We hebben 180 gasten online

2003 Leo Prick: Genante platvloersheid

Gepost in Onderwijs

Leo Prick in NRC 29 november 2003

In het programma Barend en Van Dorp was vorige week vrijdag een theatermaker te gast die, met behulp van een pop die een wat nurkse oudere man verbeeldde, verhalen van Simon Carmiggelt tot leven wekte   Ter toelichting: Simon Carmiggelt was de schrijver van een dagelijkse column in het dagblad Het Parool. Hij haalde zijn onderwerpen uit het Amsterdamse straatleven en de levenswijsheden van de wat oudere cafébezoeker werden in zijn columns... Stop, roept u, niemand hoeft mij uit te leggen wie Carmiggelt was. Nou, dat dacht u maar. Een jonge actrice die ook in dat programma te gast was, had nooit van hem gehoord, en daarin staat zij, zo heb ik inmiddels ontdekt, bepaald niet alleen. Toen de actrice dat zei, mengde Jan Mulder zich in het gesprek met de vraag wie Goebbels was. Ook nooit van gehoord.   Wat is het doel van het onderwijs in zaken als geschiedenis van de literatuur, de politiek, oorlog en vrede, etc? Het doel daarvan is, zo zou ik dat willen formuleren, inzicht verschaffen in de continuïteit van allerlei ontwikkelingen. Zichtbaar maken dat wat nu gebeurt een voortbouwen is op wat generaties voor ons hebben ontwikkeld.   Vorige week had ik het over de vernieuwingsdrift die het onderwijs de afgelopen decennia heeft geteisterd. Bij die gelegenheid beperkte ik me tot de organisatie van het onderwijs, maar daarnaast heeft die ook gevolgen gehad voor de inhoud ervan. Ook dit gebeurde vanuit de opvatting dat het oude per definitie niet deugde en, nog veel erger, dat zoveel mogelijk iedere leraar zelf moet mogen uitmaken wat al dan niet belangrijk is. Zo hebben leraren Nederlands zich, helaas met succes, verzet tegen de verplichting dat een bepaald pakket aan kennis van de literatuur en van de geschiedenis daarvan voor alle leerlingen verplicht zou zijn. Met als gevolg dat leraren doen wat zij toevallig leuk vinden of interessant of, nog erger, wat de leerlingen zelf willen.   De onderwijsvernieuwers van de jaren zestig en zeventig hebben de generaties leerlingen die zij opleidden cultureel en historisch van zichzelf vervreemd. Het resultaat is dat er geen sprake meer is van een gemeenschappelijk referentiekader. Als ik een stukje schrijf, ga ik ervan uit dat mijn lezers weten wie Carmiggelt of Goebbels was en als ik dat ga uitleggen voelt u zich niet serieus genomen. Met als gevolg dat wat ik schrijf door veel jongeren niet wordt begrepen. Omdat zij het impliciet veronderstelde referentiekader missen. Dit speelt natuurlijk niet alleen voor wat ik schrijf; het geldt voor iedereen die deze krant vult met commentaren en beschouwingen.   De kranten hebben deze kloof met de jongere generaties lezers aan zichzelf te wijten. Hun inhoudelijke bijdragen in de discussies over de inhoud van het onderwijs bleven beperkt tot abstracties als meer exact en dat ook nog eens ter wille van de economie. Maar ze mengden zich nooit en te nimmer in de vraag met welke culturele bagage leerlingen de middelbare school dienen te verlaten. Dat werd beschouwd als een zaak voor het onderwijs zelf. En omdat het doen en laten in die sector sedert de jaren zeventig wordt bepaald door de generatie van niets hoeft en moet kunnen, hangt de culturele bagage waarmee jongeren al jaar en dag het onderwijs verlaten af van de toevallige leraren van wie zij les hebben gekregen. De publieke opinie, de media in het algemeen, de kranten ze hebben zich alle onverschillig getoond voor deze ontwikkeling   En dus vervallen de kranten, op zoek naar een jong lezerspubliek, in genante platvloersheid die in Story niet zou misstaan. Daar word ik heel erg treurig van.    29-11-2003  NRC