We hebben 417 gasten online

2005 gs Plaatsen van herinnering, of waarom de canon op straat ligt

Gepost in Onderwijs

Prof. Wim van den Doel in Forum Volkskrant 28-10-2005

Overal om ons heen liggen sporen van het verleden. Aan historici de taak die plaatsen te laten bijdragen aan het geschiedenisbesef, zegt Wim van den Doel.

Reeds geruime tijd wordt bij tijd en wijle gezucht over het gebrek aan historische kennis onder de Nederlandse bevolking. Dit gezucht bracht a! in 1997 staatssecretaris Netelenbos ertoe een zogeheten Commissie geschiedenisonderwijs in te stellen, hetgeen weer werd gevolgd door het in het leven roepen van een 23-koppige commissie-De Rooy, die begin 2001 met haar rapport kwam over het geschiedenisonderwijs.

Nu is er de 'canon commissieVan Oostrom', die op zoek gaat naar het 'Verhaal Nederland' en in september 2006 klaar zal zijn met haar werkzaamheden, met andere woorden precies negen jaar na de instelling van de Commissie geschiedenisonderwijs.

Als er iets hoort bij de moderne Nederlandse identiteit, dan lijken het wel de trage besluitvormingsprocessen te zijn en de vele commissies die daartoe worden ingezet. Dit wil echter nog niet zeggen dat met betrekking tot de geschiedenis overheden, organisaties en burgers stil hoeven te zitten.

Sporen van ons verleden bevinden- zich immers rondom ons. Op het platteland, in dorpen en steden zijn vele plaatsen van herinnering die aanleiding geven een geschiedenisverhaal te vertellen.

Het is zaak deze plaatsen van herinnering voor het bredere publiek te ontsluiten en daarmee dienstbaar te maken aan de versterking van ons historisch besef. Want historische kennis blijft nu eenmaal van belang om in te zien hoe een samenleving zich kan ontwikkelen en veranderen, hoe de geschiedenis wordt gebruikt en misbruikt in maatschappelijke debatten en de politiek, en simpelweg om de wereld om ons heen te kunnen begrijpen.

Het is daarom een gelukkige zaak dat bijvoorbeeld de gemeente Leiden in haar stad een historische wandelroute - de Leidse loper heeft gemaakt met veel aandacht voor het verleden, het nationaal archief op zijn website virtuele informatie geeft over plaatsen van herinnering en de Amsterdamse uitgever Bert Bakker vanaf vandaag een boekenreeks onder deze titel publiceert.

Wordt over onze kennis van het verleden geklaagd, paradoxaal genoeg is de vraag naar historische kennis de afgelopen jaren alleen maar toegenomen - mede omdat de Nederlandse samenleving sterk van karakter is veranderd en de Europese eenwording en de globalisering door sommigen als bedreigend worden ervaren. Hierbij blijft ons onderwijssysteem in gebreke en schrijven officiële commissies rapporten. Het is maar goed dat lokale overheden, organisaties en particulieren het heft in handen nemen!

Voor sommigen houdt overigens de hernieuwde aandacht voor ons eigen verleden een groot gevaar in zich. Zij zien de wereld in het algemeen en Europa in het bijzonder opnieuw in de greep komen van het nationalisme. Ideologieën die het leven tussen de Russische revolutie en het einde van de Koude Oorlog hebben bepaald, zijn verdwenen. De globalisering van de economie, de Europese eenwording en de opkomst van het islamitische terrorisme maken ons daarbij angstig. Versterking van de nationale identiteit lijkt dan de weg voorwaarts - een remedie tegen de angst voor de wereld om ons heen en voor de toekomst. Dat die versterking kan leiden tot het ontstaan van een gevaarlijke vorm van nationalisme, lijkt daarbij niet te worden beseft, zeker niet door historici die vrolijk discussiëren over een canon van de vaderlandse geschiedenis.

Deze kritiek op het versterken van de nationale identiteit en de rol van historici daarin moet serieus worden genomen. Is de professionele geschiedschrijving immers niet een kind van hét 19de-eeuwse nationalisme en hebben ook later historici zich niet graag voor de nationale zaak ingezet?

Er moeten echter twee vragen worden gesteld. Allereerst: hebben critici gelijk wanneer zij stellen dat in Europa het gevaarlijke nationalisme herleeft? En in de tweede plaats: kan het inderdaad kwaad na te denken over een canon van de vaderlandse geschiedenis en deze vervolgens vast te stellen?

Het antwoord op de eerste vraag ligt natuurlijk in de toekomst, maar is tevens onze eigen verantwoordelijkheid. Zolang politici en opiniemakers spreken over Europese of westerse waarden als het respect voor het individu en voor de menselijke vrijheden, rechten en waardigheid, het principe van solidariteit, de rechtsstaat, de bescherming van minderheden, democratische instituties, scheiding der machten, en respect voor privé-bezit en ondernemerschap, lijkt er wat mij betreft weinig aan de hand. Er is een duidelijk verschil tussen het stimuleren van burgerschap en het aanwakkeren van nationalisme, een verschil tussen Balkenende en Milosevic.

Ook kan het geen kwaad te spreken over een canon van de Vaderlandse geschiedenis. Het getuig slechts van intellectuele luiheid een dergelijke discussie uit de weg te gaan. Maar ook hier is het onze eigen verantwoordelijkheid ervoor te kiezen deze geschiedenis te verbinden met de geschiedenis van Europa en de rest van de wereld.

De Nederlandse geschiedenis is nu eenmaal een onderdeel van de wereldgeschiedenis, waarin mensen,goederen, ideeën en diensten altijd internationaal zijn uitgewisseld.

Indien, met andere woorden, de Nederlandse geschiedenis in het kader van een canon wordt verbonden met de geschiedenis van de rest van de wereld, is er geen gevaar dat Vaderlandse geschiedenis het ontstaan van een nieuw soort nationalisme zal bevorderen.

Zo moeilijk is dat overigens niet. De Nederlandse geschiedenis is immers ook de geschiedenis van immigranten, buitenlandse geleerden met nieuwe, buitenlandse ideeën, handelscompagnieën, slavernij, kolonialisme en Europese eenwording. Zolang de buitenlandse invloed op en bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis en de Nederlandse invloed op de geschiedenis van andere delen van de wereld, maar naar behoren wordt belicht, kan het niet anders of het door sommigen gevreesde nationalisme wordt buiten de deur gehouden.

Wim van den Doel is hoogleraar algemene geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Dit is de verkorte versie van zijn toespreek bij de aanbieding, donderdag, aan prins Willem-Alexander van het eerste deel van Plaatsen van herinnering (uitgeverij Bert Bakker)..' .