseerde moslims, zoals bijvoorbeeld de gastarbeiders. Er kwamen ook illegale immigranten naar Nederland toe. Er waren twee groepen illegale immigranten. De eerste groep bestond uit immigranten die geen verblijfsvergunning aan hadden gevraagd en toch in Nederland woonden. De tweede groep bestond uit immigranten die wel een verblijfsvergunning hadden aangevraagd, maar die niet hebben gekregen en toch in Nederland verbleven.


[1]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 47

[2]

Ontleend aan de site: Migratiemotieven 1995-2003[2]Schrijver: CBShttp://www.nieuwsbank.nl/inp/2000/01/0101E017.htm, 22-12-2009

[4]

Ontleend aan de site:Schrijver: CBS,

http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/A0BB79A2-9E74-4A0A-BC3B-67069934EA40/0/2004k3b15p010art.pdf, 22-12-2209

In 1991 werd het overheidsbeleid t.o.v. immigranten aangescherpt. De overheid ging de illegale immigranten actief het land uitzetten. ‘Witte illegalen’, illegalen die langer dan 5 jaar in Nederland woonden, belasting betaalden, een sofinummer hadden en geen overlast veroorzaakten mochten blijven. In 2005 waren er tussen de 100.000 en 150.000 mensen illegaal in Nederland.

Doordat er in de politiek steeds meer discussies waren over immigratie en integratie is er in 1994 een nieuwe Vreemdelingenwet gekomen. Het uitgangspunt daarvan was dat Nederland alleen nog maar open moest staan voor vluchtelingen die écht opvang nodig hadden.

Doordat het erg bureaucratisch was duurde het vaak erg lang voordat immigranten wisten of ze mochten blijven. Ze konden niets anders doen dan afwachten. Vanaf 1998 werd er een nieuwe eis gesteld aan immigranten. Immigranten moesten voortaan inburgeren, waardoor ze beter zouden kunnen integreren. Voor 1998 konden ze dat ook al doen, maar vanaf 1998 werd het verplicht. In 2001 voerde de toenmalige staatssecretaris van Justitie een nieuwe Vreemdelingenwet in. Deze wet had dezelfde uitgangspunten, maar de regels werden aangescherpt. Er waren nu nog maar twee mogelijkheden: wel of niet een verblijfsvergunning. In 2007 werd het Generaal Pardon ingevoerd: iedereen die voor de invoering van de Vreemdelingenwet in 2001 asiel had aangevraagd, kreeg alsnog een verblijfsvergunning. Het beleid van de overheid sinds de jaren ’90 wil de immigratie zoveel mogelijk beperken door middel van een streng asielbeleid en door aan gezinshereniging hoge eisen te stellen.’[1]

Toen Oost-Europese staten lid werden van de Europese Unie konden immigranten uit landen als Polen, Hongarije en Roemenië legaal naar Nederland komen. In 2004 konden ze gemakkelijker aan een werk- en verblijfsvergunning komen. Sindsdien is hun aantal sterk gegroeid.

afb 17 immigratie

Immigratie 2008 verdeeld naar herkomst (als percentage van totale immigratie)[2]


[1]

Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 50,51, 52 en 53

[2]

Ontleend aan de site:Schrijfster: Johanna Nouri

http://www.vkblog.nl/bericht/264126/Waar_blijven_de_Marokkanen%3F, 22-12-2009

2.6 Conclusie

Vanaf 1900 blijven er steeds immigranten komen. Ze hebben hiervoor verschillende redenen. In het begin van de 20e eeuw waren het vooral passanten. Het waren voornamelijk arbeiders uit Duitsland, Polen, Slovenië, Italië en Spanje. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak kreeg Nederland voor het eerst in de 20e eeuw te maken met een grote groep vluchtelingen: de Belgen. Zij vluchtten naar Nederland toe, omdat Duitsland hun land bezette. Toen de oorlog voorbij was keerden ze weer terug naar België. Na de Eerste Wereldoorlog ging het slecht met de buitenlandse economieën, waardoor er veel vreemdelingen naar Nederland kwamen. Ze kwamen naar Nederland toe om te werken, bijvoorbeeld de dienstbodes uit Duitsland en de pindaverkopers uit China. Toen Hitler aan de macht kwam, kwamen er ook politieke vluchtelingen naar Nederland toe: de joden en de politieke tegenstanders van het nationaalsocialisme. De Nederlandse overheid liet echter niet meer iedereen toe, want ze was bang dat de vreemdelingen gevaarlijke ideeën mee naar Nederland brachten en bovendien wilde ze haar eigen arbeidsmarkt beschermen in tijden van economische crisis. Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Indië onafhankelijk. Daardoor emigreerden er veel blanke Indiërs en Indo-Europeanen naar Nederland toe.

De Molukkers wilden geen deel uitmaken van de eenheidsstaat Indonesië, zij wilden een eigen staat. Een grote groep van hen kon niet in overeenstemming komen met de regering en daarom besloot de Nederlandse regering om ze naar Nederland te halen. Zowel de Nederlanders als de Molukkers dachten dat het verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn. Het overheidsbeleid t.o.v. van de Molukkers was dan ook niet gericht op integratie. Uiteindelijk bleek dat ze niet meer terug konden, omdat het realiseren van een eigen staat onmogelijk was. Er was dus veel werkloosheid onder de Molukkers en ze waren slecht geïntegreerd.

Na de Tweede Wereldoorlog kon Nederland dankzij het Marshallplan beginnen aan de wederopbouw. Hiervoor waren vele arbeidskrachten nodig. Er waren te weinig Nederlanders om dit werk te (willen) doen en daarom ging de Nederlandse overheid over tot het werven van gastarbeiders uit het buitenland. Zo kwamen er in de jaren ’50 en ’60 veel Turkse en Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland toe. Ook van deze groep dacht de de overheid dat ze tijdelijk zouden blijven. Uiteindelijk bleek ook dat velen van hen in Nederland bleven en hun gezinnen lieten overkomen.

In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Hierdoor kwam er een grote groep Surinamers naar Nederland. De overheid besloot om de Surinamers, met de problemen van de Molukkers in het achterhoofd, beter op te vangen. Tien jaar na de Surinamers kwamen er ook emigranten uit Aruba en de Nederlandse Antillen naar Nederland toe. Zij kwamen vooral hierheen om te werken. Daarnaast kwamen er ook nog andere economische vluchtelingen. Zij kwamen vooral uit landen van de EU. Maar ook kwamen er in de jaren ’80, ’90 en in het begin van de 21e eeuw steeds meer politieke vluchtelingen uit landen die ver van Nederland af liggen, bijvoorbeeld Oeganda, Chili Afghanistan, Irak en Somalië. In Nederland groeit er vanaf de jaren ’80 een steeds groter ongenoegen tegenover de aanwezigheid van immigranten. Vooral tegen de Islam. Daardoor is het overheidsbeleid t.o.v. immigranten steeds strenger geworden. Sinds de jaren ’90 wil de overheid de immigratie zoveel mogelijk beperken door middel van een streng asielbeleid en door aan gezinshereniging hoge eisen te stellen. Immigratie is dus iets wat wel bij de 20e en 21e eeuw hoort, maar het werd en wordt steeds meer beperkt. 

Zie verder hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?