We hebben 172 gasten online

Een lang leven vol van leed

Gepost in Endlösung

Reportage: hoe Selma Engel-Wijnberg Sobibor te boven kwam

Ad van Liempt in het vervolg Volkskrant 10 april 2010

Selma Engel-Wijnberg overleefde Sobibor, als een van de weinigen, en werd daarna bijna Nederland uitgezet.

Ruim een half jaar geleden zat ik drie dagen lang, tegenover Selma Engel-Wijnberg (87), in Branford, Connecticut, twee uur rijden van New York City. Selma verbleefin 1943 een halfjaar in Sobibor, ze heeft de verschrikkingen van het kamp, als eenvan de zeer weinige Nederlanders, overleefd - ook de opstand van 14 oktober 1943 - en daarna de onderduiktijd op het Poolse platteland. Drie dagen lang verteldeze over de; angst, het verdriet, de terreur.Twee dingen kwamen voortdurend terug: dat ze zo'n geluk had gehad, steeds weer; en hoe het toch mogelijk was dat haar hele'farnilie en al die honderdduizenden -andere Joodse mensen destijds waren uitgeroeid. Veel dichter kun je niet bij Sobibor komen.

Selmma Wijnberg was op vrijdag 9 april 1943, na een reis per goederentrein van drie dagen en drie nachten, in Sobibor uit de rij geplukt om voor de SS te werken, samen met, vermoedelijk, 27 Nederlandse vrouwen en meisjes. De ongeveer tweeduizend inzittenden van het transport van 6 april gingen direct de gaskamer in, 's avonds was er niemand van hen meer in leven.Selma moest kleren sorteren van de mensen die die dag waren vergast.

Die kleren werden gebundeld en verpakt en naar Duitsland gestuurd; waar, vooral in de gebombardeerde steden, veel behoefte aan tweedehands kleding was. De mooiste kledingstukken waren voor het SS-personeel van Sonderkommando Sobibor. Om zelf te dragen, of om in de koffer mee te nemen op verlof, voor thuis.-

De ‘Arbeitsjuden', zoals de joodse dwangarbeiders in het kamp werden genoemd, konden zelf ook weleens een knap jasje achterhouden; ze hoefden geen gestreepte gevangeniskleding te dragen. Er was nóg een voordeel aan het werk op de sorteerafdeling. Uit de kleren en de tassen kwam nogal wat verstopt voedsel. Dat moesten de dwangarbeiders direct aan de SS-bewakers afstaan, maar ze werden steeds handiger in het achteroverdrukken, als aanvulling op het minimale en uiterst smerige eten.

Selma vertelt met afgrijzen en gêne dat zij en haar collega's soms opgelucht waren als er weer een transport binnenkwam: dat betekende immers weer een kans op extra voedsel.

Massale dood

Wat het lot was van de joden in de transporten, drong pas na een paar dagen tot haar door: ze kon het aanvankelijk niet geloven dat al die mensen direct werden doodgemaakt. Dat haar oom Nathan, zijn vrouw en zijn vijf zoontjes van 2 tot 14 jaar, die in hetzelfde transport hadden gezeten als zij, de avond van 9 april niet hadden gehaald. De massale dood was in Sobibor altijd aanwezig, elke dag.`Je leefde niet van dag tot dag, zelfs niet van uur tot uur, maar van minuut tot minuut', zegt Selma.

Ze vertelt over de terreur van de SS-bewakers. Gustav Wagner was de ergste, hij had de dagelijkse leiding. Een Oostenrijker, afkomstig uit Wenen. Iedere overlevende van het kamp sprak na de oorlog in getuigenissen over zijn bruutheid en zijn agressie. Maar ook Karl Frenzel gedroeg zich als een onmens. Er was geen enkele controle op wangedrag van de SS'ers. Ze mochten beschikken over mensenlevens, ze konden iemand doodslaan als zijn gezicht hun niet beviel.

De SS-bewaker was zijn eigen God. Ze liepen allemaal met een zweep.Sommigen lieten door de joodse goudsmid van het kamp hun initialen op het handvat zetten. Een paar gevangenen hoorden bewaker Hubert Gomerski' een' keer opscheppen tegen een SS-collega: hij had een Jood met twaalf klappen van de zweep doodgeslagen, dat was hem nog niet eerder gelukt, een kamprecord.

Dat Selma het overleefde en er 67 jaar later nog over kan praten, dankt ze aan Chaim Engel, de zes jaar oudere Pool die ze in het kamp ontmoette. Ze werden verliefd, en Chaim beschermde zijn Ne- derlandse vriendin zoveel mogelijk tegen al het onheil in Sobibor. Toen ze tyfus kreeg, was ze ten dode. opgeschreven: wie ziek werd als Arbeitsjude, werd snel doorgestuurd, als nutteloos wezen, naar Lager Drei, het kampgedeelte waar de gaskamers stonden en waar de lijken werden verbrand.

Chaim kon voorkomen dat Selma erheen werd gestuurd. Hij sleepte haar overal, doorheen, ze warén zoveel mogelijk bij elkaar, bewakers noemden het koppel smalend 'Braut und Brautigam'.Eind september 1943 maakten de nazi's, achteraf gezien, een ernstige fout: ze lieten Russische joden die in het leger hadden gezeten, toe in het kamp krijgsgevangenen dus.

Die hadden snel door dat ze Sobibor nooit levend zouden verlaten. Ze beraamden, samen met eengroep Polen, een vluchtpoging. Ze wilden zoveel mogelijk SS'ers de barakken in lokken, hen daar doden en dan proberen naar buiten te komen.Op 14 oktober 1943 was het, zover. Ook Chaim Engel deed mee. Als invaller voor iemand die op het laatste moment toch niet durfde, doodde hij twee SS'ers met een mes. Hij had Selma de avond tevoren toegefluisterd dat ze zich op tijd gereed moest houden.

De opstand slaagde gedeeltelijk, er werden veertien SS'ers gedood. onder een regen van kogels lukte het een paar honderd Joodse gevangenen te vluchten.De SS'ers, zwaar beschaamd dat ze dit hadden laten gebeuren, organiseerden met behulp van politie en Wehrmacht een klopjacht op de voortvluchtigen. Enkele tientallen bleven uit hun handen, onder hen Selma en Chaim. Ze kregen onderdak op de zolder van een paardenstal, bij een afgelegen boerderij. De boer nam het risico, ze betaalden hem met goud en edelstenen die ze uit kleding van welgestelde Joodse slachtoffers hadden achtergehouden.

Van de negen maanden op die zolder, ze mochten er niet af, en leden aan alles, vooral aan schurft - heeft Selma aantekeningen gemaakt. Een deel is bewaarden nu voor het eerst gepubliceerd: de wanhoop is voelbaar in bijna elke regel. Selma werd er zwanger, ze wist zich geen raad, en Chaim voor het eerst ook niet. Eind juli 1944 werd het oosten van Polen bevrijd door Russische troepen, ze konden eindelijk van de zolder af, en een paar maanden later beviel Selma onder treurige omstandigheden van een gezonde zoon Emiel.Ook na de oorlog waren Joden niet welkom in Polen.

Chaim en Selma kwamen uiteindelijk met hun baby met de trein in Odessa terecht, aan de Zwarte Zee. Daarvandaan ging een boot naar Marseille, dezelfde boot waarmee Otto Frank naar West-Europa reisde. Voor Chaim en Selma eindigde de reis in een nachtmerrie. Hun zoontje kreeg onderweg een voedselvergiftigfng en overleed. In de buurt van Naxos werd zijn kistje overboord gezet, in het water van de Egeïsche Zee.

Ongewenst

Terug in Zwolle, waar Selma haar jeugd doorbracht, voelde ze zich diep ongelukkig. Op haar broer Bram na was de hele familie uitgemoord. Chaim kreeg van de vreemdelingenpolitie te horen dat hij het land uit moest, hij was ongewenst. Omdat Selma met hem was getrouwd, beschouwde de Zwolse politie haar niet langer als Nederlandse - ook zij werd met uitzetting bedreigd. Sobibor-overleven en dan letterlijk ongewenst zijn in je eigen land, het is meer dan Selma Engel-Wijnberg kon verdragen.

Ze hield er een levenslange hekel aan Nederland aan over, In 1951 vertrokken ze met hun twee in Nederland geboren kinderen naar Israël, en vandaar in 1957 naar de Verenigde Staten. Daar bouwden ze een redelijk aangenaam bestaan op, maarde pijn bleef.

Zeker nadat Chaim in 2003 was overleden, had Selma het moeilijk. Dizzy verlaat ik na drie dagen Branford. Selma's geheugen heeft wat gaten, maar die zijn met wat speurwerk in te vullen. Nee, de vraag is meer: hoe kan iemand zoveel narigheid doorstaan en toch een bestaan opbouwen en 87 jaar worden?

De vraag laat zich dezer dagen vaker stellen. Janny Moffie-Bollen (Een hemel zonder vogels) vertelt haar oorlogsgeschiedenis in een-aangrijpend boek, en culinair journaliste Berthe Meijer (Leven na Anne Frank) ook.

Beiden maakten als kind Bergen-Belsen mee, die andere hel, 1.000 kilometer westelijker dan Sobibor. Hun leven is er diepgaand door beïnvloed, maar ze zijn er nog.In Bergen-Belsen was ik vorig jaar ook, met de gebroeders Gelber, die er als jongetjes van nog geen 10 bijna doodgingen. Dukie, Gelber was voor de gelegenheid uit Israël overgekomen, hij kon de confrontatie niet aan.

Op het perron was hij met 2.500 Joden (onder wie, naar nu blijkt, Berthe Meijer) in een trein geladen die door niemandsland ging rijden. Hij had er als kind stapels lijken gezien, op dat perron, en nu hij er weer was, zag hij ze opnieuw. Het is een van de zekerheden van de Holocaust: hoe meer je ervan weet en hoe dichterbij je komt - des te minder je ervan begrijpt.