We hebben 115 gasten online

PO Deel 2 De Eerste Wereldoorlog

Gepost in Praktische opdrachten

met dank aan Sandra van Mill lio

verschrikkingen loopgraaf

1.1 Drie kruitvaten en een moord

Inleiding

In het jaar 1900 werd in Parijs een wereldtentoonstelling gehouden. De landen konden daar aan elkaar laten zien hoever ze waren op het gebied van wetenschap en techniek. De bezoekers van de tentoonstelling keken hun ogen uit. Er waren allerlei nieuwe uitvindingen. Elektriciteit bijvoorbeeld; voor wie zijn huis nog moest verlichten met kaarsen en olielampen leek het een sprookje. Ook waren er rollende trottoirs waarmee je je kon verplaatsen zonder te lopen. Bezoekers vielen van de ene verbazing in de andere. Door dit soort nieuwigheden had men rond 1900 veel vertrouwen in de toekomst. Wetenschappers deden uitvindingen die het leven nog gemakkelijker konden maken. Veel mensen dachten dat welvaart en comfort almaar zouden groeien. Er waren er maar weinig die voelden dat de wereld binnen korte tijd in een grote oorlog zou worden gestort.

Toch zou dit gebeuren. De Eerste Wereldoorlog zou verwoestender zijn dan menigeen zich kon voorstellen. En deze oorlog zou zijn stempel drukken op heel het verdere verloop van de twintigste eeuw.

Hoe was deze ramp mogelijk?

Nationalisme in Europa

Aan het eind van de negentiende eeuw groeiden er spanningen tussen de grote landen. Frankrijk en Engeland waren rijke landen die al veel koloniën bezaten. Het keizerrijk Duitsland, dat pas gesticht was in 1871, streefde naar meer macht. Maar ook in kleinere landen speelde nationalisme een belangrijke rol. Nationalisme betekent: liefde voor je eigen volk. In de negentiende eeuw waren veel Europese volkeren de waarde van hun eigen taal en cultuur gaan ontdekken. Daar was op zich niets mis mee. Liefde tot het vaderland kon een oprecht gevoel zijn. Maar nationalisme kon ook gevaarlijke vormen aannemen. Bijvoorbeeld wanneer een bepaald volk zich superieur ging voelen tegenover andere volkeren of wanneer extreem nationalistische groepen geweld gebruikten om hun doelstellingen te bereiken.

Rond 1900 speelde het nationalisme op twee manieren een grote rol.

In de eerste plaats waren er de grote landen die graag nog groter en sterker wilden worden. Zij probeerden – alleen al uit trots op eigen volk en cultuur – koloniën te verwerven en een groot leger en een nieuwe vloot op te bouwen. Dit gold speciaal voor Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland.

oostenrijk hongarijeOostenrijk-Hongarije in 1914

In de tweede plaats waren er landen die door de kracht van het nationalisme juist uit elkaar dreigden te vallen. Een voorbeeld was Oostenrijk-Hongarije, dat ook wel de Dubbelmonarchie werd genoemd. Dit was een reusachtig land, waar wel ongeveer twaalf verschillende volkeren in woonden. De Oostenrijkers en de Hongaren hadden er het meest te vertellen. Langzaam maar zeker kreeg het virus van het nationalisme ook de andere volkeren in zijn greep. Dit gold vooral voor de Slavische volkeren binnen Oostenrijk-Hongarije, zoals Tsjechen, Slowaken, Kroaten en Serviërs. Het liefst zouden zij zich afscheiden en een eigen staatje vormen.

Kruitvat de Balkan

Net ten zuiden van Oostenrijk-Hongarije lag een onafhankelijk staatje met een Slavische bevolking: Servië. De regering van dit Balkanland wilde graag de Oostenrijks-Hongaarse provincie Bosnië -Herzegovina, waar ook veel Serviërs woonden, losweken van Oostenrijk-Hongarije en die provincie zelf in bezit nemen. De regering van Oostenrijk-Hongarije was hier niet van gediend. Zij zag Servië als een lastige luis in haar pels.

De zaak werd nog ingewikkelder, doordat Rusland zich ermee bemoeide. Rusland beschouwde de Slavische volkeren op de Balkan – zoals de Serviërs – als broedervolkeren. Russen waren zelf immers ook Slaven. In de negentiende eeuw hadden die volkeren zich vrijgevochten van de overheersing door het Turkse Rijk. Volgens Rusland gedroeg Oostenrijk-Hongarije zich nu als een nieuwe overheerser van Slavische volkeren. Daarom steunde Rusland de politiek van Servië om de provincie Bosnië-Herzegovina in handen te krijgen. Rusland had nog meer belang bij het Balkangebied. De Bosporus en de Dardanellen geven namelijk toegang tot de Russische havens aan de Zwarte Zee. Dat zijn warme havens, die bevriezen in de winter niet. Oostenrijk-Hongarije wilde het nationalisme van de Slavische onderdanen juist de kop indrukken. Want wanneer één deel van het rijk onafhankelijk zou worden, zou het hele rijk wel eens uiteen kunnen vallen. Veel waarnemers beschouwden in die tijd de Balkan als het kruitvat van Europa.

Concurrentie om koloniën

spotprent duitse keizer

Helaas waren er nog meer kruitvaten. De spanningen om het bezit van koloniën zouden ook gemakkelijk tot uitbarsting kunnen komen. Engeland en Frankrijk bezaten al veel koloniën. Een kolonie kon belangrijk zijn, omdat die grondstoffen voor de industrie (rubber, olie, koper, katoen) kon leveren. Ook kon het moederland er zijn industrie­producten aan verkopen. Bovendien gaven koloniën de Europese landen aanzien: het kon je een gevoel van trots geven als je zag dat een groot deel van de wereldkaart met de kleur van jouw land was ingekleurd. Grote delen van Afrika en Azië waren al verdeeld tussen Frankrijk en Groot-Brittannië. Duitsland probeerde nog wat tussenliggende gebieden in te nemen. Het leek wel een wedstrijd om het bezit van zoveel mogelijk grondgebied! Hierdoor groeiden de tegenstellingen tussen de landen. Vooral die tussen Engeland en Duitsland.

Duitsland was bezig een sterke vloot te bouwen. Daardoor voelden de Britten zich regelrecht bedreigd. Als gevolg van allerlei uitvindingen en de industrialisatie konden meer en dodelijkere wapens worden gemaakt dan ooit tevoren. Er ontstond tussen Engeland en Duitsland een echte wapenwedloop, die de sfeer grondig bedierf, en die maakte dat ze bang voor elkaar werden. Je eigen militaire macht voorop stellen en het streven naar een zo sterk mogelijke militaire macht noemen we Militarisme.

Elzas-Lotharingen

kaart

Het derde kruitvat was de tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland. Deze landen stonden al heel lang vijandig tegenover elkaar. In 1870 hadden de Duitsers een oorlog met Frankrijk uitgelokt. Frankrijk had die in 1871 verloren, en had vervolgens een heel vernederende vrede moeten ondertekenen. De Fransen moesten toen de provincies Elzas en Lotharingen aan Duitsland afstaan. De Fransen voelden zich bedreigd door de Duitsers. Dit gevoel werd nog sterker, toen de Duitse industrieproducten in rap tempo de wereldmarkten veroverden. Hier had Engeland trouwens ook veel last van. Bovendien groeide de bevolking van Duitsland veel sneller dan die van Frankrijk.

Twee bondgenootschappen

De landen vertrouwden elkaar voor geen cent. Ieder land breidde zijn legers uit. Frankrijk voerde een dienstplicht van drie jaar in. Rusland gaf veel geld uit aan de verbetering van de spoorlijnen om de legers snel te verplaatsen. Engeland verstrekte zijn marine tegenover die van Duitsland. Deze wapenwedloop maakte de landen nog nerveuzer en wantrouwender dan ze toch al waren. De legers stonden gereed, tot de tanden gewapend. Het groeiend nationalisme maakte dat veel jonge mannen voor hun vaderland wilden vechten. Om nog sterker te staan, zocht haast elk land naar bondgenoten. Landen beloofden elkaar te helpen als het op oorlog zou uitdraaien. Begin twintigste eeuw was Europa verdeeld in twee blokken:

Triple Alliantie (Centralen) 1882

Triple Entente (Geallieerden) 1907

Duitsland,Oostenrijk-Hongarije, Italië (tot 1914) en Turkije

Frankrijk, Rusland(ook verbonden met Servië) Groot-Brittannië

triple alliantie triple entente

Eigenlijk zouden bondgenootschappen een veilig gevoel moeten geven. Jammer genoeg gebeurde precies het tegenovergestelde: door het systeem van bondgenootschappen werden er als het ware onzichtbare lonten aangebracht, die het ene kruitvat (de Balkan) met het andere (vlootbouw; Elzas-­Lotharingen) verbonden. Dus door het militarisme, nationalisme, imperialisme en de bondgenootschappen was het in Europa slechts wachten op een gebeurtenis die de oorlog zou laten beginnen. Eén vonkje in een uithoek van Europa en heel het werelddeel zou exploderen!

De moord in Sarajevo...

sarajewo aanslag kroonprins

Dit vonkje kwam er. Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijkse troonopvolger, Franz-Ferdinand, samen met zijn vrouw Sophie een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van de roerige provincie Bosnië-Herzegovina. Tijdens de rondrit in een open auto sprong er een man uit de menigte naar voren, die zijn pistool richtte en het echtpaar in koelen bloede doodschoot. De moordenaar werd gepakt. Het was de jonge Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip.

De regering van Oostenrijk-Hongarije was ervan overtuigd dat de regering van Servië achter de moord zat. Zij wilde nu de kans grijpen om dat land een lesje te leren. Eerst vroeg zij raad aan de Duitse keizer. Die drong er bij de Oostenrijks-Hongaarse regering op aan om snel toe te slaan. Pas daarna stelde Oostenrijk-Hongarije Servië een ultimatum, een lijst met eisen waaraan Servië moest voldoen. Als Servië deze eisen niet inwilligde dan zou Oostenrijk-Hongarije het de oorlog verklaren.

Het kleine landje maakte natuurlijk weinig kans tegen het enorme Oostenrijk-Hongarije. Maar Rusland beloofde Servië te steunen. Servië durfde daarom het ultimatum van Oostenrijk-Hongarije te trotseren. Op 28 juli, een maand na de moord in Sarajevo, verklaarde Oostenrijk-Hongarije dan ook de oorlog aan Servië. Deze moord was dus een directe oorzaak, een aanleiding, voor het begin van de eerste wereldoorlog.

... en de kettingreactie

Toen bleek hoe het systeem van bond­genootschappen werkte. Rusland mobiliseerde zijn troepen langs de grens met Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Duitsland voelde zich bedreigd. Op 1 augustus verklaarde Duitsland daarom de oorlog aan Rusland. Twee dagen later verklaarde Duitsland ook de oorlog aan Ruslands bondgenoot Frankrijk. Toen het Duitse leger door het neutrale België trok, omdat het Parijs vanuit het noorden wilde omsingelen, was dat voor Groot-Brittannië aanleiding om Duitsland de oorlog te verklaren. Zo veroorzaakte de vonk in het kruitvat van de Balkan binnen een week een Europese vuurstorm, die vier volle jaren zou woeden.

De bondgenootschappen kregen nieuwe namen. Duitsland en Oostenrijk­-Hongarije heetten nu: de Centralen. Hierbij sloten zich het Ottomaanse (=Turkse) rijk en Bulgarije aan. Hun tegenstanders, de Entente-landen Frankrijk, Rusland en Engeland met hun bondgenoten, werden nu de Geallieerden genoemd. Italië koos in 1915 de kant van de Geallieerden. Het hoopte de Italiaanssprekende gebieden van Oostenrijk-Hongarije op die manier in handen te krijgen. Bij de Geallieerden kwam nog een hele rij landen, waaronder Japan en de Verenigde Staten. Nederland bleef neutraal.

Ga verder naar deel 3 PO Eerste Wereldoorlog PO Deel 3 De Eerste Wereldoorlog