We hebben 339 gasten online

2005 Leo Prick: Deelnemer

Gepost in Onderwijs

NRC 17 december 2005

MAIL VAN een vader: 'Toen mijn zoon aan de ICT-academie van een uit fusies ontstaan MBD-scholenconglomeraat in Utrecht begon, bleek hij daar niet als 'leerling' maar als 'deelnemer' te zijn ingeschreven. Bij de intake werd me verteld dat dit inhield, dat de 16-17 jarige' deelnemers', net van het vmbo afkomstig, geacht werden zelfstandig te zijn en zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun opleiding. Zelf wist ik nog wel hoe zelfstandig ik was op die leeftijd, dus ik vermoedde al dat dit deelnemerschap een goedkope manier was om een zo gering mogelijke onderwijsinspanning te rechtvaardigen.' Vervolgens komt deze vader tot de ontdekking dat dit inderdaad het geval is: 'Tijdens de stage in het derde jaar laat de opleiding zich niet zien noch van zich horen en omdat op de stage maar werk is voor halve dagen wordt de rest van de tijd gedood met computerspelletjes.'

Inmiddels is duidelijk geworden dat veel scholen jongeren een mate van zelfstandigheid hebben toegedicht die ze gewoon niet bezitten.

Dat is wonderlijk. De managers van die scholen moeten hoe dan ook, net als boven geciteerde vader, ooit zelf toch ook jong zijn geweest. Maar bij de invoering van het studiehuis waren ze dat ineens allemaal weer vergeten.

Hoe dit collectieve geheugenverlies van deze beroepsgroep te verklaren?

De laatste tijd is er volop aandacht voor de negatieve effecten van het feit dat managers bezit hebben genomen van onderwijs en allerlei sectoren in de zorg. Die effecten zijn negatief niet omdat onderwijs of zorg niet gemanaged zouden hoeven worden. Probleem is dat managers hun affiniteit met de werkvloer hebben ingeruild voor 'targets'. Hun uitgangspunt is zoveel mogelijk mensen bedienen tegen een zo laag mogelijk prijs. Deze wens is de vader geworden van het managementdenken. Leraren gaan gebukt onder de effecten daarvan. Hun protesten worden afgedaan als behoudzuchtige dwarsliggerij en niet openstaan voor vernieuwingen, en het laatste is zowat het ergste wat je in onderwijskringen als verwijt naar je hoofd geslingerd kunt krijgen.

Het gevolg is dat managers en docenten in veel onderwijsorganisaties in een voortdurend gevecht met elkaar zijn verwikkeld. Om zijn greep op de weerbarstige docenten niet te verliezen, versterkt het management zichzelf voortdurend, met als gevolg dat het overgrote deel van de extra gelden die de laatste jaren naar het onderwijs zijn gegaan, bij het management terecht zijn gekomen. Niet het onderwijs is de laatste jaren duurder geworden, maar wel de kosten voor onderwijs, met name het beleid en beheer.

Inmiddels hebben de leraren een krachtige partner gekregen in hun worsteling met het management: de ouders. Die zien de gevolgen van het studiehuis, het nieuwe leren, het deelnemerschap en alle andere veranderingen die door managers zijn aangegrepen om op het onderwijs te bezuinigen. De effecten daarvan worden door veel ouders gecompenseerd door hun kinderen. te begeleiden, bijlessen te regelen of hun toevlucht te zoeken tot een huiswerkinstituut. Al deze 'vernieuwingen' gaan dus vooral ten koste van kinderen van laag opgeleide ouders. Wim Meijnen, tot voor kort hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, liet mij weten daar altijd voor te hebben gewaarschuwd en daarom ook nooit voorstander te zijn geweest van het studiehuis. Dit laatste in tegenstelling tot wat ik enige tijd geleden schreef naar aanleiding van wat hij daarover had gezegd in een interview. Hij schreef me dat hij zich daarin ongelukkig had uitgedrukt. Waarmee dit misverstand uit de wereld is geholpen.

Leo Prickk in NRC 17 december 2005