We hebben 212 gasten online

Alsnog excuses voor Selma

Gepost in Endlösung

Jelle Boonstra in Eindhovens Dagblad 9 april 2010

Selma Wijnberg (87) overleefde als enige Nederlandse vrouw het concentratiekamp Sobibor. Eenmaal terug van deze hel op aarde, werd ze als een hondsvot behandeld in haar woonplaats Zwolle. In de VS probeerde ze nederland voorgoet achter zich te laten. “dar heb ik niets, daar be ik niets”. Maandag 12 april 2010 is ze terug op uitnodiging van de regering. In westerbork zal minister Klink officieel excuusmaken voor de behandeling van toen. Too little, too late?

De wrok tegen Nederland is ze nooit kwijtgeraakt en daar is alle reden toe, zegt Ad van Liempt, die een ontroerend boek schreef over Selma's leven, haar overleven. De oud- hoofdredacteur van het NOS journaal en Nova, en bedenker van `Andere Tijden', bekijkt de grote geschiedenis het liefst vanuit de gezichtshoek van 'gewone mensen'. Toen hij in Herdenkingscentrum Westerbork hoorde dat Selma nog in leven is en hoogbejaard in Amerika woont, besloot hij haar bijzondere levensverhaal op te tekenen. Op een symbolisch moment: maandag 12 april. is het 65 jaar geleden dat het doorgangskamp door de Canadezen werd bevrijd. Van Liempt reisde naar Branford, Connecticut, en zat drie dagen tegenover Selma Wijnberg. Maandag verschijnt dat boek, en zondag is bij de NOS al een televisiefilm te zien over Selma, haar ontsnapping uit Sobibor en de mensonterende behandeling bij terugkeer in Nederland.

Van Liempt kwam onder de indruk van haar levenslust - hoe kun je in vredesnaam nog een leven leiden nadat je het droefste hebt doorstaan waartoe de mensheid in staat is gebleken? Hoe kun je liefde voelen na zoveel dood om je heen? Sober schreef hij op, wat Selma hem vertelde. „Het verhaal heeft zo'n emotionele lading, die hoef je niet te versterken met bijvoeglijke naamwoorden als gruwelijk of afschuwelijk."

In haar prettige houten huis met een grote tuin eromheen vertelde Selma over haar jeugd in Zwolle, waar haar vader Hotel Wijnberg dreef, aan de Veemarkt. Het middelpunt van het joodse leven in de stad. Selma was 17 jaar toen de Duitsers op 10 mei 1940 Zwolle binnenmarcheerden. Ze ontsprong er steeds de dans bij de razzia's, waaraan de politie ijverig meewerkte. Van Liempt vond een memo over de eerste Zwolse razzia, in de nacht van 7 op 8 november 1942, het had op het prikbord in het bureau gehangen: De arrestatie begint hedenavond om 20 uur en wordt niet geëindigd voordat allen gearresteerd zijn, er wordt niet gelet op leeftijd, hoe jong of oud ook.

Huiver over de ruggengraat. „Zulke briefjes, ze zijn zo achteloos, zo alledaags, zegt van Liempt. En dit was dus niet alleen Zwolle, dit was de toon in heel Nederland."

Selma ging in onderduik in De Bilt, werd er gepakt door Utrechtse jodenjagers en in maart 1943 na een week in Westerbork op transport gesteld naar Sobibor, Polen. Geen werkkamp, maar een vernietigingskamp, waar de joodse burgers - waarschijnlijk 170.000 in totaal - na aankomst direct werden vergast in Lager 3. ,;Met een Russische benzinemotor, met minstens 200 pk vermogen, minimaal acht cilinders, watergekoeld", schrijft Ad van Liempt, als in een proces-verbaal.

Selma werd uit de rij geplukt om in Lager a kleding van de vermoorde joden te sorteren. Daar hoorde ze al meteen dat haar familie en vrienden hun eerste dag niet hadden overleefd. Bewakers hadden volmacht om iedereen te martelen, te mishandelen of te doden. „Elke SS'er was er zijn eigen God." John Demjanjuk zat er in de periode ook, zeggen zijn aanklagers - maar Selma heeft hem nooit gezien. Daarom getuigde ze ook niet in het proces dat Sobibor weer op de voorpagina's heeft gebracht.

De Duitsers organiseerden een feestje, waarop Arbeitsjuden muziek moesten maken en met elkaar moesten dansen. Selma ontmoette zo Chaim Engel, een Pool van geboorte - die haar steun en toeverlaat in het leven zou worden, haar redder, haar echtgenoot, tot aan zijn dood in 2003. „Hij was na de oorlog mijn vader en mijn moeder, mijn broers en mijn zussen en mijn man tegelijk", zei ze tegen Van Liempt. Ze overleefden door het eten dat ze vonden in kleding van de vermoorde joden. Diamanten en gouden dollars uit de zakken verstopten ze in de bodem - wie weet zouden ze het kamp ooit kunnen ontvluchten, al was de kans daarop nagenoeg nul. Selma kreeg tyfus, een zeker doodvonnis - maar ze ontsnapte aan executie, doordat ze in de barak verborgen werd gehouden. `Ik heb altijd zo'n geluk gehad, ik had een engeltje op mijn schouder, dat kan niet anders", zei ze om de tien minuten tegen Van Liempt. Chaim bleek - in alle stilte - betrokken te zijn bij plannen voor een uitbraak, gepland op 14 oktober 1943, als veel bewakers buiten het kamp zouden zijn. De SS'ers werden één voor één met messteken of met een bijl vermoord of met gestolen geweren. Chaim zelf stak een SS'er dood.

‘Deze is voor mijn vader, deze voor mijn moeder', zei hij bij elke messteek, en deze voor al deze mensen, al de joden die je hebt vermoord'. Daarna vluchtten ze alle kanten op - de meesten liepen op mijnen en waren op slag dood, of werden,neergemaaid met mitrailleurs, slechts 47 mensen overleefden uiteindelijk. Daar zaten ze dan in het bos, maar veilig waren ze allerminst, in het anti-semitische Polen.

Selma en Chaim vonden straatarme landarbeiders, die - in ruil voor de kostbaarheden uit het kamp hun zolder boven de paarden wel beschikbaar wilden stellen. De vreugde die ze aanvankelijk hadden, wérd gesmoord door de uitzichtloosheid en de ellende op de deze en warme zolder vol vliegen, en de ondraaglijke schurft: een erfenis uit het kamp. Met de vrouw boerde het niet bepaald - de spanningen liepen steeds verder op. „Maar ze hebben ons leven gered, daar zullen we altijd dankbaar voor blijven".

ater, toen ze in Amerika voonden, bleven ze het echtpaar pakketten sturen - en zo waren de rollen omgedraaid. Inde chaos na de bevrijding door de Russen trouwden Selma en Chaim met elkaar. Hun verhaal kwam terecht in de film 'Escape from Sobibor', van Jack Gold (1987) waar ze werden gespeeld door Ellis van Maarseveen en Robert Gwilym. Dat leidde tot een merkwaardige voetnoot, iets wat je nooit zelf zou kunnenbedenken: de twee acteurs werden verliefd, trouwden en Selma en Chaim waren erbij.

Terug in Zwolle wenste niemand iets te horen over de gruwelen in Sobibor. Nadat Selma eindelijk aan de beurt was voor voedselbonnen, hoorde ze iemand in de rij zeggen: 'De joden gaan weer voor’ De Zwolse politie liet zich wederom gelden: Chaim was een Pool, die moest dan maar worden uitgezet. Ad van Liempt kan zijn koele, sobe re stijl even niet volhouden als hij het over waarnemend commandant van de Zwolse politie heeft, S. Posthumus. „Deze alerte speurder, deze wakkere hoeder van de openbare orde heeft een belangwekkend ontdekking gedaan: Chaim en Engel zijn op 18 september 1945 opnieuw in het huwelijk getreden. Ditmaal in Zwolle." Posthumus wil van 'Den Haag' weten of Selma dan ook maar moet worden uitgezet, ze is immers met een Pool getrouwd. Bovendien is ze `niet-Arische'. „Het staat er echt; een onderscheid naar ras, kort na de oorlog, in een officiële brief van een politie-officier." Neem het me maar niet kwalijk, zegt Van Liempt, dat ik zo uit mijn slof schoot. „Maar dit is een combinatie van onverschilligheid en domheid, een negatieve uiting van een bureaucratie waaruit alle menselijkheid is verdwenen. Selma en Chaim waren door zijn collega's net uitgebreid verhoord over de tijd in het kamp, voor een grootscheeps onderzoek..

“Ze wistener dus van, er had aanzienlijk meer compassie kunnen zijn. Je zou in Nederland het verzetskruis hebben gekregen als je met een mes een SS'er had vermoord om mensen uit een kamp te laten ontsnappen. Je zou hier tot de top van het verzet hebben behoord - maar zij werden dus weggestuurd.” Uiteindelijk kwam het er niet van: Polen wilde Chaim niet hebben en het vreemdelingencentrum in Valkenswaard zat toevallig nokjevol.

Van Liempt vindt dat dit bij uitstek een verhaal is, dat verteld moet worden: ,,We weten in Nederland altijd precies hoe het elders zit. Als er in Guatamala iets gebeurt, staan we hier met een geheven vingertje klaar - maar wat er zestig jaar geleden, nota bene in ons eigen land gebeurde, is onbekend." Dat zijn serie De Oorlog een miljoen kijkers trok, stemt hem in dat verband tot tevredenheid. „Niet om de kijkcijfers, maar omdat het voldoende massa geeft om de verhalen te laten voortleven." Selma en Chaim hadden nog een paar jaar een kledingzaak aan de Thomas a Kempisstraat in Zwolle. Maar het verleden begon hen in te halen. Er kwamen almaar joodse overlevenden naar de winkel: of Selma misschien hun broer nog had gezien in Sobibor? Of hun moeder? Maar ze had niemand gezien, de meesten uit de treinen gingen meteen de gaskamer in. „Contact was er niet, zelfs geen oogcontact." Ze was de laatste strohalm voor velen, maar je zult die strohalm maar zijn. Na moeizame jaren in Israël, gingen ze naar de VS, waar een gelukkig leven volgde. Na zijn dood is ze alleen geraakt met haar gedachten. „Ik kan het nog steeds niet geloven, mijn hele familie is weg, onbegrijpelijk. Hoe was het mogelijk? How was it possible?"

Zoals elke overlevende van de kampen leed ook Selma aan schuldgevoelens - wie ben ik dat ik dit heb overleefd, terwijl zo velen om me heen dood zijn gegaan? Vier, vijf keer in de maand ging ze op scholen vertellen over de holocaust, samen met Chaim - `ook namens de mensen die het niet meer kunnen'. En voordat ze daartoe zelf niet meer in staat zou zijn.

De regering heeft haar officieel uitgenodigd om naar Nederland te komen, en bij de Westerbork-herdenking aanwezig te zijn. „Haar eerste reactie was: dat ga ik echt niet doen", zegt Van Liempt. „Maar door haar dochter en kleindochter is ze toch van gedachten veranderd."

Zodoende komt ze terug naar het land dat haar zo koel behandelde. Niet vanwege de statuur van Ad van Liempt. De volgorde was anders - zegt hij. „Toen ik haar ging spreken, gaf staatssecretaris Jet Busschemaker, schriftelijk die uitnodiging mee".

Wat denkt hij zelf? Is het niet wat al te pover, een excuus, na 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog? „Best mogelijk, dat ze zegt: too littie, too late. Dit zal vast niet de wrok wegnemen. Maar ik denk dat het een ander balanspunt geeft. Ze herkent dat er een stroming is, die iets met dat ongelukkige verleden wil doen - ze ziet de goede bedoelingen erachter." Na het vertrek van Busschemaker neemt minister Ab Klink maandag de verantwoordelijkheid over.

Selma deed haar verhaal aan Van Liempt in de wetenschap dat er weer nachtmerries zouden komen. Maar het woog niet op tegen de opluchting om te praten over hoe het was gegaan en hoe dat voelde. „Moeiteloos kan ze een dag volpraten", schreef Van Liempt na afloop van de intensieve interviews. „Sobibor heeft haar niet stil gekregen."

Boek Ad van Liempt: selma, de vrouwdie Sobibor overleefde. Uitgeverij verbum € 16,95