We hebben 221 gasten online

Holocaust is meer dan Auschwitz

Gepost in Endlösung

 

Bron Volkskrant in ACHTERGROND, Peter Giesen 1 mei 2010

Het was niet Auschwitz, maar Oost-Europa waar de meeste Joden werden vermoord.Door Peter Giesen

Auschwitz is hét symbool van de Holocaust, misschien zelfs van de hele Tweede Wereldoorlog. Toch is Auschwitz helemaal niet representatief voor de Holocaust, zegt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder. In Auschwitz werden vooral West-Europese Joden vermoord. Maar veruit de meeste slachtoffers van de Jodenvernietiging, meer dan 70 procent, kwamen uit Oost-Europa.

In veel gevallen werden zij niet gedeporteerd en vergast, maar ter plaatse doodgeschoten en in een massagraf gegooid. Er zijn minstens evenveel Joden gedood door kogels als door gas, meent Snyder. ‘Het bekendste slachtoffer van de Jodenvervolging is Anne Frank, een meisje uit een welvarende Duitse familie, dat ons vertrouwd voorkomt. Maar de meeste slachtoffers waren heel anders. Zij waren arm, en ze leefden in Polen, Oekraïne of Wit-Rusland’, zegt Snyder aan de telefoon vanuit Oostenrijk.

Van de 5,7 miljoen vermoorde Joden kwamen er 3 miljoen uit Polen. Nog eens 1 miljoen kwamen uit de Sovjet-Unie. Van de resterende 1,7 miljoen kwamen de grootste groepen uit Roemenië, Hongarije en Tsjecho-Slowakije.

Snyder schreef vorig jaar in de New York Review of Books een artikel over de ‘genegeerde realiteit’ van de Holocaust. In september verschijnt zijn boek Bloodland, waarin hij deze gedachte verder zal uitwerken. ‘Het is natuurlijk logisch dat Auschwitz zo’n centrale rol speelt in de nationale geschiedenis van landen als Nederland, België of Frankrijk’, zegt hij. ‘Maar als je naar de Holocaust als geheel kijkt, vormen de West-Europese Joden een minderheid.’

De Nederlandse historicus Karel Berkhoff, onderzoeker van het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies, vindt het goed dat Snyder aandacht vraagt voor de ‘andere Holocaust’, die ook wel ‘de Shoah door kogels’ wordt genoemd. ‘Op zichzelf is het natuurlijk goed dat Auschwitz wordt herdacht’, zegt Berkhoff. ‘Maar veel mensen hebben een eenzijdig beeld van de Holocaust. Vaak weten ze wel dat er in Oost-Europa veel Joden zijn doodgeschoten. Maar ze zijn verrast als ze horen hoe systematisch en op welke schaal dat gebeurde.’

Er is geen symbool voor de Shoah door kogels, zoals Auschwitz symbool staat voor de deportaties en de gaskamers. Babi Jar, een ravijn bij Kiev, waar in één dag dertigduizend Joden werden doodgeschoten, zou het kunnen zijn. ‘Maar het is een plaats die slecht is bijgehouden door de lokale overheid’, zegt Berkhoff, die onderzoek doet in Oekraïne.

Kampliteratuur
Volgens Snyder heeft Auschwitz mede tot zo’n belangrijke plaats van herinnering kunnen uitgroeien omdat het niet alleen een vernietigings-, maar ook een werkkamp was. Relatief veel mensen hebben het kunnen navertellen. Na de oorlog ontstond er een kampliteratuur, waarin de boeken van Primo Levi een hoogtepunt vormden.

De herinnering aan de Holocaust in Oost-Europa werd echter onderdrukt door de communistische regimes. Sovjetleider Stalin vond dat de Joden niet meer hadden geleden dan andere Sovjetburgers. Het benadrukken van de Jodenvervolging beschouwde hij als een vorm van Joods nationalisme, die meteen de kop moest worden ingedrukt.

Het belangrijkste onderdeel van de Holocaust is voor Snyder de operatie-Reinhardt, de moord op Poolse Joden in 1942. De helft van deze groep werd vermoord in de kampen Treblinka, Belzec en Sobibor.

Daarna volgt het werk van de Einsatz-gruppen en andere Duitse doodseskaders, die in het kielzog van de Wehrmacht jacht maakten op Joden. Tegen het einde van 1941 hadden ze al 1 miljoen Joden doodgeschoten. De Nederlandse oorlogsmisdadiger Pieter Menten was hierbij betrokken, schrijft Berkhoff in zijn vorig jaar verschenen boekje De onbekende massagraven van Oekraïne.

Auschwitz groeide pas in 1943 en 1944 uit tot het centrum van de Holocaust. Er werden ongeveer 1 miljoen Joden vergast. Maar de meeste – Oost-Europese – slachtoffers van de Jodenvervolging waren toen al dood, aldus Snyder.

De Holocaust stond niet op zichzelf, zegt Snyder. De vernietiging van de Oost-Europese Joden paste in Hitlers droom van een groot koloniaal rijk in Oost-Europa. De Duitsers hadden niet alleen Le-bensraum nodig, dachten zij, maar ook een graanschuur die het industriële Duitsland van voedsel kon voorzien. Daartoe moest Oost-Europa leeg worden gemaakt. Niet alleen de Joden moesten verdwijnen, ook tientallen miljoenen Slaven. Het Generalplan Ost voorzag in de eliminatie van 50 miljoen mensen, door moord, maar ook door hongersnood en uitputting. Het beleg van Leningrad, waarbij ongeveer 1 miljoen mensen omkwamen van ziekte, honger en gebrek, was slechts een voorproefje van wat er gebeurd zou zijn bij een Duitse overwinning, aldus Snyder.

De vervolging van de Joden was niet louter ingegeven door racistische razernij. Er kwam ook rationele calculatie aan te pas: de Holocaust was nodig voor de economische transformatie van Oost-Europa. Dit rationele aspect wordt vaak over het hoofd gezien, zegt Snyder. Racisme alleen is doorgaans niet genoeg voor genocide. Volkerenmoord vindt veelal plaats als racisme wordt gecombineerd met economische en politieke belangen. ‘Vaak is genocide een combinatie van exploiteren en demoniseren’, zegt Snyder.

Jodenjacht
Gaandeweg de oorlog werd de Shoah echter steeds meer een Jodenjacht die geen enkel rationeel doel meer diende. ‘Toen duidelijk werd dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen, verschoven ze hun aandacht naar een oorlog die ze wél konden winnen: die tegen de Joden’, zegt Snyder. ‘Volgens mij was het sowieso uitgesloten dat Duitsland een oorlog tegen de veel grotere Sovjet-Unie zou kunnen winnen. Maar de Duitsers geloofden in juni 1941 dat ze Rusland in negen tot twaalf weken konden verslaan, zoals ze ook Frankrijk in een Blitzkrieg hadden verslagen. In december 1941 stonden ze voor Moskou, maar op 6 december lanceerde het Rode Leger een succesvol tegenoffensief. De volgende dag viel Japan Pearl Harbor aan en werden de Verenigde Staten bij de oorlog betrokken. De situatie zag er opeens heel anders dan uit dan in juni 1941.’

Er ontstond een soort ‘euforie van de nederlaag’, zegt Snyder. De nazi’s radicaliseerden toen hun teloorgang onafwendbaar werd. De Holocaust kwam naar West-Europa: geen Jood mocht meer ontkomen. De West-Europese Joden vonden de dood in de gaskamers. Soms wordt aangenomen dat de gaskamers werden gebouwd omdat de mannen van de Einsatzgruppen hun barbaarse werk niet meer aankonden. Volgens Snyder is dat niet waar: ‘Er zijn maar heel weinig gevallen bekend van mannen die ingestort zijn. De Einsatzgruppen zijn tot het einde van de oorlog actief gebleven. De gaskamers werden gebouwd omdat de Duitsers zo veel mogelijk soldaten aan het front wilden houden. Een concentratiekamp konden ze met weinig Duitsers runnen. De gevangenen deden veel zelf.’

In de naoorlogse verbeelding is Auschwitz uitgegroeid tot een symbool van geperverteerde moderniteit. De moderne samenleving had een industrieel georganiseerde massamoord voortgebracht. De ‘Shoah door kogels’ relativeert deze opvatting enigszins. Voor een belangrijk deel was de Holocaust helemaal niet zo modern en industrieel, maar bruut en primitief. Eén kogel per Jood, een ravijn of een gat in de grond.