We hebben 536 gasten online

2008 gs Stel de historische canon verplicht

Gepost in Onderwijs

Hans Wansink in Volkskrant 8 november 2008

 

De Canon van Nederland is heilzaam voor het geschiedenisonderwijs. Behalve kennis brengt het kinderen orde en samenhang bij.

Als het aan het kabinet ligt, wordt met ingang van het volgend schooljaar de canon van Nederland opgenomen in de ‘kerndoelen’ (verplichte leerstof) van het basisonderwijs en de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs. De Tweede Kamer moet daar nog over beslissen.

De canon bestaat uit vijftig ‘vensters’ die gezamenlijk een overzicht geven van wat elke inwoner van Nederland in elk geval moet weten van de vaderlandse geschiedenis. Zo staat het venster Willibrord (658-739) voor de verbreiding van het christendom in de Vroege Middeleeuwen en Max Havelaar (1860) voor Multatuli’s aanklacht tegen de wantoestanden van het Nederlandse kolonialisme in Indië.

Website

Wie op de canon-website www.entoen.nu het venster Willibrord aanklikt, krijgt te lezen dat Willibrord in 690 aan land stapte op de plek waar nu Katwijk aan Zee ligt. ‘Op die plek stroomde toen de Rijn de Noordzee in. Willibrord was een Engelse monnik.’ Klik monnik aan en dan volgt de uitleg: ‘Monniken zijn mannen die met elkaar in een klooster wonen. Ze bidden veel en denken veel aan God.’ Willibrord had besloten om de ongelovige Friezen te bekeren. Klik bekeren aan en de uitleg luidt: ‘Iemand die bekeerd wordt, krijgt een ander geloof of andere ideeën dan hij of zij eerst had.’ Naast deze basisinformatie biedt het venster allerlei verrijking en verwijzingen naar sites van musea.

In een handig schema op entoen.nu worden de vijftig vensters ondergebracht in de tien tijdvakken die al deel uitmaken van de kerndoelen. Willibrord krijgt een plaats in het derde tijdvak, de tijd van monniken en ridders.

Het is natuurlijk de bedoeling dat met de verplichte canon de kennis van de geschiedenis van Nederland en het historisch besef van de leerlingen door de canon worden versterkt. Met beide is het droevig gesteld, daar is iedereen het over eens. Maar over het verplicht stellen van de canon lopen de meningen sterk uiteen.

Einde aan vrijblijvendheid

Het opnemen van de canon in de verplichte lesstof geeft, zoals de staatssecretarissen Dijksma (basisonderwijs) en Van Bijsterveldt (voortgezet onderwijs) schrijven, ‘mede richting aan het onderwijs in geschiedenis’. Aan de vrijblijvendheid van het geschiedenisonderwijs wordt zo een halt toegeroepen. De vrijheid van docenten en scholen wordt ingeperkt.

Het accent valt door de canon sterker op de geschiedenis van Nederland. Voor de basisschool is dat verdedigbaar, maar helaas komt geschiedenis er in het voortgezet onderwijs bekaaid af. Het vak is alleen verplicht in de onderbouw. Geschiedenis is in twee van de vier profielen van havo en vwo opgenomen. In het vmbo krijgt 85procent van de leerlingen na hun veertiende geen geschiedenis meer.

En juist in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs lag van oudsher het accent op de Europese en de wereldgeschiedenis. De keuze voor versterking van de vaderlandse geschiedenis door middel van de canon, zou dus een follow up moeten krijgen: Versterk het historisch besef en de kennis door meer en beter onderwijs in de Europese en de wereldgeschiedenis aan de leerlingen op de middelbare scholen. Zo sluit het één, meer vaderlandse geschiedenis, het andere, meer algemene geschiedenis, niet uit.

Postmodernistisch verzet

Niettemin ontmoet het verplicht stellen van de canon onder historici veel verzet. Drijvende kracht achter dit verzet is Maria Grever, hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Zij was ook de boze fee achter het omstreden WRR-rapport Identificatie met Nederland, bij de presentatie vorig jaar door prinses Maxima kort samengevat met de oneliner: ‘Dé Nederlander bestaat niet’. Volgens de WRR werkt ‘het beleidsmatig inzetten van nationale identiteit’ contraproductief, omdat het tot conflicten en uitsluiting van bepaalde groepen zou leiden. Grever gebruikte in 2006 precies dezelfde woorden (in de bundel Controverses rond de canon), om de canon af te wijzen. Volgens Grever ‘ontstaat een situatie waarbij in de klas het oude knusse nationale verhaal wordt verteld, terwijl buiten de boze globaliserende wereld regeert’. Zij verwijt pleitbezorgers van de canon te handelen uit angst voor vreemde culturen, en wrijft hen ‘een neonationalistische politieke agenda’ aan. ‘De doos van Pandora is geopend’, klinkt het apodictisch, omdat het geschiedenisonderwijs ‘afhankelijk wordt gemaakt van de grillen van de politieke actualiteit’.

Zelf is Grever een ernstig geval van multicultureel postmodernisme, dat ‘meerstemmigheid van het verleden’ tot dogma verklaart: ‘Empathie en wederzijds begrip kunnen alleen worden bereikt door geschiedenis te presenteren als een debat tussen verschillende, soms conflicterende representaties.’ Een fijne opgave voor de docenten op de basisschool!

Gebrek aan zinverlening

Eén van de eerste pleitbezorgers voor canons in het geschiedenis- en literatuuronderwijs was collega Michael Zeeman, metterwoon in de gemeente Rome gevestigd, maar – als de enige echte Nederlandse kosmopoliet – in alle uithoeken van de wereld actief als spreker en schrijver. Wel de laatste die je kunt verdenken van een ‘neonationalistische politieke agenda’. Zeeman constateerde zes jaar geleden (in de Volkskrant van 19 april 2002) ‘dat het ontbreken van een leidende gedachte volslagen versplinterd onderwijs heeft opgeleverd. Wij leveren studenten af die her en der ingelicht zijn over uiteenlopende, vaak kleinschalige onderwerpen. Leuke onderwerpen, vooral. In hun kennis ontbreekt iedere samenhangende gedachte, iedere poging tot ordening, ieder spoor van ernstige zinverlening aan die kennis.’

Dat is de grote crisis van het Nederlandse onderwijs, het gevolg van wat Zeeman aan de kaak stelt als het gebrek aan innerlijke overtuiging onder docenten. Een verplichte historische canon is dan ook beslist geen overbodige luxe.