We hebben 122 gasten online

Hypofysechirurgie: verleden heden en toekomst

Gepost in Gezondheid

gezondheid

Tijdens het lustrum van het Hormoon Centrum Rotterdam 2012 hield professor dr. Michael Buchfelder een lezing getiteld ´Hypofysechirurgie: verleden, heden en toekomst´. De eerste hypofyse-operatie waarbij de patiënt het overleefde werd uitgevoerd in Duitsland, in 1907. De neus werd langs de zijkant doorgesneden en opzij geklapt; zo had de chirurg goed zicht op het sfenoid-bot waarachter de hypofyse tumor zicht bevindt. Indertijd was dit een zeer innovatieve behandeling.

Nu, 100 jaar later, worden hypofyseoperaties uitge­voerd met behulp van microchirurgie. Met een endo­scoop, een piepklein buisje met daarin een buigzame glasvezelkabel die verbonden is met een camera, een minuscuul mesje en een buisje om het afvalmateriaal mee af te voeren gaat de chirurg via de neus van de patiënt naar de hypofyse. Op een computerscherm kan hij precies zien wat hij doet. Deze methode is minder belastend voor de patiënt, omdat er zo secuur gewerkt wordt. Er wordt minimale schade aangericht aan de gezonde gebieden rondom de tumor. De patiënt her­stelt daardoor sneller.

3D-beelden

Tegenwoordig opereren sommi­ge neurochirurgen zelfs met be­hulp van een computerscherm met 3D-beelden. Soms wordt een operatie even stilgelegd om een MRI-scan te maken van het operatiegebied, zodat de chi­rurg optimale informatie heeft om mee te werken. De scan is in 3 minuten gereed.

Bij acromegalie wordt relatief vaak geopereerd. Dit is tevens een van de moeilijkste opera­ties, want een acromegalie­tumor is vaak groot. Ook patiënten met de ziekte van Cushing moeten meestal geopereerd worden; ook bij deze aandoening is de tu­mor meestal moeilijk om helemaal te verwijderen, om­dat de randen niet netjes ´omlijnd´zijn. Hierbij zijn de nieuwe operatietechnieken zeer goed bruikbaar. Ook bij andere lastige gevallen, bijvoorbeeld een tumor die vlak bij de slagader ligt, of waar littekenweefsel om­heen zit van een vorige operatie, leveren deze technie­ken bijzonder goede resultaten op. Evenzo wanneer er problemen zijn met het zicht of blindheid door beklem­ming van de oogzenuw.

Tegenwoordig wordt in ongeveer een derde van de gevallen geopereerd met behulp van een endoscoop. Bij de overige operaties wordt nog via de zogenaamde `starre buis´ geopereerd. Het zou eigenlijk het beste zijn om altijd een MRI te gebruiken als hulpmiddel bij het opereren, aldus Buchfelder, want met een driedimen­sionaal beeld heeft de chirurg het beste zicht. Maar de kosten zijn vrij hoog; een MRI-scan tijdens de operatie wordt alleen gedaan wanneer het echt nodig is.

Robotchirurgie

In de toekomst, vertelt Buchfelder, zal er in de operatiekamer gebruik worden gemaakt van robotchirurgie. Het gaat hierbij om een interdisciplinaire techniek van chirurgen, de ra­diologen, medisch geschoolde computerdeskundigen en tech­nisch personeel. Er zullen beel­den gemaakt kunnen worden met een nog hogere resolutie, waardoor het beeld beter wordt, waardoor een operatie met nog meer precisie kan worden uitge­voerd.

Er wordt tegenwoordig ook ge­werkt met contrastvloeistof, waardoor de arts beter het verschil kan zien tussen ge­zonde cellen en tumorcellen. Ook deze beelden komen binnen op een computerscherm. Sinds de computer­techniek zijn intrede heeft gedaan in de operatiekamer wordt er steeds meer mogelijk, zeker op het gebied van de precisiechirurgie, waaronder ook de hypofyse-chirurgie valt.

Verslag: Carol Vlugt verschenen in Hyponieuws zestiende jaargang nummer 1 april 2013