We hebben 241 gasten online

Suezkanaal bestond al in de oudheid

Gepost in Uit het archief

Suezkanaal bestond al in de oudheid

Met de opening van het Suezkanaal In 1869 was er niets nieuws onder de zon. Al in de oudheid bestond er een kanaal dat de Middellandse Zee met de Rode Zee verbond. Vele klassieke schrijvers, onder wie Herodotus, Aristoteles en Plinius, maken in hun werk melding van de kunstmatige waterweg. Zij verschilden echter van mening over wie het kanaal heeft laten graven: Sesostris (circa 1900 voor Christus) of Necho (circa 600 voor Christus). Zij zijn het er wel over eens dat de Perzische koning Darius I (521-486) het kanaal liet voltooien nadat hij Egypte had veroverd.

In die tijd zag de Nijldelta er wat anders uit dan nu. De Pelusische Nijlarm, de meest oostelijke, was de voornaamste tak. Nu is dit een onbeduidend stroompje. In. de loop der tijden heeft de belangrijkste waterloop zich steeds verder naar het westen verplaatst, zodat nu de arm van Damietta de belangrijkste is, terwijl de nog verder naar het westen gelegen arm van Rosetta langzamerhand steeds belangrijker wordt. Er zijn aanwijzingen dat geologische activiteit hier debet aan is: de Nijldelta zou in het oosten stijgen en in het westen dalen.

Er hebben in de oudheid drie verschillende kanalen bestaan. Het zuidelijk kanaal verbond de Rode Zee met de Bittermeren. Het westelijk kanaal verbond de Nijl met het Timsahmeer. Langs dit tracé heeft ooit een natuurlijke Nijlarm gestroomd die uitmondde In de Rode Zee, die zich toen uitstrekte tot de Bittermeren. Het oostelijk kanaal verbond het Timsahmeer met Pelusium (huidige naam: Teil el Faraina) aan de kust van de Middellandse Zee.

De verschillende kanalen zijn in de loop der tijden nogal verwaarloosd. waardoor ze konden dichtslibben of dicht stuiven. Later werden ze weer uitgebaggerd, veelal door een nieuwe veroveraar.

De laatste die zich aan een dergelijk project waagde was Amr ben EI As, die in 641 na Christus Egypte veroverde. Aan de kanalen was sinds de val van het West Romeinse Rijk vrijwel niets meer gedaan. Hij liet het westelijk en zuideIijk kanaal herstellen, maar het oostelijk kanaal niet. Dat achtte hij te riskant, omdat het gemakkelijk door de Byzantijnen zou kunnen worden veroverd.

In 767 leidde de emir van Medina een opstand tegen de kalief van Bagdad. Omdat hij een Invasie vreesde liet hij het zuideinde van het kanaal dempen. Plannen om het kanaal te heropenen zijn er altijd geweest, maar het is er nooit meer van gekomen. .

Tenslotte werd in 1869 het Suezkanaal geopend. Dit kanaal is echter een zoutwaterkanaal, terwijl het kanaal in de oudheid zoet water bevatte.

(De Ingenieur, sep. 85)

www.blikopdewereld.nl 10-08-05