We hebben 318 gasten online

Geschiedenis

Recensie 'Zwarte trots, witte schaamte? Over kolon...
20 juli 2020 09:29

Dit boek gaat over kolonialisme en het hedendaags racisme, over de botsing tussen de zwarte trots en de witte schaamte en is gebaseerd op meer dan dertig jaar persoonlijke ervaringen en studiewerk.   [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen

Hoofdstuk 3 CSE 2012-2013-2014 De VS en hun federale overheid

Gepost in V.S.

Hoofdstuk 3  De periode 1918-1945

vs 2012 758

3.1 Politieke en maatschappelijke invloed van de industrialisatie

De Red Scare

De communistische vakbond International Workers of the World werden ervan beschuldigd dat ze geen oorlogsobligaties hadden gekocht, een 'misdaad' die gelijk stond aan landverraad. De politie van Tulsa in Oklahama arresteerde de leden enleverde hen over aan een onderafdeling van de Ku Klux Klan: de Knights of Liberty. Deze sloegen hen vervolgens in elkaar. Dit optreden is de Tulsa Outrage gaan heten.

Onvrede onder arbeiders.

De Tulsa Outrage stond niet op zichzelf. De angst voor een commnistische opstand was alom aanwezig en werd gevoed door twee oorzaken: de toenemende onrust onder Amerikaanse arbeiders en de Russische revolutie. De kosten van levensonderhoud stegen sneller dan de lonen. Werknemers eistenhogere lonen en een achturige werkdag. Omdat werkgevers hen niet tegemoetkwamen werden de arbeiders steeds radicaler. De overheid trad hard op tegen de werknemers. Velen werden tot gevangenisstraf veroordeeld.

Economische krimp

De economische krimp tijdens de demobilastie na de Eerste Wereldoorlog leidde in de periode 1919-1921 tot arbeidsconflicten en werkloosheid. Er werden nieuwe radicale partijen opgericht zoals de Communist Labor Party en de Communist Party. Het aantal leden viel wel mee en arbeiders streefdwen vooral naar progressieve hervormingen. Maar de angst voor een communistische revolutie nam verder toe waardoor een heksenjacht op communisten ontstond.

De Amerikaanse overheid was bang dat een wereldrevolutie zou ontstaan in navolging van de Russische Revolutie en zo ontstond de Red Scare, een heksenjacht op sympatisanten van het socialistische gedachtengoed.

# Socialisten en vakbondsleiders kregen de schuld van alle stakingen en onrust.

# Deze werden ook beschuldigd een communistische opstand aan te moedigen.

Onder leiding van de FBI (Federal Bureau of Investigation) onketende men een landelijke capmpagne om linkse radicalen te vervolgen. Stakingen werden gebroken en organisatoren opgepakt. Deze bereikte in 1920 een hoogtepunt met de Palmer Raids. In tal van steden werden zomaar mensen opgepakt, in totaal zo'n 4000. Ze werden zwaar mishandeld en hen werd juridische hulp geweigerd. 600 Russische onerdanen werden het land uitgezet onder wie de Russische communiste Emma Goldman. Dit optreden was duidelijk in strijd met de grondwet en het ministerie van Arbeid was het niet eens met het miniserie van Justitie, waar de FBI onder viel. Via processen werden de meeste slachtoffers weer vrijgelaten en kwam er een einde aan de terreur.

The Roaring Twenties

Deze worden gekenmerkt door een ongekende economische groei, welvaart en optimisme. Het Bruto nationaal produkt groeide met 40% en er ontstond een consumptiemaatschappij. Die economische groei had verschillende oorzaken:

# De industriële productie was efficiënter geworden. Een T-ford kon daardoor voor minder dan 300 dollar woden geproduceerd.

# Er ontstond een toenemende vraag naar consumptiegoederen. De lonen stegen door de grote vraag naar arbeid, maar de kosten van levensonderhoud bleven nagenoeg gelijk. En door de massaproductie werden producten zelfs goedkoper. Er ontstond een nieuwe vrouwencultuur, het tijdperk van de Flappers, geëmancipeerde jonge vrouwen die zich afzetten tegen de bestaande waarden en normen. Ook werd geld lenen een geaccepteerde zaak. Marketing ging een grote rol spelen.

# De economische groei van de federale overheid was ongeremd en de Republikeinse presidenten Harding (1921-1923) en Coolidge (1923-1929) waren voor het vrije marktmechanisme en speelden met hun beleid Big Business in de kaart. Er ontstond een blind geloof in New Capitalism. Dat zou een einde maken aan uitbuiting en daarmee het socialisme overbodig maken. De invoerrechten werden verhoogd en zoals al eerder betoond Progressieve Movement werkte nu eerder samen met Big Business. Daarnaast werkte de federale overheid samen met grote ondernemingen om de macht van de vakbonden in te perken. In veel rechtszaken kozen federale rechters voor de grote ondernemingen, niet voor de arbeiders.

De Beurskrach van 1929

beursval wall street

Op 24 oktober 1929, Black Thursday genoemd, begon het begin van de Grote Depressie. De beurs van Wall Street stortte in elkaar. Drie met elkaar samenwerkende ontwikkelingen veroorzaakten de crisis:

1) Vanaf 1928 verminderde de vraag naar luxe producten en onroerend goed. Dit leidde tot bezuinigingen en massaontslagen. De koopkracht van de meeste Amerikanen ging achteruit. Tussen 1920 en 1929 steeg deze gemiddeld met 9 %, maar de koopkracht van de rijkste 1% van de bevolking steeg met 75%.

2) De speculatie van de aandelenhandel leidde tot een catastrofe. Men kocht aandelen met geleend geld en gebruikten onbetaalde aandelen als onderpand, buying on margin. Toen de aandelen begonnen de dalen eisten banken geld, maar niemand had geld om de leningen af te lossen en ontstond een domino-effect van steeds verder dalende koersen en de aandelenhandel stortte in.

3) Het economische beleid van de federale overheid droeg bij aan de crisis. Washington toonde onvoldoende begrip voor de structurele economische problemen. Er was structurele werkeloosheid ontstaan en op het platteland was door de mechanisatie een prijsdaling van landbouwproducten ontstaan. De federale overheid greep echter niet in. De FRB, de centrale bank legde investeringen niet aan banden en bleef zelfs goedkoop en eenvouig krediet verstrekken. Het vrijemarktmechanisme leidde uiteindelijk tot grote problemen.

De Grote Depressie en het beleid van president Hoover, 1929-1933

Het Bruto Nationaal Product werd binnen 4 jaar gehalveerd; winst uit bedrijven daalde met meer dan 90%. In 1933 zat een kwart van de werkende bevolking (13 miljoen mensen zonder werk) en miljoenen verdienden te weinig omzichzelf en hun gezinnen te onderhouden. Buiten de steden ontstonden sloppenwijken, 'Hoovervilles' genoemd.

 memo hfst 3 afb 7

Werkloosheid van 1930-1940 in de VS

Ook de landbouwsector had het zwaar te verduren. De prijzen van landbouwproducten daalden vooral omdat op de wereldmarkt producten werden gedumpt. Boeren konden hun financiële verplichtingen niet meer nakomen en door de aanhoudende droogte in de Great Plains veranderde landbouwgrond in stof. De werkloosheid onder de zwarte bevolking bereikte zelfs in 1932 bijna 50% en Amerikaanse arbeiders met de laagste inkomens leden zelfs honger.

Net als veel tijdgenoten dacht president Hoover (1929-1933) dat economische depressies natuurlijke fenomenen warenen dat ze vanzelf weer overgingen. Hij geloofde in de kracht van ondernemers en het vrijmarktmechanisme. Toch verhoogde Hoover de invoerbelasting in 1930 met 40% om de Amerikaanse industrie en landbouw tegen buitenlandse concurrentie te beschermen. Maar hoge tarieven belemmerden juist de wereldhandel. De sociale onrust nam doorhet beleid van Hoover toe. Zelfs veteranen uit de Eerste Wereldoorlog eisten uitbetaling van hun veteranenbonus die pas in 1945 zou worden uitbetaald. Hoover besloot de demonstranten door middel van tanks en infanteristen uit Washington te laten verwijderen.

Franklin Delano Roosevelt en de New Deal

memo hfst 3 afb 9

President Roosevelt (1933-1945 Democraat) was een pragmaticus. Hij koos voor een actieve rol van de federale overheid om de crisis te bestrijden. Hij kwam met zijn 'New Deal' waarin de overheid zich niet langer afzijdig hield

 memo hfst 3 afb 8

Postzegel met een aantal van de wetten van de New Deal

Maatregelen van Roosevelt

# Emergency Banking Relief Bill. Deze gaf de overheid de macht om failliete verklaarde banken te heropenen en andere banken te reorganiseren. Het aantal fbankfaillisementen werd teruggebracht en via fireside chats (radiopraatjes) garandeerde Roosevelt dat men zijn spaargeld weer naar de bank kon brengen.

# New Deal voor de industrie. National Industrial Recovery Act (NIRA)een wet die werd uitgevoerd door de overkopelende National Recovery Adminstration (NRA) hierin werden afspraken gemaakt over beperking van de productie en werden de lonen vastgesteld. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het Hooggerechtshof en zakenlieden kwamen in opstand omdat het beleid van Laissez Faire werd doorbroken. Het Hoogerechtshof verklaarse de NRA ongrondwettig.

# New Deal voor de landbouw. De Agricultural Adjustment Act. Deze verstrekte subsidies aan boeren als ze hun productie beperkten, waardoor de prijzen omhoog gingen. Ook hier verklaarde het Hoogerechtshof de AAA ongrondwettig, maar de wet werd herschreven en opnieuw uitgevaardigd.

# New Deal openbare werken. TVA—Tennesy Vally Autority—Er werden stuwdammen gebouwd in de rivier de Tennesy waardoor opbrengst elektriciteit en men kon land irrigeren. FEA—Werklozen kregen een door de staat gegeven uitkering. Uiteindelijk leiden de maatregelen tot een daling van de werkloosheid van 13 miljoen in 1933 tot 9 miljoen in 1936.

Tegenstanders van de New Deal

Het Hoogerechtshof vond dat belangrijke onderdelen van Roosevelt's New Deal ongrondwettig waren. Maar ook uit de linkse hoek werd kritiek geleverd: Roosevelt zou het kapitalisme wilen redden in plaats van vernietigen.

Tweede New Deal

Roosevelt voerde in 1935 een Second New Deal in. de New Deal werd fors uitgebreid. Er werd vooral meer geld aan uitkeringen uitgegeven. Door de Work Progress Administration kregen meer dan 8,5 miljoen Amerikanen een baan in allerlei openbare werken. Daarnaast verhoogde Roosevelt de belasting van de rijken en van de meest succesvolle bedrijven en gaf via de National Labor Relations Act arbeiders het recht om lid van een vakbond te worden. De nadruk van de tweede New Deal lag meer op maatschappelijke hervorming. Vooral de SSA—Social Security Act—eenvoudig systeem van Sociale Verzekeringen, vormde een keerpunt in de Amerikaanse politiek en legde de grondslag voor de Amerikaanse verzorgingsstaat.

De New Deal loopt vast

Dat kwam door twee oorzaken:

1) het Court Packing Plan. Door de oppositie van het Hoogerechtshof probeerde Roosevelt het aantal leden van het Hoogerechtshof met zes extra rechters uit te breiden om zo de macht van de 'oude' conservatieve rechters te neutraliseren. Zijn plan leed schipbreuk.

2) de recessie van 1937-1939. Omdat Roosevelt in 1937 begon te bezuinigen, om de overheidsuitgaven weer aan banden te leggen. Tegelijkertijd besloot echter de centrale bank om krediet moeilijker beschikbaar te stellen. de economie stortte daarop in en de werkloosheid liep weer op.

De Tweede Wereldoorlog

Pas door dew Tweede wereldoorlog kwamen er in de VS banen bij. Roosevelt verklaarde dat de VS het 'arsenaal van de democratie' moest worden. Dus werden er massaal wapens en oorlogsmateriaal vervaardigd.

De oorlogseconomie

Door de oorlogseconomie verdubbelde de productie tussen 1941 en 1945. Leidend daarbij was de War Production Board. Veel producten werden gerantsoeneerd en veel gezinnen steunden door moestuinen ( Victory Gardens) aan te leggen. De federale overheid garandeerde uitbreiding van fabrieken, gaf belastingvoordelen, garandeerde winstmarges en gaf vrijstelling van de antimonopoliewetgeving.

Er ontstond volledige werkgelegenheid en ook vrouwen en minderheden gingen aan de slag. de arbeidsvoorwaarden evrbeterden aanzienlijk en er waren geen stakingen of arbeidsconflicten. Tussen 1939 en 1945 stegen d elonen met 135%. Omdat veel producten door rantsoenering niet te koop waren groeide de spaarrekening van veel Amerikanen. De macht van de vakbonden nam verder toe.

3.2 De ontwikkeling van de burgerrechten

De bijdrage van de zwarte bevolking aan de Eerste Wereldoorlog

De zwarte bevolking had hoge verwachtingen van de Amerikaanse deelname aan het wereldconflict. Het tekort aan arbeidskrachten door de oorlogsindustrie leidde tussen 1916 en 1919 tot een migratie van een half miljoen zwarten Amerikanen naar de noordelijke steden. 400.000 zwarten melden zich voor de militaire dienst om hun loyaliteit aan de VS te bewijzen. Het lidmaatschap van de NAACP groeide van 10.000 in 1917 tot 91.000 in 1919.

Zwarten blijven achtergesteld

De meeste zwarten 90 % mochten niets een vechten en hun vaderlandslievendheid werd gewantrouwd. Ze ondersteunden enkel blanke regementen. Zwarten die aan de kant van de Fransen meevochten werden met veel respect behandeld. Door deze ervaring waren zwarte soldaten steeds vastberadener om ook in de VS als mannen en gelijke burgers te worden behandeld. Maar segregatie bleef bestaan en zwarte veteranen werden opnieuw doelwit van bruut geweld. Tussen 1914 en 1940 werden honderden zwarte mannen, onder wie oorlogsveteranen gelyncht.

Rassenrellen

Ook in de steden werden de zwarten gediscrimineerd. Blanke arbeiders keerden zich tegen de zwarte bevolking omdat zwarte arbeiders vaak gebruikt werden omstakingen te breken. Maar ook de toenemende bevolkingsdruk in de steden leidde tot problemen. In de zomer van 1919 braken er in 25 Amerikaanse steden rassenrellen uit.

De Great Migration, 1919-1930

Vooral in het Zuiden maakte de combinatie van geweld, segregatie en armoede het leven van veel zwarten ondraaglijk. De migratiegolf naar het noorden kwam daarom in een stroomversnelling. Meer dan een half miljoen zwarte zuiderlingen trokken naar steden als New York, Chicago en Detroit. Daar kon men rekenen op beter onderwijs en werk, maar ook op bepaalde rechten die ze in het Zuiden niet kenden. Maar dat betekende niet dat er geen rascisme was. Net als na de Eerste Wereldoorlog werden de meeste immigranten geconfronteerd met diuscriminatie op de arbeidsmarkt en kregen ze lagere lonen dan blanken. Ze werden gedwongen in de armste wijken te gaan wonen zoals South Side van Chicago of Harlem in New York. Deze groeiden uit tot zwarte getto's. Opnieuw ontstonden er rassenrellen en won de Ku Klux Klan in het noorden aan aanhang. De 'vervuiling'van de Protestantse Amerikaanse cultuur leidde tot een actie om immigratie uit 'ongewenste' landen in te perken en werd in 1924 zelfs verboden.

Zwart verzet

In de jaren twintig ontstond onder de generatie van The Great Migration een hernieuwd zelfrespect. Er werden nieuwe zelfhulporganisaties opgericht zoals het in New York, door Marcus Garvey opgerichte, Universal Negro Improvement Associtian (UNIA). Deze vond dat zwarte mensen trots mochten zijn op hun Afrikaanse achtergrond en zich niet moesten aanpassen aan de blanken maar zich daarvan moesten afzonderen. Garvey werd door de FBI als onruststoker gezien en in 1923 opgepakt voor fraude en uiteindelijk in 1927 naar Jamaica teruggestuurd.

Nieuwe zwarte cultuur

Er ontstond een nieuwe zwarte cultuur de Harlem Renaissance. Zwarte schrijvers en artiesten wezen de cultuur en schoonheidsidealen van de blanke samenleving af en waren openlijk trots op hun Afrkaanse achtergrond. Jazzmuziek werd in de Roaring Twenties de nieuwe rage.

Politieke hervormingen

Door de groei van de zwarte bevolking in de noordelijke steden werd hun politieke macht daar steeds groter. Dankzij de inzet van de NAACP werd in 1922 een wetsvoorstel aangenomen in het Huis van Afgevaardigden waarin lynchpartijen formeel verboden werden, maar de Senaat wees het af. Het Hoogerechtshof verklaarde in 1923 rechtszaken die door Lynch Mobs waren beinvloed ongrondwettig. Maar het recht op een eerlijk proces voor zwarten bleef in het Zuiden uitgesloten en van zwarte deelname aan voorverkiezingen in het Zuiden was voorlopig geen sprake.

De invloed van de Grote Depressie en de New Deal

De werkeloosheid bereikte onder zwarte Amerikanen in 1932 de 50%. En blanken eisten na de beurskrach van 1929 dat eerst blanken een baan kregen ( No jobs for niggers until every white man has a job!) . Geen wonder dat de New Deal onder de zwarten grote waardering kreeg. Tegen het einde van de jaren dertig leefde een derde deel van de zwarte bevolking van een overheidsbaan bij de Workers Progress Administration. Eleanor Roosevelt zette zich nog harder in voor de zwarte gemeenschap en becritiseerde rascisme en discriminatie. De zwarten gingen massaal op de democraten stemmen.

New Deal brengt geen rassengelijkheid

Een oorzaak daarvan was de verhoudiung tussen de staten en de federale overheid. Er waren staten waar sprake was van wettelijke segregatie en in de zuidelijke staten was rassengelijkheid voor zuidelijke Democraten onbespreekbaar. In de Scottsboro Boys zaak bleek duidelijk dat hoewel de dakloze jongeren onschuldig waren ze uiteindelijk toch werden veroordeeld door een blanke jury. Zuiderlingen verzetten zich heftig tegen federale inmenging in hun 'traditionele'raciale hiërarchie.

De bijdrage van de zwarte bevolking aan de Tweede Wereldoorlog

Ook nu hoopte de zwarte bevolking op verbetering van haar positie. De NACCP voerde een caqmpagne voor Bouble Victory. De NACCP pleitte voor een overwinning op rascisten in het buitenland én in het binnenland. Het ledenaantal goeide fors. In 1942 werd de organisate CORE ( Congress of Racial Equality) opgericht, die vreedzaam protesteerde tegen segregatie in steden zoals Wahington en Chicago. De federale overheid zette de eerste stappen voor gelijke burgerrechten In 1941 vaardigde Roosevelt de Executive Order 8802 uit, een wet die raciale discriminatie in de oorlogsindustrie verbood. De strijdkrachten waren nog voleldig gesegregeerd. Door hun gevechtsdaden wonnen zwarte militaire eenheden respect van hun blanke commandanten, zoals de Tuskegee Airmen, een sqadron van zwarte gevechtspiloten van de luchtmacht. Na de oorlog waren zwarte veteranen vastbesloten om voleldige burgerrechten op te eisen.

3.3 Het buitenlands beleid

Het verdrag van Versailles

De Amerikaanse deelname aan de oorlog werd als een morele kruistocht verkocht de VS moest partij worden in het conflict om de wereld veilig te maken voor democratie.

propaganda vs

President Wilson formuleerde zijn Veertien Punten, waaronder de oprichting van de Volkenbond, die een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren bij het handhaven van de toekomstige nationale rechtsorde. Maar Loyd George van Groot-Brittannië en Clemenceau van Frankrijk deelden de idealen van Wilson niet. Van vrijheid op zee en vrijheid van handel is niets terechtgekomen. Daarnaast was Clemenceau echt uit op wraak zoals uit het uiteindelijke vredesverdrag duidelijk blijkt. Ook het westerse kolonialisme bleef grotendeels intact en informeel werd het zelfs uitgebreid. De voormalige Duitse gebieden werden mandaatgebieden, maar in de praktijk werden deze gebieden als koloniën bestuurd.

Congres steunt president Wilson niet

Het Congres wilde terug naar een isoloationistisch beleid en een lidmaatschap van de Volkenbond zou ten koste gaan van de Amerikaanse soevereiniteit en zou de Amerikaanse koloniale expansie belemmeren. De oppositie in de Senaat onder leiding van Henry Cabot Lodge eiste vrijstelling van collective security en uiteindelijk werd het verdrag van Versailles door de Senaat afgewezen.

De jaren twintig: 'soeverein internationalisme'

Men wilde terug naar het isolationisme, maar in de praktijk waren de belangen van de VS in de wereld te groot geworden. Er werden wel degelijk door de Republikeinse presidenten internationaal afspraken gemaakt, vooral in die zaken waar economische en politieke belangen in het geding waren. In het interbellum voerde Washington een politiek van soeverrein internationalisme. De VS bleef betrokken op internationaal vlak zonder miltaire allianties te sluiten en zonder inperking van haar soevereiniteit.

De VS maakten wel afspraken om de internationale vrede te bevorderen. Zoals de Naval Conference 1921-1922 afspraken over beperkte ontwapening, de erkenning van de Chinese soevereiniteit en het Braid Kellogpact van 1928, zolang dat maar niet ten koste ging van Amerikaanse zelfverdediging en dat de VS niet verplicht was om actie te ondernemen als het verdrag geschonden werd.

Protectionisme

De presidenten Harding en Coolidge kozen voor protectionisme. De politici waren van mening dat Amerikaanse economische expansie tot internationale stabiliteit zou leiden. Amerikaanse bankiers, bedrijven en beleggers belegden meer dan 17 miljard dollar tussen 1914 en 1930.. Exportgerichte Trusts werden formeel beschermd tegen antimonopoliewetgeving. Het Dawesplan van 1924 herstelde de economische kringloop omdatde VS leningen zou verstrekken aan Duitsland. Duitsland kon daardoor de herstelbetalingen aan Frankrijk en Engeland voldoen die op hun beurt hun leningen aan de VS konden terugbetalen.

Latijns-Amerika

De VS zagen Latijns Amerika als hun eigen achteruin en grote Amerikaanse bedrijven domineerden lokale economieën en de federale overheid dwong Latijs-Amerikaanse regeringen om de invoerrechten laag te houden voor Amerikaanse producten en leningen met hoge rente te accepteren.

Uitwerking Grote depressie op de internationale betrekkingen

Andere landen waren kwetsbaar voor een Amerikaanse laagconjunctuur. De beurskrach van 1929 had dan ook rampzalige gevolgen voor Europa en Latijns-Amerika. De onvrede nam in deze gebieden toe en Europa verhoogde de invoertarieven op Amerikaanse producten en Latijns-Amerika beschuldigde de VS van dominantie en corruptie.

Good Neighbour Policy

Roosevelt besloot hiertoe om meer eenheid te bewerkstelligen en richtte in 1934 de Export Import Bank op, een federale bank die leningen in het buitenland verstrekte in ruil voor de aankoop van Amerikaanse producten. Verder beloofden de VS in Latijns-Amerika minder imperialistisch op te treden, minder militiar in te grijpen en meer aandacht te hebben voor Latijns -Amerikaanse belangen. In de praktijk leidde dit echter niet het einde in van het Amerikaans imperialisme. Stiekem steunde Roosevelt die leiders in Latijns -Amerika die de Amerikaanse belangen veiligstelden.

Opkomst van het fascisme

Duitsland werd hard door de crisis getroffen en in 1933 kwam de NSDAP aan de macht. Hitler slaagde erin de Machtigingswet te laten aannemen en begon de afspraken van Vrede van Versailles steeds meer aan zijn laars te lappen. Groot -Brittannië en Frankrijk voerden een beleid van appeasment, maar door de Duitse expansie werd een oorlog uiteindelijk onvermijdelijk.

Neutralitetswetten

Door het isolationisme moest president Roosevelt gehoor geven aan de algemene wens van neutraliteit in de naderende crisis. Hij tekende een aantal neutraliteitswetten waaronder de belangrijkste uit 1935, die wapenhandel met oorlogvoerende landen verbood. Maar Roosevelt maakte zich ernstig zorgen over de ontwikkelingen en begon uit voorzorg zich in het geheim toch voor te bereiden op een oorlog. Hij vergrootte het budget van de luchtmacht en verkocht stiekum wapens aan Frankrijk.

Dreiging in Azie

De opmars van japan in de jaren dertig waren voor de VS een directe bedreiging. Ze hadden koloniën in de Filippijnen en op andere eilanden in de Stille Oceaan en bedreven de Open Door Policy in China. Japan streefde naar terratoriale uitbreiding in Azie, vooral in gebieden als Mantsjoerije, Shandong en Korea. Japan veroverde in 1931 Mantsjoerije en in 1936 brak de Cinees-Japanse oorlog uit, bezette een anatal steden langs de Chinese kust en wilde een nieuwe rechtsorde in Azie creëren. Japan zou de hegemonie krijgen in Azie en de Open Door Policy in China zou worden vernietigd. Roosevelt verstrekte leningen en verkocht wapens aan China en omzeilde zo de neutraliteitswetten. Ook begon hij de marine in de Stille Oceaan uit te breiden.

De Tweede Wereldoorlog

Roosevelt zette na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog het Congres onder druk om het verbod op de wapenhandel met oorlogvoerende landen op te heffen, wat uiteindelijk ook gebeurde. Men ging over tot cash and carry handel in wapens met Frankrijk en Groot-Brittannië. Deze landen mochten wapens kopen maar moesten die met eigen schepen ophalen. Het werd steeds moeilijker de neutraliteit te handhaven. In 1941 vaardigde Roosevelt de Lend Lease Act uit. De wet stond de VS toe om wapens aan Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie te `lenen`in plaats van te verkopen. De VS zou voor meer dan 50 miljard dollar aan wapens en materieel leveren aan de Geallieerden. In het Atlantic Charter, Atlantische Handvest, beloofden de VS Groot-Brittannië te hulp te komen en werden afspraken gemaakt over collectieve veiligehid, ontwapening, zelfbeschikkingsrecht economische samenwerking en vrijheid op zee.

De VS verklaren de oorlog

Nadat op 7 december 1941 een aanval van Japan werd uitgevoerd op de Amerikanse marinebasis van Pearl Harbour was de oorlog met Japan een feit en steunde het Congres Roosevelt met een oorlogsverklaring. Drie dagen daarna verklaarde Duitsland ook de oorlog aan de VS. De VS behoorden nu tot de geallieerde mogendheden in de strijd tegen de As mogendheden. Aanvankelijk verliep de oorlog in Europa niet zo gunstig en Stalin vroeg om de opening van een tweede front. Roosevelt wilde wel maar Churchill wilde Europa via Noord-Afrika en Italië binnenvallen, een strategie die niet verliep zoals gepland. Tot 1944 stond de Sovjet Unie er grotendeels alleen voor, maar door de slag van Stalingrad begin 1942, keerden de krijgskansen. Op 6 juni 1944 vond D-Day plaats, de invasie van de westelijke geallieerden op de stranden van Normandie. Uiteindelijk werd Duitsland in mei 1945 definitief verslagen.

Conferentie van Jalta

De geallieeerden kwamen in februari te Jalta bijeen om de uiteindelijke overgave van Duitsland te bespreken. Rusland was twee maal aangevallen door Duitsland en wilde daarom Duitsland zo zwak mogelijk houden. Stalin eiste herstelbetalingen, maar Roosevelt was daartegen. Roosevelt was ook tegen de uitbreiding van de Russische invloedssfeer in Oost-Europa. Roosevelt pleitte voor de oprichting van de Verenigde Naties als opvolger van de Volkenbond en pleitte voor zelfbeschikkingsrecht voor de bevrijde gebieden en voor dekolonisatie. De VS stonden zwak in de onderhandelingen omdat de Sovjet Unie vrijwel zonder hulp Oost-Europa hadden bevrijd van het fascisme.

verdeling dtl

 Uiteindelijk kwam men in Jalta overeen dat

# Duitsland zou worden verdeeld in vier bezettingszones bestuurd door Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS en de Sovjet-Unie

# Berlijn zou ook worden verdeeld in 4 zones.

# De Verenigde Naties zouden worden opgericht.

# De Sovjet Unie ging akkoord om na twee maanden de oorlog te verklaren aan Japan.

Maar de geallieerde mogendheden stonden al voor het einde van de oorlog in Europa op gespannen voet met elkaar.

Zie voor hoofdstuk 4: De periode 1945 1965 Hoofdstuk 4 CSE 2012-2013-2014 De periode 1945-1965