We hebben 90 gasten online

2002 Ralf Bodelier: Uitgeleerd

Gepost in Onderwijs

Staat van het onderwijs 2002

Uitgeleerd (Intermediar)

 

Het Studiehuis is mislukt. Na jaren van revolutionair enthousiasme likken schoolbesturen, onderwijsvernieuwers en parlementariërs hun wonden. Niet één van hun ambitieuze doelstellingen is gehaald. Leerlingen leren amper zelfstandig, leraren raken overwerkt. “Een parlementaire enquête zou geen gek idee zijn.” 

Door Ralf Bodelier

Op het ministerie van Onderwijs borrelde afgelopen maand champagne uit de kraan: niet minder dan negentig procent van alle Havo- en Vwo-leerlingen slaagde voor het eindexamen. En bijna de helft daarvan zit in het Studiehuis. Als iets het ultieme bewijs vormt dat de critici van het Studiehuis zich jarenlang voor niets liepen op te winden, dan is het wel deze eenduidige score. Een pluim voor de bijna 67.000 geslaagden. Chapeau voor oud-staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs die drie jaar geleden het Studiehuis gezwind en met ijzeren hand doorvoerde.

Het Studiehuis: voor het eerst in de geschiedenis van het onderwijs staan de leerlingen centraal. Nieuws- en leergierig zitten ze zelfstandig of in kleine groepjes over boeken en studiewijzers gebogen. De omnipotente leraar, die zichzelf ooit het begin en einde van alle onderwijs waande, functioneert nu bescheiden als coach. In de vele ‘zelfstandigheidsuren’ staat hij klaar om zijn pupillen met al hun brandende vragen ter zijde te staan.

In het Studiehuis gaat het om ‘leren leren’. Niet om hen vol te stoppen met kennis, maar om hen te prikkelen om zelfstandig kennis op te doen. Daarom is het schoolgebouw getransformeerd. De verzameling lokalen, waarin verzamelingen leerlingen zaten te luisteren naar saaie monologen, is veranderd in een stimulerende leeromgeving met pc’s, boeken en audiovisuele leermiddelen. De voordelen lijken op zijn minst tweeledig: overbelaste leraren kunnen het als begeleider rustiger aandoen. En ongemotiveerde leerlingen raken enthousiast, omdat ze nu zelf verantwoordelijk zijn voor hun werk.

Vermist

De eerste groep leerlingen in het Studiehuis startte in september 1998. De eerste werkelijke test voor het Studiehuis waren de eindexamens van dit jaar. Vooral voor het Havo, want leerlingen van deze afdeling zijn inmiddels voor het grootste deel door het Studiehuis geloodst. En zij deden het dus niet slechter als hun collega’s oude-stijl. Wel bleken er wat havo-examinandi vermist. Zo’n kleine 20.000, ongeveer een derde van alle leerlingen die vorig jaar nog in Havo-4 zaten. Waar zijn ze gebleven? Waarom deden zij geen eindexamen? Staatsecretaris Karin Adelmund van Onderwijs heeft geen idee. Ze laat het de Onderwijsinspectie onderzoeken. Zijn er in Havo-4 meer havisten dan normaal blijven zitten? Hebben welvarende ouders hun kroost uit het Studiehuis geplukt en naar een kennisgerichte particuliere school gestuurd? Zijn ze doorgesluisd naar het volwassenenonderwijs, waar ook al geen ‘leren leren’ heerst? Konden ze de zelfstandigheid niet aan en zwerven ze nu over straat? Of is het van alles een beetje? Niemand die het weet.

Bovendien roepen de eindexamens van de studiehuis-leerlingen nogal wat kritische vragen op. Oude- en nieuwe-stijlers scoorden even hoog, maar waren hun examens ook even zwaar? In NRC-Handelsblad constateerde redacteur Roel Jansen , die de examens economie-nieuwe stijl maakte, dat ze ‘leuk en niet moeilijk’ waren. Maar, zo schrijft hij, ‘ze gingen ook nauwelijks over economie. ( ) het was eigenlijk maatschappijleer met de toepassing van elementaire economische begrippen.’ In het dagblad Trouw trok commentator Emile Spijkerman voor het VWO- examen economie-nieuwe stijl een vergelijkbare conclusie. “Leerlingen die regelmatig het economisch katern in de krant lezen, kunnen ook zonder hun boek een mooie voldoende halen.’ Dezelfde geluiden klinken in Het Onderwijsblad van deze maand. Het tijdschrift bezocht regionale bijeenkomsten waar docenten de examenopgaven bespraken. Het blad noteerde uit hun mond dat die bepaald niet aan de lastige kant waren. Wiskunde was ‘iets makkelijker dan gedacht’, Management & Organisatie, het oude economie II, was ‘veel makkelijker’ dan haar voorganger, ‘een laf examen’, ‘zo makkelijk gemaakt dat elke leerling wel een voldoende moest krijgen’. Alleen geschiedenis was lastig, ‘maar het aantal contacturen tussen leerlingen en docenten is in het studiehuis dan ook nog maar de helft van die in de oude school.’

Die kritische noten zijn onheilspellend. Als de Studiehuis-examens inderdaad gemakkelijker zijn en de leerlingen scoren net zo hoog als in de oude-stijl, ligt het niveau in het Studiehuis dan ook lager?

“Ook ik sluit niet uit dat de eindexamens makkelijker waren”, zegt rector André Gussenhoven. “Maar ik ben een leek op de meeste vakgebieden. Als ik dan zo’n natuurkunde-examen zie, denk ik: ‘toch wel knap dat ze zoiets kunnen maken’.” Gussenhoven is sinds anderhalf jaar rector van het Koning Willem II college in Tilburg. Bij zijn aantreden profileerde hij zich, in een interview in het Brabants Dagblad, als warm voorstander van het Studiehuis. Inmiddels oordeelt hij aanmerkelijk kritischer. “Het Studiehuis is in deze school voorzichtig en gedegen opgezet. We gaven alleen eerste-graadsdocenten de taak om de zelfstandigheidsuren te begeleiden. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Leerlingen zouden zelfstandiger gaan opereren, de werkdruk van leraren zou afnemen.”

En is die verwachting ingelost? “Leerlingen blijken toch de rust en concentratie te missen om daadwerkelijk zelfstandig aan de slag te gaan. Ook leraren bleken niet van de ene dag op de andere in staat om van rol te wisselen. In plaats van begeleiden, lopen onze eerste-graders vooral te surveilleren en te controleren of de leerlingen wel iets uitvoeren.” Docenten die zich graag als vakman profileerden, hebben het erg moeilijk met hun nieuwe rol. “Ik krijg vaak de klacht dat ze hun kennis en creativiteit niet meer kwijt kunnen. Dat vind ik uiterst pijnlijk”, zegt Gussenhoven. In plaats van verlichting van de werkdruk, bleek die alleen maar toe te nemen. Want het Studiehuis vereist een enorme administratieve rompslomp. “De leerlingen moeten zelfstandig leren, maar de docent moet hun hele leerproces in gedetailleerde studiewijzers vastleggen. Ik bespeur irritatie en overspanning bij veel van mijn collega’s.” Toekijken

Gussenhoven staat in zijn twijfel bepaald niet alleen. Zo beschrijft classicus en vakdidacticus Anton van Hooff in het tijdschrift Vrienden van het Gymnasium een zelfstandigheidsuur in het Studiehuis. In de praktijk blijkt dat de docent in zo’n uur verplicht moet staan toekijken hoe zijn leerlingen niet werken, schrijft Van Hooff. ‘Ze zijn nu immers zelf verantwoordelijk, dus mag de leraar er zich onder geen beding mee bemoeien dat ze niets uitvoeren. Hij drentelt maar eens langs de studienisjes en groepstafels, hunkerend naar een leerling die hem aanklampt. Hé, daar hebben enkele leerlingen waarachtig hun boeken voor Grieks geopend. Maar nee, ze komen er wel uit, zeggen ze. Hij druipt af en verschanst zich in zijn uitkijkpost. Hij kijkt nog eens rond en pakt zuchtend zijn krant.’

Van Hooff beschrijft hoe de studenten, die hij opleidt tot docent, zich afvragen ‘waarvoor ze eigenlijk hebben gestudeerd. Om een groot deel van de dag wacht te lopen? De school zou goedkoper uit zijn als ze daarvoor een veiligheidsdienst inhuurde’. Toch ziet Van Hooff ook een hoopgevende ontwikkeling. Zijn aankomende leraren durven, tegen de regels van het ‘leren leren’ in, steeds vaker in te grijpen als onder hun ogen de leerlingen zelfwerkzaamheid interpreteren als het recht om geen boek open te doen. “Ook sommige leerlingen, die weten welk vlees ze met zichzelf in de kuip hebben, vragen nu uitdrukkelijk om geleid onderwijs.” Zo ontstaat weer een diversiteit aan onderwijsstijlen. De ene groep leerlingen krijgt weer gewoon les, de andere probeert het zelfstandig.

Inderdaad is het ‘leren leren’-model te beperkt om het als alleenzaligmakend aan alle scholen op te leggen, erkent ook Gussenhoven. Hoewel hij achter het uitgangspunt blijft staan dat scholen moeten zoeken naar werkvormen die de zelfstandigheid van leerlingen bevorderen, vreest hij net als Van Hooff dat afgelopen jaren de diepgang van het onderwijs in het gedrang is gekomen. “We maakten onlangs een excursie door de Rotterdamse havens. In de bus vertelde de aardrijkskundeleraar op meeslepende wijze wat er allemaal viel te zien en hoe allerlei ontwikkelingen te verklaren zijn. De leerlingen hingen aan zijn lippen en na afloop kreeg hij zelfs applaus. Als je dat meemaakt, besef je de grenzen van het zelfstandig leren. De leraar als bron van kennis en ervaring mag niet verloren gaan.”

Op het Koning Willem II College is het studiehuis dan ook aan revisie toe. Komend jaar worden de zelfstandigheidsuren in tweeën gesplitst. De ene helft van de tijd kiezen de leerlingen voor één vak om onder leiding van de vakdocent aan de slag te gaan. In de andere helft wordt de eerste-graads begeleider vervangen door surveillerende onderwijsassistenten.

Onderwijskundig correct

‘Het veelbezongen Studiehuis is al ter ziele voordat het goed en wel is ingevoerd’, schreef economiedocent en lerarenopleider Ton van Haperen onlangs in de Volkskrant. De eindexamenresultaten lijken goed, maar in de praktijk leren leerlingen van Havo en Vwo minder dan voorheen. ‘De vernieuwing is één grote leugen. In het meest gunstige geval leert de leerling van alles een beetje, maar de kans is groter dat het niks wordt.’ Volgens Van Haperen sterft het Studiehuis inmiddels een zachte dood. ‘Onderwijskundig correct’ houden directies nog de schijn van het zelfstandig leren op, maar jonge mensen krijgen in de bovenbouw van het Havo en Vwo grotendeels weer gewoon klassikaal les.

Hoe breed de deceptie over het studiehuis is toegeslagen, blijkt ook uit zeer onverdachte bron: de Tweede Peiling van het Adviespunt Tweede Fase. Dit adviespunt volgt in opdracht van de minister van Onderwijs het wel en wee van het Studiehuis. In haar laatste voortgangsrapportage luidt het adviespunt de noodklok: de werkdruk voor leraren is in het Studiehuis ‘verontrustend hoog’. Dus neemt het ziekteverzuim onder docenten gestaag toe. Het enthousiasme van leraren voor het ‘leren leren’ is dan ook flink teruggelopen. ‘Docenten vervallen in oude patronen’, schrijft het adviespunt. ‘De ingezette didactische vernieuwing stagneert of wordt zelfs zo hier en daar teruggedraaid. Het draagvlak voor wat in aanbouw was, brokkelt af’.

Volgens het adviespunt kunnen we het Studiehuis alleen nog maar reanimeren door docenten ‘schoolbreed’ didactisch bij te scholen. Uit gesprekken met docenten blijkt in hetzelfde rapport echter dat die absoluut geen behoefte hebben aan didactische scholing. Als leraren al iets willen studeren, dan is dat een interessante bijspijkercursus in hun eigen vakgebied. Domheid

De teloorgang van het Studiehuis is inmiddels ook tot de volksvertegenwoordiging doorgedrongen. Zo noemt de PvdA-senator prof. dr. Willem Witteveen, hoogleraar recht en belast met de portefeuille voor onderwijs, de situatie rond het Studiehuis ‘ronduit rampzalig’. Witteveen komt regelmatig in scholen en ziet dat alles wat het Studiehuis vereist er niet is: geen of veel te weinig computers, geïmproviseerde lokalen en vooral veel overwerkte en afgebrande leraren. En de leerlingen? “Die moeten het allemaal zelf maar uitzoeken”, zegt Witteveen. “Zeker, je ziet nu de mooiste profielwerkstukjes, keurig van het Internet geplukt, maar met sommige leerlingen kun je maar beter niet in gesprek gaan over de de inhoud ervan.”

Witteveen stelt dat onderwijs in vaardigheden op zich goed en nuttig is, maar dat
er ook voldoende ruimte moet zijn voor kennisoverdracht en begeleiding. “En die balans is nu vaak volkomen zoek.” Met name omdat scholen en leraren te weinig vrijheid krijgen om vormen te zoeken die het beste bij hun scholen en leerlingen passen.

“Bovendien berustte het Studiehuis-idee niet op onderzoek, terwijl het wél in één keer aan alle scholen werd opgelegd. Ook aan de vele scholen die daar heel kritisch tegenover stonden.” Daarenboven moest het allemaal heel snel. Zónder fatsoenlijke lesmiddelen, zonder adequate bijscholing en geld voor de verbouwing van de lokalen. “Nu is het een elementair punt als het om wetgeving gaat, dat je nooit het onmogelijke mag verlangen. En dat is hier wel gebeurd.”

Enquête

Noodklok, rampzalig, een grote leugen. Je vraagt je af hoe het concept ooit tot wet kon worden verheven. Sliepen de volksvertegenwoordigers toen staatsecretaris Tineke Netelenbos van Onderwijs met haar plannen door de kamers joeg?

“De komst van het Studiehuis was in 1997 net zo onvermijdelijk als het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog”, blikt Ursie Lambrechts, Tweede Kamerlid en onderwijsspecialist voor D66 terug. “Hier heerste zoveel euforie over dat zelfstandig leren, gekoppeld aan verlichting van werkdruk voor docenten, dat iedereen mee ging. Noem het domheid, noem het zinsbegoocheling. Niemand stond erbij stil dat ‘leren leren’ pas kans van slagen heeft als je éérst de puberteit afschaft.” Lambrechts zegt dat ze in ’97 ook al haar twijfels had. Maar mét de rest van de Tweede Kamer werd ze zo vakkundig door de Studiehuislobby ingepakt, dat ze niet meer op haar intuïtie durfde te vertrouwen.

Ook in de Eerste Kamer trapte niemand op de rem. Witteveen kwam pas in de senaat toen de wet al was gepasseerd. Toch vermoedt hij dat het er niet anders aan toeging dan in de Tweede Kamer. “Ik denk dat ook de senaat veel te meegaand was in het machtsveld van de onderwijsdenkers.” Het Studiehuis was volgens de senator ‘een hobby van een aantal mensen uit de onderwijswereld. Een hobby die vervolgens tot wet werd verheven.’

En wat betreft zijn eigen PvdA-fractie: “Wij sociaal-democraten hebben boter op ons hoofd. In ons idealisme en onze drang om van alles te verbeteren, roepen we te veel onbedoelde consequenties op.” Witteveen schaart zich absoluut bij de groeiende groep critici in de PvdA die stellen dat je éérst naar de leraren, de leerlingen en hun ouders moet luisteren. “De combinatie Netelenbos en Ritzen, die het Studiehuis doordrukte, deed dat niet. Zij hadden alleen oor voor de koepels: de vakbonden, de schooldirecties en met name de onderwijskundigen.”

Ursie Lambrechts: “Bovendien zijn wij als Kamer door staatsecretaris Netelenbos verkeerd voorgelicht. Volgens haar was 80 procent van de scholen klaar voor de Tweede Fase. Later bleek dat 80 procent er níet klaar voor was.” En daar bleef het niet bij. Volgens Lambrechts onthield Netelenbos de Kamer zeer relevante gegevens. “Drie dagen ná de kamerbehandeling van de Tweede Fase, stuurde de staatssecretaris ons een zeer kritisch rapport van onderwijsinspectie over het Studiehuis. Op grond van hard empirisch materiaal stelde dat rapport vast dat scholen die met zelfstandig leren experimenteerden, niet goed draaiden. Netelenbos moet dat rapport bewust hebben achtergehouden. Ik voelde me behoorlijk genomen.” Onlangs kwamen nieuwe ongeregeldheden boven water. De instantie die verantwoordelijk was voor de invoering van het Studiehuis, het procesmanagement voortgezet onderwijs PMVO, had in 1997 aan leraren gevraagd hoeveel leerlingen naar hun idee zouden afhaken in het nieuwe model. Die leraren meenden dat vijftien tot twintig procent van de Havo- en Vwo-leerlingen het nieuwe programma niet zou halen. “Die cijfers hebben wij nooit onder ogen gekregen”, zegt Lambrechts. “Gezien het feit dat nu zo’n twintig procent minder Havisten examen doet, heeft die voorspelling er bepaald niet ver naast gezeten.”

Lambrechts bewaart alle dossiers, documenten en brieven over het Studiehuis veilig achter slot en grendel ‘voor de parlementaire enquête die onvermijdelijk ooit over dit onderwerp zal komen’. Ook Witteveen noemt een parlementaire enquête naar de invoering van het Studiehuis ‘zeker een goed idee’.

Proberen Lambrechts en Witteveen hun collega-parlementariërs te motiveren om zo’n enquête ook daadwerkelijk af te dwingen? “Daar willen de meesten niet aan”, zegt Lambrechts. “Dat veroorzaakt veel te veel onrust. Bovendien concentreer ik me nu op de vraag hoe we de chaos moeten oplossen.” Witteveen valt haar bij: “Bovendien zullen de meeste onderwijsspecialisten uit de Tweede Kamer het voorstel voor een enquête nooit omhelzen. Zij hebben onder Paars volop meegeregeerd en weten dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de chaos.”