We hebben 227 gasten online

Geschiedenis

Recensie 'Zwarte trots, witte schaamte? Over kolon...
20 juli 2020 09:29

Dit boek gaat over kolonialisme en het hedendaags racisme, over de botsing tussen de zwarte trots en de witte schaamte en is gebaseerd op meer dan dertig jaar persoonlijke ervaringen en studiewerk.   [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen

Hoofdstuk 4 CSE 2012-2013-2014 De VS en hun federale overheid

Gepost in V.S.

Hoofdstuk 4 CSE De periode 1945-1965

vs 2012 758

4.1 Politieke en maatschappelijke invloed van de industrialisatie

Demobilisatie en de toename van de welvaart

15 augustus 1945 capitulatie van Japan en V-J day, Victory Day. Overal werden overwinningsoptochten gehouden.

Angst voor een nieuwe depressie

Tegelijkertijd vreesden veel Amerikanen voor de economische gevolgen van de demobilsatie en dachten dat een depressie nabij zou zijn. Al voor het einde van de oorlog trof de federale regering maatregelen om een recessie te voorkomen. Zij wilde voorkomen dat de arbeidsmarkt, door miljoenen terugkerende soldaten overspoeld zou worden, maar moest ook de koopkracht van de veteranen veiligstellen. In de zomer van 1944 werd de G.I.Bill uitgevaardigd. Deze wet bestond uit drie onderdelen:

1) aan alle eervol uit dienst ontslagen veteranen garandeerde de wet een werkloosheidsuitkering van 20 dollar per maand gedurende een heel jaar.

2) er werden aantrekkelijke studiebeurzen toegekend aan veteranen die hoger onderwijs of een vakopleiding wilden volgen.

3) veteranen konden goedkope leningen krijgen, die hen in staat stelden een huis te kopen of een bedrijf te starten.

De welvaart neemt toe

De meeste oorlogsindustrieën schakelden vrij soepel over op de productie van duurzame consumptiegoederen. Daarnaast hield de G.I. Bill de koopkracht van veteranen op peil, stimuleerde de huizenmarkt en gaf een belangrijke impuls aan het hoger onderwijs.

De middenklasse groeide aanzienlijk. Voor het eerst was de middenklasse in 1956 groter dan de arbeidsklasse. De G.I. Bill zorgde dus niet alleen voor consumptie, maar ook voor sociale mobiliteit. Het stijgende consumptieniveau was een cruciale factor in de naoorlogse economische bloei. Tijdens de oorlog hadden veel mensen gespaard en na de oorlog konden ze eindelijk grote uitgaven doen. Daarnaast steeg na de Tweede Wereldoorlog de arbeidsproductiviteit enorm en de levensstandaard van het gemiddelde Amerikaanse gezin schoot omhoog.

Groei van de bevolking

 memo hfst 3 afb 16

Demografische ontwikkelingen in de jaren 1940 en 1950 gaven de economie een grote impuls. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog kreeg Amerika te maken met een babyboom.

Suburbs

Een van de belangrijkste gevolgen van de babyboom was een toename in de vraag naar geschikte huisvesting, waardoor de bouwsector explosief groeide. Achttien miljoen Amerikanen trokken naar de buitenwijken, Suburbs. Het was ondernemer William Levitt die de massaproductietechnieken toepaste op de huizenbouw. De Suburbs legden de grondslag voor de 'suburbanisatie' van de Amerikaanse samenleving.

Welvaart niet voor iedereen

Vooral blanke mannen profiteerden van de nieuwe welvaart. Vrouwen en zwarten profiteerden niet in gelijke mate. Van vrouwen werd verwacht dat ze thuisbleven om op de kinderen te passen en het huishouden te doen. De segregatie belemmerde de toegang naar de beste opleidingen voor de zwarten en discriminatie belemmerde hun toegang tot de beste banen. De Suburbs bleven overwegend blank, de binnensteden van de VS werden in toenemende mate bewoond door gekleurde minderheden en arme blanken.

De ontwikkeling van de verzorgingsstaat

F.D. Roosevelt overleed in april 1945 en zijn vice-president Harry S. Truman (1945-1953) volgde hem op.

  memo hfst 3 afb 15

Truman en de Fair Deal

In 1944 hadden Roosevelt en Truman hun kiezers een uitbreiding van de sociale wetgeving beloofd. Truman wilde die belofte nakomen, maar de nieuwe president stuitte op verzet in het Congress. In 1946 herwonnen de Republikeinen een meerderheid in beide huizen van het Congres. Zo konden ze de uitbreiding van de verzorgingsstaat tegenhouden. De basis van de verzorgingsstaat, de Social Security, bleef intact, maar de nieuwe wetgeving die Truman voorstelde, kwam niet door het Congres. Truman kwam aan het begin van zijn tweede ambtstermijn met de Fair deal. Hierin pleitte Truman voor meer federale subsidies voor openbaar onderwijs, voor de sociale woningbouw, hogere werkloosheidsuitkeringen en zelfs een nationale gezondheidszorg.

Republikeinen in verzet tegen de Fair Deal

Opnieuw werkte het conservatieve Congres tegen. Met uitzondering van subsidies voor de sociale woningbouw werd de Fair Deal afgewezen. Oppositie tegen een nationale gezondheidszorg was groot. De democratische partij van Truman werd ervan beschuldigd dat ze Amerikanen hun keuzevrijheid wilde ontnemen. De tegenstanders spraken zelfs over een weg naar het communisme. Verschiilende kleine programma`s werden wel uitgevoerd zoals het subsidieren van de lunch op school, het definitief verbieden van kinderarbeid en het verhogen van het minimum uurloon tot 75 dollarcent, maar van een fundamentele uitbreiding van de verzorgingsstaat was geen sprake.

Na de ambsaanvaarding van president Eisenhower (1953-1961 Republikein) hoopten conservatieve leden van het Congres de `socialistische` verzorgingsstaat te kunnen afschaffen, maar dat bleek onmogelijk. Eisenhowers regering vond wel dat de publieke sector minder afhankelijk moest worden van de overheid. Er werd gekort op subsidies van boeren en er kwam een eind aan de loon- en prijscontrole. Eisenhower wilde de verworvenheden van de New Deal en Fair Deal niet verder aantasten, vooral niet omdat in 1954 de Democraten weer een meerderheid in het Congres hadden gekregen.

Het militair-industriele complex

De uitgaven van de federale overheidsuitgaven stegen door de Koude Oorlog flink. Dit kwam vooral door de groei van het militair-industriele complex. Rond 1959 gaf de federale overheid ongeveer 46 miljard dollar uit aan defensie (de helft van het budget). Dat was goed voor de economie, omdat het voor werkgelegenheid zorgde, maar het machtsevenwicht dreigde wel door te slaan naar de legerleiding en de wapenindustrie. Eisenhower waarschuwde aan het einde van zijn laatste ambtstermijn voor de disproportionele politieke invloed van de wapenindustrie en het leger. Hij noemde dat een bedreiging voor de democratie.

De keerzijde van de consumptiemaatschappij.

De Amerikaanse samenleving was nog lang niet volmaakt. Er was vooral kritiek op de uit de hand gelopen consumptiemaatschappij en de vermeende desintresse van de regering Eisenhower voor de arme minderheid van de bevolking. In zijn boek `The Affluent Society` (1958) wees John Kenneth Galbraith op het gebrek aan overheidsbeleid en op de nadelen van de consumptiemaatschappij. Amerikanen gaven grote hoeveelheden geld uit aan overbodige luxeproducten, terwijl een deel van de bevolking nog altijd in armoede leefde, vooral in de binnensteden en op het platteland. De federale overheid investeerde te weinig in de publieke sector. Gailbraith stelde voor om de sociale uitgaven te bekostigen door de belasting op consumptieproducten te verhogen.

Kennedy en de New Frontier

Het was president J.F.Kennedy (1961-1963 Democraat) die de denkbeelden van Galbraith oppakte en politiek vertaalde in zijn New Frontier politiek. Een politiek van nieuwe mogelijkheden. De federale overheid zou de nog resterende armoede in het land bestrijden, zou zorgen voor stedelijke vernieuwing, gezondheidszorg voor ouderen en verbetering van het openbaar onderwijs voor alle Amerikaanse kinderen. Maar ook zijn plannen liepen grotendeels stuk op het feit dat, hoewel de democraten in het Congres een kleine meerderheid hadden, conservatieve Democraten zich aansloten bij de Republikeinen, omdat deze angstig waren voor de zwarte burgerrechtenbeweging. Kennedy gaf echter miljoenen Amerikanen de hoop dat de samenleving beter kon worden. Maar op 22 november 1963 werd hij te Dallas in Texas, vermoord door Lee Harvey Oswald. Zijn vice-president Lyndon B. Johnson (1963-1969 Democraat) volgde hem op.

Johnson en de Great Society

Johnson ging veel verder dan zijn voorganger. Hij pleitte, in zijn programma de Great Society, voor een hervorming van de maatschappij met als belangrijke onderwerpen een definitief einde aan de armoede en aan de rassenscheiding. Johnson werd in 1964 herkozen en omdat in beide kamers van het Congres de Democraten een ruime meerderheid behaalden, lukte het hem om belangrijke sociale wetgeving aangenomen te krijgen. Hij kondigde een 'War on Poverty' aan, een oorlog tegen de armoede. Er werd zelfs een federale gezondheidszorg opgericht voor ouderen en voor arme mensen (Medicare en Midicaid). De overheidsuitgaven aan sociale programma`s verdubbelden tijdens het presidentschap van Johnson. Maar structurele oorzaken voor armoede bleven bestaan en niet alle programma`s werden efficient uitgevoerd. Maar belangrijker was dat de Vietnamoorlog Johnson vanaf 1965 dwong, vergaande bezuinigingsmaatregel op zijn eigen hervormingsprogramma toe te passen.

 memo hfst 3 afb 17

De protestgeneratie

Opkomende protesten van studenten en zwarte activisten en toenemende kritiek op de consumptiemaatschappij zorgden halverwege de jaren zestig voor veel onrust in de samenleving. De Babyboomgeneratie werd politiek actief(hippies). Niet alleen wezen ze de levensstijl van hun ouders af maar ook de toenemende rol van de overheid stelden zij ter discussie. Vanaf 1965 nam de linkse kritiek nog meer toe toen een groot deel van het federale budget aan de Vietnamoorlog werd besteed.

4.2 De ontwikkeling van de burgerrechten

De Tweede Wereldoorlog vormde een keerpunt in de strijd voor gelijke burgerrechten voor de zwarte bevolking. Als beloning voor hun actieve inzet hoopten veel zwarten op een verbetering van hun lot.

Zwarte burgerechten op de politieke agenda

President Truman zette de burgerrechten op de politieke agenda. Hij geloofde oprecht dat alle Amerikanen, ongeacht hun ras of etnische achtergrond, volledige burgerrechten verdienden. Maar hij had ook politieke redenen, om gehoor te geven aan de wens van de zwarte bevolking voor gelijke burgerrechten. Door de Great Migration waren de zwarten in de noordelijke staten een belangrijk electoraat geworden. Maar ook ontwikkelingen in het buitenland speelden daarbij een rol. In haar propaganda wees de Sovjet-Unie er op dat de VS hypocriet waren. Hoe konden ze beweren voorstanders van democratie en vrijheid te zijn als hun eigen zwarte bevolking werd onderdrukt.

Gelijke burgerrechten voor blank en zwart

In 1948 vaardigde Truman twee presidentiële bevelen uit die discriminatie binnen het federale regeringsapparaat verbood en binnen de stijdkrachten. Zo ontstond er na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe zwarte middenklasse. Tegelijkertijd groeide onder een groep blanke Amerikanen de acceptatie van een gemengde samenleving.

Het ontstaan van de Civil Rights Movement in de jaren vijftig.

Door middel van rechtszaken behaalde de NAACP in de jaren vijftig belangrijke overwinningen tegen de segregatie in het Zuiden. De belangrijkste overwinning was in 1954 de zaak Brown vs. Board of Education of Topeka. Hierbij besloot het Hooggerechtshof dat segregatie in het openbaar onderwijs niet langer rechtsgeldig was.

Montgomery busboycot

Er ontstond een beweging, de Civil Rights Movement, die op allerlei maniren strijd leverde om de segregatie werkelijk af te schaffen. De eerste grote 'veldslag' was de Montgomey busboycot in Alabama in 1955. Aanleidng was dat Rosa Parks weigerde haar zitplaats in een bus op te geven voor een blanke man. Het incident gaf de NACCP een goede reden om actie te ondernemen tegen de segregatie in het openbaar vervoer. Onder leiding van dominee Martin Luther King werd op de avond van 3 december 1955 besloten om tot een langdurige busboycot over te gaan. De zwarte gemeenschap hield de busboycot meer dan een jaar vol, tot dat op 20 december 1956 het Hoogerechtshof de segregatie in het openbaar vervoer van Montgomery ongrondwettig verklaarde.

King was beinvloed door het geweldloos verzet Mahatma Gandhi en werd een van de leidende figuren in de strijd voor gelijke burgerrechten. Hij veranderde de strijd voor gelijke burgerrechten in een morele kruistocht voor gerechtigheid en christelijke naastenliefde. Zijn boycots, protestmarsen en sit-ins, werden door de landelijke media gevolgd en stimuleerden een nationale discussie over de morele rechtvaardigheid van segregatie.

Burgerrechten in de zuidelijke staten

Na het succes van de busboycot en de uitbreiding van de burgerrechtenbeweging werd de weerstand van blanke zuiderlingen alleen maar groter. In 1957 kwam het in Little Rock, Arkansas, tot een botsing waarbij president Eisenhower zelfs de nationale garde van Arkansas onder federaal gezag moest stellen en met inzet van het Amerikaanse leger, konden zwarte leerlingen de Central High School bezoeken.

Een verschuiving in de publieke opinie

Het hardhandig verzet van lokale overheden en de blanke bevolking kreeg nationaal en internationaal veel aandacht. De publieke opinie onder blanke Amerikanen, behalve onder veel Zuiderlingen, keerde zich steeds feller tegen de segregatie. President Kennedy sympatiseerde met het lot van de zwarte bevolking, maar electoraal kon hij het zich niet veroorloven het Zuiden kwijt te raken, hoewel hij voorstander was van zwarte burgerrechten. Uiteindelijk besloot Kennedy het Congres in juni 1963 te vragen een wetsvoorstel te steunen dat voor afschaffing van de segregatie was.

De mars op Washington

De burgerechtenbeweging organiseerde in augustus 1963 een massale mars naar Washington waar Martin Luther King zijn beroemde toespraak 'I have a dream'zou houden

De Civil Rights Act

President Johnson ondertekende in 1964 de Civil Rights Act en in 1965 de Voting Rights Act. Beide wetten pasten binnen zijn Great Society beleid en markeerde het officiële einde van de wettelijke ongelijkheid van de zwarte bevolking.

Radicalisering van de Civil Rights Movement

Vanaf de zomer van 1965 vond er een radicalisering plaats en braken er in tal van getto's gewelddadige rassenrellen uit omdat gelijke kansen in de samenleving voor zwarten uitbleven. De mislukking van de great Society zagen veel zwarten als de zoveelste niet nagekomen belofte van blanke politici. Er ontstond een Black Power beweging en de aanhang van radicale groeperingen zoals de Nation of Islam en de Black Panthers nam toe. Ze verierpen vreedzame integratie en stelden dat Black is Beautiful. Het werd het motto van miljoenen zwarte Amerikanen. Vooral malcolm X de leider van de Nation of Islam was erg populair. De radicalisering had negatieve gevolgen voor de Amerikaanse eensgezindheid over de sociale hervormingen. Veel blanken werden bang voor de zwarte bevolking.

4.3 Het buitenlands beleid

Het ontstaan van de Koude Oorlog, 1945-1949

In de zomer van 1945 werden te tegenstellingen tussen de VS en de Sovjet-Unie steeds groter. Tijdens de conferentie van Potsdam, na de capitulatie van Duitsland, kwamen de leiders bijeen om over d etoekomst van Europa te praten. De Amerikanen en Britten wilden een spoedige economische heropbouw van Europa en democratische verkiezingen in de bevrijde Europese landen. Stalin voelde niets voor de wederopbouw en wilde Duitsland zwak houden. Hij wilde ook geen vrije verkiezingen in Oost-Europa. Streefde naar een bufferzone tussen de Sovjet-Unie en West-Europa. Tenslotte was Rusland binenn 25 jaar twee maal aangevallen vanuit het Westen. In de door de Russen bezette gebieden werden communistische marionettenregeringen ingesteld.

Einde aan de oorlog in Japan

De VS streefden er naar Japan te verslaan zonder hulp van de VS. President Truman besloot om het einde van de oorlog te bespoedigen door de atoombom in te zetten. Op 6 augustus 1945 werd de atoombom op Hiroshima geworpen en omdat de Japanners zich niet overgaven besloot de VS ook op 9 augustus Nagasaki met een atoombom te treffen. Japan capituleerde op 15 augustus 1945. Het gebruik van de atoombom was tevens een signaal aan de Sovjet-Unie dat de VS hen niet nodig had in Japan.

Trumandoctrine

De Amerikaanse regering zag de Sovjet-Unie als een gevaar voor de vrije kapitalistische en democratische wereld. De VS ging uit van de Containment politiek. Er voor zorgen dat het communisme zich niet zou uitbreiden. De Sovjet-Unie zag het streven naar vrijhandel als een vorm van westers imperialisme. In plaats van terug te keren naar het isolationisme konden de VS, als nieuwe wereldleider een centrale rol spelen. President Truman ontwikkelde de Trumandoctrine: een land dat van binnen uit of van buiten af door het communisme werd gedreigd kon op de steun van de VS rekenen. Aanleiding daarvoor was de communistische activiteit in Griekenland en Turkije. Deze activere rol was ook in het belang van het militair-industrieel complex.

Marshallhulp

Als onderdeel van de Trumandoctrine werd de Marshallhulp in 1948 in het leven geroepen. Alle landen in Europa konden rekenen op een financieel hulpprogramma. Dat was niet alleen hulpvaardigheid maar ook eigenbelang omdat Europa een goed afzetgebied was voor de VS. Het verarmde Europa zou zo geen voedingsbodem zijn voor het communisme.

 memo hfst 9 afb 10

De drie bezettingszones van de westelijke geallieerden werden samengevoegd en kregen een nieuwe munteenheid, de Duitse mark. Stalin zag in zowel de Trumandoctrine en de Marshallhulp een imperialistische machtsuitbreiding van de kapitalistische vijand. Geen wonder dat hij de Oost-Europese landen verbood de Marshallhulp te aanvaarden, introduceerde in Oost-Duitsland een eigen munteenheid en kondigde een blokkade af van de stad Berlijn. Door een luchtbrug konden de westelijke geallieerden de stad bevoorraden. Uiteindelijk moest Stalin de blokkade opheffen en in mei 1949 ontstond de Bondsrepubliek Duitsland in het Westen en de Duitse Democratische Republiek in het Oosten. Pas in 1990 zouden de beide Duitslanden weer verenigd worden.

Militaire allianties

De VS kozen voor een alliantiepolitiek in de nu ontstane politieke verhoudingen en richtten in 1949 de NAVO op ( Noord-Atlantische Verdragsorganisatie). Deze werd gesloten tussen de VS, Canada en de Europese landen binnen de Amerikaanse invloedssfeer. Daarbij werd overeengekomen dat als een Navoland zou worden aangevallen dat beschouwd zou worden als een aanval op allen. Toen West-Duitsland in 1955 toetrad tot de NAVO ging de Sovjet-Unie over tot de oprichting van het Warschaupact. Rusland en alle landen binnen de Russische invloedssfeer werden er lid van. Het ijzeren gordijn was een feit.

De Koude oorlog warmt op, 1949-1960

De VS kregen in 1949 te maken met twee ontwikkelingen: De Russen ontwikkelden een eigen atoombom en de Volksrepubliek China was ontstaan, een communistisch land. Zo werd de dominotheorie, al ontwikkeld onder Eisenhower, steeds meer realiteit. Het ene na het andere land zou communistisch worden als de VS geen maatregelen nam. De angst voor het coomunisme leidde ook tot de deelname van de VS, onder de vlag van de Verenigde Naties, aan de oorlog in Korea. Noord-Korea een communistisch land was Zuid-Korea binenngevallen. De deelname leidde niet tot een oplossing omdat na de interventie van China de militaire situatie er uiteindelijk weer toe leidde dat Korea verdeeld bleef in en communistisch Noord Korea en een kapitalistisch Zuid Korea.

 koreaoorlog

Dominotheorie

Deze onder Eisenhower ontwikkelde theorie speelde ook een rol bij de stijd in Vietnam, een voormalige Franse kolonie. De Fransen werden in 1954 verslagen en Ho Chi Min werd de communistische leider van Noord-Vietnam en Zuid-Vietnam zou democratisch worden. Er werd afgesproken dat in 1956 verkiezingen zouden worden gehouden, waarbij het land verenigd zou kunnen worden. Omdat Eisenhower bang was dat Ho Chi Min deze verkiezingen zou winnen ondermijnde hij het oorspronkelijke vredesverdrag. Hij hielp de corrupte, maar ook anti-communistische Ngo Dinh Diem, aan de macht, nam niet deel aan de verkiezingen en stuurde voor meer dan 1 miljard aan wapens naar Zuid Vietnam.

de indochinseoorlog en de toekomst van Zuidoost azie

New York Herald Tribune 20 november 1953

Nucleare wapenwedloop

De federale regering ging zich voorbereiden op een nucleaire oorlog. Kernwapens waren goedkoper en effectiver dan dure grondoorlogen. In 1957 hadden de VS meer dan 5.500 kernwapens en de Sovjet-Unie 650. Amerikaanse schoolkinderen leerden zich te beschermen tegn een nuclieaire luchtaanval en Amerikanen konden in hun achtertuin zelf een bunker bouwen.

Communistische heksenjacht

Onder leiding van senator McCarty ontstond in 1950 in de VS een heksenjacht op vermeende communisten, McCarthysme genoemd. Meest onschuldige Amerikanen werden zo aan de schandpaal genageld door deze Senaatscommissie, verloren hun baan en werden voor de rechter gesleept. Dat duurde tot 1954 toen McCarty zelfs de Amerikaanse legertop van communsitische sympathiën beschuldigde.

Strijd om de ruimte

De VS schrok toen bleek dat de Sovjet-Unie er in 1958 in slaagde een ruimtevaartuig, de Spoetnik te lanceren, in een baan om de aarde. Men werd bang voor een nucleare aanval vanuit de ruimte en de VS besloot tot de oprichting van de NASA, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. President Kennedy lanceerde het plan om een Amerikaan als eerste op de maan te zetten. In juli 1969 werd dat een feit. Neil Armstrong was de eerste mens die voet op de maan zette.

Confrontatie en de aanloop naar Vietnam, 1960-1965

memo hfst 9 afb 11

West Berlijn werd ingemetseld en burgers uit de DDR konden nu niet meer naar het Westen vluchtten. Het Westen reageerde met verbaal protest

De Koude Oorlog bereikte een hoogtepunt toen de Sovjet -Unie Oost-Duitsland in 1961 toestond, een muur in Berlijn te bouwen, om de uittocht van DDR burgers via West-berlijn een halt toe te roepen. De westerse wereld protesteerde heftig, maar kon er niets tegen ondernemen.

Cubacrisis

 memo hfst 9 afb 13

Al bij zijn ambtsaanvaarding als president, kreeg Kennedy in 1961 te maken met een poging van de CIA en Cubaanse ballingen,om via een invasie op Cuba, de communistische leiding te verdrijven. Deze invasie in de Varkensbaai mislukte volledig. De CIA probeerde nog een aantal malen Castro om te brengen, maar ook dat tevergeefs. De wereld kwam echter op de rand van een wereldoorlog te staan toen bleek dat de Sovjet-Unie op Cuba kernraketten had gestationeerd waarmee Amerikaanse steden bereikt konden worden. Kenendy eiste de volledige terugtrekking ervan en de Amerikaanse marine omsingelde Cuba. Uiteindelijk werd er een overeenkomst gesloten. De Sovjet-Unie zou de kernraketten terugtrekken, maar de VS zou Cuba nooit binnenvallen en de eigen kernraketten, gestationeerd in Turkije ook terugtrekken.

Vietnam

Onder de presidenten Kennedy en Johnson zou de Vietnamoorlog uitgroeien tot een geregelde oorlog. In 1960 werd de Vietcong opgericht, een guerillaorganisatie met als enig doel het omverwerpen van het regiem in het Zuiden, gesteund door de imperialistische Amerikanen. Onder Kennedy werden meer militaire adviseurs naar Vietnam gestuurd maar in augustus 1964 werden Amrikaanse oorlogsschepen voor de kust van Vietnam aangevallen in de golf van Tonkin. Dit incident leidde ertoe, dat president Johnson bij het Congres de Tonkin-resolutie indiende, die hem uiteindelijk vrijwel onbeperkte macht toekende om te handelen. De VS zou uiteindelijk met een leger van 550.000 man actief gaan deelnemen.

Protest tegen de Vietnamoorlog

De Vietnamoorlog bleek niet te winnen en in de VS kwam er steeds meer protest tegen deze oorlog. De publieke opinie veranderde van mening en Jonson besloot zich in 1968 niet meer verkiesbaar te stellen.

great society

Zijn opvolger Nixon beloofde de troepen terug te trekken uit Vietnam, een proces dat in 1973 werd voltooid. In 1975 werd Zuid-Vietnam door Noord-Vietnam onder de voet gelopen en werd het land communistisch.

Dit is het laatste deel van CSE 2013 De Verenigde Staten en hun federale overheid 1865-1965