We hebben 337 gasten online

2004 gs Roepen wie of wat historisch telt, levert nog geen canon in de klas op

Gepost in Onderwijs

de Volkskrant, Forum, 11 december 2004 (pagina 8)

Opinie
Henk Wagenaar 

Henk Wagenaar is coördinator onderzoek en ontwikkeling geschiedenisonderwijs Citogroep., Meer informatie: http://ppon.citogroep.nl

Wat 'we' van geschiedenis in een canon willen vastleggen, kunnen we opmaken uit een cultuurpedagogisch debat, zegt Henk Wagenaar.

Uit een landelijk onderzoek van de Citogroep naar historische beeldvorming blijkt dat kinderen van groep 8 een historische afbeelding vooral beschrijven met behulp van begrippen uit hun directe leefwereld. Op school onderwezen begrippen, verbanden en samenhangen, komen slechts sporadisch voor. Dat zou anders moeten.

De onderzoekers vermoeden op grond van de resultaten dat een gerichte leerstofselectie tot betere resultaten kan leiden. Dat ondersteunt het pleidooi van Maarten Doorman (Reflex, zaterdag 20 november) voor meer aandacht voor de inhoud van het onderwijs. Helaas blijft bij Doorman onduidelijk hoe zo'n leerstofselectie concreet tot stand zou moeten komen. Zo oppervlakkig als Jan Bank en Piet de Rooy het probeerden met hun geschiedeniscanon in NRC Handelsblad (30 oktober) moet het in ieder geval niet.

Ik pleit voor een meer systematische aanpak die in kringen van de Citogroep, in samenwerking met universiteiten, de 'cultuurpedagogische discussie' wordt genoemd.

Geschiedenis leren we op school. Daarom is 'wat iedereen van geschiedenis moet weten' niet alleen een historische, maar ook een pedagogische kwestie: hoe kunnen we duidelijk maken dat het geschiedenisonderwijs meer is dan een spelletje Pim Pam Pet; wie is de grootste Nederlander . . . met een p?

Pedagogisch bekeken gaat het om de maatschappelijke, inhoudelijke kennistheoretische en ontwikkelingspsychologische invalshoeken.

Welke inzichten in de geschiedenis zijn relevant in verband met belangrijke hedendaagse maatschappelijke thema's?

Bijvoorbeeld: in hoeverre moeten we net als vroeger een perspectief kiezen van nationale trots, met zeeheld De Ruyter als grootste symbool? In hoeverre moet dit verschuiven naar solidariteit en lotsverbondenheid met onderdrukten, met als symbool Anne Frank? Moeten we ook perspectieven kiezen van Europese en mondiale samenwerking, technische vooruitgang en zorg voor het milieu?

Zulke vragen geven ons een kader om te beoordelen of bijvoorbeeld De Ruyter, vrouwengeschiedenis, milieuproblematiek of automatisering in een canon mogen ontbreken en of Nederland wel voldoende in Europees en mondiaal perspectief wordt gezien.

Vervolgens: welke inzichten behoren vakinhoudelijk tot de hoofdzaken en hebben de grootste verklarende waarde? Als het niet gaat om feiten, maar om inzichten, dan is het zaak leerlingen zo goed mogelijk samenhang te presenteren. Losse feiten, begrippen en gebeurtenissen bieden pas inzicht als ze binnen een verhaal met elkaar in verband worden gebracht. We kunnen bijvoorbeeld geen inzicht geven in de bloei van het Frankische rijk zonder het te hebben over de feodaliteit, het leenstelsel en de riddertrouw.

Als kinderen moeten leren dat Romeinen in onze streken het schrift brengen en de eerste steden stichten, kunnen ze dat dan snappen zonder te weten hoe ontwikkelingen hier ver vandaan, in een overgangstijd tussen agrarisch prehistorie en Oudheid, geleid hebben tot het ontstaan van de eerste steden?

Meer algemeen gesteld, moeten we bij de Romeinse oudheid niet laten zien hoe economische, politieke en mentaal-culturele ontwikkelingen op elkaar inwerkten? Moet er niets gezegd worden over de eerste christenen, over het Latijn en haar latere betekenis voor kerk en wetenschap?

De vraag is of de gekozen inzichten recht doen aan de aard van de historische kennis. Worden verbanden duidelijk aangegeven, zijn het geen te grove versimpelingen, te eenzijdige visies?

Kunnen we bijvoorbeeld de pre- en protohistorie, die miljoenen jaren duurde, in het onderwijs afdoen met een paar woorden?

Moet niet, waar mogelijk, duidelijk gemaakt worden dat er verschillende standpunten mogelijk zijn van waaruit een kwestie bekeken en beoordeeld kan worden? Vanuit welk perspectief geven we inzicht in de Tweede wereldoorlog, zonder 'Duitsland-haat' te bevorderen? Bij dit alles moet men zich ook de vraag stellen of de gekozen inhouden inzichtelijk te maken zijn voor de leerlingen, gelet op hun ontwikkelings- en leerpsychologische mogelijkheden?

In hoeverre is bijvoorbeeld de Reformatie, het enorme belang dat gehecht werd aan de zuivere leer, begrijpelijk uit te leggen aan pakweg twaalfjarigen? En wat te denken van de holocaust en de slavernij? Hoe leggen we uit wat Verlichtingsidealen zijn en dat deze voedingsbodem waren voor totalitaire regimes, zoals bijvoorbeeld na de Franse revolutie?

Het spreekt bijna vanzelf dat bij het voorstel voor een nationale canon niet alle deskundigheden die nodig zijn om tussen kind en cultuur te bemiddelen in één of twee personen belichaamd kunnen zijn. Het ligt daarom voor de hand de verantwoordelijkheid voor (een periodiek wellicht steeds opnieuw aan te passen) canon te leggen bij een forum van deskundigen.

Is deze benadering niet te omslachtig? Helaas niet. Schoolboeken bevatten tot op heden een veelheid aan leerstof die vaak veel te abstract is en onvoldoende samenhang heeft. De werkwijze van de cultuurpedagogische discussie is haalbaar, want beproefd in kringen van de Citogroep, in samenwerking met universiteiten.