We hebben 145 gasten online

De Asjkenazische Diaspora

Gepost in Geschiedenis Joden

 

In het middeleeuws Hebreeuws werd Duitsland met de bijbelse naam Asjkenaz aangeduid en de joden die daar woonden heetten asjkenaziem. Verdrijvingen en vervolgingen konden aan het joodse leven daar geen volledig einde maken, maar de economische en culturele toestand was slecht. De joden werden uit de steden geweerd en verspreidden zich daarom over de kleinere plaatsen en dorpen. Er was een aanhoudende emigratiestroom in oostelijke richting naar Polen, dat hen sinds de 13de eeuw had aangetrokken vanwege de speciale voorrechten die hun daar werden verleend. Deze stroom werd tijdens de omwentelingen van de Reformatie nog omvangrijker.

De asjkenazische immigranten in Polen waren zo talrijk dat zij (net zoals de sefardiem in Turkije) hun taal en hun godsdienstige cultuur oplegden aan de daar reeds aanwezige joden. Als middenklasse tussen de feodale aristocratie en de boeren vervulden zij een belangrijke economische rol en zij beheersten het grootste deel van de binnenlandse en internationale handel. Klassenhaat noch godsdienstige onverdraagzaamheid kon hun veiligheid ondermijnen en zij deelden in de welvaart en de culturele rijkdom van de Poolse renaissance van de 16de en de 17de eeuw. In samenwerking met de heersers ontwikkelden zij een sterk intern zelfbestuur dat uniek was in de joodse diaspora. De `Raad van de Vier Landen' (Groot-Polen, Klein-Polen, Podolië en Wolhynië; in Litouwen bestond een aparte raad) oefende verstrekkende, quasi- parlementaire macht uit.

Deze gouden eeuw van de Poolse joden kwam abrupt en gewelddadig ten einde tijdens de kozakkenopstand in 1648. Een van de doelen van de leider daarvan, Bogdan Chmielnicki, was het uitroeien van het jodendom in de Oekraine. Een groot aantal joden werd gedood, gedoopt of op de vlucht gejaagd. Volgens joodse kroniekschrijvers werden er meer dan 100 000 ter dood gebracht en werden 300 gemeenschappen vernietigd. De slachtingen lieten een diepe wond na in de harten van de Poolse joden en sommige asjkenazische joden worden tot op de dag van vandaag achtervolgd door het beeld van de uitzinnige kozakken. In de joodse mythologie heeft dit een plaats gekregen die gelijk is aan die van de kruistochten en de verbanning uit Spanje. De slachtingen van Chmielnicki waren slechts een voorproefvan het geweld dat daarna regelmatig over de Poolse joden zou losbarsten, met als dieptepunt de vernietiging door de nazi's. Het onmiddellijke gevolg ervan was een geleidelijke westwaartse volksverplaatsing, aanvankelijk naar Duitsland en op den duur ook naar de nieuwe centra waar de Portugese joden zich als pioniers hadden gevestigd.

Niet alle joden verlieten Polen, de joodse bevolking daar begon zelfs dramatisch toe te nemen zodat aan het begin van de 19de eeuw ruimde helft van alle joden ter wereld in Polen woonden. Toch werd de asjkenazische diaspora een blijvend en overheersend element op de kaart van de joodse wereld.

Intussen was er in de toestand in Duitsland een verbetering opgetreden. Hoewel de joden nog steeds uit veel plaatsen werden geweerd, was een aantal kleinere staten begonnen hun opnieuw toegang te verlenen. Tijdens de Dertigjarige Oorlog(1618-1648) werden de joden toegelaten in verscheidene grote steden en de tot dan toe aanwezige tendens van verspreiding over het platteland begon te keren. De verstedelijking nam in de daaropvolgende eeuwen zeer uitgesproken vormen aan.

De oorlog bood kleine handelaren met contacten in het leger de mogelijkheid om zich te verrijken en tot laat in de 18de eeuw was de wapenhandel een kenmerkende joodse activiteit in geheel Europa en zelfs in Noord-Amerika. De talrijke Duitse hoven met hun uitbundige gewoonten boden ook kansen aan financiers en handelaren in luxe artikelen. Sommige van deze `hofjoden' (Hoff juden) waren, eind 17de en begin 18de eeuw, uitzonderlijk rijk en machtig. Dergelijke personen vormden een uitzondering, maar door hun gevestigde positie in de Duitse samenleving baanden zij de weg voor een grotere mate van sociale acceptatie van de joden als zodanig (al versterkten zij wellicht tegelijkertijd weer anti-joodse vooroordelen). Zij verzamelden grote groepen joden om zich heen die zich steeds meer assimileerden met de overheersende cultuur.

asjkenasische diaspora

Maar intussen raakten de Duitse gemeenschappen overvol door immigratie, en de overdadige levensstijl van de hofjoden stak schril af tegen de armoede en de overbevolking van de Judengassen .De asjkenazische diaspora verspreidde zich geleidelijk in westelijke richting.

Eind 18de eeuw waren er ongeveer 20 000 joden in de Elzas (in tegenstelling tot de tendens in Duitsland waren zij daar verspreid over een groot aantal kleine centra), wellicht bijna net zoveel in Engeland (ook hier opvallend verspreid, al woonde de meerderheid in Londen) en opmerkelijk genoeg zelfs nog meer alleen al in de stad Amsterdam. De joodse gemeenschap daar was al een eeuw lang de grootste in West-Europa en op dit moment vermoedelijk de omvangrijkste van welke stad ter wereld ook.

Heel weinig asjkenaziem behoorden tot de toplaag van financiers, juweliers en importeurs; de meesten leidden een zwoegend en moeizaam bestaan als kleine handelaren of halfgeschoolde arbeiders. Ondanks een geleidelijk proces van acculturatie bleven de asjkenaziem op sommige plaatsen tot ver in de 19de eeuw Jiddisch spreken.

De gemeenschappelijke taal bevorderde de integratie van nieuwe golven immigranten en maakte contacten met andere asjkenazische gemeenschappen mogelijk. Zij bevorderde ook, samen met andere culturele verschillen, het onderscheid tussen asjkenaziem en sefardiem. Terwijl de asjkenazische minderheden in de landen rond de Middellandse Zee zich in het algemeen assimileerden met de sefardische gemeenschappen, was er in de noordelijke Europese centra, zoals Amsterdam en Londen waar de asjkenaziem de overgrote meerderheid vormden, weinig vermenging van de twee groepen.

Gemengde huwelijken werden afgekeurd, vooral door de sefardiem, die ervan overtuigd waren een hoogwaardiger cultuur te bezitten en die misschien een diep gevoel van volkszuiverheid hadden als gevolg van de moeilijke jaren op het christelijke Iberische schiereiland. Afzonderlijke synagogen en gemeenschapsorganisaties bleven naast elkaar bestaan. Op den duur werden sommige barrières afgebroken en de verschillen leidden slechts heel zelden tot gevoelens van vijandschap, maar de afstammelingen van de twee groepen zijn nog steeds verknocht aan hun afzonderlijke verleden.

Bron: Atlas van de Joodse Wereld Auteur Nicholas de Lange Uitgeverij Agon ISBN 9051570791