We hebben 321 gasten online

2005 gs Vergeet militaire geschiedenis niet

Gepost in Onderwijs

 

Martijn Kitzen en Kees M. Paling

De afgelopen weken is op deze pagina's een boeiende discussie gevoerd over de (on)wenselijkheid van een canon voor de vaderlandse geschiedenis. Het inmiddels veelbesproken voorstel van de Onderwijsraad komt op een goed moment. De belangstelling voor de vaderlandse geschiedenis - al gaat het maar om de verkiezing van de belangrijkste Nederlander aller tijden - is groter dan ooit en niet voor niets is het tot thema van de komende boekenweek gemaakt.

In 1815 speelde het Nederlandse leger ook een glansrol

Nederlanders denken alleen aan militaire drama's

SP-fractieleider in de Tweede Kamer Jan Marijnissen pleitte voor een museum met datzelfde thema. Dat is er gekomen, zij het in virtuele vorm, met de Boulevard van het Actuele Verleden - inmiddels omgedoopt in de stichting ANNO. Nu alleen nog een goede locatie en wat meer geld.

Een belangrijk element in de discussie was ook de noodzaak van de terugkeer van de chronologie, al was het maar om te voorkomen dat de Slag bij Nieuwpoort in de Tweede Wereldoorlog wordt uitgevochten en in geschiedeniswerkstukken Napoleon en Alexander de Grote als tijdgenoten worden opgevoerd.

Inmiddels heeft de minister van Onderwijs ook de voorzitters van vijf adviesraden benaderd met het verzoek om thema's aan te reiken die in de canon een plaats verdienen. De selectie van vijf adviesraden leidt echter tot een even selectieve lijst van thema's (cultuur, wetenschap, internationale oriëntatie), waarin bijvoorbeeld de ruimtelijke invalshoek ontbreekt. En temidden van al dit 'canongebulder' wordt steeds duidelijker dat met name ook het militaire aspect nooit op de shortlist van de Nederlandse culturele elite zal prijken.

Dit laatste is om verschillende redenen een groot gemis. In de eerste plaats wordt te vaak vergeten hoezeer onze vaderlandse geschiedenis is verweven met de successen en fiasco's van onze nationale strijdkrachten, te land, ter zee en in de lucht. Zo was de Gouden Eeuw met alle culturele hoogtepunten en de daaraan ten grondslag liggende overzeese handel en kolonisatie nooit mogelijk geweest zonder de militaire macht van de Nederlandse vlooteskaders. Zo ook was de erkenning van de Nederlanden als zelfstandige staat (bij de Vrede van Munster in 1648) in belangrijke mate te danken aan prins Maurits die erin slaagde om het Staatse leger om te vormen tot een moderne, samenhangende en daardoor succesvolle strijdmacht.

In de tweede plaats rust op de verrichtingen van onze strijdkrachten nog altijd een taboe - zeker bij de culturele elite. Terwijl de Fransen, de Duitsers en de Britten zelfs hun grootste militaire blunders nog als heldendaden afschilderen (zoals de Britse Charge of the Light Brigade in de Krimoorlog, 1853/1856) denken Nederlanders bij de eigen militaire verrichtingen voornamelijk aan drama's als Srebrenica (1995) of excessen tijdens de politionele acties in Nederlands Indië in de tweede helft van de jaren veertig van de vorige eeuw.

Het wordt tijd dat wij - net als alle andere Europeanen - leren om, bijvoorbeeld via de voorgestelde canon, óók trots te zijn op onze historische militaire successen, als onderdeel van de Nederlandse culturele identiteit. Dan wordt Napoleon bij Waterloo (1815) niet alleen verslagen door de Britten en de Pruisen, maar is er ook een glansrol weggelegd voor de Nederlandse troepen onder generaal Chassé.

Dan is er naast het drama van Srebrenica (1995) ook waardering voor de vredeshandhavende taken die Nederlandse militairen al jarenlang, waar ook ter wereld, met succes uitvoeren. Een canon voor de vaderlandse geschiedenis is ondenkbaar zonder aandacht voor de huzarenstukjes uit onze militaire geschiedenis. Van het Turfschip van Breda (1590) tot de Tocht naar Chatham (1667), van Quatre-Bras (1815) tot het Kornwerderzand (1940): het levert spannende verhalen op die de beoogde canon alleen maar boeiender kunnen maken.

Martijn Kitzen en Kees M. Paling publiceren regelmatig over militair-historische onderwerpen.

25 februari 2005