We hebben 137 gasten online

Videobeelden dvd´s nr. 32, nr. 33 en nr. 34 Steden en hun Verleden

Gepost in Inhoudsopgave Videobeelden DVD´s

Steden en hun verleden

De ontwikkeling van de stedelijke samenleving in de Nederlanden tot de 19e eeuw

Veel Nederlandse en Vlaamse steden hebben 'n rijk verleden.

Zo was Maastricht ooit een zwaar belegerde veste. En Antwerpen vaart al eeuwen wel bij de handel. Hoe was vroeger het leven in zo'n stad?

Hoe pakte men alledaagse problemen aan? Dat vertelt de cursus 'Steden en hun Verleden'.

Aan de hand van twaalf Nederlandse en Vlaamse steden wordt op een toegankelijke wijze de historische herkomst van de Noord- en Zuidnederlandse stad in beeld gebracht. Door 'Steden en hun Verleden' zult u op een andere wijze naar de historische overblijfselen van onze steden gaan kijken. U zult leren om hun aanwezigheid in een historische context te plaatsen, oog te krijgen voor details en begrip voor de menselijke dimensie. Niet alleen tastbare overblijfselen, maar ook immateriële vaak op het eerste gezicht zeer alledaagse zaken worden door deze cursus in een historisch perspectief geplaatst. Zoals het college van burgemeester en wethouders, de drinkwatervoorziening, de parkeerproblematieken de studie aan een universiteit.

Nooit eerder bestond er zo'n grote belangstelling voor historische steden als tegenwoordig. Met grote regelmaat verschijnen stemmige beelden van historische stadsgezichten op de vaderlandse televisie.

THEMA'S

In de cursus worden de volgende thema's uitgewerkt:

De stadsverdediging wordt behandeld met Maastricht en Naarden als voorbeeldsteden. De stedelijke rechtspraak en het bestuur worden beschreven aan de hand van de Mechelse geschiedenis. Bij het onderwerp kerkelijk leven staat Utrecht centraal.

De Bossche geschiedenis licht het thema verkeer nadertoe. Antwerpen illustreert de (verre) handel, Leiden de nijverheid, Amsterdam het wonen (in de breedste zin van het woord), Leuven het onderwijs, Haarlem de cultuur (zowel de kunsten als de volkscultuur en vrijetijdsbesteding), Brugge de sociale zorg en ten slotte de Groningse geschiedenis het belang van de relatie stad-platteland. De verschillende thema's worden geïntroduceerd met behulp van de geschiedenis van een van de oudste en mooiste steden van Nederland, Maastricht.

NOORD EN ZLID

Zoals uit deze opsomming blijkt, staan in de cursus zowel Nederlandse als Vlaamse steden centraal. Vanuit het perspectief van de stadsgeschiedenis is dat een vanzelfsprekende aanpak. In de middeleeuwen, toen van naties nog geen sprake was, werden de Lage Landen — dus heel het gebied tussen Lille en Groningen — vaak aangeduid als Vlaanderen. In het graafschap Vlaanderen lagen immers de eerste grote steden. Met andere woorden: Vlaanderen was toen economisch en politiek het belangrijkste gewest in de Lage Landen. Met uitzondering van noordelijk Italië was er geen gebied in Europa met een vergelijkbare graad van verstedelijking en welvaart. Na de zestiende eeuw verschoof het zwaartepunt in noordelijke richting. Het noordwestelijk deel van de Lage Landen, ofwel het graafschap Holland met zijn talrijke, welvarende havensteden en in het bijzonder met Amsterdam, kreeg een dominerende positie binnen de Noordnederlandse economie, politiek en cultuur.

De verenigde Nederlanden werden — en worden! — in het dagelijkse taalgebruik vereenzelvigd met het rijke, verstedelijkte Holland. De zuidelijke Nederlanden is men, strikt genomen ten onrechte, Vlaanderen blijven noemen.

ZES EEUWEN STADSGESCHIEDENIS

De geschiedenis van de meeste steden in de Lage Landen begint ongeveer in de twaalfde en dertiende eeuw. Dit is ook het beginpunt van de cursus 'Steden en hun Verleden', met een enkele terugblik richting Romeinse tijd. Tot aan het einde van de achttiende eeuw zijn de steden de hoofdrol blijven spelen in de geschiedenis van de Nederlanden. De komst van de Fransen onder aanvoering van Napoleon markeert het begin van een geheel nieuwe periode voor de stad. De negentiende eeuw brengt radicale veranderingen. De verdedigingswerken rondom de stad verdwijnen. De Nederlanden gaan een centraal geregeerd koninkrijk vormen. Het land wordt opgesplitst in gemeenten en vooral de stedelijke gemeenten gaan een spectaculaire groei meemaken. De cursus gaat niet in op veranderingen van de laatste twee eeuwen, maar beperkt zich tot de eerste ongeveer zes eeuwen van de Nederlandse stadsgeschiedenis. De periode tot begin negentiende eeuw toont immers een samenhangende, traditionele invulling van het begrip stad, die overigens ook nu nog als zodanig wordt aangevoeld. Het begrip 'stad' roept namelijk nog steeds een beeld op van een (historische) binnenstad, met vermaak, cultuur, winkels en marktpleintjes. Kortom, de stad zonder de veranderingen of toevoegingen van de negentiende en twintigste eeuw.

De stad is het produkt van de stedelijke gemeenschap. Niet alleen de stenen overblijfselen, de woningen, stadhuizen, stadsmuren, kerken en kloosters zijn resultaten van menselijke activiteit, maar ook de gedeeltelijk nog bestaande organisaties, instellingen, feesten en functies.

In 'Steden en hun Verleden' staat daarom de mens van toen met zijn denken en doen, zijn dagelijkse leven, zijn hoogte- en dieptepunten centraal. Waarom handelde hij zoals hij deed? Wat waren zijn beweegredenen? In hoeverre is de stedeling van toen voor de huidige mens herkenbaar en in hoeverre is hij voor ons een vreemdeling geworden? Dergelijke vragen hebben in de cursus een centrale plek gekregen.

TELEVISIE

De televisie beperkt zich niet tot een verzameling mooie plaatjes van fraaie geveltjes, voorzien van een romantisch muziekje en poëtisch commentaar. De televisielessen zijn geen aaneenschakeling van aardige wetenswaardigheden en zeker geen bewegende VVV-folders. Wel behandeldelt de televisie, net als het boek, de verschillende thema's van de stadsgeschiedenis, waarbij eveneens de menselijke dimensie steeds centraal staat. De beelden beperken zich dan ook niet tot monumentale panden. De camera betreedt bijvoorbeeld verstofte archieven en bibliotheken, museale depots, kerkelijke schatkamers, onderaardse verdedigingswerken, vergeten en verborgen hoekjes. Niet omdat ze mooi zijn, maar omdat ze bijdragen tot een inzicht in het stedelijk verleden.

Programma 1. Inleiding

Het is niet eenvoudig een definitie van het begrip "stad" te geven. In ieder geval is een stad een concentratiepunt van geld, cultuur en vermaak. Aan de hand van de geschiedenis van Maastricht, een van de oudste steden van de Nederlanden, wordt een aantal kenmerken van "de stad' belicht. Een raamwerk.

 Programma 2. Steden en hun verdediging

Hoe kon een stedelijke gemeenschap zich beschermen tegen ongewenste personen van buiten? Door de stad te ommuren en de toegangspoorten in de muur te controleren. Vooral ten tijde van oorlog speelden de stadsmuren een belangrijke rol bij de verdediging. In Maastricht, Den Bosch en Naarden zijn nog tal van resten van de voormalige verdedigingswerken te zien.

Programma 3. Steden en hun bestuur

Steden waren betrekkelijk zelfstandige samenlevingen met een eigen stadsbestuur. Dit stadsbestuur zorgde voor een goed reilen en zeilen van de stedelijke samenleving. Het zorgde voor rust en orde, organiseerde de gemeenschappelijke belangen en loste eventuele conflicten op. Mechelen staat in deze aflevering centraal.

Stadswapen ook kopen; Landsrecht naar stadsrecht; bestuurlijke zaken + handhaving recht; Recht naar aanleding avn een klacht; Recht gesproken via gewonterecht; Openbare vonnissen; 2e helft 19e eeuw doodstraf afgeschaft; Schandpaal, ophanging en onthoofding, brandmerken. gevangenissen in de ME onbekend, pas einde 18e eeuw; Indirecte belastingen

Programma 4. Steden en hun kerken

Het dagelijks leven van de stedelingen was doordrongen van allerlei vormen van religiositeit. Deze uitte zich in een enorme bouwdrift. Het silhouet van een stad werd vaak gekenmerkt door talloze kerktorens. Ook in Utrecht was dit het geval. Deze stad neemt in deze aflevering over kerk en godsdienst een centrale plaats in.

Programma 5. Steden en hun verkeer

Reizen, verkeer en vervoer zijn van groot belang geweest voor de stedelijke ontwikkeling. In deze aflevering wordt niet alleen ingegaan op het reizigersverkeer en vrachtvervoer buiten de stadsmuren, maar ook op het verkeer en transport binnen de stad. In havens, bij stadspoorten en op markten sloten deze systemen op elkaar aan. Het thema verkeer wordt uitgewerkt aan de hand van de stad Den Bosch.

Scheepvaart, kleine houte schepen … koggeschip in de ME; Reizen over land .. zwinters over waterwegen; kaarten primitief… van nederzetting naar nederzetting via kerktorens;  Onaangenaam em zelfs gevaarlijk; familie keldermans architecten en bouwheren; Stadbodes; Bedevaarten; Herberg….  Stadspoort – via Passepoort kon men erdoor – controlepnt – verkeersobstakel. Rond 1500 – 15.000 voertuigen via Vughterpoort. Straatnaambordjes ongeveer 200 jaar oud, Huisnummers waren er niet; Goudkantoor wisselen van geld!; verkoper  van oogst; Marktplaatsen; Steenweg den Bosch – Luik. Inkomsten uit Tol. Te voet te paard, per wagen of per schip; 17e en 18e eeuw reiskoetsen; trekvaart 658 km; 1650-1850Beurtvaart.Zuid-Willemsvaart. Basin schepen waterwegen kregen de voorkeur; Komst Spoorwegen

Programma 6. Steden en hun handel

Handel bepaalde het succes van de stad. Of het nu handel in eigen produkten betrof of het verschepen en doorvoeren van andermans produkten. Naarmate handelswegen zich verplaatsten, kwamen steden op of gingen ten onder. Met name in de zestiende eeuw speelde in Antwerpen de handel een belangrijke rol. Antwerpen staat dan ook in deze aflevering centraal.

Antwerpen.. schippersbeurs vraag en aanbod bij elkaar. vanaf 6e eeuw: wapens, sieraden en fries laken.;Verwoest door Vikingen en weer opgebouwd;Burcht; Schelde was ook een scheidslijn tussen Brabat en Vlaanderen; Tot 15e eeuw Brugge centrum handel met Duitsers en Italianen.; Verzanding Zwin einde Brugge;Vlaams elaken verloor concurrentie met anderen; Antwerpen schonk huis aan Duitsers; Wisselaars… veel munten, hadden het druk door Spaans Zilver, dikke munten sinds 16e eeuw.;Wolhandel, de Beurs, Spaans handelskapital; Spanjaarden en Engelsen domineerden de handel. De Grote Leguit.. Stapelplaats huiden; 1572 Plattegrond met Nieuwstad ruimte voor kooplieden; Gildenhuizen + stadhuis, parel renaissancistische cultuur. Vleeshuis; In Nieuwstad hanzekantoor, hessenhuis; In halve eeuw van 6.000 naar 12.000 huizen. 100.000 huizen; Nieuwe ambachten . glasblazerij b.v.; drukkerij: Christoffel Plantijn; 1580 filiaal in Leiden drukkerij Plantijn.; 1585 Farnese blokkeert Schelde; Val Antwerpen politieke scheiding Noord en Zuid.; Amsterdamm nam rol Antwerpen over; Antwerpen bleef centrum van Brabant. Antwerpen chic….kristal, clavecimbel; Pieter Paul Rubens schilderstukken; Vlaamse barok in de architectuur. Vlaamse kant…. in trek bij Franse en Spaanse vrouwen.;  Bank van Lening; Generale Indische Compagnie via leningen.; Oostende als thuishaven; Theehandel echte handel toch in Amsterdam; damrak … Amsterdam vol van schepen Compagniën ..  zenuwcentrum.; Suiker, tabak uit Brazilië, Slaven evrkoop door WIC in Amerika; de Admiraliteit; Buitencompagnién, honderden schepen verschaften werk aan veel mensen.; familie Trip bouwd kanonnen. de bouw van de Amsterdam … verging bij hastingsfluitschepen; 1611 Amsterdamse beurs, Bankiers Speculatie Zwarte tulp.

Programma 7. Steden en hun nijverheid

Een van de kenmerken van een stedelijke samenleving was de nijverheid. Een deel van de stadsbewoners kon zich bezig houden met handel en dienstverlening, omdat anderen produkten vervaardigden. De stedeling kon een beroep doen op een groot aantal ambachtslieden. Het thema nijverheid wordt behandeld aan de hand van Leiden, een stad die eertijds een belangrijke lakenindustrie had.

Programma 8. Steden en hun huizen

Binnen de stad leefde een relatief groot aantal mensen. Ruimte was schaars en de bebouwingsdichtheid derhalve hoog. Daarnaast was de stad vaak een trekpleister voor allerlei individuen, werk- en gelukszoekers. Steden barstten dan ook regelmatig uit hun voegen. Hoe woonde de stedeling? Op deze vraag wordt getracht een antwoord te geven met Amsterdam als centrale stad.

Programma 9. Steden en hun onderwijs

Als men in de veertiende eeuw in de Nederlanden naar een universiteit wilde, een voorrecht dat slechts voor een kleine elite was weggelegd, dan was Keulen de dichtstbijzijnde. De komst van een universiteit in Leuven in 1425 was dan ook een uitkomst.

Wat werd er gedoceerd, wie waren de docenten en studenten? Waren er ook andere vormen van onderwijs? Dergelijke vragen komen in deze aflevering over onderwijs aan de orde. De stad Leuven staat hierbij centraal.

Programma 10. Steden en hun culturele leven

Niet alleen de middeleeuwse monnik had grote liefde voor schoonheid, zoals blijkt uit prachtig versierde manuscripten die bewaard gebleven zijn, ook ambachtslieden hadden plezier in hun werk, gezien bijvoorbeeld de prachtige details aan kerken en kathedralen. Wat we hedentendage vaak betitelen als kunst was doorgaans het werk van anonieme vaklieden. De aflevering culturele leven is gesitueerd in Haarlem.

Programma 11. Steden en hun sociale zorg

Voordat de steden in de Nederlanden ontstonden, waren het vooral de kloosters die zich over behoeftigen ontfermden. Door de komst van tal van verarmde plattelanders naar de stad moesten de burgers zelf de zorg voor de behoeftigen overnemen. En dat waren er velen: kinderen zonder ouders, wezen en vondelingen, zieken, gehandicapten, verzwakte ouderen. Het thema sociale zorg is uitgewerkt in Brugge.

Programma 12. Steden en hun ommelanden

Iedere stad was van nature gekoppeld aan haar omgeving. De stad vormde het administratieve, verzorgende en economische centrum van een omringend gebied. De stad Groningen heeft een actieve koloniserende rol gespeeld ten aanzien van de zogenaamde Ommelanden en is daarom binnen de Nederlandse verhoudingen uniek te noemen. Vandaar dat in deze aflevering Groningen centraal staat.