We hebben 147 gasten online

Hoofdstuk 3: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Hoofdstuk 3

Immigratie, een positieve of een negatieve invloed op de Nederlandse samenleving?

In de voorgaande hoofdstukken is gebleken dat er al vanaf 1500 sprake is van immigratie. Vanuit veel verschillende landen over de hele wereld zijn er mensen naar Nederland gekomen. Ze kwamen om verschillende redenen naar Nederland toe. Nederland anno 2009 zou verdeeld zijn in een 'wij' en een 'zij'. Zij, dat zijn de anderen, de buitenstaanders. Vaak worden daar buitenlanders mee bedoeld. De moeizame relatie tussen immigranten en autochtonen is een bekend verschijnsel. Maar wat hebben die immigranten eigenlijk voor Nederland betekend? Wat weten de Nederlanders daar eigenlijk vanaf? In dit hoofdstuk bekijken we de vraag: Hebben ze een positieve of een negatieve invloed gehad op Nederland?

3.1 De gouden eeuw

Arbeidsmigranten

In de gouden eeuw bloeide Nederland enorm op. Ze werd een van de grootste handelslanden van de wereld en Amsterdam was hét economisch centrum. Maar hoe komt het dat Nederland zo opbloeide?
Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen: Nederland lag gunstig aan zee, er was voldoende kapitaal aanwezig, er werden op grote schaal schepen gebouwd en ook de immigranten speelden daar een grote rol in. Antwerpen was altijd hét handelscentrum van de wereld geweest. Toen deze stad in 1585 bezet werd vluchtten er vele Antwerpse handelaren en ambachtslieden naar Nederland toe. ‘Dit had gezorgd voor een aanzienlijke toename van het aantal geschoolde arbeidskrachten. Vele vluchtelingen namen naast hun technische en commerciële kennis ook hun kapitaal en hun handelscontacten mee. Er werden nieuwe bedrijfstakken door ondernemers uit de Zuidelijke Nederlanden geïntroduceerd. Een groot aantal Zuid-Nederlandse textielproducenten vestigden zich in Nederland, met name in Leiden. De Leidse wolindustrie werd een van de belangrijkste van Europa.’[1]


[1] Ontleend aan: Kreek de, R. (2008), “Dynamiek en stagnatie”, P. 30 en 31

Periode Weefstoffen (stuks)

1580-1589 718

1590-1599 2169

1600-1609 6199

1610-1619 12948

1620-1629 29986

1630-1639 40982

1640-1649 35459

1650-1659 9361 afb 19 immigratie

Weefstoffen door de Sont vervoerd[1] Vrouwen aan het werk in een Leidsewolfabriek[2]

Door de economische groei in de gouden eeuw waren er veel arbeidskrachten nodig.
Veel van die vacatures werden opgevuld door buitenlandse arbeidskrachten. Zij deden vaak het werk wat de Nederlanders niet wilden doen.

Geleerden

Naast arbeidskrachten en handelaren kwamen er ook andere geleerden naar Nederland. Zij kwamen hier, omdat ze hier vrij waren en hun boeken konden laten drukken. Ze brachten hun kennis mee naar Nederland. ‘Veel beroemde Nederlandse wetenschappers en kunstenaars uit de 17e eeuw waren van buitenlandse afkomst, bijvoorbeeld de schrijver Joost van Vondel en de astronoom Simon Stevin.’[3]
afb 20 immigratie
Simon stevin

Protestanten

‘Nederlanders stonden en staan bekend in de wereld om hun zuinige en gierige karakter. Sommige historici zoeken hierin de verklaring van het economisch succes van Nederland. De historicus Weber dacht dat deze zuinigheid en gierigheid te maken had met het Protestantisme. Hij kwam met zijn stelling: ‘Het calvinisme zorgt voor economische groei’.

afb 21 immigratie

vb. van een protestantse kerk uit de 17e eeuw. Somber en zonder rechte toren.


 

[1] Ontleend aan: M. Carasso-Kok e.a., Geschiedenis van Amsterdam tot 1578-1650 (2004)
[2] Ontleend aan de site:Schrijver onbekendhttp://www.vvvleiden.nl/nl/leids-laken.html, 27-12-2009

[3] Ontleend aan: Verdonck, T. (2008) “Nederland immigratieland”, P. 6

Dat komt volgens hem, omdat Calvinisten vanwege hun geloofssfeer zeer zuinig zijn, hard werken en tucht belangrijk vinden.
Verkwisting, verspilling en een exorbitant leven keuren ze af. Daarom genoten ze zelf niet van het verdiende geld, maar werd het weer geïnvesteerd in economische activiteiten en dit bevorderde weer de economische groei.’[1]Veel protestanten waren van buitenlandse afkomst. Zij waren naar Nederland gevlucht, omdat ze in hun eigen land werden vervolgd en hier wel hun geloof mochten belijden. De Protestantse immigranten zouden dus ook een van de oorzaken kunnen zijn van de economische groei van Nederland in de Gouden eeuw.

3.2 Cultuur

De immigranten die naar Nederland kwamen brachten natuurlijk ook hun cultuur mee. Sommige immigranten pasten zich helemaal aan de Nederlandse cultuur aan, sommige behielden helemaal hun eigen cultuur, maar de meeste hebben hun cultuur ‘gemengd’ met de Nederlandse cultuur. Maar de Nederlanders namen ook dingen over van de cultuur van de immigranten.
De Duitse marskramers in de 19e en begin 20e eeuw hebben veel van hun cultuur naar Nederland gebracht. Ze introduceerden het warenhuis, de turnsport, de kerstboom en het pilsje. Vele marskramers vestigden winkels in Nederland. Sommige zagen hun bedrijf uitgroeien tot een heel imperium. Voorbeelden daarvan zijn Vroom & Dreesman, C&A, Peek & Kloppenburg, De winkel van Sinkel (in Utrecht) en Hünkemöller.
Naast Duitsers zijn er ook allerlei andere bevolkingsgroepen die hun cultuur meebrachten. Veel immigranten introduceerden hun traditionele keuken in Nederland, bijvoorbeeld de Chinezen. In 1920 opende het eerste Chinese restaurant in Rotterdam. Mensen die veel en goedkoop wilden eten, konden het best naar een Chinees restaurant gaan. Begin jaren ’50 begon het karakter van het Chinese restaurant te veranderen. Door de komst van de Indiërs groeide de behoefte naar Indisch eten en veranderden vele Chinese restaurants in Chinees-Indische restaurants. Verder zijn er in Nederland ook veel restaurants van de Griekse, Turkse, Marokkaanse en Italiaanse keuken.
afb 22 immigratie
Chinees restaurant in Nederland Grieks restaurant in Nederland

[1] Ontleend aan: Kreek de, R. (2008), “Dynamiek en stagnatie”, P. 6

3.3 Invullers van vacatures

In de gouden eeuw hebben de immigranten veel werk gedaan waar te weinig Nederlanders voor waren of wat Nederlanders niet meer wilden doen. Door de stijging van de welvaart kwam en komt Nederland mensen tekort voor het ‘zwaardere’ en ‘vuilere’ werk. Dit was niet alleen zo in de gouden eeuw.
Na de Tweede Wereldoorlog kon Nederland dankzij de hulp van het Marshallplan beginnen aan de wederopbouw van Nederland. Nederland bloeide in de jaren ’50 weer helemaal op. Dat is mede mogelijk gemaakt door immigranten. Er waren namelijk na de oorlog te weinig arbeidskrachten. Nederland ging over tot de werving van gastarbeiders. Zij deden vaak het zwaardere en het vuile werk waar de Nederlanders hun neus voor ophaalden en vulden de leegstaande vacatures op.
Dit is nu nog steeds zo. Steeds meer immigranten werken in fabrieken, bij schoonmaakbedrijven, in de horeca en in de glas- en tuinbouw. Dit werk trekt Nederlanders niet meer voor het loon wat ze ervoor krijgen.

We hebben een interview gehouden met Rien van den Berg uit Deurne en hij werkt in de pluimveehouderij. Hij heeft twee Polen en twee mensen uit Oekraïne in dienst in zijn bedrijf. Hij vertelde dat het erg moeilijk is om autochtone mensen te vinden die in de agrarische sector willen werken. Nederlandse mensen zijn meestal niet gemotiveerd om te werken in deze sector. Ze willen als het ware ‘de handen niet vuil maken’. De meesten hebben daar gewoonweg geen zin in. Rien van den Berg is bang dat over een aantal jaren er nog maar weinig bedrijven overblijven die werkzaam zijn in deze sector. Hij denkt dat wanneer we geen buitenlanders aantrekken om te komen werken op agrarische bedrijven, pluimveebedrijven, rundveebedrijven en alle andere sectoren die met de landbouw te maken hebben, er over een aantal jaren niets meer over is. We hebben buitenlandse arbeiders hard nodig om de economie draaiende te houden. Deze mensen zijn vaak wel bereid om het werk te doen, omdat in het land van herkomst niet veel werk is en de lonen laag zijn. Voor de rest van het interview, zie bijlage 7.

‘Nu, in tijden van crisis, heerst er in de politiek de angst voor zware concurrentie van goedkope allochtone arbeidskrachten. Dat zou de economie en de werkgelegenheid kunnen schaden. Maar uit het onderstaande krantenbericht blijkt juist dat allochtone Nederlanders in tijden van crisis juist als eerste ontslagen worden. Uit Eindhovens dagblad:
Allochtoon vliegt er in crisistijd sneller uit.
Amsterdam/Tiblurg-‘Allochtonen komen bij ontslagrondes sneller op straat dan autochtonen. Bij recessies raken ze eerder hun baan kwijt dan autochtonen. Discriminatie speelt daarbij een rol. Dat zeggen Martha Meerman, organisatiepsycholoog van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies en Hans Siebers, universitair hoofddocent Organisatiewetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Sinds het begin van de crisis, najaar 2008, hebben volgens het CBS van elke duizend niet-westerse allochtonen 43 mensen hun baan verloren. Bij autochtonen verloren dertien van de duizend werknemers hun baan. ,, leidinggevenden die moeten snijden laten eerder het oog vallen op medewerkers van de minderheidsgroep’’, zegt Siebers, die onderzoek deed naar multiculturaliteit op de werkvloer. Meerman: ,,Het is altijd al zo dat allochtonen worden gediscrimineerd op hun achternaam. Dat kan ook bij ontslag zo zijn: als een werkgever minder mensen nodig heeft, neemt hij zo min mogelijk risico.’’ Ook de slechtere arbeidsmarktpositie speelt een rol. Zo zitten allochtonen vaak in uitzendbanen of op tijdelijke contracten. Dat zijn de banen die het eerst verdwijnen, stelt werkgeversvereniging AWVN. Bovendien werkt last in, First out-principe tegen hen, waarbij wie het laatst in dienst kwam, er eerder uit moet. Maar die praktische redenen zijn volgens Siebers niet het hele verhaal: uitsluiting en etnische ongelijkheid speelt altijd een rol op de werkvloer. In elke recessie vliegen minderheden er sneller uit.’[1] Ook vergeten mensen vaak dat immigratie Nederlandse bedrijven en arbeidsplaatsen kunnen redden. Juist bedrijven die op het scherp van de snede op de markt opereren, gaan snel failliet als er teveel of te weinig werknemers zijn. Een snelle, tijdelijke uitbreiding van het werknemersbestand met ervaren en onderlegde immigranten kan dan een uitkomst blijken.’[2]

[1] Schrijver onbekend(2010), ‘Allochtoon vliegt er in crisistijd sneller uit’, in: Eindhovens dagblad, jaargang 98, 1e kwartaal nummer 32, 08-02-10, binnenland pagina 4

[2]Ontleend aan de site:Schrijvers: Piet Emmer en Hans Wansink

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article998091.ece/Werkende_migranten_van_harte_welkom, 27-12-09

Daarnaast zouden immigranten een oplossing kunnen zijn voor het probleem van de vergrijzing in Nederland. ‘Jérôme Caille, bestuursvoorzitter van het uitzendconcern Adecco, is ervan overtuigd dat arbeidsmigratie dé oplossing is voor het toenemende vergrijzingsprobleem in Europa. De integratieproblemen waar immigranten tegen aan lopen, zijn volgens hem ondergeschikt aan de enorme moeilijkheden die zich straks opdringen door de vergrijzing. Een onderzoek heeft aangetoond dat 30 procent van de Europeanen in 2050 ouder is dan 65 jaar. Als er niets verandert, brengt Europa nog maar 10 procent van de wereldproductie voort. Nu is dat 18 procent. Dat zal zeker gevolgen hebben voor de welvaart hier. Afgezien nog van onbetaalbare pensioen- en zorgkosten. Immigratie heeft volgens Caille bovendien vooral voordelen. Hij erkent de aanpassingsproblemen die er 'in het begin' zijn. 'Maar neem de Verenigde Staten, immigrantenland bij uitstek. De meeste Amerikaanse immigranten dragen bij aan de productiviteit van het land. De VS lopen economisch voorop in de wereld. Dan kun je niet beweren dat immigratie slecht is voor een land.’[1]

[1] Ontleend aan de site:Schrijfster: Yvonne Doorduynhttp://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article969146.ece/Immigratie_oplossing_vergrijzing

afb 23 immigratie


[1] Ontleend aan de site:Schrijvers: Piet Emmer en Hans Wansink

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article998091.ece/Werkende_migranten_van_harte_welkom, 27-12-09

3.4 Negatieve klanken

‘De laatste 30 jaar zijn de ervaringen met immigranten niet erg positief geweest. Dit resulteerde in een steeds strengere Vreemdelingenwet. ‘Na 1980 heeft immigratie een slechte naam gekregen, want toen veranderde de samenstelling van de immigranten. Naast goed opgeleide arbeidskrachten kwamen er immigranten die zich zonder een beroep op de Nederlandse verzorgingsstaat niet zelfstandig konden handhaven. Dat waren vooral de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, die (buiten hun schuld) hun baan in de industrie verloren en veelal huwelijkspartners en kinderen hadden laten overkomen. Daarnaast kwam er een grote asielstroom op gang die (mede als gevolg van jarenlang gedwongen nietsdoen in afwachting van de uitkomst van de toelatingsprocedure) grote moeite hadden met betaald werk te vinden. Uit de Antillen ten slotte komen de laatste jaren vooral ongeschoolde criminele jongeren naar Nederland.
Zo is migratie een kostenpost en een bron van ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen geworden. De migranten bleken de laatste dertig jaar slechter geschoold en gekwalificeerd, vaker ziek, invalide, werkloos, arbeidsongeschikt en crimineel en minder ondernemend dan de gemiddelde Nederlander. Gemiddeld genomen waren ze onvoldoende productief en deden ze een onevenredig groot beroep op de collectieve voorzieningen.’[2]
Ook is de cultuur van immigranten niet altijd even gemakkelijk om te combineren met de Westerse cultuur. Dat wordt vooral toegespitst op de Islam. De radicale moslims bepalen steeds meer het negatieve beeld dat de Nederlanders van moslims hebben. ‘Dit beeld werd versterkt toen Khomeini, een Iraanse moslimleider, in een fatwa de moslims opriep om de schrijver Rushdie te vermoorden. Volgens Khomeini had hij de Islam beledigd in zijn boek ‘The Satanic Verse’. Ook de aanslagen op 11 september in de VS op het World Trade Center verslechterden het imago van de moslims. De moslims in Nederland werden op de gebeurtenissen op 11 september aangekeken. Echter het grootste gedeelte moslims in Nederland zijn.


[1] Ontleend aan de site:Schrijfster: Yvonne Doorduynhttp://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article969146.ece/Immigratie_oplossing_vergrijzing
[2] Ontleend aan de site:Schrijvers: Piet Emmer en Hans Wansink

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article998091.ece/Werkende_migranten_van_harte_welkom, 27-12-09

geseculariseerde moslims, zoals de gastarbeiders uit de jaren ’50 en ’60. Zij voelden zich ineens minder welkom. Moslims en niet-moslims werden nog meer van elkaar verwijderd. In deze sfeer werd in 2002 Pim Fortuyn vermoord, 'gelukkig' door een autochtone dierenactivist. Bijna twee en een half jaar later werd filmmaker Theo van Gogh vermoord door een moslim. Hij had in diverse columns de islam en de moslims hard aangepakt. Ook had hij samen met Ayaan Hirsi Ali een film gemaakt die veel moslims als godslasterlijk en kwetsend bestempelden.
‘Ook de politieke partij de PVV met Geert Wilders versterkt weer het anti-immigranten gevoel. Deze partij benadrukt de negatieve kanten van immigratie. Deze partij die zou het liefst de hele immigratie stop zetten.

[1] 3.5 Conclusie


Zonder migratie was een welvarend Nederland nooit tot stand gekomen. Vanaf de zestiende tot diep in de twintigste eeuw hebben arbeidsmigranten een belangrijke bijdrage geleverd aan de groei van de Nederlandse economie. Onze geschiedenis laat zien dat migratie voordeel kan opleveren voor het welzijn en de welvaart in Nederland. In de Gouden Eeuw hebben vele immigranten door middel van hun kennis en kapitaal gezorgd voor een economische groei. Niet alleen in de Gouden Eeuw, maar ook in de 20e eeuw hebben immigranten een positieve invloed gehad op de economie. Ze vulden de vacatures op die de Nederlanders niet wilden vervullen. Ze werken vaak hard voor een laag loon. Daardoor worden vele bedrijven gered. Als er geen immigranten waren zouden zij niet verder voort kunnen bestaan. Ook een positief punt is de cultuur die de immigranten meebrachten. Ze brachten hun traditionele keuken mee naar Nederland toe en dat viel erg in de smaak bij de Nederlanders. Ook in de toekomst zouden immigranten nuttig kunnen zijn. Ze zouden een oplossing kunnen zijn voor het vergrijzingsprobleem in Nederland. De laatste 30 jaar zijn er steeds meer negatieve klanken over immigranten. Dat komt doordat de samenstelling van immigranten is veranderd. Er kwamen steeds meer immigranten die zich zonder een beroep op de Nederlandse verzorgingsstaat niet zelfstandig konden handhaven. Ook moeten asielzoekers lang wachten voordat ze weten of ze een verblijfsvergunning krijgen, met als gevolg dat ze moeilijk aan betaald werk komen. De immigranten die de laatste 30 jaar naar Nederland zijn gekomen, zijn minder productief en doen vaker een beroep op de collectieve voorzieningen. Ook naar de cultuur, vooral de Islam, van de immigranten wordt steeds negatiever gekeken. De radicale moslims bepalen grotendeels het beeld van de Nederlanders over de moslims. Toch wegen deze negatieve dingen niet op tegen de positieve. De immigranten zijn een belangrijke factor geweest om Nederland een economisch groot land te maken. Ondanks dat ze steeds minder productief zijn, heeft Nederland immigranten nodig, ook in de toekomst.


[1]Ontleend aan de site:Schrijver onbekend:

http://www.pvv.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=788&Itemid=139

Zie verder hoofdstuk 4 Hoofdstuk 4: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?