We hebben 217 gasten online

Videobeelden dvd nr. 18 The Dead of Yugoslavia Deel 1 t/m 6

Gepost in Inhoudsopgave Videobeelden DVD´s

 18

THE DEATH OF YUGOSLAVIA Deel 1 t/m 6

Een reportage die een volledig beeld geeft van de politieke en militaire factoren die hebben geleid tot het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië. Alle betrokken hoofdspelers komen aan het woord.


deel 1 ‘The death of Yugoslavia duur 50 minuten
deel 2 ‘The road to war’ duur 50 minuten

deel 3 ‘Wars of Independence duur 50 minuten

deel 4 ‘The gates to hell’ duur 50 minuten

deel 5 ‘A save area’ duur 52 minuten

deel 6 ‘Pax Americana’ duur 46 minuten)

’THE DEATH OF YUGOSLAVIA’

DE zesdelige  tv-documentaire The Death of Yugoslavia die vorig jaar ( 1995) door vrijwel alle tv-zenders in Europa (hier door de VPRO) werd uitgezonden, zou eigenlijk door iedereen die er een mening over voormalig Joegoslavië op na wil houden, moeten zijn bekeken. Het komt niet vaak voor dat op tv zaken te zien zijn waarover je je niet veel eerder, sneller en beter had kunnen informeren door te lezen. Dat was bij deze documentaire wel het geval.

Een van de fascinerende aspecten ervan was het gebruik van authentieke beelden, die zeker niet waren opgenomen met het oogmerk ze ooit nog eens door de BBC te laten uitzenden. Dat gold bijvoorbeeld voor de opnamen die gemaakt waren van een gesprek tussen de Kroatische minister van Defensie, generaal buiten dienst Martin Spegelj en kolonel Vladimir Jagar in het najaar van 1990, dus ver voor het uitbreken van de vijandelijkheden. 

Jagar, officier van het Joegoslavische Nationale Leger (JNL) en zoon van een oude vriend van Spegelj, had geveinsd wel mee te willen werken aan diens plannen om door omvangrijke wapensmokkel de Kroatische politie en reserve-politie in een mate te bewapenen dat deze een poging van het leger om het streven naar onafhankelijkheid van Kroatië te onderdrukken, zou kunnen verijdelen. De contraspionage van het JNL monteerde een videocamera in Jagars tv waarmee het gesprek met Spegelj werd vastgelegd.

Zeker zo dramatisch waren de opnamen van de extra zitting van het presidium van de Joegoslavische Republiek op 12 maart 1991. Niet alle vertegenwoordigers van de deelrepublieken kwamen opdagen. Die van Slovenië, waar de afscheiding al in volle gang was, boycotte de bijeenkomst uit vrees gearresteerd te worden. De overige leden van het presidium werden in een bus van het JNL naar het hoofdkwartier van de strijdkrachten gebracht. Geruchten over een militaire staatsgreep hingen al enige dagen in de lucht.

De zitting van het hoogste staatsorgaan vond plaats in een commandobunker waar het bijna vroor. Tegenover het presidium nam de federale minister van Defensie, generaal Kadijevic, plaats omringd door hoge officieren. De toeleg van de vergadering was duidelijk. Borisav Jovic, op dat moment voorzitter van het presidium en vertrouweling van Milosevic, wilde dat het presidium de noodtoestand zou afkondigen, zodat de strijdkrachten legitiem zouden kunnen optreden tegen de afscheidingsbewegingen en, niet te vergeten, de vooral uit studenten bestaande oppositie in Servië. De poging zo een ’legale staatsgreep’ te plegen, kon alleen maar lukken als Jovic ten minste vijf leden van het presidium achter zich kreeg.

Van drie stemmen was hij al zeker: zijn eigen en die van Montenegro en Vojvodina, waar Milosevic in de voorgaande jaren de wet te zijnen gunste had verzet. Macedonië en Kroatië waren even duidelijk tegen en dat zou Slovenië, indien aanwezig, uiteraard ook zijn geweest. De vertegenwoordiger van Kosovo aarzelde, maar werd zo onder druk gezet dat hij ten slotte toestemde (wat niet tegenhield dat hij niet veel later via machinaties alsnog door een trawant van Milosevic werd vervangen).

Alles draaide nu om de vertegenwoordiger van Bosnië-Herzegovina, de Bosnische Serviër Bogic Bogicevic. Deze beriep er zich echter op dat de constitutie het presidium niet het recht gaf buiten de gekozen regeringen van de deelrepublieken om de noodtoestand uit te roepen. Hij weigerde zijn stem uit te brengen, tot grote woede van niet alleen Jovic, maar ook Kadijevic. In diens opdracht was de urenlange bijeenkomst stiekem gefilmd. Als het JNL toch tot een staatsgreep zou besluiten, dan kon dat nu gelegitimeerd worden door beelden te laten zien van een besluiteloos en hopeloos verdeeld hoogste politieke orgaan.

Minstens zo opzienbarend als dergelijke beelden was de volstrekte openhartigheid waarmee de voornaamste protagonisten in het Joegoslavische drama voor de tv hun boevenstreken uitlegden. Tot hen behoorde Slobodan Milosevic, maar mijn favoriete schurk was toch zijn trawant Borisav Jovic, die op de verongelijkte toon ware communisten eigen, steeds uitlegde waarom hij en zijn patroon wel gedwongen waren hun tegenstanders met list, bedrog en geweld een kopje kleiner te maken.