We hebben 117 gasten online

Geschiedenis

Recensie 'Toen de wereld nog van ons was' Liz Kess...
28 jan 2022 10:18

Het boek is gebaseerd op het verhaal van de vader van de auteur. Op zijn oorlogservaringen. De vriendschap tussen Leo, Elsa en Max leidt in allerlei opzichten tot een confrontatie met het naziregime.  [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen
Recensie 'Zwarte trots, witte schaamte? Over kolon...
20 juli 2020 09:29

Dit boek gaat over kolonialisme en het hedendaags racisme, over de botsing tussen de zwarte trots en de witte schaamte en is gebaseerd op meer dan dertig jaar persoonlijke ervaringen en studiewerk.   [ ... ]

GeschiedenisVerder lezen

Samenvatting Thema Feniks Het Midden Oosten Hoofdstuk 5

Gepost in Thema's

Hoofdstuk 5: Kronkelwegen naar vrede en democratie

Israël en Irak 1993-2007

Deelvraag 5: Hoe hebben het stagnerende vredesproces tussen Israël en de Palestijnen en de chaos in Irak de spanningen in het Midden-Oosten doen toenemen?

Inleiding

Tijdens de Golfoorlog van 1991 waren zowel Israël als een aantal Arabische staten doelwit van Saddam Hoessein. Dit maakte bemiddeling tussen Israël en zijn buurstaten kansrijk. Maar die kans werd niet benut.

Door de terroristische aanslagen van 11 september 2001 werd het terrorisme in het Midden-Oosten vijand nummer 1 van de VS. President Bush besloot vervolgens tot de 'was on terror' tegen Irak, hoewel er van een direct verband geen sprake was. Ook de aanwezigheid van massavernietigingswapens kon niet worden aangetoond. De bezetting van Irak creëerde een broedplaats voor nieuw terrorisme. De wegen naar vrede en democratie bleven vooralsnog geblokkeerd.

Het belang van dit onderwerp

De aanslagen van 11 september leidde tot heftige debatten over de plaats van de islam in de moderne westerse samenleving. In de media werd gediscussieerd over uitspraken van conservatieve imams over homo's en vrouwenrechten: hoe waren die te rijmen met de open, tolerante westerse samenleving? In 2004 werd de filmmaker Theo van Gogh op klaarlichte dag in Amsterdam door een moslimfundamentalist om het leven gebracht. Dit was zijn 'straf ' voor het maken van een film die de islam beledigde. Ook Nederlandse militairen zouden worden ingeschakeld in de 'war on terror' en naar Irak en Afghanistan gaan.

5.1 Het doodopen van het Oslo-vredesproces

In 1992 werd de leider van de Arbeiderspartij Yitzak Rabin premier. Hij streefde naar vrede met de Palestijnen. In 1993 werd in Washington een akkoord getekend, op basis van geheime besprekingen in Oslo. Israël erkende de PLO en omgekeerd. De PLO zou later de vernietiging van de staat Israël schrappen uit haar handvest. De ondertekenaars Arafat, Rabin en zijn minister van buitenlandse zaken kregen er zelfs de Nobelprijs van de vrede voor.

In de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever kwam een eigen bestuur de Palestijnse Autoriteit en Arafat mocht zich president noemen. Dit leek het begin van en Palestijnse staat. In 1994 sloten bovendien Israël en Jordanië vrede. En er vonden gesprekken plaats tussen Israël en Syrië.

Maar de vreugde was van korte duur. De Oslo-akkoorden spiegelden de Palestijnen zelfbestuur voor, maar leidden tot ernstige fragmentarisering. De kaart van de Westoever veranderde in een lappendeken van gebiedjes waar de PLO ofwel geheel ofwel gedeeltelijk, ofwel geen enkele zeggenschap kreeg. Die laatste categorie omvatte zo'n 140 Joodse nederzettingen die door een netwerk van wegen met elkaar verbonden werden. Er woonden inmiddels meer dan 200.000 Joodse kolonisten in Gaza en op de Westoever, de Joodse inwoners van Oost-Jeruzalem niet inbegrepen. De kolonisten wilden hun nederzettingen niet opgeven. In november 1995 werd Rabin door een Joodse extremist tijdens een vredesdemonstratie vermoord waardoor het vredesproces in het slop raakte.

In onderhandelingen wilde Arafat nu niet alleen maar autonomie maar ook het recht op terugkeer naar plaatsen in de staat Israël wan waaruit hun (groot)ouders in 1948 verdreven waren. Voor Israël was dat onbespreekbaar.

In 2000 faalde daarom een bemiddelingspoging van president Clinton tussen Arafat en de Israëlische premier Barak in Camp David. Barak bood Arafat 95% van de Westoever aan. Maar de beste stukken zouden Israëlisch bezit blijven. Arafat weigerde en de kans op vrede was verkeken. Daarbij kwam nog dat beide partijen Jeruzalem wilden. Voor gelovige moslims was en is Oost-Jeruzalem (na Mekka en Medina) de heiligste stad op aarde. Daar bevindt zich de Haram al-Sharif met de goudkleurige Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Voor de Joden bevindt zich daar de oude tempelmuur.

De fundamentalistische beweging Hamas voerde sinds 1995 veelvuldig aanslagen uit op Israëlische burgers. Daarbij kwamen honderden Israël' s om. De Palestijnse autoriteit slaagde er niet in dit Hamas-geweld te beteugelen.

De aanslagen door Hamas misten hun doel niet: de gevoelens van onveiligheid in Israël waren hevig. Dat leidde ertoe dat Likoed weer aan de macht kwam, omdat deze partij beloofde veel harder op te treden tegen de Palestijnen. De Likoed partij besloot tot de bouw van meer Joodse nederzettingen op de Westoever. Dit lokte weer terreuraanslagen uit. Het geloof in het Oslo-vredesproces was verloren.

Toen in 2001 de onverzoenlijke Sharon aan de macht kwam, werden de slepende onderhandelingen met de Palestijnen niet eens meer hervat. Sharon stelde Arafat verantwoordelijk voor de aanslagen, ook al kwamen die van Hamas.

5.2 11 september en oorlog in Afghanistan en Irak

aanval wt center

De aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon schokten de wereld. Door deze aanslagen voelde Israël zich nog sterker verbonden met de VS. Premier Sharon verzekerde: dat wat de VS was overkomen voelde Israël al jaren: mikpunt te zijn van terroristische aanslagen. President Bush jr. deed geen moeite om Israël te dwingen tot uitvoering van de VN-resoluties. Dat gold met name voor resolutie 242 uit 1967 (Zie Hoofdstuk 3.3). Bush kondigde een 'war on terrorism' aan en riep alle landen op om mee te doen.

De leider van Al Qaida Osama Bin Laden riep alle moslims ter wereld op tot de jihad tegen het Westen. Hij hield zich schuil in Afghanistan, waar sinds 1996 de Taliban aan de macht waren, een beweging van moslimfundamentalisten, die muziek, films, voetbal en alcohol uitbannen.

binn laden

Toen de Taliban weigerden Bin Laden uit te leveren, begon president Bush samen met de Britse premier Tony Blair, en met steun van Afghaanse strijdgroepen en van zijn NAVO-bondgenoten een oorlog.

Om de jacht op terroristen in Afghanistan voort te zetten en de wederopbouw van het door de oorlog geteisterde land ter hand te nemen, installeerde de NAVO er verscheidene troepenmachten, waaronder een Nederlands contingent.

In 2002 verschoof president Bush zijn aandacht van Bin Laden naar Saddam Hoessein. Ongetwijfeld speelde ook de afloop van Operatie Desert Storm daarbij een rol. Op grond van informatie, die achteraf twijfelachtig bleek te zijn, verklaarde Bush dat Saddam Hoessein in het bezit was van massavernietigingswapens en dat hij samenwerkte met de terroristen van Al Qaida. De VS lanceerden een nieuwe politiek: breng de westerse democratie naar het Midden-Oosten, desnoods met een preventieve oorlog.

De VN-Veiligheidsraad nam in november 2002 unaniem resolutie 1441 aan, die Irak aan een tijdpad van wapeninspecties onderwierp. Die resolutie bood geen rechtvaardiging voor militair ingrijpen maar Bush wilde een omverwerping van het regime van Saddam Hoessein.

De Arabische landen waren echter van mening dat het de VS niet ging om de democratie maar om de olie van Irak.

bush at war

Hoewel Bush geen steun kreeg van de VN vond hij dat resolutie 1441 voldoende legitimatie bood om militair tegen Irak op te treden. Dat leidde tot grote onrust bij Duitsland en Frankrijk, twee Nato-partners, en Rusland.

Op 20 maart 2003 begonnen de VS en en Groot Brittannië met de ' Operatie Iraqi Freedom'. Ze waren superieur aan de Irakese strijdkrachten en al op 9 april viel Bagdad in Amerikaanse handen.

De Amerikanen maakten in 2003 de fout om Irakezen die hun land namens de Baath partij hadden bestuurd, naar huis te sturen, inclusief militairen en politiemannen. Daardoor viel het overheidsgezag weg en ontstond er chaos. Overal werden overheidsgebouwen, ziekenhuizen, warenhuizen en musea geplunderd. De zoektocht naar massavernietigingswapens was echter tevergeefs. De chaos escaleerde verder en bij pogingen de orde te herstellen vielen honderden doden. De Amerikaanse patrouilles toonden gebrek aan respect voor de Arabische cultuur en het land werd een broedplaats voor terroristen.

Toen in 2004 foto's verschenen uit de Abu Ghraib-gevangenis, waaruit bleek dat Amerikaanse soldaten gevangen mishandelden en vernederden, voedde dit de anti-Amerikaanse gevoelens.

Daarbij vonden er ook tientallen aanslagen plaats, door middel van autobommen, tussen de sjiieten en soennieten en bij gijzelingsacties werden westerse personen doelwit.

Het aantal burgerslachtoffers liep snel op en het aantal gesneuvelde Amerikaanse soldaten loopt op naar de 4000.

De VS wilden een machtsoverdracht aan politici in Irak en begin 2005 vonden er verkiezingen plaats voor een parlement dat een nieuwe grondwet diende op te stellen. Na aanname van die grondwet werd er een regering van nationale eenheid gevormd. Op grond van de verkiezingsuitslag kregen de Koerden en sjiieten hierin de overhand. De vraag was echter of de soennitische minderheid, die grotendeels tegen de grondwet had gestemd, bereid zou zijn het politieke spel mee te spelen.

5.3 Het Midden-Oosten blijft een kruidvat

De overwinning in de Amerikaanse 'war on terrorism' was uitgebleven. Sterker, ook in Europa vonden aanslagen door Al Quaida plaats. In Madrid bomaanslagen op forenzentreinen en in juli 2005 op de ondergrondse in Londen waarbij tientallen doden vielen. De boodschap van de terroristen luidde: wie zich met de VS verbindt, is zijn leven niet zeker.

De strijd tussen sjiieten en soennieten in Irak ging onverminderd voort en in februari 2006 werd de sjiietische Gouden Moskee van Samarra opgeblazen. Bloedige vergeldingsacties tegen soennieten volgden, en die riepen weer tegengeweld op. Brigades van de sjiietische leider Muqtada al-Sadr traden ongecontroleerd op. Tachtig procent van het geweld speelde zich af in Bagdad. Het resultaat was dat Bagdad werd opgedeeld in sjiietische en soennitische wijken.

In veel opzichten was de bevolking onder de Amerikaanse bezetting slechter af dan onder Saddam Hoessein. Dat gold ook voor de economie. In 2007 werd bekend dat de helft van de Irakezen werkloos was en dat slechts dertig procent van de bevolking over schoon drinkwater kon beschikken. Een op de drie kinderen bleek ondervoed. Vanuit Irak bleken zo'n twee miljoen Irakezen hun toevlucht te hebben gezocht in landen als Jordanië, Syrië, Turkije en de Golfstaten. Binnen Irak waren nog eens 1,7 miljoen Irakezen op de vlucht geslagen.

Daarnaast werden de sjiieten in Irak nog gesteund door het sjiietische bewind in Iran. In 2005 was daar Mahmoud Ahmadinejad tot president gekozen, een uitgesproken islamitische 'havik'. Deze streefde naar hervatting van het nucleaire programma. Een nieuw nachtmerriescenario voor de VS en Israël omdat Iran dan in staat zou zijn om een atoomwapen te produceren en dit te gebruiken voor de vernietiging van de staat Israël. Ahmadinejad organiseerde zelfs een tentoonstelling in Teheran waarbij de Holocaust als een verzinsel werd afgedaan. De onrust rond Iran, het vierde olieproducerende land ter wereld, deed de spanning met het westen stijgen.

beschermingswal

In 2003 begon Israël met de bouw van een barrière (hek en muur) die de Westoever hermetisch afsloot van het eigenlijke Israël. Het aantal zelfmoordaanslagen verminderde daardoor drastisch. De Barrière hield geen rekening met de eigendomsrechten van de Palestijnen.

terugtrekkingsplan sharon

Daartegenover stond dat Premier Sharon, tot verbijstering van zijn eigen Likoed-achterban, de terugtrekking aan van alle zevenduizend Joodse kolonisten in de Gazastrook. Dit leidde er toe dat het Israëlische leger moest worden ingezet. In 2005 werden de laatste nederzettingen in de Gaza-strook ontmanteld. Sharon kreeg begin 2006 een hersenbloeding en werd daardoor uitgeschakeld. Hij werd opgevolgd door Ehud Olmert, maar deze ontbeerde het charisma van Sharon.

Israël zette echter de bouw van nederzettingen op de Westoever voort. de situatie werd nog moeilijker toen Hamas in 2006 op zowel de Westoever als in de Gazastrook de verkiezingen won. In maart 2006 vormde de Hamas een regering. De Hamas-premier stond echter van meet af aan op gespannen voet met president Mahmoud Abbas (opvolger van Arafat). Tussen de aanhangers van Hamas en El Fatah (de voornaamste groepering binnen de PLO) braken bloedige gevechten uit. In feite was er sprake van een ideologisch conflict: president Abbas wilde het vredesproces met Israël oppakken, terwijl Hamas bleef weigeren de staat Israël te erkennen. Hamas was en bleef een terroristische organisatie. Premier Olmert legde de Palestijnse Autoriteit een financiële boycot op, in samenspraak met de VS en de EU. De Palestijnse bevolking werd door die boycot zwaar gedupeerd.

In 2007 kwam het na felle gevechten tussen Hamas en Fatah tot een boedelscheiding: Hamas verdreef Fatah van de Gazastrook en ging daar het gezag uitoefenen; voor president Abbas en zijn Fatah-partij bleef toen alleen de Westoever over. Een vredesregeling met de Palestijnen leek verder weg dan ooit. Premier Olmert beschikte ook niet over voldoende macht om eventuele concessies aan de eigen achterban te verkopen.

De VS probeerde door extra wapenhulp aan de vijanden van Iran het machtsevenwicht in het Midden-Oosten te herstellen, dat sinds de val van Saddam Hoessein was verstoord. Bush probeerde deze landen warm te krijgen voor een nieuwe ronde vredesbesprekingen met Israël. Het ziet er niet naar uit dat dit gelukt is. De levering van zoveel wapens in de regio kan er echter toe leiden dat Iran op zijn beurt wapens koopt in Rusland en China.

Intussen is premier Olmert van Israël afgetreden en is er politiek in Israël sprake van een patstelling. Het ziet er naar uit dat er nieuwe verkiezingen zullen moeten plaatsvinden.