We hebben 75 gasten online

Sobibor en de Endlösung 'opdat wij niet vergeten Deel 3

Gepost in Endlösung

 negentien treinen naar sobibor

Confrontatie met de beulen van Sobibor

Verslag van Ben Haveman Volkskrant maandag 21 maart 1983

"Een onbeduidend mannetje, je zou hem op straat zonder argwaan de weg vragen". Na het schandaleuze Majdanekproces volstrekt zich nu in stilte de rechtsgang rond gewezen SS Oberscharfürher Karl Frenzel: de gruweljkste oorlogsmisdaden op zijn geweten - toch kans op vrijspraak?

De Nederlandse arts en publicist dr. Elie Cohen, zelf overlevende uit het concentratiekamp, sprak met enkele beulen van Sobibor.

Schuldgevoel en 'rechtvaardiging' tegenover 34 duizend landgenoten die daar omkwamen?

"Ik ga er niet heen uit wraakgevoel"..Öp een gegeven moment dan kan ik het niet meer".

Op 4 maart meldde de Allgemeine Jüdische Wochenzeitung dat grafschenners op het joodse kerkhof van het Westduitse Aschaffenburg hadden huisgehouden; grafstenen waren kapotgeslagen en beklad met neonazistische leuzen. Het vierregelige berichtje zou nauwelijks zijn opgevallen als het niet was afgedrukt bij een publikatie onder de kop:

"Voor orde en reinheid gezorgd" het "werk" van de SS in Sobibor.

Het betreft de koele registratie van een dag uit het proces tegen de vootmalige SS-Oberscharführer en oorlogsmisdadiger Karl Frenzel (72) in het West- Duitse stadje Hagen. Het is niet de eerste keer dat Frenzel daar in de rechtszaal staat. In 1966 werd hij in het Sobiborproces veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Als een der beulen van het vernietigingskamp Sobibor had Frenzel met grote energie en doortastendheid meegewerkt aan de vergassing s van een kwart miljoen joden, onder wie h ruim 34 duizend Nederlandse.

Op juridische gronden is het Frenzels advocaat na zoveel jaar gelukt om heropening van dit proces te bewerkstelligen. Het wordt sinds 5 november 1982 gevoerd, wederom te Hagen.

De aandacht van de media is gering te noemen. Wat dat betreft zijn de grootste misdaad van alle tijden en het zoveelste voorbeeld van naoorlogse vandalisme op een joods kerkhof onderhand cynisch genoeg onder één noemer samen te brengen, die wel koket als "informatie- verzadiging" pleegt te worden, aangeduid. Het proces te Hagen lijkt zich dan ook in een soort "vacuümdichte" vergetelheid af te spelen, waarbij de beklaagde zich als vanzelfsprekend geheel volgens het klassieke patroon bedient van brutale ontkenningen; van oorlogsmisdaden is geen sprake geweest, hij had slechts in "Befehlsnotstand" gehandeld.

Zeventien jaar geleden besloegen de dossiers van het Sobibor-proces al drie wanden in de raadskamer van de rechtszaal. Zeventien jaar geleden kwam de beklaagde Oberscharführer Frenzel uit getuigenverklaringen naar voren als ze Ieen lustmoordenaar, die inventief bleek in het verzinnen van steeds nieuwe methoden om te kwellen - totdat de dood erop volgde. Een vrouwelijke getuige vertelde destijds hoe Frenzel joodse jongetjes zand liet dragen met hun handen. Zodra een korreltje uit hun handen viel werden ze opgehangen.

Andere getuigenissen: "Ik zag hoe Frenzel een baby bij de voetjes greep en het kind met het hoofd verpletterde tegen een wagon". En: "Een moeder had haar kleuter verstopt in de barak waar wij de bezittingen van de doden moesten sorteren. Het kind huilde, Frenzel vond het. Hij zette zijn laarzen erop, totdat het kind dood was."

Bij het aanhoren van al deze gruwelijkheden die het bevattingsvermogen te boven lijken te gaan, houdt SS'er Frenzel zich dan moeiteloos staande.

Het gelegenheidsclich'e van hem en de zijnen heet ,,Es ist nicht wahr". VerzinseIs. Ze hebben het allemaal in boeken gelezen. Ik heb alleen mijn plicht gedaan.

Toch is het voor de Zentralstelle zur Verfolgung von NS Massenverbrechen uitermate lastig gebleken om de schuld van elke verdachte afzonderlijk te leveren. Het monster-proces van 1966 vergde maanden, terwijl de twaalf van dertig Sobibor-beulen die toen terecht stonden hun masker van onverschilligheid behielden. I

"Een aanklacht tegen het vergeten," zo noemde literator en verzetsman wijlen Nico Rost die aanblik. Hij registreerde hun verveeldheid, verongelijktheid en ook hoe ze af en toe indommelden: Frenzel, Wolff, Lambert, Lachmann, Bolender, Dubois, Schütt, Unverhau, Jührs, Ittner, Fuchs, Zierke. Inmiddels zijn sommigen overleden, anderen in vrijheid gesteld, al dan niet voorwaardelijk.

 

sobibor proces

Frenzel bijvoorbeeld. Hangende het proces mag hij zich gewoon als vrije I burger vertreden, deze gewezen toneel- assistent uit een dorpje in de buurt van Hannover.

Een kleine, dikke man, heel gewoontjes gekleed. ,Je zou hem op straat zonder argwaan de weg vragen," zegt de ' Nederlandse arts dr Elie Aron Cohen uit Arnhem. Cohen- is auteur van het

boek De negentien treinen naar Sobihor, (verschenen in 1979)- was in de oorlog als kamparts geïnterneerd in het .Durchangslager"Westerbork, overleefdeAuschwitz en Mauthausen en promoveerde in 1952 op het proefschrift "Het Duitse concentratiekamp", een medisch-psychologische studie.

Op zijn 73'ste houdt Cohen zich nog diepgaand bezig met het vernietigingskamp Sobior. Omdat niemand anders het doet. Uit rechtvaardiging tegenover. de geschiedenis. Tegenover de 34-dui

zend Nederlandse joden van wie er negentien terug kwamen; slechts twee overlevenden (hij bezocht ze in Amerika en Israël) konden Sobibor navertellen; de overige zeventien zijn niet verder dan de ingang van het kamp gekomen.

. "Waarom is er geen Sobibor-comité? ~

Omdat er zo goed als geen overlevenden meer zijn. Het Auschwitz-comité slaat op de trom. Daar heb ik niks tegen, maar ik kan het niet verdragen dat er geen aandacht geschonken wordt aan Sobibor. Dat hebben de Duitsers indertijd al schitterend geheim gehouden".

Kort geleden, in februari, reisde Cohen naar het proces te Hagen. Hij had een dag uitgezocht waarop een vroege SS'er als getuige gehoord zou worde de SS Unterscharführer Jührs die was vrijgesproken. Wat Cohen aangreep is het besef dat beklaagde Frenzel eveneens grote kans op vrijspraak maakt omdat verklaringen van dezelfde getuigen in verschillende processen met elkaar in tegenspraak zouden zijn.

,.Die advocaten kennen de foefjes. Ik ben eerder bij het Schwurgericht Frankfurt geweest bij het proces tegen de bewaker Hubert Gomerski. Wat je toen zag en wat nu weer gebeurde is dat het lijkt of al die beklaagden geinstrueerd zijn. Of ze een cursus gevolgd hebben in hoe ze zich moeten gedragen

Zodra iets komt wat belastend voor ze kan zijn treedt geheugenstoornis in. Het geijkte patroon is dat deze SS'ers onschuldige dingen vervolgens wel gedtailleerd beschrijven. Frenzel zat er dan rustig bij. Zodra er weer iets was ~ voor hem gevaar kon opleveren. liep hijrood aan en ging hij rechtop zitten."

..Ik ben in de pauze gewoon op Frenzel afgestapt, heb me voorgesteld en vroeg hem te spreken. Hij stemde toe. Ik wilde er achter zien te komen wie in augustus '43 de vluchtpoging van Nederlandse joden had verraden. Hij zei: 'Een Poolse kapo'. Dus iemand bij wie ik dat niet meer kon verifiëren. Ik weet dat Frenzel daarna 72 joodse Nederlanders heeft laten aantreden en er twee heeft uitgehaald. Een ervan was de kunstschilder Van Dam...;. die moest nog portretten van de SS'ers maken."

. ,.Ik zeg: toen die portretten klaar waren heeft u hem toen naar het dodenlager doorgestuurd? 'Nee,' antwoordde Frenzel. 'hij is gevallen bij de kampopstand van oktober.' Ook al iets wat ikdus niet kon controleren. En op mijn vraag of hij de resterende 70 naar het dodenlager had gestuurd had ie weer dezelfde techniek: dat zou plaatsvervangend kampcommandant Niemann gedaan hebben. Niemann kan ik het niet meer vragen. want die werd bij de bewonderenswaardige opstand doodgesto1 ken. Dus: steeds weer het afschuiven naar mensen die er niet meer zijn, zodat lieden als Frenzel niet tegengesproken kunnen worden."

"Ik had de antwoorden eigenlijk van tevoren wel kunnen voorspellen," zegt dr Cohen, ijsberend door de voormalige spreekkamer in zijn Arnhemse woning. - "Stuk voor stuk zeggen ze: 'Voor schuld moet u niet bij mij zijn.' Ik heb destijds in mijn proefschrift er al op gewezen dat Himmler, Göring en ook Heydrich zich beriepen op de Genehmigung des Führers." Vertelt hoe hij de vrijgelaten kampbeul Gomerski (op grond van slechte g ezondbeid door de rechter ontslagen van de plicht om op enig proces te verschijnen) thuis bezocht. De man die bekend stond als 'de schrik van Sobibor' vroeg" aan Cohen wat deze gedaan zou hebben in die situatie. als vader vanenkele kinderen. ,.Ik heb hem geen antwoord gegeven. Ik zou het niet weten; ik ben niet opgevoed in de hoorzaamheidscultuur." . s

Nee. Gormerski haatte de joden niet. Hij kon heel goed opschieten met een joods echtpaar dat naast hem woonde. "Maar waarom hebt u in hemelsnaam dan meegedaan, gooide ik eruit. Hij be- keek mij verbaasd aan. 'Es war doch Befehl'. (Uit:. "De negentien treinen naar Sobibor"). in!

- Is het praten met gewezen SS- beulen niet een vorm van zelfkwelling?

Schiet dr Cohen er wat mee op?

Het antwoord komt met omwegen. De hand voor de ogen. Dan een verdrietige blik. Hij spreekt zacht over het schuldgevoel dat elke overlevende uit een concentratiekamp met zich meedraagt. Dat er bijna geen dag voorbij gaat of de oorlog komt terug. het is al zo vaak gezegd toch?

Het antwoord komt met omwegen. De hand voor de ogen. Dan een verdrietige blik. Hij spreekt zacht over het schuldgevoel dat elke overlevende uit een concentratiekamp met zich meedraagt. Dat er bijna geen dag voorbij gaat of de oorlog komt terug. het is al zo vaak gezegd toch?

Sobibor staat voor de vernietiging van eenderde van de Nederlandsejoden.

Hij heeft voor zijn doel de halve wereld afgereisd om via de getuigenissen van vijftien mensen de geschiedenis van Sobibor recht te doen wedervaren. Waren de SS-beulen indertijd door de Amerikanen meteen tegen de muur gezet, zoals de Russen dat deden, dan was hem de gang naar het proces te Hagen bespaard gebleven.

Hij zegt: ..Ik ga er niet heen uit wraakgevoel. Ik ben helemaal niet wraaklustig. Iemand vroeg me: had je niet de neiging om Frenzel dood te steken? Ik zeg: nee. Natuurlijk had ik dat kunnen doen. Why not? Maar het was me al eerder opgevallen toen ik het proces tegen de Nederlandse SS'er Looyen bijwoonde: ik zat op een paar meter afstand van die kerel. Ik ben er zelf verbaasd over geweest dat het geen moment in me is opgekomen van: ik vlieg em naar de keel." De handen uitgespreid:"Ik begrijp het niet maar het is zo. Maar het is natuurlijk wel iets meer. Met Gomerski heb ik twee keer een afspraak gemaakt en tot twee keer toe gecancelled. En dacht dat ik ziek was. De derde keer ben ik aan de hand gegaan van professor Shuhmacher, een forensisch pyschiater. Ik had dan geen wraakgevoelens, maar andere gevoelens. Dat ik niet met die SS'er kon praten. Kijk, je zit in die zaal in Hagen. Je hebt in je geheugen een machtige SS'er en er komt een klein dik mannetje binnen, goed. gekleed, hij loopt met een stok. En dan zie je wat zo iemand is zonder uniform. Een mister Nobody. ' Een nothing. .

Dr Cohen weet niet of Frenzels misdaden op een andere manier dan met de doodstraf vergolden kunnen worden.

Voorportaal van de dood was het 'Durchgangslager' Westerbork, waar Cohen kamparts was. Uit Westerbork vertrokken de transporten naar de eoncentratiekampen. Eén keer per week, in de nacht van maandag op dinsdag. Vertelt hoe mensen wanhoopspogingen ondernamen; te veel slaapmiddelen innamen of van drie hoog naar beneden sprongen om afgekeurd te worden. Wie werd afgekeurd kon voorlopig blijven met zijn gezin.

,Je deed wat je kon, ik heb mensen met 40 graden koorts in het ziekenhuis laten opnemen die niets mankeerden, vrouwen hoogzwanger verklaard die dat nog niet waren. Daar was ik vooral in het begin heel kwistig mee. Totdat ze het in de gaten krege en een verpleger achter me aan stuurden die veel lagere temperaturen noteerde bij mensen die ik met hoge koorts had laten afkeuren."

Cohen stond lang te boek als S-Häftling; de S stond voor straf omdat hij met vrouw en kind vergeefs had geprobeerd met een boot naar Göteborg in Zweden" te vluchten. Cohen, destijds huisarts in het Groningse dorp Aduard, had voor zijn vrouwen en zichzelf zesduizend gulden moeten betalen om te kunnen en vluchten; zijn kind mocht voor duizend gulden mee. Zij werden verraden. Na de oorlog heeft hij niet kunnen achterhalen door wie. In september '43 vielen Cohenen zijn vrouw in ongenade. Ze werden op trasport gesteld naar Auschwitz.

"Ik zag mijn vrouw en kind op een vrachtwagen wegrijden en wuif ze nog na : "tot straks"

De mannen zouden even gaan douchen. ik heb er geen seconde aan gedacht dat er geen water uit de douches zou komen. Een vrouw die in sobibor is geweest vertelde me dat de Nederlandse mannen lachend de douches binnengingen. Even later waren ze vergast.

Maar bij ons kwam deze keer echt water uit, geen gas. Toen we uit de douches kwamen kwam een Nederlander op me af en die fekliciteerde me dat we er waren. de rest van jullie zijn allemaal door de pijp, zei hij. Het gekke was: dat geloofde je direct. Mijn vrouw en kind zaten erbij. En dat je dan toch de moed hebt om door te blijven leven, te vechten. ."

Uit De Negentien treinen naar Sobihor: " Alle doden stonden rechtop. Er was geen ruimte om te vallen. Families stonden bij elkaar, nog hand in hand. De lijken, nat van zweet en urine, bevuild met ontlasting, menstruatiebloed langs de benen, werden er uit gegooid. Kinderlijkjes vlogen door de lucht".

Pas na de oorlog werd via het Rode ~ Kruis bekend dat het volkomen onbekende Poolse plaatsje Sobibor (honderd huizen, 160 kilometer ten noordoosten van Lublin), een gruwelijke rol had gespeeld in de Endlösung der Judenfrage.

Menige betrokken SS'er is door vertragingstactieken van de verdediging, het tegen elkaar uitspelen van een steeds uitdunnend getuigenbestand na verloop van tijd onder het mom van "Befehlsnotstand" vrijgesproken.

Zoals SS'er Jührs, die ook heeft meegewerkt aan de vergassing van 600 duizend joden te Belzec.

Deze Jührs getuigt nu ook in het proces tegen Frenzel "Naar mijn gevoel wordt ook Frenzel vrijgesproken," oordeelt Cohen somber: "Als ik dan zo'n rechtbankpresident hoor dan denk ik:man,je weet er veel te weinig van. Ik zat in de zaal met professor Scheffler, die in Berlijn eigentijdse geschiedenis doceert. Ik zei tegen hem: U of ik hadden veel gerichter vragen kunnen stellen aan de beklaagde."

Sobibor laat Cohen niet los. Van 5 tot . 7 april zit hij waarschijnlijk weer in de rechtszaal te Hagen als daar de SS'er Frank Wolff opnieuw terecht staat.

"Waarom weet ik niet - maar ik heb het gevoel dat die man 'fatsoenlijker' is. Wat ik hem zou willen vragen... ik weet het niet. Ik zou gewoon een gesprek met hem willen hebben. Ik zou van hem willen horen dat hij zich niet achter anderen verschuilt, dat hij verantwoording voor zijn beestachtigheden wil dragen."

Maar . . . op een gegeven moment dan kan ik het niet meer. Dan grijpt het je bij de keel. Bij Harster, de Befehlshaber der Sicherheitsdienst und de SD, ben ik er ingetuind. Die heeft me ingepakt, diesluwe man."

"Ik ben destijds bij het EichmannI proces in Jeruzalem geweest en toen dacht ik wel es: zouden Nederlanders anders gehandeld hebben als ze in zo'n systeem waren opgevoed? Ik geloof dat we allemaal misschien tot deze daden in staat zijn. Zo'n Bouterse is vast niet zo'n' rotvent toch.. . Zijn wij dan beter? In elk geval: we denken toch allemaal het eerst aan onszelf?"

Dr Cohen, overlevende uit het concentratiekamp. Door schuldgevoel, gedreven naar een proces waar amper ruchtbaarheid aan gegeven wordt. Toen, het zeventien jaar geleden wél uitvoerig de media haalde, hielden de studenten onder inwoners van de stad Hagen een enquête met de vraag: weet u wat Sobibor is? Ruim tachtig percent had er toen al nooit van gehoord. Het antwoord varieerde van: " Wat is dat?" tot: ,,sobibor

- is dat een nieuw wasmiddel?"

BEN HAVEMAN

De waarheid volgens kampbeul Frenzel

Door Ben Haveman in Het Vervolg van Zaterdag 28 September 1985

"Ik roep God als mijn getuige aan", zei deze week gewezen SS - Oberscharführer Karl ' Frenzel. Weer een oorlogsmisdadiger die zijn onschuld belijdt. In het vernietigingskamp Sóbibor werden 250 duizend mensen vergast. Op 4 oktober wijst het Schwurgericht in de Westduitse stad Hagen vonnis in een proces dat november .1982 werd heropend. Kans op vrijspraak ?

Ben Haveman volgde twee procesdagen uit een slepende rechtsgang.

OM DE HOEK van de lange. hoge gang versterft het gedruis uit de herentoiletten ,en even later galmt een vrouwestem opgewekt: ..Goedendag Herr Frenzel." Er bungelt een sigaret aan zijn lip. Uit een beige regenjas steekt de Bildzeitung. Bij de ingang van de zaal met de aanduiding Schwurgericht ploft hij neer op een bank en begroet de buikige zaalwachter, een jongen nog. Ze lachen.

"Er is bijna geen verdachte te vinden die zo pünktlich op de zittingen verschenen is als Frenzel." klinkt het even later in de rechtszaal. "Ondanks ziekte was hij bereid om vroeger te komen en langer te blijven." De advocaat beschikt over een vierkante kin een knikkebollende confrère en èen persklare pleitnota. De toenmalige Oberscharführer Frenzel was te enen male niet de onmens. zoals getuigen en de Officier van Justitie hem hadden afgeschilderd. Dan zou Frenzel immers elke gelegenheid hebben aangegrepen om uit pure lust zieken naar Lager Drei te sturen, of-, wel de gaskamers in? Als de beklaagde werkelijk een eidende rol had gespeeld in de vernietiging van joden, dan had de kampleiding hem toch wel bevorderd?

Zeker de bewaker had een zweep. Maar dat was een normale zweep en niet zo'n 'extra zweep' als van de vroegere mede-bewaker Gomerski. "Het klinkt sarcastisch, maar om Frenzel recht te doen wedervaren moet ik wel zeggen dat anders dan met slaag men de joden niet naar de vernietiging kon voeren." En dat de bewaker een grote mond had is volkomen duidelijk. Had bij de honderden gevangenen soms moeten toefluisteren? Frenzel is een man die weliswaar bevelen opvolgt, maar daarom nog geen jodenhater. En op grond van zijn 'beperkte intellect' was bij niet in staat om zich aan het 'bedrijf' te onttrekken. "Maar daarom wordt bij nog geen mededader."

De beklaagde zit uitdrukkingloos tussen zijn verdedigers in en sabbelt op een snoepje, door zijn levensgezellin aangereikt. Het meisje dat de bandopnamen moet regelen, heeft haar ogen gesloten. De zaalwachter geeuwt verveeld. Op de publieke tribune zit een schoolklas de zitting uit, braaf als bij verplichte kerkgang. Het is warm in de rechtszaal.

"Was soli dieser Blödsinn?" Het papperige gezicht van de beklaagde krijgt iets ontspannens als zijn jongste raadsman uitvalt daar was, volgens de aanklacht, de moord op een jongetje dat een blikje sardines had gestolen. Voordat Frenzel het kind neerschoot, moest het voor het front van de gevangenen gaan staan terwijl Frenzel schreeuwde: ,,Een jood mag geen buitenlandse sardines eten." Blödsinn, schampert de verdediger, om Frenzels uitroep van destijds als bewijs van 'racistische grootspraak' aan te voeren. Het is de raadsman trouwens een raadsel waarom juristen op kosten van de belastingbetaler zich zo lang met de zaak Frenzel herumquälen, als veroordeling tot levenlange gevangenisstraf tóch al zou vaststaan, op grond van één enkel misdrijf uit 's mans oorlogsverleden.

Met lichte triomf houdt de verdediger het Landgericht voor dat joodse getuigen, in de loop van het proces geboord, elkaar toch wel vaak tegenspraken, al zal bij het woord 'leugens' niet in de mond durven nemen. Daarmee is toch wel het bewijs op losse schroeven komen te staan voor de zogenaamde Excesstaten voor de aanklacht dat Frenzel eigenmachtig negen keer mensen heeft doodgeschoten?

De advocaat krijgt een instemmend knikje van zijn oudere collega. Frenzels aandeel in de moord op minstens 150 duizend mensen mag dan buiten discussie zijn: er kan hem slechts Beihilfe worden verweten; het medewerken aan de holocaust, zonder dat bij zelf op grond Van overtuigd antisemitisme de verdelgingsgedachte van Hitler, Himmler of Goebbels onderschreef. Frenzel heeft immers zélf niet de wil gehad om te vernietigen en kan dus niet worden bestraft wegens Mittäterschaft?

Luidt het vonnis straks 'Beihilfe', dan gaat Frenzel vrijuit, want vijftien jaar heeft bij al in de gevangenis doorgebracht in 1962 gevangen genomen en vijftien jaar later op verzoek van een zoon wegens een oogoperatie op vrije voeten gesteld.

Beihilfe? "Beklaagde heeft méér gedaan dan hem bevolen werd", repliceert de officier van Justitie. En voor de zoveelste keer doemen in deze zaal de gruwelbeelden op van de legpuzzel die eerder, vaak met grote moeite, door overlevenden bij stukje en beetjes waren aangereikt. Fel keren de officier en zijn collega zich tegen Frenzel's advocaten, die op eerdere zittingen hebben gemeend te moeten spreken over 'afvalprodukten van ongeloofwaardige getuigenissen .

"Getuigen 'hebben recht op een faire behandeling, maar zij zijn op een groteske manier door de verdediging geaffronteerd en beledigd. Voor joodse getuigen betekent het een zware gang als zij oog in oog komen te staan met de man die medeverantwoordelijk was voor de vernietiging van zovele duizenden. Als de verdediging zegt dat de getuigen handelen uit wraak en dat zij van vervolgden vervolgers zijn geworden, dan getuigt dat op z'n zachtst gezegd van een grote smakeloosheid."

De vergelijking dringt zich op met het Majdanek -proces te Düsseldorf, waar schofferingen van getuigen aan de orde, van de dag waren, alsof zij in de beklaagdenbank zaten, in plaats van oorlogsmisdadigers. Maar rechtbank - president Kremer, die zich pijprokend in de wandelgangen vertreedt, wordt geprezen om de menselijke en aimabele manier waarop hij het Sobibor - proces leidt. En de advocaten van de beul zijn hier tenminste niet openlijk nazistisch, zoals bij het Majdanek - proces.

, Toch heeft Frenzels oudste raadsman, Leonhardt Reintzsch, volledig begrip voor het handelen van de kampbeul die zijn cliênt is. zelf was de raadsman damals immers bewaker van Russische krijgsgevangenen in Dortmund. "Lijfstraffen," meent Herr Doktor Reintzsch fijntjes, ,,zijn het enige middel om vertwijfelden, die tot alles in staat zijn, er onder te houden."

HAGEN, Ruhrgebied. Het is de 179-ste procesdag sinds november 1982 de zaak-Frenzel in deze Westduitse stad werd heropend. De eis: levenslang. De vooruitzichten: kans op vrijspraak is niet denkbeeldig. De beklaagde, door zijn buren op de Westduitse televisie nog als Ein sehr netter Mensch aangeduid, sjokt in dit besef arm in arm met zijn huisgenote naar een gereedstaande taxi.

Gewezen SS-Oberscharführer Karl Frenzel, 74 jaar inmiddels, werd door hetzelfde Landgericht in 1966 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, nadat hij in 1962 was gearresteerd. Als 'links-georiênteerde', werkloze timmerman en 'vader van vijf kinderen vond hij in 1939 emplooi na zich als lid te hebben aangemeld bij de NSDAP en de SA: in inrichtingen waar euthanasie werd toegepast op geesteszieken werd hij belast met het verbranden van lijken.

Operatie T 4 (genoemd naar Tiergart strasse 4 waar Hitlers Rijkskanselarij was gevestigd) wordt gevolgd door Aktion Reinhard, de inrichting van dodenfabrieken waaraan Joseph GoebbeIs zijn dagboeknotitie ontleent "De joden moet men ooit, aIs men de macht ertoe bezit, aIs ratten doodslaan. In Duitsland hebben we dat godzijdank aardig voor elkaar gekregen". Frenzel wordt naar het vernietigingskamp bij het Poolse gehucht Sobibor, gestuurd: nette huisjes in Tiroler stijl, keurige voetpaden met op de kruisingen richtingaanwijzers naar het badhuis, het casino, de kantine *).

Met uitlaatgassen van een buitgemaakte Russische tank en al spoedig uitgebreid komt de vergassing op gang: een kwart miljoen mensen, zigeuners en vooral joden, wordt in Sobibor vermoord. Er zijn 34 duizend Nederlanders bij. 's Morgens afgeleverd, 's avonds dood. Met dezelfde efficiency wordt as van verbrande joden aIs mest gebruikt op tuinen van de SS. Als Lagerführer van kamp I en kamp II (sorteerbarakken en barakken van de Arbeitsjuden) onderscheidt huisvader Frenzel zich door grote ijver.

De eerste getuigenissen omschrijven hem later aIs een schreeuwend beest dat een baby bij de voetjes greep en het met het hoofd verpletterde tegen een wagon en een ander kind met zijn laarzen doodtrapte. Joodse jongetjes moesten zand dragen .en zodra ze een korreltje morsten werden ze opgehangen. Later werden de verklaringen in twijfel getrokken, omdat sommige getuigen de wandaden van Frenzel met die van andere kampbeulen zouden hebben verward. . .

FrenzeIs arrestatie, op aanwijzingen van de enige Tsjechische overlevende van het kamp, Kurt Thomas, was in 1962 voorafgegaan door een rustig bestaan in een dorpje bij Berlijn. Bij een monsterproces, dat in '66 begon, stond - hij met twaalf van de dertig Sobibor-beulen terecht en werd na 130 zittingen tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Frenzel kwam terecht in het tuchthuis Ergste in Westfalen, maar werd door de kameraden niet vergeten.

In 1982 verscheen het boek Geheime Kaniile ('Op het spoor van de nazi-mafia',over de bloedige sporen van de SS) van Jürgen Pomorin, wàarin het bestaan werd onthuld van de zogenaamde Stille Hilfe: een geheime organisatie van SS'ers die zich ten doel stelt gevangen kameraden moreel en financieel te steunen zodat ze niet zouden 'doorslaan' ten nadele van oorlogsmisdadigers die nog op vrije voeten rondlopen. Volgens de Zentralstelle zur Verfolgung van NS Massenverbrechen bedraagt hun aantal 88 duizend. Maar er zijn tot dusver slechts zeven duizend veroordelingen in de Bondsrepubliek uitgesproken.

Frenzels persoonlijke 'behoeder' heette Wemer Vormfelde. Verder maakte FrenzeI in 1977 in de gevangenis kennis met de maatschappelijk werkster Hildegard Norvey, zijn huidige steun en toeverlaat: ook zij wordt in verband gebracht met 'Stille Hilfe'. Feit is dat Frenzel voor zijn arrestatie is gesignaleerd op bijeenkomsten van de HIAG, de hulporganisatie van de Waffen-SS. Feit is dat Renzels advocaat Leanhardt Reintzsch de hele wereld is afgereisd om zich bij getuigen te kunnen vergewissen van juridische lacunes, die in 1982 tot het Wiederaufnameverfahren leidden, op gezag van het Oberlandesgericht in Hamm.

"Wat ons interesseert is de vraag door wie deze advocaat zestien jaar lang betaald is," zegt een Westfaals lid van een antifascistische organisatie die anoniem wenst te blijven. "Er is veel geld mee gemoeid, want de advocaat is in alle uithoeken van de wereld geweest. Frenzel, inmiddels op vrije voeten en zich in Hannover nuttig makend als toneelknecht en decorbouwer, ziet hoe de tijd in zijn voordeel werkt: getuigen zijn gestorven en anderen die andermaal uit Australië, Rusland, Brazilië en Israël de martelgang naar Hagen moeten maken, beleven opnieuw de gruwelijke ervaringen.

Bij DE HERHALING van,het proces wordt' de gétuigen, niet zelden ziek, geestelijk in de war, niets bespaard. De psychische belasting is voor sommigen ondraaglijk. Terecht vraagt in augustus van dit jaar de Nederlandse Sobibor-overlevende Jules Schelvis zich af waarom het Landgericht het nodig oordeelde te achterhalen of een door Frenzel vermoorde tandarts door een schot midden in zijn nek was getroffen, of de kogel misschien toch een beetje meer naar links was terechtgekomen want het moest precies op de centimeter nauwkeurig worden bepaald en het was niet voldoende dat de getuige met eigen ogen bad gezien hoe Frenzel hem neerschoot.

..Dit soort ondervraging is door de meeste getuigen als een hernieuwde vernedering ervaren, deze keer door een Duitse rechtbank waarvan men toch wel gerechtigheid mag verwachten." Schelvis, die zelf maar enkele uren in Sobibor verbleef en vele concentratiekampen nadien overleefde, verloor zijn eigen familie en zijn schoonfamilie in dit vernietigingskamp. Door de Duitse rechtspraak was bij in de gelegenheid gesteld om als Nebenkläger requisitoir uit te spreken. De voormalige krantedrukker, wonend in het Betuwse Tricht, maakte door zijn zachtmoedige maar doortastende optreden een diepe indruk. Tijdens het requisitoir van de officier van Justitie had Frenzel nog met zijn. hoofd geschud en gelachen.

,,Frenzel zou het nooit tot Lagerführer hebben gebracht als hij de rassenhaat en de moordzucht van zijn superieuren niet had gedeeld." Het was, zo zei Schelvis. toch veel aangenamer om tegen een maandsalaris van 540 Reichsmark de joden 'auszurotten' in plaats van te liggen vèrrekken aan het Russische front? Frenzel brulde altijd en eeuwig, voerde joden persoonlijk naar de gaskamer onder de uitroepen. "Sneller!" en ,,Allez hoppl" Was kamp commandant Wagner met vakantie in het Oostenrijkse Attersee, dan droeg Frenzel de verantwoordelijkheid voor het gehele kamp en had hij toezicht op de zes gaskamers. "Hij was niet het kleine radertje in het grote geheel zoals hij zichzelf graag ziet. Deze man was nog wel de motor van Sobibor."

 

Afgelopen maandag zond WDR III de documentaire 'Sobibor die Mordfabrik - een vergeten proces' uit. De camera toonde onafzienbare rijen dossiers, 20 duizend pagina's beslaand. De Rus Alexander Petsjerski, nu wonend in Rostow en gefilmd door de Nederlandse Dunya Breur, vertelde hoe op 14 oktober 1943 opstand uitbrak onder de gevangenen. Petsjerski, luitenant jn het Rode Leger, geldt als leider van de opstand die ten doel had een groep gevangenen te laten ontvluchten zodat zij de wereld de waarheid over Sobibor konden vertellen. Enkele honderden ontkwamen inderdaad. 'Daarbij rekenden gevangenen met bijlen en messen af met een aantal SS'ers.*)

,,Frenzei schoot met een machinepistool blind op de menigte vluchtenden in," aldus Petsjerski. Frenzel: "Wij werden eeuwig bedreigd; Ik heb alleen mijn plicht gedaan." Ex-gevangene Kurt Thomas verklaart voor de camera dat Frenzel nooit enig mededogen met de gevangenen toonde, Hollanders bij een vluchtpoging neermaaide en 'nog roomser was dan de paus'.

HAGEN, dinsdag 24 september: de 180-ste procesdag. De tv-uitzending heeft haar uitwerking niet gemist. De chef-reporter van het dagblad de Westfälische Rundschau is persoonlijk aanwezig. Tot dusver heeft hij. de verslagen van het proces betrokken van de enige Westduitse journalist die de zaak-Frenzel vier jaar lang in Hagen heeft gevolgd: Götz Bockmann. Enige consternatie bij de ingang van de rechtszaal. Bockmann, die zowel linkse bladen als Der Stern bedient, is onthutst. "Vier jaar lang kon ik voor jullie het vuile werk opknappen en kreeg ik te horen dat ik me moest beperken omdat het de lezers toch niet zou interesseren," roept Bock- mann. "Als jullie een verslag afdrukten :dan was het alleen maar in de plaatselijke editie. En aan het eind wil meneer de chefreporter zelf nog even goede sier maken." De aangesprokene kan moeilijk anders dan wat sussende gemeenplaatsen debiteren.

Tumult ook verderop. Als fotograaf Daniel Koning de beklaagde wil fotografen komt de vroegere SS-Oberscharführer schreeuwend op hem af. Hij slaat furieus om zich heen met zijn stok en mist daarbij de camera niet. Met rood aangelopen hoofd sist hij zoiets als: ,.,Abhauen, ich schlage." , Even doemt een passage uit FrenzeIs verhoor in 1962 op, waarin hij toegeeft in SA gelederen met geheven hand de kreet Deutschland erwache, Juda verrecke! te hebben geproduceerd.

Vijf minuten na het incident is Frenzel in de beklaagdenbank de deemoed zelf. Rechtbank-president Kremer vindt het goed dat de beklaagde blijft zitten. Frenzel zegt zich vrijwillig bij de Wehrmacht te hebben gemeld en zodoende te zijn betrokken in een zaak die hem zijn hele leven zou achtervolgen. Emoties komen los als hij praat over zijn overleden vrouw die buiktyfus opliep na door een Russische soldaat te zijn verkracht. Hij heeft zijn kinderen tot fatsoenlijke burgers opgevoed, een ervan is een hoge politieman te Hannover. Hij kan begrijpen dat de getuigen hem niet welgezind zijn, maar ze hadden bij de waarheid moeten blijven". '

Nooit heeft hij zieken naar de gaskamer gestuurd. "Tegen die tijd ging ik met vakantie omdat mijn dochtertje vijf jaar werd." Aan liquidaties beeft hij nooit deelgenomen, dat waren anderen. "Ik heb nog nooit uit eigen beweging een mens doodgeschoten." Niets heeft hij 'onbeproefd 'gelaten om uit dat zootje" weg te komen.

"Maar ik had geen relaties, zoals mijn mede - beklaagden indertijd. Ik had alleen maar .een vrouw en vijf kinderen."

Toonloos zegt de beklaagde medeschuldig te zijn ~ de waanzinnige uitvinding van Hitler en diens trawanten. "Maar ik roep God als mijn getuige aan dat er nog nooit een gevangene door mijn hand is gedood. Ik ben geen moordenaar, anders zou ik mijn vrouw en kinderen niet in de ogen hebben durven kijken." Hij dankt God ook voor zijn levensgezellin en hij bezweert het Hohes Gericht na de oorlog nooit aan kwalijke bijeenkomsten te hebben deelgenomen. Het laatste woord van de kleine man aan wie in totaal 310 procesdagen zijn gewijd en wiens kinderen zich van hem hebben afgekeerd. De onbeduidende Netter Nachbar van Nebenan. '

De voorspelbare 'geheugenstoornis' waarin zovele andere geestverwanten Frenzel voorgingen echoot nog na in gangen van het Landesgericht. Frenzel heeft me, eens een foto laten zien van zijn vijf kinderen, een idyllisch portret van voor dé oorlog," zegt een inwoner van Hagen, die leraar is en veel zittingen met zijn leerlingen heeft bijgewoond. "Ik zei: Herr Frenzei, wat een mooie kinderen. Heeft u nooit aan uw eigen kinderen gedacht toen u tienduizenden andere mooie kinderen de gaskamer instuurde? Toen begon hij te huilen. Maar dat was buiten de rechtszaal. Daarbinnen heeft hij altijd volgehouden dat hij geen moordenaar was."

"Frenzel had destijds alleen maar tegen zijn meerderen moeten zeggen: ik kan niet meer, en hij was ontslagen uit Sobibor. Dat hebben zovele anderen ook gedaan." De leraar heeft een leerling ,met nazi-sympathieën, die volhield dat de vergassing van joden een grote leugen was, voorgesteld, , aan Frenzel. "Toen die bevestigde dat er 250 duizend mensen in Sobibor zijn ver- gast begon die jongen helemaal te trillen."

..Frenzel heeft er aan meegedaan, Frenzel is een massamoordenaar. Maar de Duitse rechtspraak is niet ingesteld' op massamoorden uit de vernietigingskampen. Ze pakt alleen incidenten, en zodra er maar sprake is van enige tegenstrijdigheid in de getuigenverklaringen, zoals in deze slepende zaak, dan worden die door de rechtbank natuurlijk altijd in het voordeel van de beklaagde Uitgelegd. Tragisch, maar waar." .

DE ZAAK-Frenzel is nagenoeg afgerond: op vrijdag 4 oktober doet de ,rechtbank uitspraak. De inwoners van Hagen hebben eigenlijk pas wat van het proces gemerkt toen de enige Tsjechische Sobibor-overlevende, Kurt Thomas, vorig jaar in een ' open brief het gemeentebestuur vroeg omde leuzen Auslander raus en hakenkruizen te verwijderen. Dat .hielp. Eerder was een handtekeningenactie van' scholieren 'een half jaar lang zonder resultaat gebleven

De ,zaak-Frenzel is op nagenoeg alle zittingen door de beklaagde zonder emotie; gevolgd. De gruwelijkste getuigenissen ontlokten hem hooguit een hoofdschudden of gelach. Maar bij het requisitoir van Nebenkläger Schelvis uit Nederland moest hij ineens water drinken en tabletten slikken. Beiden wisten ze hoe het is geweest. Maar ook Frenzel geloofde zijn waarheid te,hebben gezegd. Een waarheid die de dode SS-kameraden niet mocht belasten, want 'de ene kraai pikt de àndere geen oog uit' Jules Schelvis). De enige waarheid waarmee hij kan leven. ..Had ik mezelf dan soms moeten opknopen?" hoorden West- Duitsè televisiekijkers hem zeggen.

Kort na de 18O-ste zitting van zijn tweede proces heeft de kampbeul, geholpen door rechtbankpersoneel, het Landgericht via sluipgangen verlaten. Tegen de geschiedenisleraar, die hij de foto van zijn kinderen had laten zien, snauwde hij nog dat men hem endlich mal in Ruhe lassen soll.

BEN HAVEMAN

* ) Bron: de negentien treinen naar Sobibor door dr. E.A.Cohen .

Gebruikte bronnen bij de samenstelling van Sobibor en de Endlösung

Blom J.C.H: Bezettingsgeschiedenis laat zich niet vergelijken; De mythe van Nederland als heldhaftig volk wordt nog maar door weinigen verbreid

Breur Dunya: Sobibor:De moed der wanhoop; Herinneringen aan een ónmogelijke opstand' in NRC Handelsblad van 13 oktober 1984(eigen archief)

Gilbert Martin: De Holocaust; Kaarten en platen, atlas van de Jodenvervolging. ISBN 0950132977 gepubliceerd door Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap Verbond van Liberaal Religieuze Joden in Nederland

Haveman Ben: De waarheid volgens Kampbeul Frenzel; In het Vervolg van de Volkskrant 28 september 1985.(eigen archief)

Haveman Ben: Confrontatie met de beulen van Sobibor in de Volkskrant van 21 maart 1983. (eigen archief)

Lewin Lisette: De dinsdagavondtrein uit Westerbork in de Volkskrant van 11 april 1983.(eigen archief)

Overy Richard: The penguin Historical Atlas of the Third Reich ISBN 0140513302

Schelvis Jules:Vernietigingskamp Sobibor ISBN 9067073458; Tweede druk; Bataafse Leeuw Amsterdam.

Schelvis Jules & Fortuin Hans : Opstand in Sobibor; Stichting Nederlandse Onderwijs Televisie: Code 9157 in 1989

Sereny Gitta: De duisternis tegemoet; Bekentenissen van franz Stangl, commendant van Treblinka en Sobibor. ISBN 9027413320 Het Spectrum 1e druk 2001

Silva da Teresien & Stam Dineke: Sporen van de oorlog; Ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940-1945 Anne Frank Stichting 1989 ISBN 9012063116

Swaen Jo W.: De Holocaust in Historische items

Swaen Jo W.: Module 10 Totalitaire dictatuur of democratie; 2.2 Het Derde Rijk onder Hitler.Jodenhaat en rassenleer.

Thijn van Ed: 18 achttien adressen; ISBN 90457008232 uitgeverij Augustus 2004

Voolen Edward van & Belinfante Judith C.E.: '40/'45 de Jodenvervolging: Van isolement tot moord. Joods Historisch Museum Amsterdam.

 

Ik wil ook verwijzen naar een bijdrage op het internet over de vernietigingskampen en de Endlösung

verder vond ik ook nog dit document van een overlever van Sobibor:

http://holocaust.hklaw.com/essays/1999/991.htm

No Man Knows Himself
By Sarah Jane Doty
Pensacola, Florida


 

The small, humble man sat down at his desk in his home on Lake Washington. his tired eyes focused on the small sketch of life in Sobibor smuggled out by his friend Joseph Rychter. he was visibly moved, saddened as he began to retell and, thus, relive the unimaginable ordeal, as he had done thousands of times over the past fifty years.

Long before the Nazi regime was in control of Izbica, Poland, Toivi (Thomas) Blatt felt the pain of being a minority, a Jew. He felt the generations of prejudice pounding against his existence. At age six, he ran home from school every day in order to avoid being beaten by his classmates. The children of anti-Semites were taught to despise the Jewish "race" simply because they were Jews (Blatt p.i.).

At fourteen, Toivi was usually circumspect to avoid the Nazis, but one day he failed to dodge a Nazi "roundup." He fled toward a Catholic schoolmate friend, Tomasz Kwiecien, who responded by whispering an order to hide in the Kwiecien's barn. When Toivi reached the barn, the door was padlocked. Minutes later Tomasz arrived, accompanied by an SS officer. He stared directly at Toivi and shouted, "There's the Jew!" The Nazi immediately seized Toivi, but not before Tomasz could say, "Good-bye Toivi. I'll see you on the shelf of a soap store.: (Blatt, Ashes 26). Toivi somehow escaped deportation, but the Holocaust had become reality.

On April 28, 1943, the Blatts were among the last Jews to be deported out of Izbica to Sobibor. On the day before, Toivi had attempted to drink an entire bottle of milk, but his mother warned him that tomorrow would be another day and told him he should same some for later. As the train entered the camp, Toivi recalled "the gates opened, revealing what seemed to be a beautiful village. . . . Perhaps it really was a work camp, just as the Germans had said." (Blatt, Ashes 3). The men were ordered to line up separately and Toivi instinctively left his mother and younger brother to join his father hoping somehow to survive. His very last words to his mother have haunted him all his life: "And you didn't let me drink all the milk yesterday. You wanted me to save some for today." (Blatt p.i.). If only he could bring that moment back to tell her he loved her. Toivi survived that day by fixing his emotionless eyes on the SS commander Karl Frenzel, who chose him as his shoe shine boy while sending his family straight to the gas chamber.

Sobibor was a death camp where over 250,000 Jews were murdered. A few "lucky ones" were kept alive in order to do the undesirable "jobs" of confiscating and collecting personal belongings, carrying dead bodies from the gas chamber to the crematorium, crushing the unburned bones, cleaning the gas chambers of blood and excrement, and plucking gold teeth with pliers. Innocent human beings were stripped of their dignity, youth, friends and families, heritage, and ultimately their humanity. The Nazis maintained total control through unpredictable chaos and violence (Blatt p.i).

Prisoners endured unbelievable fatigue, pain, and suffering because that was the only way to survive. If a prisoner was injured or slowed down due to exhaustion, he was typically punished with a standard twenty-five lashings or immediately murdered. When asked the worst thing he remembered about Sobibor, Thomas Blatt replied that it was being forced to torture or kill other Jews. He vividly recalled an incident when one of his friends was forced at gun point to whip another prisoner, certain that the prisoner was going to be killed and that he would be killed, as well, if he refused. The friend later recalled agonizing over whether to whip the men "gently" or try to kill him quickly, finally choosing to kill him mercifully with the whip handle. "Sometimes we envied the dead; their agony was over" (Blatt p.i.). "What I did learn is nobody knows himself . . . People think they know what they will do, but I have seen many women release their crying babies into the deadly arms of Nazi officers to save themselves." (Blatt p.i.).

The Sobibor prisoners accomplished a rare escape. They swiftly exterminated the guards without hesitation, then recklessly ran through surrounding minefields to freedom, risking all for the small chance of escape. Toivi stopped for brief shelter in a small cottage which contained an old woman, her cat, and her bird. He recalled thinking "I did want to be a cat, ... a bird, anything but a Jew." He and a friend were later hidden by a farmer below the flooring of a barn. One day the farmer moved a heavy cart over the plants above, attempting to bury them alive when Nazis arrived. When Toivi and his friend were discovered, they were stripped and pulled out into the freezing cold and shot by a Nazi youth. His friend was killed and he was shot in the neck and left for dead after he lay motionless and naked on the ground. The bullet is still in Toivi's neck, a palpable reminder of one of many escapes from death (Platt, p.i.).

Karl Frenzel, who had ordered Thomas Blatt's family to the gas chambers, sat across from Blatt in an interview after 16 years in prison. "It was terrible, very terrible ... You don't know what went on in us, and you don't understand the circumstances that we found ourselves in," Frenzel said calmly. Blatt recalls thinking, "Was he asking me to understand and feel sorry for his sufferings? ... Surely he wasn't comparing his nightmares to mine." (Blatt, Sobibor 123-126).

Thomas Blatt has accomplished much after his escape, joining the resistance army to fight the Nazis in Poland, immigrating to the U.S., and becoming a successful businessman. He has dedicated his life to writing and speaking about Sobibor. He seems sad, tired, and unfulfilled, finding it difficult to "believe in a God who could let so many people suffer."

As the Holocaust has slowly faded into history, many have attempted to analyze how a civilized, educated society could fall into the hands of Hitler and support mass genocide. How can twenty percent of Americans believe that it is possible that the Holocaust didn't happen? (Lipstadt xi). Though Hitler's genius as a leader is undisputed, he took advantage of three aspects of Post World War I Germany that led to his rise to power: loss of pride; economic disillusionment; and the higher moral goal of building the Aryan "super race." Konrad Lorenz wrote, "pride is one of the chief obstacles of seeing ourselves as we really are, and self-deceit is the obliging servant of pride." (296) The need to restore pride in Germany was an unlikely sole explanation for the actions of Hitler and the Nazis, however.

Some authors emphasize the attitude toward Jews as a "scapegoat" excuse for imperial domination to improve Germany's economy. Dennis Prager and Joseph Telushkin (156) effectively discount the "scapegoat thesis" pointing to racism as the dominant factor. Hitler ultimately placed elimination of the Jews above winning the War. "Above all I charge the leaders of the nation and those under them to scrupulous observance of the laws of race and to the merciless opposition to the universal poisoner of all peoples, international Jewry" (157). Although Hitler may have offered the higher moral ground of creating a "super race" to Germans that were able to deny what was going on around them, it appears impossible that the Holocaust could have occurred without prevalent racism. Bernard Lewis concludes that "... racism in the modern sense, ... ideologically rationalized and institutionalized structured hostility, discrimination, and persecution, appears in advanced rather than primitive societies." (21). Humans are uniquely capable of taking "higher morals" to extremes, such that "...our emotional allegiances to cultural values ... can have such devastating effects as unbridled militant enthusiasm when it infects great masses and overrides all other considerations by its single-mindedness and it specious nobility." (Lorenz 274).

Perhaps the most plausible single explanation for human behavior during the Holocaust is the instinct for survival. Desmond Morris (80) points to survival instincts as a potential source of human violence: "...Where a group commits an atrocity against innocent bystanders, or full blown warfare, they all belong to a completely different category of behavior. These are not cases of aggression, they are examples of symbolic hunting turned sour ... the victim is depersonalized and becomes not the rival but the 'prey'." Thomas Blatt more simply explains the behavior of those involved in the Holocaust as based on the most fundamental instinct for survival. Throughout his Sobibor experience, man's inhumanity to man occurred in the imposed setting of the threat to individual survival. The thing that frightened him most was the animal within: "I was afraid that, how very fragile the civilization ... given the right circumstances could crack and people could become beasts." (Blatt p.i.).

Works Cited

Primary Sources

Blatt, Thomas (Toivi). From the Ashes of Sobibor. Evanstown, IL: Northwestern University Press, 1997.

Blatt, Thomas (Toivi). Personal interview, Seattle, Washington. 1 January 1997.

Blatt, Thomas (Toivi). Sobibor, The Forgotten Revolt. Issaquah, WA: H.E.P., 1996.

 

Secondary Sources

Lewis, Bernard. "The Historical Roots of Racism." The American Scholar. Winter 1998: 17-25.

Lipstadt, Deborah. Denying the Holocaust. New York, NY: Penguin Books, 1993.

Lorenz, Konrad. On Aggression. New York, NY: Harcourt Brrace & Company, 1966.

Morris, Desmond. The Human Animal. New York, NY: Crown, 1994.

Prager, Dennis and Joseph Telushkin. Why the Jews? New York NY: Simon & Schuster, Inc., 1985.

www.cympm.com/sobibor.html

Zie verder deel 4 Deel 4: Sobibor en de Endlösung 'opdat wij niet vergeten´