We hebben 414 gasten online

2005 gs Klaagzang om kennis historie is gemakzuchtig

Gepost in Onderwijs

Klaagzang om kennis historie is gemakzuchtig

door Piet de Rooy Hoogleraar geschiedenis Universiteit van Amsterdam in Volkskrant 18 oktober 2005

 

Het is een vaste klaagzang geworden: in Nederland weet niemand meer wat, of het nu over het heden of het verleden gaat. Het nieuwste couplet in dit lied werd vrijdag gezongen (voorpagina 14 oktober). Onder de kop 'Enquête: Schröder is premier van België' werd ons verteld dat een proefwerk met zes eenvoudige vragen over onze buurlanden onvoldoende was gemaakt. In een bijlage trok een zelfbenoemde bovenmeester zijn ernstigste gezicht en meldde ons dat het allemaal 'bedroevend' was.

In 1996 begon 4e klaagzang met een artikel in het Historisch Nieuwsblad met de resultaten van een enquête naar de historische kennis van leden van de Tweede Kamer. Hoonlachend werd toen verteld dat een Kamerlid Willem van Oranje bij Dokkum had laten sterven. Het gemiddelde rapport cijfer was een vier plus. Dat het desbetreffende Kamerlid geschiedenis had gestudeerd bleef nogal onderbelicht, evenals het feit dat de Kamerleden geschiedenis op de middelbare school hadden gekregen voordat de Mammoetwet was ingevoerd. Kennelijk was het onderwijs 'vroeger' niet zo voortreffelijk als in het gemakzuchtige cultuurpessimisme van rechts én (de laatste jaren) van links wel eens wordt aangenomen.

Sindsdien is met enige regelmaat vastgesteld dat de historische kennis in Nederland nog steeds niets voorstelt. Maar het is verstandig ons te realiseren dat dit niet zonder meer kan worden toegeschreven aan het recente onderwijsbeleid. Sterker, wat er ook zal veranderen aan dat onderwijsbeleid, nu al is te voorspellen dat dit soort onderzoekjes hetzelfde zullen opleveren. Dit vermoeden wordt nog gésteund door het feit dat er bij mijn weten in geen enkel land tevredenheid heerst over het niveau van historische kennis van de bevolking.

Het uitdelen van onvoldoendes is in dat licht betrekkelijk zinloos en zegt bovendien ook lang niet alles over historisch besef of inzicht. Vooral de herhaling van die artikelen is om een aantal redenen zelfs ongelukkig. De belangrijkste is misschien wel dat impliciet de veronderstelling wordt gehanteerd dat met een beetje goede wil ruime voldoendes te behalen zouden zijn. Dat is een systematische onderschatting van de moeilijkheidsgraad van het vak én een onderwaardering van wat leraren tot stand brengen. Dit soort artikelen zou aan betekenis winnen als eens werd uitgelegd hoe 'wij' onze cijfers wat zouden kunnen opkrikken. Dat meer onderwijs géweldig zou helpen, moet op voorhand al als een simplisme worden afgewezen. Ten slotte zou het prettig zijn als de toon van dit soort artikelen werd gewijzigd. De problematische omgang met het verleden zal niet veel veranderen door deze combinatie van verontwaardiging en neerbuigendheid.

Piet de Rooij

De auteur is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.