We hebben 202 gasten online

Chromosoomafwijkingen bij ouders

Gepost in Gezondheid

 

gezondheid

 


Soms is een chromosoomafwijking bij een van de (gezonde) ouders de oorzaak voor een chromosoomafwijking bij het kind. Dit roept altijd meteen vragen op: hoe kan een gezonde ouder nu een chromosoomafwijking hebben? Het antwoord is dat normale, gezonde mensen drager kunnen zijn van een chromosoomafwijking in een ‘gebalanceerde vorm’. Een voorbeeld is een afwijking waarbij twee onderdelen van twee chromosomen van plaats veranderd zijn. Dit heet translocatie. Bij de betrokken ouder zijn er geen verschijnselen. Wel heeft deze ouder een verhoogde kans op het krijgen van een kind met een ongebalanceerde chromosoomafwijking. Levend geboren kinderen met zo'n ongebalanceerde chromosoomafwijking hebben bijna altijd ernstige aangeboren afwijkingen en zijn ook vaak verstandelijk gehandicapt. Soms zijn de lichamelijke afwijkingen zo ernstig dat de zwangerschap eindigt in een miskraam of vruchtdood.
Daarom wordt bij paren die tweemaal of vaker een miskraam hebben meegemaakt, chromosoomonderzoek van beide partners geadviseerd. Bij zo'n 3% van deze paren wordt een gebalanceerde chromosoomafwijking bij een van de ouders gevonden. Hoewel dit geen grote kans is, kan deze 3% wel te maken krijgen met grote risico's in een volgende zwangerschap. Voor hen bestaat er een sterk verhoogde kans op een volgende miskraam. Als ze een kind krijgen dat leeft bij de geboorte, is de kans verhoogd dat dit kind een ernstige handicap heeft als gevolg van een ongebalanceerde chromosoomafwijking. Prenatale diagnostiek is dan dus van groot belang. De resterende 97% van de paren heeft geen verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking. 2 Onverwachte bevindingen Soms wordt een chromosoomafwijking vastgesteld, waarbij met spoed onderzoek van de chromosomen van de aanstaande ouders zelf geadviseerd wordt. Bij de baby kunnen bijvoorbeeld delen van twee chromosomen zijn verwisseld; dit wordt een translocatie genoemd. Als de hoeveelheid erfelijk materiaal niet is veranderd, en als dezelfde afwijking aanwezig is in de chromosomen van een van de ouders, zijn er waarschijnlijk geen gevolgen voor het kind.
De betekenis van een chromosoomafwijking kan ook onduidelijk zijn. Dat betekent dat u de beslissing over het uitdragen of afbreken van de zwangerschap soms op onzekere gronden moet nemen. Dit is een uiterst moeilijke situatie.

In 2 - 3% van de vrouwen met herhaalde miskramen wordt een chromosoomafwijking gevonden die een gevolg is van een afwijkende chromosoomorganisatie. Een andere naam hiervoor is een gebalanceerde translocatie.
Dat is een afwijking waarbij twee stukjes van twee chromosomen van plaats zijn veranderd, zonder verlies van chromosoommateriaal. Personen met een gebalanceerde translocatie zijn uiterlijk normaal, maar zij hebben een grotere kans op een miskraam. Als een zwangerschap toch doorzet heeft het kind vaak ernstige aangeboren afwijkingen.
Een dergelijke afwijking kan erfelijk zijn en dus bij meerdere familieleden voorkomen.
Een translocatie kan ook spontaan ontstaan tijdens de vorming van de eicel of de zaadcel. Dan spreekt men van een afwijking de novo. Via bloedonderzoek kan aangetoond worden of er sprake is van een gebalanceerde translocatie bij een van de partners.

Een andere chromosomale afwijking waarbij de chromosomen anders gerangschikt zijn is een inversie . Dit komt voor wanneer een chromosoom breekt, het gebroken stukje zich omkeert en zich dan weer hecht aan het chromosoom. Een inversie komt weinig voor.
Bij een zwangerschap van een vrouw met een inversie of een partner met een inversie is de afloop gecompliceerd. Afhankelijk van de grootte van de inversie, het omgedraaide stuk chromosoom, leidt dit tot een miskraam of een kind met ernstige afwijkingen.

Voor chromosomale afwijkingen geldt dat ze niet te behandelen zijn. Prenatale diagnostiek wordt aanbevolen bij elke volgende zwangerschap.
Waarom sommige chromosomale afwijkingen wel leiden tot een abortus en anderen niet, is onbekend.

Alle levende wezens bestaan uit miljarden bouwstenen: de cellen. Er bestaan verschillende typen cellen: bloedcellen, spiercellen, huidcellen etc. Al deze cellen hebben een kern waarin zich chromosomen bevinden. Dit zijn een soort fijne draadjes waarin erfelijke informatie (DNA) ligt opgeslagen.

In elke celkern bevinden zich 23 chromosomenparen. Ieder chromosoom komt twee keer voor. In totaal zijn er 46 chromosomen. De 23 paren zijn genummerd naar hun grootte (nummer een is de grootste, nummer twee de volgende enz.). Bij mannen en vrouwen zijn de paren 1 tot en met 22 gelijk. Het 23ste paar bestaat bij de vrouw uit twee X-chromosomen en bij de man uit een X-chromosoom en een Y-chromosoom.

Elk chromosoom heeft een p en een q arm. P (Petit) is de korte arm en q (volgende letter in het alfabet) is de lange arm. In een karyotype zit de q arm altijd onderaan en de p arm aan de bovenkant, de armen worden gescheiden door een gedeelte dat de centromeer wordt genoemd.

In tegenstelling tot de gewone lichaamscellen bevatten de eicellen van de vrouw en de zaadcellen van de man slechts 23 enkele chromosomen. Van elk paar één chromosoom. Al bij haar geboorte heeft de vrouw in haar eierstokken ongeveer 200.000 cellen in voorraad. Pas in de puberteit komt er maandelijks één (soms twee of drie) tot rijpheid. Bij mannen begint in de puberteit de zaadcel productie.

bevruchting

Bij de bevruchting, de samensmelting van de eicel en de zaadcel, krijgt een kind 23 chromosomen van de moeder en 23 chromosomen van de vader. Samen vormen deze weer 23 chromosomenparen ( 23x2) waaruit menselijke cellen zijn opgebouwd.

Als een bevruchte eicel zich begint te ontwikkelen, gebeurt dit deling. Twee cellen delen zich tot vier cellen, vier tot acht cellen enz. Vlak voor elke deling delen de 46 chromosomen zich zodat elke nieuw cel ook weer 46 chromosomen bevat.

Iedereen zou dus in elke celkern van zijn of haar lichaam 46 chromosomen moeten hebben. Als cellen een afwijkend chromosoom patroon bevatten, dus niet de 23 identieke paren hebben, kan dit problemen opleveren voor de gezondheid of bij de voortplanting. Dit afwijkende patroon kan ontstaan zijn tijdens de bevruchting maar kan ook van één van de ouders afkomstig zijn.

Chromosomale afwijkingen zijn er in veel verschillende vormen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: een ring dit is een samensmelting van de uiteinden van een chromosoom, een monosomie (ook wel deletie genoemd) waarbij een chromosoom slechts in enkelvoud aanwezig is of van een chromosoom ontbreekt een stukje) een trisomie (ook wel duplicatie genoemd) hierbij is er een chromosoom te veel aanwezig of heeft een chromosoom een extra stukje materiaal.

Een translocatie van de chromosomen is de situatie dat twee (of meerdere) chromosomen onderling chromosomaal materiaal hebben uitgewisseld. Als in dit geval niet het volledige erfelijke materiaal aanwezig is, dan is de translocatie ongebalanceerd. Is wel al het erfelijk materiaal aanwezig, zij het dus niet op de juiste positie, dan spreekt men van een gebalanceerde translocatie. Hieronder is het verschil te zien tussen een normaal chromosoom patroon en een gebalanceerde translocatie.

Binnen de gebalanceerde translocaties zijn twee groepen te onderscheiden, de zogenaamde Reciproke en de Robertsoniaanse translocaties.

Bij een reciproke translocatie hebben twee chromosomen zich na gebroken te zijn verkeerd hersteld. Er is geen aantoonbaar verlies of winst van chromosomaal materiaal. Een reciproke translocatie geeft over het algemeen ook geen problemen voor de lichaamscellen.

Een Robertsoniaanse translocatie is een versmelting tussen de centromeren van twee chromosomen waarbij de korte p armen verloren gaan. De lange q armen (een van elke chromosoom) vormen nu samen een chromosoom. Het verlies van de korte p armen levert geen problemen omdat deze armen weinig tot geen genen bevatten maar veelal kopieën die elders ook opgeslagen zijn. Robertsoniaanse translocaties hebben altijd betrekking op twee chromosomen uit de groep 13, 14, 15, 21 en 22. Deze chromosomen zijn alle vijf arcocentric wat wil zeggen dat het centrum van de chromosoom, de centromeer, dicht bij het einde van de chromosoom ligt.

Een gebalanceerde translocatie heeft geen gevolgen voor de gezondheid van de drager. Immers alle erfelijke informatie is in tweevoud aanwezig, het is alleen anders gerangschikt. Als bij eicel- of zaadcelvorming fouten zijn opgetreden, kunnen bij de voortplanting problemen optreden. De translocatie wordt dan ongebalanceerd doorgegeven. Door het ontbreken of dubbel aanwezig zijn van stukken chromosoom ontwikkelt de vrucht zich niet zoals het hoort. Veelal leidt dit tot een spontane miskraam in de eerste weken van de zwangerschap. Het gebeurt een enkele keer dat de zwangerschap toch doorzet en dat een kind geboren wordt met aangeboren problemen. De grootte van de kans op de geboorte van een kind met een ongebalanceerde translocatie hangt van de betrokken chromosomen af. In alle gevallen zal het kind geboren worden met zware afwijkingen.

Voor meer gedetaileerder informatie zie de volgende link

http://www.translocatie.nl/

 

19-01-06 drs.J.W.Swaen