We hebben 456 gasten online

2007 gs Mooi die canon maar niet als les

Gepost in Onderwijs

Guido Everts in NRC 10 juli 2007

 

Een van de eerste adviezen die ik destijds als pabo-student kreeg, was mijn lessen aan te sluiten bij het bekende, de beginsituatie. Bij elke les werd van mij een inspirerende inleiding verwacht. De vijftig vensters van de canon zoals die nu in definitieve vorm voor ons liggen, zouden idealiter aan die norm moeten voldoen. Maar nee, integendeel, ze onderscheiden zich door complexe en onbegrijpelijke taal. Op geen enkele manier zijn zij aantrekkelijk gemaakt. Alsof het bijzaak is hóe je zoiets presenteert, heeft de commissie zich tot het laatste moment beziggehouden met de vraag: wat moet erin en wat niet? De adviezen die ik bij herhaling op de website, in deze krant en elders deed ten gunste van een kunstzinnige didactiek voor de canon, werden in theorie overgenomen, in de praktijk verworpen.

Maria Grever heeft gelijk waar zij zegt een verhaallijn en een verantwoording te missen (NRC Handelsblad, 4 juli). Naar mijn idee is het verhaal dat je wilt vertellen, uiteindelijk ook je verantwoording. Na ampele afweging van de hoofdzaken is een goede verhaallijn het enig richtinggevende over of x erin moet of moet worden vervangen door y.

Stellen we ons een leraar in het basisonderwijs of vmbo voor die zijn les voorbereidt. Ha, de canon is er! De vensters worden verplichte lesstof dus maar gauw kijken hoe ik ermee aan de slag kan. Als we er elke week twee doen moet dat lukken in een jaar. Napoleon hebben ze net gehad, dus laat ik Willem I nemen, daar weet ik weinig van. Ik lees: Na de Franse overheersing keerde de zoon van de stadhouder Willem V in 1813 terug naar Nederland om er het koningsschap te aanvaarden. Dat was een duidelijke breuk met het verleden. Als ik dit en wat erop volgt morgen voorlees, desnoods in eigen woorden, geeft de klas er na een paar seconden de brui aan. Dus maar op de website kijken. Hè, dat ene boek van Mak heb ik nou net niet staan, dat wordt dus een reisje naar de bieb. Lastig. Maar wacht, de laagdrempelige site van Anno geeft ook iets over Willem. Daar lees ik: Toen Willem I Frederik van Oranje-Nassau in 1813 koning der Nederlanden werd, was hij 41 en al ruim twintig jaar getrouwd met zijn nicht Wilhelmina van Pruisen. Ook niet een binnenkomer. Waar werd Willem geboren, wie was zijn moeder, waarom moest hij voor Napoleon uit Nederland vluchten? Vragen die als zo vele andere onbeantwoord blijven. Nee, dit lukt me morgen nooit. Weet je wat ik doe, ik wijk uit naar de slavernij, dat spreekt ze meer aan. Ik vertel graag, maar uit mijn duim zuigen, daar pas ik voor. Dus kijken bij de Slavernij: Sinds de grote oversteek door Columbus in 1492 vestigden zich Europeanen in wat de Nieuwe Wereld werd genoemd, ten koste van de inheemse bevolking. Ik geef het op. Ook hier meer vragen dan antwoorden. Weet je wat, ik laat ze lekker aan de slag op de website en zie het verder wel. Exit leraar.

Toch had deze leraar gelezen dat de canon zich liet vergelijken met verhalen die steeds weer opnieuw worden verteld, met topattracties als het Colosseum, de opera en de muzische dimensie van dat alles. Daar kan je de gemiddelde basisschool- of vmbo-leerling best warm voor krijgen. Hoeveel ervaring is er nodig met de canon voordat duidelijk wordt dat goudgerande basiskennis voor het verdere leven een leesboek vergt van een niveau waar op zijn minst begenadigde vertellers voor moeten worden ingehuurd?

Guido Everts was leraar in het basisonderwijs. Hij is gepromoveerd op het proefschrift 'Clios kerstening: Pedagogische literatuurkritiek van Plato tot Luther'.