We hebben 319 gasten online

Hypofysetumor

Gepost in Gezondheid

De groep hypofyse tumoren bevat ongeveer 10 tot 15% van de primaire hersentumoren. De meest voorkomende tumor van de hypofyse is het adenoom. Een adenoom is een goedaardige tumor, die echter wel aanleiding geeft tot belangrijke, soms ook invaliderende en zelfs levensbedreigende symptomen.
Ten eerste door zijn lokalisatie onder de gezichtszenuwen aan de schedelbasis, hier kan door druk van het gezwel op de zenuwen een belangrijke uitval van de gezichtsvelden en bij laattijdige behandeling blindheid optreden.
Ten tweede door het feit dat de hypofyse een aantal hormonen maakt. Sommige adenomen produceren zelf geen hormonen, maar geven door druk op de hypofyse aanleiding tot zogenaamde insufficiëntie (gebrek aan hormonen). Patiënt bemerkt dit door bijvoorbeeld een verminderde schildklierfunctie, een verminderde werking van de bijnieren en een verminderd vermogen tot concentratie van de urine.
Anderzijds kunnen adenomen wel hormoonproductief zijn en in principe kunnen alle types van dit soort substanties die in de hypofyse gemaakt worden in vergrote hoeveelheid aanwezig zijn. Een bekend voorbeeld is de reuzengroei (acromegalie).

De diagnose van een hypofysetumor berust op 2 belangrijke peilers:

1.    Een hormonaal bilan waarbij gekeken wordt naar een tekort (insufficiëntie) of juist een teveel(overproductie) aan door de hypofyse geproduceerde hormonen.

2.    Een CT of beter een MRI-scan, in het bijzonder dit laatste onderzoek geeft precieze informatie over uitbreiding van het gezwel onder, in en buiten de schedelbasis. Met name de relatie met de gezichtszenuw, de normale hypofyse en grote bloedvaten is van belang voor een eventuele operatieve behandeling.

De belangrijkste redenen om een hypofyse-adenoom neurochirurgisch te behandelen zijn:

1.    Een boven de schedelbasis gelegen uitbreiding met druk op de oogzenuw en hierdoor direct gevaar voor het gezichtsvermogen van de patiënt

2.    Een hormoonproducerend adenoom met symptomen die veroorzaakt worden door een teveel hiervan die niet met medicatie zijn te controleren.

3.    Een combinatie van 1. en 2.

De meest gebruikte operatietechniek is de transsfenoïdale benadering van het hypofyse-adenoom. Dit wil zeggen dat de chirurg via de neus de bodem van het kuiltje (sella) waarin de hypofyse en het adenoom gelegen zijn benadert, deze opent en zo het gezwel verwijderd. Het is in de meeste gevallen mogelijk de operatie op deze wijze te verrichten.

Intraoperatief neuronavigatiebeeld van de transsfenoïdale benadering van twee hypofyse-tumoren

Echter indien de uitbreiding van het gezwel boven de schedelbasis zeer uitgebreid is, kan gekozen worden voor een klassieke toegang over de voorste schedelbasis naar de middenlijn. Voordeel van deze methode is een beter overzicht van de grote bloedvaten, hun opsplitsingen en de oogezenuwen.
Beide operatieve methoden zijn minimaal invasief. Na de beide type van ingreep wordt de patiënt 1 nacht op de ITE bewaakt, niet alleen om de neurologische toestand te kunnen beoordelen, maar ook om parameters die direct samenhangen met de hormoonproductie zoals bloeddruk en urine-uitscheiding precies te kunnen controleren.

Na ontslag uit het ziekenhuis wordt een nieuw hormonaal bilan gemaakt. Ook wordt het MRI na ongeveer 3 tot 4 maanden herhaald. Soms is het noodzakelijk, indien het gezwel niet volledig verwijderd kon worden, om na te behandelen met medicatie of bestraling. Hierbij gaat de voorkeur uit naar de precieze vorm hiervan, de stereotactische radiochirurgie (zie speciale operatietechnieken 1.).

Bron: http://www.neurochirurgie-hasselt.be/vfolderbody.php?id=51