We hebben 186 gasten online

Hoofdstuk 4: Immigratie in Nederland, een verrijking of verarming?

Gepost in Praktische opdrachten

Hoofdstuk 4

Immigratie- en integratiebeleid in Nederland

We willen in dit hoofdstuk iets gaan vertellen over het immigratie- en het integratiebeleid van Nederland. Ook schenken we aandacht aan het moderne migratiebeleid dat de overheid in wil gaan voeren. We willen te weten komen hoe integratie door de jaren heen is ontwikkeld. Na het verwerken van deze punten hopen we hier wat meer duidelijkheid over te krijgen.

Immigratie is het vestigen in een ander land of gebied. Een immigrant is een inkomend landverhuizer. In sommige landen komen veel immigranten, waardoor ze een migratiebeleid hebben opgesteld. In dit beleid staat hoe een land om moet gaan met de immigranten, hoeveel immigranten er worden toegelaten en aan welke eisen immigranten moeten voldoen om het land binnen te mogen. De oorzaken van immigratie zijn meestal: het beroep wat men uitoefent, de politieke en economische situatie in een land, vervolging in het land van herkomst en familiehereniging.

4.1 Het integratiebeleid

Na de Tweede wereldoorlog besloten 16 West-Europese landen in 1948 te gaan samenwerken. Ze wilden een gezamenlijke wederopbouw van het gebied. Handelsbelemmeringen werden opgeheven. Dit was nodig omdat ze anders geen economische steun van Amerika zouden krijgen. Dit was de eerste vorm van integratie die Nederland meemaakte.
Tot laat in de jaren ’50 was er in Nederland sprake van emigratie. Veel mensen vertrokken, omdat het land in puin lag als gevolg van de oorlog. Door de buitenlandse hulp ging het snel weer redelijk met de economie. Maar er waren te weinig arbeiders om de wederopbouw snel te laten verlopen.
In het begin van de jaren ’60 had Nederland arbeiders nodig voor metaal, textiel, scheepsbouw en bouwnijverheid. In landen rond de Middellandse Zee ging het toen der tijd niet goed met de economie. Er waren veel werklozen. Daarom werd in augustus 1960 een brief naar Spanje gestuurd, met de vraag of men arbeiders naar Nederland kon sturen. In maart 1960 kwamen er Italiaanse arbeidskrachten ons land binnen. Ook uit Marokko, Turkije, Suriname en de Nederlandse Antillen kwamen gastarbeiders.
Vanaf de 2e helft van de jaren ’80 kwamen er veel asielzoekers uit Afrikaanse en Aziatische landen. Deze mensen brachten

allemaal een andere cultuur mee. Vandaar dat veel migranten worden gezien als etnische minderheden. Vaak gaan immigranten in grote steden wonen waardoor er concentratiewijken kunnen ontstaan van etnische minderheden. Sinds het begin van de jaren ’80 is het integratiebeleid gericht op de totstandkoming van een gelijkwaardige samenleving.
Er worden ongeveer 1.6 miljoen etnische minderheden geteld in Nederland. Dat is 10% van de totale Nederlandse bevolking. Het grootste deel van de minderheden wordt gevormd door de eerste generatie Turken en Marokkanen die de Nederlandse taal niet beheersen. Deze mensen hebben zich nauwelijks aangepast aan de Nederlandse samenleving. Ze hebben vaak geen sociale contacten met de autochtone Nederlandse bevolking. De kinderen van deze eerste generatie beginnen hun leven met een taalachterstand en kiezen meestal een huwelijkspartner uit het land van herkomst.
Over het algemeen hebben Surinamers en hoogopgeleide vreemdelingen zich het beste aangepast aan de Nederlandse samenleving.
De afgelopen 10 jaar is de positie van deze minderheden verbeterd. De werkloosheid is afgenomen en de kinderen van etnische minderheden presteren beter op school. Er is een integratiebeleid gekomen, omdat integratie in de Nederlandse samenleving niet altijd vanzelf gaat.

- Wat wil men met het integratiebeleid bereiken?

In Nederland wonen verschillende groepen mensen door elkaar. Toch wordt er gesproken van één Nederlandse samenleving, omdat bewoners van Nederland met elkaar verbonden zijn door gemeenschappelijke en gelijke vrijheden, rechten, plichten en verwachtingen. Burgerschap is belangrijk in de Nederlandse samenleving. Daarom vindt de overheid het belangrijk dat immigranten dit burgerschap accepteren. De overheid wil dat iedereen dezelfde taal spreekt, dat er overeenstemming is over de basisormen en – waarden en dat we elkaar de ruimte geven om aan deze voorwaarden te voldoen. Iedereen moet deel kunnen nemen aan de Nederlandse samenleving op sociaal, economisch, cultureel, juridisch en politiek niveau.

- Hoe wordt het integratiebeleid bereikt?

Om het burgerschap te bereiken is het belangrijk dat iedereen die in Nederland woont dezelfde taal spreekt. Ook zou iedereen op een goede manier met elkaar om moeten gaan. Het integratiebeleid is gericht op het actieve burgerschap van etnische minderheidsgroepen. Integratie moet dus van twee kanten komen, alleen zo kan er optimaal gebruik worden gemaakt van de vrijheden en de rechten die het burgerschap met zich meebrengt. De mate waarin immigranten integreren hangt van henzelf af. Een immigrant zou moeten beschikken over de vaardigheden die nodig zijn om een zelfstandig leven op te bouwen. Er moet wederzijdse acceptatie komen op basis van gemeenschappelijke normen en waarden. Onze samenleving zou open moeten staan voor etnische minderheden en allochtonen. Door middel van een integratiebeleid wil de overheid bereiken dat allochtonen en minderheden makkelijker deel kunnen nemen aan het onderwijs, de opvoeding, de gezondheid, de arbeidsmarkt, de vrije tijd en de cultuur in Nederland. Ook wil de overheid het welzijn van de vreemdelingen, zoals de samenleving in de wijken en buurten, verbeteren.
Minister van Boxtel heeft hierover de volgende uitspraak gedaan: ‘Van personen uit minderheidsgroepen die zich in Nederland willen vestigen, mag worden verwacht dat zij zich inspannen om actief te participeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zij dienen zich te ontwikkelen tot oordeelkundige en mondige burgers, tot volwaardige leden van de samenleving. Autochtone Nederlanders dienen de nieuwe bevolkingsgroepen hiertoe ruimte te geven. Op maatschappelijke instellingen en organisaties rust een bijzondere plicht. Zij kunnen immers de verdeling van maatschappelijke goederen in belangrijke mate beïnvloeden.’[1]

4.2 Integratiebeleid door de jaren heen

Integratie in de jaren ‘60

Er was in deze jaren geen sprake van integratiebeleid. Gastarbeiders mochten hun eigen identiteit, taal, religie en gewoontes behouden, omdat er werd gedacht dat ze tijdelijk zouden blijven. De gastarbeiders hoefden zich niet aan te passen, omdat ze zo makkelijker terug konden naar het land van herkomst.

Integratie in de jaren ‘70

Er was in deze jaren nauwelijks sprake van integratiebeleid. Inwoners van Nederland merkten wel dat veel gastarbeiders hun gezin lieten overkomen uit het land van herkomst. De overheid hoopte dat deze gastarbeiders weer terug zouden keren naar het land van herkomst. De arbeiders dachten dat zelf ook, maar door financiële problemen waren velen gedwongen om in Nederland te blijven. Er werd onderwijs gegeven aan de arbeiders in eigen taal en cultuur. Dit onderwijs was toegestaan, omdat het dan makkelijker was voor de arbeiders om terug te keren naar het land van herkomst.
In de jaren ’70 zijn veel Surinamers naar Nederland gekomen. Opvangcentra boden deze mensen onderdak en directe hulp. Vanuit de centra’s werden Surinamers over heel Nederland verspreid. De achterliggende gedachten van de verspreiding is dat de integratie dan bevorderd werd. De verspreide Surinamers behoorden tot de Hindoestaanse groep afkomstig van het platteland. Deze groep sprak slecht Nederlands en het opleidingsniveau was laag. Sommigen raakten geïsoleerd van andere Hindoestanen en waren moeilijk bereikbaar voor Surinaamse welzijnsinstellingen. Een deel van de Hindoestanen trok naar grote steden, waar familieleden en vrienden woonden.

Integratie in de jaren ‘80

In het midden van de jaren ’80 kwam de discussie over het integratiebeleid op gang. Als een gastarbeider met zijn gezin wilde blijven in Nederland, moest hij een plek in de Nederlandse maatschappij verwerven. Er werd geen onderwijs meer gegeven aan de gastarbeiders in eigen taal. Wel mochten ze hun eigen cultuur behouden. Niet- westerse allochtonen waren vaak laag opgeleid, werkloos, leefden van een uitkering en belandden vaak in de criminaliteit. Het integratiebeleid zou de achterstand van deze allochtonen voor een groot deel moeten verminderen. Er kwam meer aandacht voor het Nederlands onderwijs en er werden speciale programma’s opgesteld om allochtonen te helpen op de arbeidsmarkt.

Integratie vanaf de jaren ‘90

Veel allochtonen hadden in deze jaren te maken met een achterstand. Surinaamse vrouwen waren een uitzondering, deze vrouwen hadden vaak een betere baan dan autochtone Nederlandse vrouwen.
De groep die het best geïntegreerd was in Nederland, waren de Surinamers. Hierna kwamen de Turken, de Marokkanen en de Antilianen.
Nederland is in de jaren ’90 kritisch gaan kijken naar de multiculturele samenleving. De aandacht werd gelegd op eigen verantwoordelijkheid van de allochtonen. Allochtonen moesten een inburgeringcursus gaan volgen. [2]


[1]Boxtel, minister van (2000), http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/4477336/ 01-12-09

[2] Lidewij, C.J. (2009), http://nl.wikipedia.org/wiki/Immigratiebeleid_(Nederland) 10-12-09 

Immigratie vanaf 2000

Van 2003-2006 was Rita Verdonk minister voor vreemdelingenzaken en integratie van de VVD. Er kwam een terugkeerbeleid voor asielzoekers en het toelatingsbeleid voor gewone immigranten werd strenger. Als een legale allochtoon een partner uit het buitenland wilde laten overkomen, moest deze partner minimaal 120% van het wettelijke minimumlooninkomen verdienen. Ook moest de legale allochtoon kunnen zorgen voor zijn of haar partner. Migranten moesten in het land van herkomst aan een inburgeringexamen deelnemen. Deze wet ‘inburgering in het buitenland’ werd op 15 maart 2006 ingevoerd. De leeftijdgrens om partners uit het land van herkomst over te laten komen werd verhoogd van 18 naar 21 jaar. In de jaren dat Rita Verdonk minister was, daalde het aantal migranten in Nederland van 135.000 in 2001, naar 90.000 in 2005. In 2006 nam het aantal immigranten weer toe tot 100.000. De emigratie was in deze jaren hoger dan de immigratie. Met het nieuwe immigratiebeleid wil Rita Verdonk kansarme migranten blijven weren, maar selectiever. Ze wil tegemoetkomen aan de behoefte van het bedrijfsleven en migranten binnenhalen die een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse economie. Deze migranten moeten sneller en eenvoudiger in Nederland binnen kunnen komen. Het huidige systeem is daarvoor te bureaucratisch. Nederland heeft meer kenniswerkers nodig om onze kenniseconomie en innovatie te verbeteren. Er moeten vooral goedkope arbeidskrachten komen, zoals seizoenarbeiders. Het nieuwe toelatingsmodel moet rekening gaan houden met deze verschillen.[1]
In 2007 trad Nebahat Albayrak van de PvdA aan als staatssecretaris van justitie. Bij deze functie hoorde ook het vreemdelingenbeleid. Ze voerde een minder streng beleid dan Rita Verdonk. Het aantal migranten naar Nederland steeg in 2007 naar 118.000 en in 2008 naar 141.000. Ministers, zoals Eberhard van der Laan (PvdA), maakten zich zorgen over het aantal migranten, omdat het onmogelijk was voor Nederland om dit grote aantal in te laten burgeren. Maatregelen om partnermigratie uit Turkije en Marokko tegen te gaan hadden tijdelijk succes, omdat er meer partners uit herkomstlanden als Irak, Somalië en Afghanistan werden gehaald. Vreemdelingen hielden zich niet aan de immigratieregels, ze haalden nieuwe partners eerst naar de EU. Het omzeilen van de Nederlandse migratieregels komt niet alleen voor bij partnermigratie. Migranten vestigen zich in een EU- land met soepele regels, zoals Spanje, waar vaak een generaal pardon wordt uitvaardigd. Op basis van de Europese regels mogen immigranten zich vervolgens in ieder land van de EU vestigen.[2]4.3 Het Immigratiebeleid

In veel westerse landen wordt alleen nog maar politieke migratie erkend. De meerderheid van de migranten zijn economische migranten. Ze zoeken een beter bestaan in Europa. Via de media en via verwanten krijgen een vertekend beeld over de westerse wereld. Overheden in Europa vrezen ervoor dat deze migranten moeilijk integreren in het land waar ze zich gaan vestigen. Ook het sociale systeem in dit land zou onder druk komen te staan. Omdat er vergrijzing is in de wereld en China en India in opkomst zijn als economische grootmachten, is de economische druk om te migreren erg groot. Mensen uit de derde


[2] 1.Olgun,Ahmet (2002), ‘De snelle opmars van het Kamerlid Nebahat Albayrak’, NRC Handelsblad, 18-02-02
2. Dongen, Menno van & Meerhof, Ron (2007), ‘Ik ben zo trots op ons’, De Volkskrant, 05-01-07
3. Universiteit Leiden (2007), ‘Mr. N. Albayrak’, http://www.parlement.com/9291000/biof/02202, 13-12-09

wereld kunnen hier meer loon verdienen dan in het land van herkomst. Doordat er veel maatregelen zijn genomen om immigratie tegen te gaan, verdwijnen velen in de illegaliteit.

Reacties op immigratie

Veel landen proberen immigratie te beperken. Vaak beperken ze deze immigratie om economische redenen. Arbeidskrachten uit landen met een lage levensstandaard krijgen opeens veel meer loon dan dat ze gewend zijn. Hiermee verlagen ze de levensstandaard van de natie in het land van herkomst. Als er veel immigranten komen met een andere cultuur kan de cultuur in het land waar ze zich gaan vestigen worden aangetast.
Vanaf de jaren ’80 heeft de groei van het aantal immigranten geleid tot een ontwikkeling van politieke partijen in Europa die zich bezighouden met het beperken van immigratie. Er zijn landen in de wereld die immigratie juist aansporen zoals: - VS- Israël- Canada- Nieuw-Zeeland- Australië

Deze naties laten immigranten binnen, om openstaande vacatures te vervullen die in eigen land niet vervuld kunnen worden.
Een aantal vrije-markt liberalen geloven dat een globale arbeidsmarkt zonder beperkingen op immigratie de globale welvaart zal verhogen. Anderen zeggen juist dat als er verschillen zijn tussen hoge- en lage loonlanden, en dat immigratie op basis van uitnodiging moet plaatsvinden. In de landen die immigratie toestaan, wordt vaak gediscussieerd over het aantal immigranten, het beleid dat ze moeten hanteren en de implementatie van de immigranten. Milieuactivisten spreken de laatste jaren vaak over immigranten, omdat er sprake is van overbevolking in sommige landen. Als het aantal immigranten beperkt kan worden, betekend dat minder vervuiling en minder uitstoot van broeikasgassen.

Immigratiebeleid in Nederland

Nederland was voor de nieuwe wetgeving een populair land om een nieuw bestaan op te bouwen. Door deze nieuwe wetgeving is het niet makkelijk om als buitenlander in Nederland te blijven. Economische vluchtelingen worden het land uitgezet. Immigranten die met een Nederlander zijn getrouwd kunnen niet meer zo gemakkelijk bij hun partner blijven. Nederlanders met een partner buiten de EU worden gedwongen in een ander EU-land een bestaan op te bouwen, omdat de overheid vindt dat teveel huwelijken uit economische redenen worden gesloten.
Nederland hanteert samen met Denemarken een streng immigratiebeleid. De maatregel om huwelijken tussen een Nederlander en een allochtoon tegen te gaan in Nederland, is tegen de Europese grondregels van vrije partnerkeuze. Nederlanders die met een allochtoon willen trouwen zien de problemen niet die de buitenlandse partner mee zouden kunnen brengen.
Door het gevoerde beleid komen minder mensen naar Nederland, terwijl de vergrijzing wordt bestreden door geschoolde arbeidskrachten te importeren. Dit is ten nadele van de derde wereld waar een ‘brain drain’ plaatsvindt.[1]

4.4 Modern migratiebeleid

Veel immigranten komen naar Nederland om te studeren, te werken of om bij hun gezin te zijn. Nederland wil een welvarend land blijven, met een open economie, bloeiende cultuur en wetenschap op hoog niveau. De welvaart, welzijn en internationale concurrentiepositie in Nederland kan worden versterkt door werknemers en kennis uit het buitenland te halen. Het is daarom belangrijk dat Nederland openstaat voor talent uit het buitenland. Bij elke aanvraag moet worden gekeken of diegene een bijdrage kan leveren aan de Nederlandse samenleving. Kan een persoon geen bijdrage leven, dan moet de Nederlandse overheid streng zijn. Het nieuwe wetsvoorstel Modern Migratiebeleid is naar de Tweede Kamer gestuurd. Als de Eerste Kamer ook akkoord gaat, treed deze wet in werking. Dit is in 2011.

Punten uit het moderne wetsvoorstel:

Als het doel van het verblijf in Nederland kan bijdragen aan het doel van onze samenleving, zou het migratieproces versoepeld moeten worden. Met dit nieuwe voorstel wordt het voor bedrijven en ondernemingen makkelijker om gewilde werknemers uit het buitenland over te laten komen. Procedures om Nederland binnen te komen worden voor deze werknemers vereenvoudigd. Het modern migratiebeleid regelt dat vreemdelingen op basis van een inreisvisum meteen na melding bij de IND een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Deze verblijfsvergunning is geldig voor de gehele periode dat de vreemdeling in Nederland wil verblijven. Dus de vreemdeling zou met de vernieuwde wetgeving de vergunning niet steeds hoeven te verlengen.

[2] 4.5 Immigratiebeleid op losse schroeven gezet

In de Volkskrant stond de volgende stelling:’ immigratie die niet aansluit bij de noden van de arbeidsmarkt komt neer op het importeren van een onderklasse’
‘Nederland houdt zich niet goed aan het immigratiebeleid. De enige maatregel die nog geldt is dat beide partners 21 jaar moeten zijn om voor huwelijksmigratie in aanmerking te komen. Het CDA houdt zich vast aan de inkomenseis van 120% van het minimumloon voor het laten overkomen van een partner. De PvdA vindt 100% van het minimumloon voldoende. In 2001 trouwde 56% van de Turken en Marokkanen met een partner uit het land van herkomst. In 2006 was dit percentage gehalveerd met 27%. Het aantal analfabeten dat via huwelijksmigratie Nederland binnenkomt, is ook gedaald. Mensen mogen naar Nederland komen als ze zich financieel zelfstandig kunnen redden. Het kabinet Balkenende IV heeft het vreemdelingenbeleid van Rita Verdonk in de agenda staan. Minister Hirsch Ballin van justitie is na de uitspraak van de rechters die het beleid onderuit gehaald hebben in


[1] Vincent en Aeger (2004), http://www.scholieren.com/werkstukken/19987 10-12-09

[2] Ministerie van financiën (2008), http://www.justitie.nl/onderwerpen/migratie/immigratie/modern-migratiebeleid/index.aspx 10-12-09

hoger beroep gegaan. Als dit hoger beroep niets oplevert, gaat het kabinet zich bezighouden met de vraag: ‘Hoe kan de bestaande wetgeving gerepareerd worden?’ Nederland zou zelf moeten kunnen uitmaken wie ze onder welke voorwaarden willen toelaten. Afspraken in EU-verband over immigratie zijn nuttig en noodzakelijk, maar de Europese richtlijnen kunnen niet als dé kennis worden aangenomen. Immigranten die niet bruikbaar zijn voor het verbeteren van de arbeidsmarkt belanden in een onderklasse. De gezinshereniging van de vorige eeuw heeft tot veel integratieproblemen geleid.’

[1] 4.6 Conclusie

Na het verwerken van dit deelonderwerp zijn we erachter gekomen dat er een integratiebeleid is om een gelijkwaardige samenleving te creëren. Vreemdelingen moeten het Nederlandse burgerschap accepteren. Ze moeten actief deelnemen aan het burgerschap. van de andere kant moeten Nederlanders openstaan voor allochtonen en etnische minderheden.

Vanaf de jaren ’80 moeten vreemdelingen aan een aantal voorwaarden voldoen om in de Nederlandse samenleving te mogen wonen: ze moeten een plaats verwerven in de maatschappij. Vanaf de jaren ’90 moeten deze vreemdelingen ook inburgeren. Vanaf 2000 is er een terugkeerbeleid en een strengere toelating voor vreemdelingen gekomen.
Het immigratiebeleid is er gekomen, omdat integreren voor sommigen moeilijk verloopt. Mensen die niet goed konden integreren belandden vaak in de illegaliteit. De verschillende culturen tastten de Nederlandse cultuur aan. Er kwam een streng en selectief beleid in Nederland.
Vanaf 2011 gaat de Nederlandse overheid kijken naar de bijdrage die vreemdelingen leveren aan de Nederlandse samenleving. Zo wordt het voor bedrijven eenvoudiger om goede arbeiders over te laten komen. Deze arbeiders krijgen dan een verblijfsvergunning voor de gehele periode dat ze in Nederland willen verblijven. Zo hoeven ze niet steeds de vergunning te verlengen.