We hebben 315 gasten online

2001 M.Verbrugge-Breeuwsma: Dolgedraaid circus

Gepost in Onderwijs

Staat van het Onderwijs 2001

ingezonden brief van een classica. M.Verbrugge - Breeuwsma NRC 28 oktober 2001 

TOT MIJN STOMME verbazing lees ik dat bij de voorbereiding en introductie van het Studiehuis en de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs geprobeerd zou zijn te 'voorkomen' dat scholen en leraren de indruk zouden krijgen dat zij de onderwijsvernieuwing opgelegd kregen' ('Door de Bocht', W&O 25 okt).

Met alle respect, dames en heren hervormers,maar ik was er als lerares klassieke talen - óók bij toen dit monster werd geboren en ben er getuige van geweest hoe het ons allen met sovjet-achtige hardhandigheid werd opgedrongen.

Wie zo zijn bedenkingen had bij deze dagdromen van het ministerie werd van overheidswege als een werk -en vernieuwingsschuwe kneus terzijde geschoven, er werd ruimhartig geld verstrekt aan wie met de plannen van het vooruitstrevend ministerie in de pas liep en een misselijk makende vorm van propaganda bedreven door tot vervelens toe een inktzwarte karikatuur van de bestaande onderwijspraktijk te stellen naast de glorieuze toekomst die ons geworden zou.

Ik herinner mij een bijeenkomst met een functionaris van de onderwijsinspectie, waar wij leraren onze bevindingen met het studiehuis mochten spuien. In het daaruit resulterende rapport, bestemd voor het ministerie van Onderwijs, was alle negatieve kritiek die wij naar voren gebracht hadden eenvoudigweg verdwenen. Er werden studiemiddagen georganiseerd, waar leraren hoopten enige opheldering te krijgen over de vraag in welke zin de dromen van het ministerie van toepassing zouden kunnen zijn op ons vak. Maar zo eenvoudig ging dat natuurlijk niet. Waar het aankwam op het realiseren van de ons opgelegde 'idealen', genoten wij opeens de volle vrijheid om dat, voor door onze scholen neergetelde deelnemersgelden, zelf maar uit te denken. Toen de ellende eenmaal in vol bedrijf was, bleek dat er voor mijn vakken, althans op scholengemeenschappen, veelal een tekort van bijna een jaar bestond voor het behandelen van de voorgeschreven lesstof.

Ik kaartte dat eens aan op de zoveelste studiedag en merkte dat meer mensen met dit probleem worstelden. Daarom stelde ik voor er een gezamenlijke klacht over te schrijven naar de minister. De leidster van onze studiedag vond dat echter een onverantwoorde gedachte (ieder onvermogen om te voldoen aan de vraag van het ministerie was immers een persoonlijk falen) en stelde op haar beurt voor gewoon meer Poëzie te lezen in de klas, want 'een regel van drie woorden is immers ook een regel'.

Er zijn inmiddels vele kundige leraren in de WAO beland, de VUT in gevlucht of anderszins uitgeweken voor deze gekte en het onderwijs aan onze jongeren ontaardt gaandeweg in een dolgedraaid circus van geprefabriceerde cursusjes en vaardigheidstrainingen, dat nu ook nog eens te zwaar blijkt voor de arme scholier. Inhoudelijk zijn de onderwijsresultaten beneden de maat en met alle nadruk op 'individualiteit’ en 'omgaan met onderlinge verschillen' worden onze leerlingen steeds meer als ratten door een labyrinth gejaagd, waar het voor vorming en motivatie zo noodzakelijke persoonlijke element met man en macht wordt uitgebannen.
Nu ons onderwijs een dusdanige puinhoop is geworden dat men zich, als na een inbraak, radeloos afvraagt waar te beginnen met opruimen, willen de bedenkers en voorvechters van deze ellende zich er nota bene van distantiëren en hooguit erkennen dat het realiseren van hun kostbare idealen misschien te hoog gegrepen was in deze verdorven wereld.

Maar wie zegt dat die idealen zo kostbaar waren?
Het is fijn voor mevrouw Visser 't Hooft dat meneer Wallage zo enthousiast was over haar didactische aanpak. maar wie gaf hun het recht die keihard op te dringen aan alle 'andere leraren in Nederland, alsof dat willoze werkbijen waren die nog nooit een geslaagde gedachte hadden gewijd aan de pedagogische en didactische kanten van hun beroep?

De Tweede fase als oplossing voor een praktisch probleem, is gewoon een verkeerd antwoord op een verkeerd begrepen vraagstuk. Dat er te veel mensen doorstroomden naar het hoger onderwijs en dat het niveau van vwo opleidingen sinds de invoering van de Mammoetwet gestaag is gedaald, is het resultaat van een bewuste politiek, met name van de PvdA, om ook de hoogste regionen van het onderwijs voor zoveel mogelijk mensen zover mogelijk toegankelijk te maken.

Dat een groot deel van die mensen dat onderwijs ook weer rap verlaat, heeft minder te maken met een onvermogen tot zelfstandig werken als met het feit dat die mensen daar niet op hun plaats zijn en hen in het kader van trendy idealen als 'hoger onderwijs voor velen' ten onrechte is wijsgemaakt dat dat wel zo zou zijn.

M.Verbrugge - Breeuwsma