We hebben 168 gasten online

Videobeelden dvd nr. 123 Film en geschiedenis 1

Gepost in Inhoudsopgave Videobeelden DVD´s

Programma 1: Revolutie in Rusland 1917

Programma 2: Palestijnen, Joodse immigranten en Engelsen in conflict 1946-1948

Programma 3 Berlijn en de Koude Oorlog 1945-1949

Film en Geschiedenis III

Programma 7: Helden van Duinkerken 1940

Programma 8: De Suez-crisis 1956

Programma 9: Oorlog in Vietnam 1966-1969

Film & Geschiedenis 1

Programma 1

Revolutie in Rusland 1917

Dit programma behandelt de verbeelding van de Russische revolutie op film in de periode 1917 tot 1927 Enkele filmfragmenten laten historische gebeurtenissen zien zoals die zich voor de camera hebben afgespeeld. Andere fragmenten laten die gebeurtenissen ook zien, maar nu ten behoeve van de filmopnamen op een later tijdstip gereconstrueerd.

Gebruikte filmfragmenten:

— Straatscenes, St Petersburg 1914

- Patriottische demonstratie, St Petersburg 1914 — Scenes buiten het Winterpaleis 1917

— i Mei parade 1918

— Manoeuvres van het Rode Leger, ong. 1919

— Het einde van St Petersburg (1927, speelfilm, regie Pudovskin)

— October( 1927/28, speelfilm, regie Eisenstein)

Geschiedenis in het kort

Ontevredenheid in Rusland

Er heerste in Rusland onder grote delen van de Russische bevolking ontevredenheid over het bewind van de tsaar. Belangrijke ambten in bestuur, belastinginning, leger, rechtspraak en politie, werden binnenskamers verdeeld en vaak onbekwaam en arrogant uitgeoefend. Er had zich in de loop der tijd een brede oppositie gevormd van liberale burgers, marxistische arbeiders, boerenactivisten, die vaak in de illegaliteit plannen voor hervorming of revolutie uitwerkten en actie voerden.

Een bekwaam staatshoofd en regeringsleider was misschien in staat geweest om via een voorzichtig en vasthoudend beleid bevolking en staat nader tot elkaar te brengen, maar zo iemand was Tsaar Nicolaas II niet. Hij onderdrukte oppositie met geweld en stond met zijn rug naar de volksvertegenwoordiging, de Doema.

De Eerste Wereldoorlog

In augustus 1914 verklaarden de keizerrijken Duitsland en Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Rusland. Aanvankelijk trokken miljoenen boeren-, burgersoldaten en adellijke officieren eensgezind naar het front. Maar vanaf het begin leed het Russische leger nederlagen, die noch tot overgave, noch tot verandering van tactiek leidden.

In 1917 waren 14.000.000 man onder de wapenen. In de helft van de Russische boerengezinnen ontbrak de man voor het oogsten en ploegen. Er ontstond schaarste aan de allereerste levensbehoeften en de prijzen stegen voor velen boven het betaalbare. Uiteindelijk heerste overal chaos. Het bewind begon zijn greep op de gebeurtenissen te verliezen.

Februarirevolutie in Rusland 1917

In februari stortte het gezag in Rusland ineen.

De bevolking zei massaal de gehoorzaamheid aan de overheid op. Soldaten deserteerden en trokken naar huis. In de steden waren dagelijks grote betogingen. 30.000 arbeiders van de Poetilov-staalfabrieken in St. Petersburg gingen op ao februari 1917 in staking en werden ontslagen. Arbeiders in andere bedrijven staakten uit solidariteit. Soldaten weigerden op stakers en demonstranten te schieten. Op 15 maart deed de tsaar afstand van de troon.

Een Voorlopige Regering, waarin leden van verschillende oppositiegroepen zitting hadden, nam zijn intrek in het Winterpaleis en probeerde gezag over Rusland uit te oefenen. Alexander Kerenski werd premier.

Een Raad of Sovjet van soldaten en arbeiders nam zijn intrek in het stadhuis. Deze Petersburgse Sovjet beschikte over wapens en vrachtwagens, maar veel politieke macht oefende deze Sovjet nog niet uit. Dat werd anders na de aankomst van Lenin in St. Petersburg op i6 april.

De komst van Lenin naar Rusland

Vladimir Iljits Uljanov, schuilnaam Lenin, en

Lev Bronstein, schuilnaam Trotski, waren de belangrijkste leiders van een revolutionaire beweging, de bolsjewieken. Lenin verkondigde onmiddellijk na zijn terugkeer uit ballingschap enkele belangrijke stellingen: `Maak onmiddellijk een eind aan de oorlog' en 'Brood voor de hongerigen'. De oorlog was volgens hem zinloos en de ellende aan het front onafzienbaar. Hij eiste onmiddellijke vrede met de Duitsers en was bereid daarbij veel grondgebied af te staan. Dat bracht Lenin in conflict met de Voorlopige Regering. Maar de leuzen over vrede en brood bezorgden hem de welwillendheid van een groot deel van de uitgeputte bevolking.

De Oktoberrevolutie

De bolsjewieken grepen de macht op 25 oktober 1917, snel en geruisloos, bijna zonder bloedvergieten. De Voorlopige Regering van Kerenski zat een hele dag opgesloten in het Winterpaleis en werd verdedigd door een kleine eenheid. 's Avonds staken 300 tot 40o Rode Gardisten het plein over, forceerden deuren en klommen over de hekken en door de ramen van de bedienden-vertrekken. Zij trokken plunderend door het paleis en liepen de trappen op. De eenheid gaf zich over en de leden van de Voorlopige Regering werden in naam van het volk gearresteerd. Tijdens de belegering en inname van het Winterpaleis vielen zes doden, waaronder vijf bolsjewieken.

Het Winterpaleis als historisch monument en als filmlocatie

Het Winterpaleis beslaat een oppervlakte van negen hectare en met drie verdiepingen een vloeroppervlak van 46.000 m2.

Het telt 1.057 kamers, 1.945 vensters en 117 trappen. Iedere kamer of zaal is een kunstwerk van marmer, zeldzame en kleurige houtsoorten, bergkristal en edelstenen. Het Winterpaleis vormt op het ogenblik, samen met twee andere paleizen er naast `de Hermitage'; een museum waarin een bezoeker maanden kan doorbrengen zonder twee keer hetzelfde te zien. Aan de ene kant ziet het paleis uit over de rivier de Neva. Aan de andere kant ziet het uit op een enorm halfrond plein. Op dit plein werd in 19o5 op Bloedige Zondag een vreedzame demonstratie uiteengeschoten.

Film & Geschiedenis 1

Programma 2

Palestijnen, Joodse immigranten en Engelsen in conflict 1946-1948

Dit programma laat ons zien wat montage kan doen. Vergelijk de manier waarop het Briitse bioscoopjournaal (British Movietone News) het verhaal vertelt van het beroemde vluchtelingenschip 'Exodus' met het verhaal in 'The Illegals' dat gemaakt is om geld in te zamelen voor de Zionistische zaak. De beelden van overvolle vluchtelingenschepen die wanhopig proberen de kust te bereiken en prikkeldraad rondom kampen, maken dat de Britten op de Nazi's lijken.

Gebruikte filmfragmenten:

— Joodse terroristen blazen de Godsmith's Club op (Pathe News, maart 1947)

— Begrafenis van Palestijnse slachtoffers (British Movietone New, augustus 1947): — Nieuwe crisis in Palestina

(US Paramount News, juli 1946)

— Bijeenkomst van Joodse oorlogsveteranen (US Paramount News, juli 1946)

— De Exodus — grootste immigrantenschip — vastgehouden (British Movietone News, juli 1946)

— 'The Illegals' (1948, speelfilm)

— Palestijnse immigranten op Cyprus (Pathe News, augustus 1946)

— Britten interneren 2000 vluchtelingen

(US Paramount News, augustus 1946)

— Britse soldaten: 'Onze beste ambassadeurs'

(Pathe News, september 1946)

— Britten kondigen standpunt aan over Palestina

(British Movietone News, oktober 1947)

— Palestijnse uitbarstingen volgen op stemming in VN

(Britisch Movietone News, december 1947)

Geschiedenis in het kort

Palestijnen in Palestina

Rond 1947 woonden ongeveer een miljoen Arabische Palestijnen in Palestina. De Palestijnen zeggen over zichzelf dat zij duizenden jaren in Palestina hebben gewoond en de oudste stad ter wereld bouwden, Jericho. De godsdienst van de Palestijnen is de islam. Jeruzalem is voor de islam de op Mekka na belangrijkste stad, vanwege de Omar Moskee. In Hebron vereren de moslims het graf van Ibrahim, die zij beschouwen als de aartsvader van de islam.

De Palestijnen voelen zich onderdeel en erfgenaam van de grote Arabische cultuur, die eeuwenlang heeft gebloeid rond de Middellandse Zee en in de middeleeuwen concurreerde met het christelijke Europa.

Joden in Palestina

Rond 1947 woonden ongeveer 600.000 Joden in Palestina. De Joodse aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob, liggen begraven in Hebron. Rond 1200 voor Christus trokken twaalf Joodse nomadenstammen het land binnen, verwoestten de stad Jericho en vestigden onder David en Salomon een koninkrijk met als hoofdstad Jeruzalem. 7o na Christus maakten de Romeinen een eind aan dat koninkrijk, verwoestten Jeruzalem en dwongen de meeste Joden zich te verspreiden over het Romeinse Rijk. In 1870 woonden ongeveer 20.000 Joden in Palestina. Vanaf die tijd vestigden uit Oost-Europa gevluchte Joodse pioniers zich in Palestina. Zij vluchtten voor vervolgingen en de miserabele toekomstmogelijkheden in ghetto's.

Palestina rond 1900

Palestina was in die tijd een vergeten en verwaarloosd deel van het Turkse rijk. Bijna de gehele Arabische wereld maakt deel uit van het Turkse Rijk en wordt bestuurd vanuit Istanboel. In veel Europese landen wam het antisemitisme aan het eind van de vorige eeuw V_ bijzonder heftig. Als antwoord daarop schreef de Weense en Joodse journalist, Theodor Herzl in 1896 het boek 'der Judenstaat'. Hij pleitte daarin voor de stichting van een Joodse staat. De beweging die daaruit voortkwam, is het Zionisme. Veel Joden beschouwden het als vanzelfsprekend dat de Joodse staat zou ontstaan rond Zion, de burcht van koning David in Jeruzalem. De zionistische beweging voerde een krachtige propaganda. Het Joods Nationaal Fonds, een bank, steunde de trek van Joden naar Palestina en kocht grond van Palestijnse en Turkse grootgrondbezitters, die vaak blij waren met de onverwachte dollars voor dorre grond.

Joden, Palestijnen en Britten in Palestina Aanvankelijk was de verhouding tussen Palestijnse autochtonen en Joodse immigranten goed. Het land was groot genoeg voor de geringe aantallen. Bovendier zorgden de nieuwkomers voor ideeën, initiatief, nieuwe technieken en bedrijvigheid. Op den duur ontstond wederzijdse ergernis omdat Joden en Palestijnen aanspraak maakten op hetzelfde schaarse water en op dezelfde grond. Naarmate Joden en Palestijnen elkaar dagelijks meer tegenkwamen, werd de vraag onontkoombaar: samenwerken of langs elkaar heen leven?

Britse beloftes tijdens de eerste Wereldoorlog Palestina was in 1914 tijdens de Eerste Wereldoorlog van belang voor Groot-Brittannië. Het Turkse Rijk vocht aan Duitse zijde tegen de Engelsen en bedreigde de Britse oliebronnen en het Britse Suez-kanaal. In 1915 beloofde de Britse regering bij monde van zijn vertegenwoordiger Macmahon aan de Arabische leider, Hoessein, sharif van Mekka, een eigen nationale Arabische staat na de oorlog, wanneer de Arabieren in opstand zouden komen tegen de Turken. De Arabieren kwamen in opstand en versloegen samen met de Britten de Turkse legers.

In 1917 beloofde de Britse minister van buitenlandse zaken Balfour aan de zionistische beweging een `Joods Nationaal Thuis' in Palestina in ruil voor financiële en morele steun in de strijd tegen de Turken. De Britten kregen die steun.

Britse woordbreuk na de Eerste Wereldoorlog Na de oorlog kwamen de Britten hun belofte aan de Arabieren niet na. Een Britse en een Franse

ambtenaar, sir Mark Sykes en Charles Picot, tekenden tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles een nieuwe kaart van het Midden Oosten. Het Arabische rijk werd door de grote mogendheden verdeeld in een groot aantal nieuwe staten (Syrië, Jordanië, Libanon, Saoedie-Arabië, Irak, Koeweit, etc).

Britten en Fransen regelden via de Volkenbond dat zij militair en politiek toezicht, `mandaat', mochten uitoefenen op het Midden-Oosten. Palestina werd een Brits mandaat.

De gevolgen

De Arabieren voelden zich bedrogen en beschouwden vanaf dat moment de migratie van Joden naar

Palestina als een onderdeel van de trouweloze Britse machtspolitiek. Tussen 192o en 1936 verslechterde de verhouding tussen Arabieren en Joden in Palestina sterk. In die periode migreerden ruim 300.000 Joden naar Palestina op de vlucht voor de economische wereldcrisis en Duits staats-antisemitisme.

Er ontstond een burgeroorlog tussen gewapende Joodse organisaties en gewapende Arabische organisaties. De Engelsen zagen de situatie uit de hand lopen en besloten in 1939 de Joodse immigratie te beperken tot 15.000 per jaar. Na vijf jaar zou de Joodse immigratie moeten stoppen. Ook Joodse landaankopen werden verboden.

Palestijnen, Joden en Britten na 1945

Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel de migratie naar Palestina sterk terug. Toen na de oorlog duidelijk werd wat er in de concentratiekampen was gebeurd en het aantal van 6.000.000 Joodse slachtoffers was geteld, wilden niet alleen duizenden Joodse overlevenden weg uit Europa naar een Joods nationaal tehuis, maar ging ook de wereldpers en wereldopinie dit streven steunen. De Arabieren waren van mening dat wat de Duitsers de

Joden hadden aangedaan, niet ten koste van Arabieren moest worden goedgemaakt. Zij bleven zich gewapend verzetten tegen immigratie.

De gewapende Joodse groepen hadden alles te winnen bij immigratie en bij verzwakking van de Britten. Zij voerden daarom hun acties op.

Het uitroepen van de staat Israël en de vlucht van de Palestijnen.

In 1948 gaven de Britten, oorlogsmoe, hun pogingen op om de orde in Palestina te handhaven. Zij legden het Palestijnse probleem voor aan de Verenigde Naties. Deze verdeelde het land en besloot met een meerderheid van 33 tegen 53 de staat Israël te erkennen. Na de stichting van Israël kwamen de Palestijnen in opstand, gesteund door legereenheden uit de omringende Arabische landen. De Israëliërs verwierven in de strijd een groter stuk van Palestina dan de VN had toegewezen en een deel van Jeruzalem. De Palestijnen werden door Arabische leiders opgeroepen om te vluchten. 650.000 Palestijnen vluchtten, 210 000 bleven in Israël. In totaal telde de staat Israël in 595o 1.210.000 inwoners. 

Film & Geschiedenis 1

Programma 3

Berlijn en de Koude Oorlog 1945-1949

Dit programma gaat over de Berlijnse Blokkade van 1948-'49. Het laat twee contrasterende standpunten zien over de Berlijnse Luchtbrug; een pro-Sovjet journaal dat in Oost-Duitsland draaide en een pro-Westers journaal dat in Westduitse bioscopen werd gedraaid.

Gebruikte filmfragmenten

— Russische i Mei-parade, 1947

— The March of Time, november 1948

— Stalin spreekt Internationale Conferentie toe — International Problems of 1947

— A Defeated People, 1946

— 'Through our Eyes', december 1948

— Berlijners in de Sovjet-sector vergelijken de luchtbrug met de

geallieerde bombardementen in de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenis in het kort

De SU en het Westen als Geallieerden samen tegen Duitsland en zijn bondgenoten

Om Duitsland (en Japan) te verslaan, sloten de SU, de VS, Engeland, Frankrijk en andere aangevallen landen zich als Geallieerden aaneen. In al die landen werd het beeld van de ander in positieve zin bijgesteld. Zij

werden nu min of meer vrienden, al bleef wederzijdse argwaan bestaan. Over de SU werd onder de Geallieerden met respect - en hoop -gesproken. In een Amerikaanse film, 'Mission to Moscow', kwam Stalin voor als een wijze pijprokende oom.

In de winter van '44-'45 stortten de Duitse fronten definitief in. De Amerikanen staken in maart '45 de Rijn over. De Russen namen in april Berlijn in. In mei 1945 ontmoetten Russische en Amerikaanse eenheden elkaar midden in Duitsland aan de Elbe.

Europa bevrijd door de Geallieerden

Europa verkeerde in 1945 in chaos. In de verwoeste steden heerste honger en kou. In de gebieden die door het Rode Leger waren bevrijd, werden bedrijven en grond onteigend en burgerlijke, liberale, christelijke en boerenpartijen verboden. De macht in die landen kwam te liggen in handen van politici, die met de SU wilden samenwerken. Binnen enkele jaren kregen bijna overal in Oost-Europa communistische partijen het voor het zeggen. In de door de Westelijke Geallieerden bevrijde gebieden werd de democratie hersteld. In Duitsland werd de bevolking (her)opgevoed tot een pro-democratische houding.

Europa raakt verdeeld

In juli 1945 kwamen Truman, Stalin en Churchill bijeen in een kasteeltje vlak bij Berlijn om de afwikke-

ling van de oorlog en de toekomst te regelen. In de VS was Truman president Roosevelt opgevolgd. Tijdens de conferentie werd Churchill (Conservatieven) vervangen door Attlee (Labour). Duitsland werd verdeeld in vier sectoren. Berlijn werd verdeeld in vier zones: een Russische, een Amerikaanse, een Britse en een Franse.

Het Marshall-plan

In 1947 was in Europa veel puin geruimd, maar voedsel bleef op de bon en wederopbouw bleef uit. In de VS ontstond toen een plan voor grootscheepse hulp. George Marshall, minister van economische zaken, stelde een enorme lening aan Europa voor. Voor terugbetaling moesten de Europese regeringen garant staan.

Berlijnse blokkade en luchtbrug

Om het Marshall-plan uit te voeren moest in Duitsland de waardeloos geworden Rijksmark vervangen worden door een nieuwe munt. De SU wilde hieraan niet meewerken. In juni 1948 hakten de Westelijke Geallieerden de knoop door en voerden in hun sectoren de nieuwe D-mark in. Berlijn lag in door de ~G Russen gecontroleerd gebied. Maar de stad was verdeeld in vier Geallieerde zones. Toen de nieuwe mark ook in Berlijn in omloop werd gebracht, blokkeerde de SU alle routes over land naar Berlijn. De westelijke Geallieerden antwoordden met een `luchtbrug'. Van juni '48 tot mei '49 landden dag en nacht ononderbroken vliegtuigen bij Berlijn. Zo werd de stad voorzien van grondstoffen, voedsel, kleding en brandstoffen. Stalin gaf de blokkade van Berlijn in mei 1949 op. Maar de verhouding tussen de bondgenoten uit de oorlog was verstoord en een Koude Oorlog was (opnieuw) begonnen.

Economie als strijdmiddel

De Koude Oorlog is in Europa nooit overgegaan in een gewapend conflict. Daarvoor was de wederzijdse dreiging met atoomwapens te angstaanjagend. De Koude Oorlog is, behalve met politieke, vooral gevoerd met economische middelen. West- en Oost-Europa werdeí4~:F economisch vrijwel van elkaar gescheiden. Mede dankzij de Amerikaanse financiële hulp herstelden West-Europa en vooral West-Duitsland na 1948 snel.

Film & Geschiedenis III

Programma 7

Helden vanDuinkerken 1940

De `heldenmoed van Duinkerken' is een bijzonder begrip in de oorlogsverslaggeving. Het wordt gezien als een typisch voorbeeld van de manier waarop de Engelsen een nederlaag wisten om te zetten in een overwinning. De uitdrukking is ontstaan in de vroege zomer van 1940, toen de Engelse en Franse legers, die de Duitsers in België en in Noord-Frankrijk bevochten, werden teruggedreven tot aan het Kanaal. Duizenden soldaten werden tot krijgsgevangenen gemaakt. Ook werden er tallozen vanuit Duinkerken geëvacueerd. Maar wie waren de échte helden van Duinkerken? We kijken onder meer naar filmmateriaal uit Engeland. Daar werd de terugtocht van de geallieerden al snel omgezet in een glorieus overwinningsverhaal.

De andere versie van de strijd bij Duinkerken komt van de Duitsers. Duitse camerateams konden in de voorste linies van de gevechten blijven opereren en hebben unieke beelden van de strijd gemaakt.

Gebruikte filmfragmenten:

- De Duitse overwinning in Duinkerken (Der Sieg im Westen,1941)

- Evacuatie van soldaten van het Engels Expeditieleger (Pathe Gazette, juni 1940)

- Engelse regeringsfilm over de terugtocht uit Duinkerken (Young Veterans, 1941)

- Engelse speelfilm (in opdracht van de regering) over de

heldenmoed van Duinkerken (Channel Incident, 1940) - Hitler bezoekt Parijs op 28 juni 1940, na de Duitse verovering (Duits bioscoopjournaal, juli 1940)

Geschiedenis in het kort

De bewegende beelden, die we in dit programma onderzoeken, betreffen de evacuatie of ontsnapping van 200 000 Engelse en 140 000 Franse soldaten uit Duitse omsingeling. 'The spirit of Dunkirk' - in dit programma vertaald met `de helden(moed) van Duinkerken' - is een historisch begrip geworden. Om die `spirit' te begrijpen moeten we eerst weten wat zich op de grond afspeelde.

1 September 1939 - 10 mei 1940

Na de oorlogsverklaringen van september 1939 volgde een stilte van acht maanden. De Britten noemden het `the phony war', de nep-oorlog. Omdat de geallieerden verwachtten dat - net als in WO I - de slagenwisseling in België en Noord-Frankrijk geleverd zou worden, werd een 'British Expeditionary Force' (BEF) over het Kanaal gezet en aan de Frans-Belgische grens gelegerd. België was net als Nederland neutraal. De hoofdmacht van het Franse leger lag aan de Frans-Duitse grens, achter de onneembaar geachte Maginot-linie.

De Duitse aanval

Op io mei 1940 vielen de Duitsers aan. Vanuit Nederlands perspectief lijkt de aanval op de Grebbe-linie, de Moerdijkbruggen, de Afsluitdijk en Rotterdam het belangrijkste wapenfeit van die dagen. Maar vanuit de Duitse, Franse en Britse optiek was de aanval op Nederland slechts een flankbeweging. De Duitse hoofdaanval was gericht op het gebied ten noorden van de Franse legers. Vijf pantserdivisies baanden zich een weg door de nauwelijks verdedigde Ardennen, staken O p 13 mei bij Sedan de Maas over en begonnen aan hun rit over de Noord-Franse wegen. Een deel van het Franse leger en van het Britse expeditieleger trokken naar het noorden België binnen om de Duitse aanval op te vangen. Het verhaal gaat dat de Duitse kolonnes gewoon benzine tankten bij Franse pompstations en onderweg de tijd hadden om koeien te melken en in cafés wat te drinken. Om de infanterie de gelegenheid te geven de opmars van de tanks te ondersteunen met rug- en flankdekking en de bevoorrading veilig te stellen rukten de pantserdivisies iedere dag ongeveer 6o kilometer op.

Op 20 Mei viel Amiens en bereikte de Duitse voorhoede de kust. Een deel van het Franse leger, het Belgische leger - niet meer neutraal - en ook het Britse Expeditieleger waren van de Franse hoofdmacht afgesneden en dreigden omsingeld te worden.

De Franse nederlaag

Anders dan in 1914 slaagden de Duitsers in 1940 -vooral door de snelheid van de Duitse pantservoertuigen, de luchtsteun van duikbommenwerpers en de bekwaamheid en durf van de nieuwe meesters van de tankoorlog, de Duitse generaals Guderian, Rommel en Von Rundstedt.

De Fransen en Britten hadden zich, net als in WO I, ingesteld op een defensieve oorlog met loopgraven. Zij werden overrompeld en voorbijgereden. Bovendien, op kritieke momenten verzuimden zij de kwetsbare Duitse aanvalsspits aan te pakken. De Franse opperbevelhebber Gemalin liet Churchill al op 55 mei weten dat het Franse leger verslagen was. De Britse generaal Lord Gaught besloot echter op iq mei om het Britse leger te redden.

Engelse 'spirit' - mei 1940

Na 21 mei stagneerde de Duitse opmars. Hitler had de keuze meteen op te rukken naar Parijs of de afgesneden Franse en Britse divisies tot overgave te dwingen. Maar het gemak waarmee de overwinning was behaald en het uitblijven van de aanval van de Franse hoofdmacht, deed hem twijfelen. De Duitsers versterkten liever eerst hun linies en verbindingen. Het hoofd van de Britse generale staf omschreef de situatie intussen als: "Situatie wanhopig. God helpe de BEF, in deze toestand gebracht door de incompetentie van het Franse opperbevel."

Die paar dagen rust gaven de Engelsen en een deel van het Franse leger de gelegenheid om zich terug te trekken op Duinkerken, de verdediging te versterken en de evacuatie op gang te brengen. De Britten hadden het geluk dat de Luftwaffe gehinderd werd door laaghangende bewolking. Tussen 27 mei en 4 juni evacueerden de Britten honderdduizenden Britse en Franse militairen. Nog eens honderduizend Fransen dekten de aftocht, bleven achter en werden krijgsgevangen gemaakt. Alle geschut, tanks en voertuigen vielen in Duitse handen. Geallieerde vliegtuigen en oorlogsschepen werden vernietigd. Na Duinkerken keerde het Duitse leger zich op 5 juni naar het zuiden en marcheerde op 54 juni Parijs binnen.

Media

Vrijwel alle Britten hadden weten te ontkomen; toch gaf het Duitse Ministerie van Propaganda een fotograaf de opdracht foto's te leveren van gevangen Britse soldaten. De fotograaf zei echter dat dat niet meer mogelijk was, waarop hij te horen kreeg dat het 'een order' was. Met veel moeite verzamelde hij in de krijgsgevangenkampen dertig Engelse soldaten, plaatste die voor een groep van duizenden Franse krijgsgevangenen en stuurde de foto op. Later zag hij de foto afgedrukt met het onderschrift: 88.000 Engelsen en Fransen bij Duinkerken krijgsgevangen gemaakt. In dit tv-programma zien we hoe ook bewegend beeld werd ingeschakeld in de oorlogvoering.

Songs

In Engeland werd in 1939 dit liedje een groot succes: 'We 'Te gonna hang out the washing on the Siegfried Line. Have you any dirty washing mot her dear?'

De Siegfried Linie was een Duitse verdedigingslinie die zich uitstrekte van de Duits-Zwitserse grens tot aan de stad Aken. In de VS werd het lied door bepaalde radiostations verboden om de neutraliteit van het land niet in gevaar te brengen. De Duitsers zelf maakten er een persiflage op onder de titel 'Wir trocknen uns're Wasche an der Siegfried Linie'. In die Duitse versie wordt duidelijk gemaakt dat de Engelsen hun plan om 'de was te drogen te hangen' bij de Siegfried Linie wel kunnen vergeten.

Film & Geschiedenis III

Programma 8

De Suez-crisis 1956

In 1956 ontstond rond het Suez-kanaal in Egypte een ernstige internationale crisis. Het Suez-kanaal was een belangrijke handelsroute, die tot aan 1956 als een internationale waterweg werd beschouwd. President Nasser van Egypte besloot echter het kanaal te nationaliseren.

Engeland en Frankrijk betwistten Egypte het recht om het Suez-kanaal te nationaliseren. In Engels filmmateriaal zien we hoe de Egyptische aanspraken op het kanaal worden veroordeeld.

Het Egyptische filmmateriaal laat een andere kant van het verhaal zien. Hierin wordt de Engels-Franse poging om de controle over het kanaal te herwinnen gezien als een daad van agressie; het zou om een 'imperialis-

tische samenzwering' gaan.

Gebruikte filmfragmenten:

Fragmenten uit een Egyptische film over de Engels-Franse invasie (Egypt today, The Anglo-French Agression, 1956)

Fragmenten uit een Engelse film over de machtsgreep van Nasser en de nationalisatie van het kanaal (Suez in Perspective, 1956)

Aanvalldn op Port Said / De komst van VN-troepen (Independent Television News, Londen, november

1956)

Geschiedenis in het kort

Het Suezkanaal

Het Suezkanaal is 165 kilometer lang en verbindt de Middellandse Zee met de Rode Zee. Voor Europa is het kanaal van groot belang: het bekort de scheepsroute naar Azië aanzienlijk. Het Suezkanaal is een schepping van de Franse ingenieur Ferdinand

De Lesseps, aangelegd met voornamelijk Frans kapitaal en gegraven door Egyptische arbeiders. De opening vond plaats in 1869 in aanwezigheid van vele groten der aarde. Verdi componeerde de opera Aïda voor die gelegenheid.

Momenteel passeert veertien procent van alle wereldhandel het Suez-kanaal. Schepen van 500 meter lang, 7o meter breed en az meter diepgang kunnen er door varen.

In 1956 was de Suezkanaalmaatschappij een onderneming, waarvan de directie bestond uit z6 Fransen, 9 Britten en 5 Egyptenaren. Om het kostbare kanaal te beschermen had Groot-Brittannië tot 1955 troepen in Egypte gestationeerd.

Nasser, president van Egypte

Gamal Abd-el Nasser, zoon van een postbeambte, volgde een militaire loopbaan. Als jonge officier voerde hij in 1952 met een aantal collega's een staatsgreep ui Twee jaar later was hij de machtigste man in Egypte. Zijn doel: Egypte bevrijden van de economische overheersing door het Westen en het land uit de greep krijgen van een binnenlandse elite van rijken. Daarin werd hij gesteund door een groot deel van de

Egyptische bevolking. Hij was populair. Maar hij duldde geen oppositie. Met politieke tegenstanders werd hardhandig afgerekend. Toen het Westen weinig toeschietelijk bleek, sloot hij een verdrag met de Sovjet-Unie. In juli 1956 nam hij het Suez-kanaal voor Egypte in bezit. De winsten en tolgelden zouden voortaan in de Egyptische schatkist vloeien en de hoogte van de tolgelden zou door de Egyptische regering worden bepaald.

Westerse samenzwering

De Franse en de Engelse regering, onder leiding van Guy Mollet en Anthony Eden, hebben gehandeld alsof Egypte een kolonie van hen was. Zij besloten de nationalisatie ongedaan te maken en het kanaal onder Brits en Frans militair toezicht te stellen. The Times schreef: "Een dergelijke internationale waterweg kan niet worden beheerd door een natie die wat technische en ondernemerskwaliteiten betreft op een zo laag peil staat als de Egyptische."

De nationalisatie van het Suez-kanaal bracht Britse, Franse en Israëlische belangen samen. Het plan was eenvoudig. Israël zou onverwachts Egypte aanvallen en ongeveer aoo kilometer oprukken naar het Suezkanaal. Ondertussen zouden de Engelsen en Fransen vloot een landingsleger sturen en Egypte en Israël oproepen een wapenstilstand te sluiten. Britten en Fransen zouden tussenbeide komen `om de strijdende partijen te scheiden en het kanaal te beschermen'. Er was een strikte tijdstabel voor de militaire operaties. Israel zou op 30 oktober aanvallen. De Brits-Franse landingen zouden 6 november beginnen.

Israël

Israël was sinds zijn ontstaan in 1948 omringd door vijandige Arabische buurlanden. Zelf was het land militair bijzonder krachtig. Maar in een langdurige oorlog tegen de grote en volkrijker buurlanden zou het niet kunnen winnen. Israël moest het hebben van verrassingsaanvallen om de tegenstander te verlammen. De samenzwering mislukte omdat Israël binnen een paar dagen het Egyptische leger buiten gevecht stelde. De Egyptenaren maakten ondertussen het Suezkanaal onklaar door er schepen tot zinken te brengen. De Engelsen en Fransen hadden toen nog geen landingen kunnen uitvoeren. Toen ze dat wel deden, was `tussenbeide komen en het beschermen van het kanaal' niet meer van toepassing.

VN-troepen

De internationale verontwaardiging over het ingrijpen in Egypte was groot. De Verenigde Naties besloten tot actie, omdat ook de Verenigde Staten het optreden van de Fransen en Engelsen veroordeelden. In november 1956 arriveerden troepen van de VN om 'tussenbeide te komen en het kanaal te beschermen'.

Het Suezkanaal bleef Egyptisch. Nasser bleef aan de macht en won wereldwijd, vooral in de Arabische wereld, aan aanzien.

                film & Geschiedenis III

Programma 9

Oorlog in Vietnam 1966-1969

In de jaren zestig speelde zich in Vietnam een gruwelijke burgeroorlog af. De strijd ging tussen de communisten in Noord-Vietnam en de republikeinen in Zuid-Vietnam. Amerika steunde het zuiden en raakte zo betrokken bij deze oorlog.

Dag in dag uit konden de Amerikanen thuis via de televisie de situatie in Vietnam volgen. Juist door die tv-beelden ging het grote publiek anders denken over de oorlog in Vietnam. Vanaf 1970 maakte president Nixon, onder druk van de publieke opinie, een einde aan de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam. Zouden de televisiebeelden er niet zijn geweest, dan zou de oorlog in Vietnam mogelijk zelfs anders zijn afgelopen.

Gebruikte filmfragmenten:

- President Johnson legt uit waarom Amerikaanse soldaten vechten in Vietnam (Amerikaanse film: Why Vietnam, 1966)

- Communistische guerilla's bereiden zich op het

platteland voor op de confrontatie met Amerikaanse

soldaten (Vietnamese film: Cu Chi Guerilla's, 1967) - Tet-offensief (cas Televison News, februari 1968) - Russische rapportage uit Noord-Vietnam 1969 (ETV) - Reportage van een Oost-Duits televisieteam (Van

Hanoi tot Ben Hai, 1969 - E'rv)

Geschiedenis in het kort

Burgeroorlog

In 1954 werd de vroegere Franse kolonie Vietnam in twee staten verdeeld: het comunistische Noord-Vietnam (gesteund door de Sovjet-Unie) en het pro-westerse Zuid-Vietnam (gesteund door de VS).

In 196o begonnen in Zuid-Vietnam communisten (de Vietcong) een guerrilla-oorlog tegen de regering. De Vietcong kreeg steun vanuit Noord-Vietnam. De VS steunde de Zuid-Vietnamese regering met wapens en adviseurs.

Aanvankelijk was de oorlog een voornamelijk Vietnamese kwestie. Maar in 1965 besloot Johnson, de president van de VS, op grote schaal Amerikaanse soldaten naar Vietnam te sturen. In 1968 waren er een half miljoen in Vietnam actief. De Vietnam-oorlog werd een ingrijpende gebeurtenis in de geschiedenis van de VS.

Amerikaanse betrokkenheid

De VS voelde zich in die dagen bedreigd door het 'rode gevaar'. China en Noord-Korea waren al communistisch geworden. De VS hadden samen met de VN, na een oorlog in Korea, kunnen verhinderen dat Zuid-Korea communistisch werd. In Vietnam dreigde hetzelfde te gebeuren. De VS wilden ook deze opmars een halt toeroepen.

De Vietnam-oorlog zou - dacht men in de VS - betrekkelijk snel beslecht zijn in Amerikaans voordeel. Maar het werd een uitputtingsslag. Het conflict ontaardde in een gruwelijke guerrillastrijd die tien jaar duurde, zeven jaar langer dan de strijd in Korea.

Tet-offensief

Het Tet-offensief werd het grote keerpunt in de publieke opinie. Het was een gecoordineerde aanval van de guerrillabeweging Vietcong in Zuid-Vietnam en het Noord-Vietnamese leger op Zuid-Vietnam (1968). In militair opzicht bleek het achteraf een zware nederlaag van zowel de Vietcong als het Noord-Vietnamese leger. Maar de beelden die de Amerikanen te zien kregen (in de slag om de Amerikaanse ambassade en de straten van Saigon en om de universiteit van Hue) waren zó gruwelijk dat de tv-commentator Walter Cronkite opmerkte: `De eerste dode van deze slag was de propagandamachine van de regering'. President Johnson verzuchtte dat hij met het Tet-offensief

de steun had verloren van `meneer de gemiddelde burger'. Hij stelde zich niet meer verkiesbaar en trad terug.

Onder zijn opvolger Nixon werd de oorlog weer steeds meer een Vietnamese aangelegenheid. In 1972 verlieten de laatste Amerikaanse troepen Zuid-Vietnam. Drie jaar later werd het Zuid-Vietnamese leger verslagen door dat van Noord-Vietnam.

Televisie-oorlog

In de eerste jaren van de Vietnam-oorlog brachten de meeste nieuwsmedia trouw de door de regering gegeven berichten. De regering gaf een zeer optimistisch beeld: de Zuid-Vietnamezen waren aan de winnende hand, de bevolking keerde zich tegen de Vietcong, er was licht aan het eind van de tunnel. Vanaf 1965 nam de Amerikaanse betrokkenheid sterk toe. Er vochten een half miljoen Amerikaanse dienstplichtigen. Journalisten, fotografen en televisieploegen volgden hen op de voet. Zij kregen in Vietnam alle ruimte en toonden de beelden en berichten in grote vrijheid in krant en op televisie. Nooit in de geschiedenis werd een oorlog van zo nabij gevolgd door de bevolking van een land.

Onthutst volgden de Amerikaanse tv-kijkers de verrichtingen van hun soldaten, die met zware wapens, vlammenwerpers en napalm huishielden in een ontwikkelingsland. Een journalist zei later: `Het was het einde van de mythe, dat wij anders, beter waren.' De dagelijkse beelden gaven geen reden te veronderstellen dat van een snelle overwinning sprake zou zijn, al bleven de officiële woordvoerders hameren op successen. De persconferenties van de legervoorlichters in Vietnam kregen de naam Five o'clock follies — de vijf uur komedie.

Nu de oorlog voorbij is en meer feiten bekend zijn geworden, is de waardering voor het werk van de journalisten, fotografen en filmers toegenomen. De regeringen van de VS en andere landen hebben echter kunnen leren dat het heel moeilijk is om de bevolking achter een oorlog te krijgen wanneer de bevolking voortdurend oog in oog komt te staan met het gebeuren ter plekke.

Zullen de filmers, journalisten en fotografen ooit nog eens zoveel vrijheid krijgen als in Vietnam?

Vietnam in speelfilms

Tijdens de oorlog in Vietnam werden in Hollywood maar weinig speelfilms over Vietnam gemaakt.

The Green Berets (1968) van John Wayne kwam vijf j na het begin van de inmenging van de VS uit. In de film worden de Vietcong-soldaten voorgesteld als plunderaars, moordenaars en verkrachters. Zij word geleid door generaals die champagne drinken, kavia eten en de strijd overlaten aan anderen. De soldaten van de VS verdedigen het goede. De pers in de VS wordt beschuldigd van valse voorlichting.

Later heeft men in de VS met een groot aantal, vaak indrukwekkende, films geprobeerd de ellende van de Vietnamoorlog en de nederlaag te verwerken. De verdeeldheid van de bevolking in de VS komt in de films over deze periode goed tot uiting.

The deerhunter (1978) toont de oorlog als een nachtmerrie, waarin moed en goed-en-kwaad er niet toe doen. In Apocalypse Now (1979) wordt getoond hoe de oorlog de Amerikaanse militairen in zijn greep krijgt. Tijdens een napalmbombardement zegt de commandant: `Ik houd van de geur van napalm in de vroege morgen'. Soldaten zoeken genot in LSD.

Coming Home (1978) gaat over een vrijwilligster in een hospitaal voor Vietnamveteranen. Zij raakt in contact met een gewonde veteraan die fel tegen de oorlog is. `Ik heb gedood voor mijn vaderland, en ik voel me er niet goed bij'. Eerst bekvechten zij veel met elkaar, maar later groeien ze naar elkaar toe. Haar echtgenoot was vol overtuiging als officier naar Vietnam gegaan. Maar vol afkeer van de oorlog keert hij terug. De film brengt in beeld hoe er in de VS twijfel over de oorlog begon te ontstaan.

In First Blood (1982) en andere Rambo-films reageert de Vietnamveteraan Johnny Rambo de ellende van de oorlog in Vietnam en de teleurstellende ontvangst bij zijn terugkeer in de VS af. De verliezer in de oorlog wordt de winnaar in de film.

Born on the Fourth of July (199o) speelt zich vooral op het thuisfront af. De filmmaker Oliver Stone, zelf een Vietnamveteraan, wilde vooral laten zien hoe slecht de gewonde veteranen in de VS werden opgevangen.

Stone was daarover ontzet. Een land als de VS, dat immense sommen geld besteedde aan bewapening en aan de strijd tegen het communisme, moest volgens Stone ook goed zorgen voor de militairen die in de strijd tegen het communisme gewond waren geraakt.