We hebben 238 gasten online

Het endocriene systeem Deel 1

Gepost in Gezondheid

gezondheid

Het Endocriene Systeem 1

 

Het Endocriene Systeem 1


Hormonen als dirigent van het lichaam

Ontleend aan Nova Nordisk Nederland

Een muzikaal meesterwerk staat of valt bij de inspanning en het overzicht van de dirigent. Hij weet wie hij op welk moment moet inzetten om het juiste effect te bereiken. Hij houdt overzicht en weet hoe er samenhang ontstaat. Zo is het ook in uw lichaam. Alle organen, zoals de maag, de lever, de hersenen en de spieren werken samen om een fantastisch muziekstuk neer te zetten: uw gezonde evenwicht, waarmee u in staat bent dagelijks goed te functioneren. Het hormoon treedt op als dirigent om dit samenspel tussen de verschillende organen te coördineren. Maar wat nu als de dirigent het laat afweten? Hormonen worden afgescheiden door klieren en zoeken daarna hun weg naar organen via de bloedbanen en andere lichaamssappen.

Er zijn verschillende klieren in het menselijk lichaam die hormonen 'op weg' sturen, zoals de schildklier, de alvleesklier en de bijnieren.
De samenwerking tussen deze afzonderlijke klieren, het endocriene systeem, is erg belangrijk want dat bepaalt de kwaliteit van de uitvoering.

Als het hormoon op de plaats van bestemming is aangekomen wordt er een signaal naar dat orgaan afgegeven, waardoor dat orgaan voor het beoogde effect zorgt. Dat wordt de hormonale werking genoemd. Het kan voorkomen dat de dirigent helemaal niet aanwezig is, dan noemt men dat een hormoondeficiëntie.

Is er te weinig van een bepaald hormoon aanwezig, dan spreken we van hormooninsufficiëntie. De mate van verstoring wordt bepaald door de mate van afwezigheid van een bepaald hormoon. Een deficiëntie kan dus enige tijd bestaan zonder dat het endocriene systeem volledig misloopt. Wordt het echt noodzakelijk om de dirigent een handje te helpen omdat het orkest volledig de kluts kwijt is, dan kunnen hormoontekorten worden aangevuld met tabletten of injecties met de betreffende hormonen.



De hypofyse als sturend orgaan

De hypofyse, ook wel hersenaanhangsel genoemd, is een zeer belangrijke klier. De hypofyse is een klier ter grootte van een erwt, die zich aan de onder- en voorzijde van de grote hersenen bevindt. De uiteindelijke vorm en functie van de hypofyse ontstaan tijdens de ontwikkeling van de foetus (de eerste drie maanden na de bevruchting). Vanuit de holte, die later de mondholte vormt, ontstaat de zogenaamde adenohypofyse. In deze zelfde periode vormt een uitstulping van de derde hersenruimte het tweede deel van de hypofyse, de zogenaamde neurohypofyse. Een volgroeide hypofyse bestaat dus uit twee delen die zeer nauw met elkaar verbonden zijn: de adeno- en de neurohypofyse. De adenohypofyse maakt naast het groeihormoon nog andere hormonen aan. Enkele hormonen oefenen een direct effect op een ander orgaan uit, zoals het luteïniserend hormoon (LH), het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het prolactine. Deze hormonen hebben effect op de ontwikkeling van de seksuele kenmerken en de voortplanting. De overige hormonen uit de adenohypofyse beïnvloeden de hormoonproductie van andere klieren. Zo maakt de hypofyse het thyreoïd-stimulerend hormoon (TSH), een hormoon dat de schildklier stimuleert tot de productie van schildklierhormoon. En het adrenocorticotroop hormoon (ACTH), dat de bijnierschors stimuleert tot het produceren van bijnierschorshormonen.


Figuur 2: Hormonen uit de hypofyse hebben effect op diverse organen elders in het lichaam.

De neurohypofyse maakt de hormonen vasopressine en oxytocine. Het hormoon vasopressine (ook wel ADH genoemd) regelt de afstemming van de water- en zoutbalans in het lichaam en werkt dus grotendeels in op het eindorgaan, de nieren. Oxytocine is van belang rondom de bevalling. Het hormoon werkt op de baarmoederspieren en doet deze samentrekken bij de geboorte. Ook na de geboorte heeft het een belangrijke rol. Het doet onder andere de melkgangen van de borstklieren samentrekken waardoor de moedermelk wordt uitgedreven.

Bij een stoornis in de hypofyse ontstaat er een soort domino-effect in het lichaam. Door de tekorten aan de afzonderlijke hormonen vallen er verschillende lichaamsfuncties uit.

Natuurlijk moet ook de hypofyse aangestuurd worden. Dit gebeurt door de hypothalamus. De hypothalamus is het gebied in de hersenen dat boven de hypofyse ligt. De hypothalamus reguleert de hormoonproductie van de hypofyse door zelf hormonen af te geven. Deze afgifte zorgt voor de juiste balans tussen de verschillende hormonen.


Ontdekking van het groeihormoon

In het begin van de vorige eeuw werd een stof uit de hypofyse van ratten geïsoleerd waarvan in reageerbuisonderzoek werd vastgesteld dat het de groei bevordert. Deze stof kreeg zodoende de naam groeihormoon. Aanvankelijk werd het groeihormoon geïsoleerd uit de hypofyse van overleden mensen, het zogenaamde natieve groeihormoon. Dit gezuiverd groeihormoon is gedurende tientallen jaren gebruikt als therapie bij onvoldoende lengtegroei.
Deze manier van groeihormoon verzamelen resulteerde in een tekort aan beschikbaar groeihormoon, waardoor het slechts in zeer beperkte mate bij volwassenen kon worden toegediend. Halverwege de 80-er jaren kwam echter door middel van DNA-technieken groeihormoon ruim voldoende ter beschikking.

Effect van groeihormoon op verschillende organen

Nadat het groeihormoon door de hypofyse in de bloedbaan is afgescheiden, wordt het getransporteerd naar de doelorganen en weefsels. In deze weefsels en organen bewerkstelligt het groeihormoon een specifiek effect. Dit kan enerzijds een direct effect door het groeihormoon zelf zijn. Anderzijds is er ook sprake van een indirect effect, het groeihormoon stimuleert namelijk deze organen en weefsels ook tot het aanmaken van een ander eiwit, het IGF-1 (Insuline-like Growth Factor). Dit eiwit heeft ook effecten op de orgaanwerking. De belangrijkste positieve effecten van groeihormoon en IGF-1 zijn: het opbouwen van de spieren, het versterken van de botten, instandhouden en versterken van de hartfunctie, afname van de hoeveelheid vet en de regulatie van de hoeveelheid vocht in ons lichaam.

Overigens is het zeker niet zo dat al deze lichaamsfuncties alleen door groeihormoon danwel het IGF-1 worden gereguleerd. Er is een groot aantal andere hormonen (zoals de schildklier- en corticosteroid hormonen) en andere stoffen (zoals vitaminen) die bij verschillende van de genoemde lichaamsfuncties ook een belangrijke rol spelen.

Daarnaast lijkt er een aantal andere effecten van het groeihormoon en het IGF-1 op afzonderlijke lichaamsfuncties te zijn. Op dit moment wordt naar deze effecten wetenschappelijk onderzoek gedaan. Onderwerpen van onderzoek bij patiënten met een tekort aan groeihormoon zijn: de verstoorde vetstofwisseling (verhoogd cholesterolgehalte) met als effect vervroegde aderverkalking en een verhoogd risico op sterfte aan hart- en vaatziekten, de verstoorde water- en zoutbalans als gevolg van een veranderde nierfunctie en de veranderde stofwisseling van de hersenen met als effect een verlaagd concentratievermogen en een verminderd vasthouden van geheugen. Al deze onderwerpen zijn belangrijk voor het dagelijks leven.


Groeihormoontekort op volwassen leeftijd of te veel Groeihormoon

Oorzaak

Een tekort aan groeihormoon, maar ook te veel aan groeihormoon in het bloed is het gevolg van een aandoening aan de hypofyse, danwel door een ziekte van de hersenstructuur die erboven ligt, de hypothalamus.
Er zijn verscheidene aandoeningen bekend.
Een van de meest voorkomende is een (bijna altijd goedaardig) gezwel in de hypofyse en/of hypothalamus danwel in de buurt van deze hersenstructuren.

Meestal valt door dit soort gezwellen niet alleen de groeihormoonproducerende functie uit, maar is de productie van andere hypofysehormonen ook vaak verstoord. Ook kan het zijn dat de hypofyse niet is beschadigd door het gezwel zelf, maar door de behandeling er van (soms zelfs pas jaren later). Meestal bestaat de behandeling van deze hypofysegezwellen uit een operatieve verwijdering en/of bestraling. De verstoorde hypofysefuncties kunnen ook door de behandeling verbeteren.

Tevens is er een aantal zeldzame oorzaken van het groeihormoon- tekort. Het komt voor dat er een aangeboren uitval is van de hypofysecellen die groeihormoon maken. Verder kunnen ontstekingen en infecties in het hypofysegebied leiden tot beschadiging van de hypofyse. Ook kan na een ongeval, waarbij hoofdletsel is opgelopen, de hypofyse beschadigd raken. Door deze zogenaamde traumatische beschadiging ontstaan er tekorten, omdat er minder hormonen in de bloedbaan worden afgescheiden. Daarnaast kan gebruik van groeihormoon op volwassen leeftijd nodig zijn als groeihormoon in de kinderjaren is gebruikt voor de lengtegroei (ca. 30% van de kinderen moet dit op volwassen leeftijd voortzetten omdat het groeihormoontekort blijft bestaan). Tenslotte is er een groep patiënten waarbij de oorzaak van hun groeihormoontekort niet bekend is. Dit noemen we idiopathische (=onbekende oorzaak) groeihormoondeficiëntie.

De hoeveelheid groeihormoon en IGF-I zijn gedurende het leven niet constant, maar nemen met het ouder worden af. Dit begint al op vroege leeftijd: de groeihormoonproductie is het hoogst bij mensen tussen de 12 en 20 jaar. Met het ouder worden neemt het gehalte van groeihormoon steeds verder af. Op dit moment wordt er veel onderzoek gedaan naar de betekenis van de vermindering van groeihormoonproductie bij het ouder worden

Diagnose

Bij volwassenen is het alleen zinvol om onderzoek te doen naar groeihormoontekort als er vooraf een afwijking aan de hypothalamus en/of de hypofyse bekend is. Bij circa één op de 10.000 volwassenen is er sprake van een groeihormoontekort. Het vaststellen van zo’n tekort is niet eenvoudig. De groeihormoon en IGF-1 gehaltes in ons bloed wisselen namelijk sterk gedurende de dag en de nacht. De afgifte van groeihormoon door de hypofyse is niet continue, maar gaat in stootjes (pulsen). De grootste puls vindt kort na het begin van de slaap plaats. Ook de voedingstoestand heeft invloed op de concentraties in het bloed. In de figuur hieronder kunt u zien dat de groeihormoonproductie overdag laag is en dat deze ’s nachts sterk toeneemt.


Eén bloedbepaling is niet voldoende om vast te stellen of iemand te weinig groeihormoon aanmaakt. Om duidelijk te krijgen of er sprake is van een groeihormoontekort wordt er vaak een zogenaamde groeihormoonstimulatietest verricht. De meest gebruikte test is de Insuline Tolerantie Test (ITT).
Bij de insulinetolerantietest krijgt de patiënt in het ziekenhuis via het infuus insuline toegediend. Door het toedienen van insuline wordt de bloedsuikerspiegel kunstmatig verlaagd. Onder normale omstandigheden (dus bij een goed functionerende hypofyse) prikkelt een lage bloedsuikerspiegel de hypofyse tot het afgeven van extra groeihormoon, waardoor het groeihormoongehalte stijgt in het bloed. Bij deze test wordt enkele malen na de insuline-injectie iedere twee à drie uur bloed afgenomen om het groeihormoongehalte in het bloed te bepalen. Een stijging van het groeihormoongehalte betekent dat de hypofyse goed functioneert. Bij het uitblijven van een stijging is er sprake van een verstoring van de hypofysefunctie en wordt er dus te weinig of geen hormoon geproduceerd.

Een andere manier om een indruk te krijgen van de groeihormoonproductie is het meten van het IGF-1 gehalte in het bloed. Bij volwassenen is een laag IGF-1 gehalte in het bloed in tegenstelling tot bij kinderen niet een bewijs voor een groeihormoontekort, maar slechts een aanwijzing. Volwassenen met een groeihormoontekort hebben meestal lagere IGF-1 waardes in hun bloed. Er zijn echter situaties waarbij het IGF-1 gehalte normaal is, maar er toch een groeihormoontekort bestaat. Het doen van één of meerdere stimulatietesten is dus op volwassen leeftijd meestal noodzakelijk om de definitieve diagnose te kunnen stellen.

 

19-01-06 drs.J.W.Swaen www.blikopdewereld.nl