We hebben 171 gasten online

Videobeelden dvd nr. 26 A CSE 1987-1988 Dekolonisatie: De afbraak van het Britse en Franse wereldrijk

Gepost in Inhoudsopgave Videobeelden DVD´s

regie: Carrie Rens (NOS)

Regie-assistentie: Bep Rijnders (NOS)

Redactie: W.A. van der Spek (NOT)

Adviezen: dr. M. Kuitenbrouwer (RUU)

Aflevering  1. Imperialisme en Brits-Indië

In Hong Kong en Gibraltar wappert de Engelse vlag. Overgebleven plekjes van het grote koloniale imperium dat de Britten een halve eeuw geleden nog in bezit hadden. Een paar jaar geleden begonnen de Britten nog een heuse koloniale oorlog tegen Argentinië om het behoud van de Falklandeilanden. In 1986 maakte de prime-minister met China de afspraak dat Hong Kong in 1995 deel van de volksrepubliek zal worden. Voor het begin van het kolonialisme gaan we vijfhonderd jaar terug, naar de tijd van de grote ontdekkingsreizen. Handelsposten worden aan verre kusten gesticht. De verdediging hiervan en het veilig stellen van de goederentoevoer zijn belangrijke redenen om ook de meer in het binnenland gelegen gebieden te beheersen. Europese kolonisten gaan zich daar vestigen. Tussen Frankrijk en Engeland worden koloniale oorlogen gevoerd, waaruit Engeland als grootste koloniale macht tevoorschijn komt. Ze blijft dit ook als aan het eind van de vorige eeuw er een Europese wedren begint op de "overgebleven gebieden" in Afrika.

India is de parel aan de Britse imperiale kroon. Een uitgestrekt en zeer dicht bevolkt gebied dat door slechts weinig Engelsen (indirect) wordt bestuurd. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog geeft een demonstratie te zien van Engelse koloniale eenheid en loyaliteit aan het moederland. Toch versterkt deze oorlog het in India reeds aanwezige nationalisme. Aan de verwachtingen van zelfbestuur en medezeggenschap komen de Engelsen niet wezenlijk tegemoet. Het bloedbad van Amritsan wordt daardoor voor vele Indiërs een "eye-opener" en het begin van talloze demonstraties tegen het Britse bestuur.

Aflevering 2. India verdelen en wegwezen

De demonstratieve acties tegen het Britse bestuur in India worden geleid door Gandhi. Het geweldloze karakter en non-cooperatieve karakter ervan verwart de Britten zeer. Ze versterken echter de Congres-partij die steeds meer een nationale volkspartij wordt. Pas aan het eind der dertiger jaren wenden de moslims zich tot de Moslim-Liga o.l.v. Jinnah. De concessies die de Britten doen aan Indische deelname aan het bestuur zijn niet meer voldoende.

Het Congres eist ronduit onafhankelijkheid. Ze weigert ook hulp aan Engeland als de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken.

Ook de snelle opmars van de Japanners door Azië brengt daarin geen verandering. De vage voorstellen van demissie Stafford Cripps in 1942 leiden tot een Congres-resolutie: de Britten moeten weg uit India.

Pas in 1945 vinden er weer besprekingen plaats tussen Indiërs en Engelsen, maar nu over de komende onafhankelijkheid. Deze worden bemoeilijkt door de eis van de Moslim-Liga om een aparte moslimstaat. De nieuwe onderkoning Lord Mountbatten hakt de knoop resoluut door: er komen twee aparte staten. De regelingen daarvoor vinden in slechts enkele chaotische weken plaats. De onafhankelijkheid in 1947 gaat met veel geweld en verdriet gepaard.

Aflevering 3. Algerije is Frankrijk!

Temidden van de vele Franse koloniën nam Algerije een bijzondere plaats in. Het werd bestuurlijk beschouwd als een Franse provincie en meer dan een miljoen Fransen hadden zich er gevestigd (colons). De Algerijnse moslimmeerderheid voelde zich achtergesteld bij deze colons. Pas in de 20-er jaren ontstonden er nationalistische groepjes waarvan die o.l.v. Messali Hadsj de onafhankelijkheid eiste. Andere nationalistische bewegingen waren gematigder in hun eisen. Het prestigeverlies dat Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog leed, de tweedeling in het Franse gezag (de Gaulle/ Vichy) was aanleiding deze eisen aan te scherpen. Het Statuut voor Algerije (1947) bevredigde slechts ten dele de verlangens van de moslimmeerderheid. In 1954 kwam het pas tot gewelddadige uitbarstingen, het jaar van Dien Bien Phu (Vietnam).

Ze werden in Frankrijk door de politici niet goed begrepen. De akties van de FLN, de steun van Marokko, Tunesië en Egypte, noodzaakte de regering tot harder optreden.

Het resulteerde in een burgeroorlog die de ondergang zou betekenen voor de Franse IVe republiek.

Aflevering  4. De Gaulle zet door

De invloed van het leger op de toestand in Algerije werd in 1956 steeds groter. Uiteindelijk hadden de politici geen greep meer op de gebeurtenissen. Het legeroptreden ('bombardement' op Sakiet, martelingen) werd internationaal afgekeurd. Ook in Frankrijk zelf klonken afkeurende stemmen, gekoppeld aan de vraag of de Franse politici onmachtig geworden waren. Steeds sterker werd de roep om een "sterke man": De Gaulle.

Deze politicus in ruste zou, daartoe officieel uitgenodigd, maar op zijn eigen voorwaarden, de Franse politiek weer krachtig maken.

Hij werd de eerste president van de V e republiek. Een duidelijke oplossing voor het Algerijnse vraagstuk maakte hij echter niet kenbaar, maar de Gaulle wist zich wel te distanciëren van zowel de colons als het leger. De laatste bond op de Gaulles gezag ook in. De tijd destilleerde de Gaulles uiteindelijke voorkeur voor een onafhankelijk Algerije.

In een referendum bleek dat deze oplossing door de Franse en Algerijnse bevolking werd gedragen. De opstand van vier gepensioneerde generaals in Algiers kon niet meer verhinderen dat deze onafhankelijkheid na langdurige besprekingen tussen regering en FLN voorjaar 1962 tot stand kwam.