We hebben 236 gasten online

De Dood als machtsmiddel Moord en doodslag door verpleegkundigen

Gepost in Mijn geschreven boeken

cover boek De Dood als Machtsmiddel Moord en doodslag door verpleegkundigen

drs.J.W.Swaen

Dit boek gaat over ‘De Dood als Machtsmiddel’ Moord en doodslag door verpleegkundigen. Tijdens het proces tegen Lucia de Berk, de Haagse verpleegkundige die tot levenslang werd veroordeeld, zonder directe bewijzen, waren veel mensen geschokt. Een verpleegkundige die patiënten ombracht ? Dat kan toch niet waar zijn? Zou dat vaker voorkomen? Een heksenproces of een gerechtelijke dwaling? Reden voor mij om een aantal opmerkelijke zaken in Nederland, aan de hand van bronnenmateriaal, nader te onderzoeken en ook of er in de ons omringende landen wellicht sprake was van een toename van de ‘Dood als Machtsmiddel’, toegepast door verpleegkundigen. Uitgeverij Boekscout ISBN 9789088346798. Prijs € 17,95.

Inhoudsopgave:

Inleiding

Hoofdstuk 1: De rol van artsen en verpleegkundigen bij Euthanasie en Palliatatieve sedatie.

Hoofdstuk 2: Frans Hooijmaijers, ‘Broeder des Doods’ in de Lückerheidekliniek te Kerkrade

Hoofdstuk 3: Martha U en de moord op 4 demente bejaarden in Huize van Vliethoven.

Hoofdstuk 4: Lucia de B. Seriemoordenaar of slachtoffer moderne heksenvervolging?

Hoofdstuk 5: André du M. en John H. Van levenslang tot vrijspraak in vermeende moord op zes bejaarde Haagse vrouwen

Hoofdstuk 6: België: Zuster Godfrida (Cecile Bombeke); Ghislain Dusart; Els op de Weerdt; Francine Brunfaut; Kurt D.

Hoofdstuk 7: Duitsland: Michaela Roeder; Wolfgang L; Olaf D; Thomas K; Michaela G; Stephan Letter; Irene Becker.

Hoofdstuk 8: Zwitserland / Oostenrijk: Vier moorddadige verpleegkundigen Weense ziekenhuis Lainz; Roger Andermatt.

Hoofdstuk 9: Engeland : Barbera Patricia Salisbury; Benjamin Geen; Anne-Grigg-Booth .

Hoofdstuk 10: Conclusies en aanbevelingen en dankwoord

Verantwoording gebruikte bronnen

Een stukje uit hoofdstuk 2 van mijn boek:

 

Hoeveel slachtoffers zouden er ten offer zijn gevallen aan de 'zorgzaamheid' van Frans Hooijmaijers ? De eerste dag van het proces bleek dat tijdens de carrière van Frans alleen al op de afdeling de Nachtegaal 325 patiënten stierven. Bij 259 sterfgevallen werden door de medici vraagtekens gezet bij de doodsoorzaak. Bij 112 van die gevallen was de twijfel aan een natuurlijke doodsoorzaak zeer groot. In de periode dat de Nachtegaal, met twintig procent van de beddencapaciteit van de hele kliniek, door Frans geleid werd, stierven daar 325 patiënten: in de vijf andere afdelingen, slechts 134. In de 4,5 jaar dat Frans de praktische leiding had over de Nachtegaal, was deze afdeling een tijdlang de ziekenboeg, waarin de zware gevallen van de overige afdelingen werden geplaatst. Verhoudingsgewijs had Frans, gezien de beddencapaciteit 'recht' op slechts 39 sterfgevallen van de 194. Het waren er echter 116, dus 77 teveel. Eigenlijk nog meer teveel, o mdat het gemiddelde ongunstig beïnvloed werd door de 'overproductie' van de Nachtegaal. Werd uitgegaan van de gemiddelden van de andere afdelingen, dan hadden in die periode slechts 20 personen mogen sterven. Alle andere afdelingen hadden in die periode samen 78 doden. In de zeven maanden vóór de arrestatie van Frans, stierven op zijn afdeling 57 patiënten, van wie 55 in 5,5 maand. Een gemiddelde van 10 per maand. Na de arrestatie van Frans schoot dit sterftecijfer opvallend naar beneden, naar 1,5 per maand, gemeten over een periode van zeven maanden. Bij opname in de Nachtegaal haalde één op de vier patiënten de volgende dag niet meer, dertig procent was binnen twee dagen dood en de helft leefde een week later niet meer. Op de andere afdelingen stierf binnen de eerste twee dagen na de opname niemand en overleed op de andere afdelingen samen slechts één procent binnen een week.