We hebben 118 gasten online

2005 Student niet wijzer van studiehuis

Gepost in Onderwijs

Woensdag 19 oktober 2005 Volkskrant Robin Gerrits en Gerard Reijn.

Vakinhoudelijke kennis wordt aan het einde van de opleiding niet apart getoetst. Deze kennis, ondergebracht in de 'conceptuele leerlijn' , beslaat dertig procent van het curriculum. De overige zeventig procent is didactiek, pedagogiek, vaardigheden en reflectie.

Aandacht die verschuift van havo en vwo naar het vmbo. Competentiegericht leren. Opleiden in scholen. Drie landelijke trends die strijdig lijken met de vraag naar meer aandacht voor inhoudelijke vakkennis.

 

Wat leren de leraren tegenwoordig? Met welke bagage verlaten ze na vier jaar de opleiding? Weten ze nog wel iets van de Tweede Wereldoorlog, of zijn ze te druk met het opstellen van hun Persoonlijk Ontwikkelingsplan, in het hoger beroepsonderwijs beter bekend als POP? Waarom worden ze niet afgerekend op hun kennis, maar op hun bekwaamheden, in het hbo beter bekend als competenties?

 

Mark Duursma in Zaterdag Bijvoegsel NRC 10 december 2005

Door veranderingen in het voortgezet onderwijs moeten ook de lerarenopleidingen op de schop. De Nieuwe Leraar moet meer kunnen, maar hoeft minder te weten. 'Als je dit boek een uur doorleest kun je hier ook lesgeven'.

Op de tweede verdieping van het Delta College, eèn. christelijke vmbo-school in de Utrechtse wijk Zuilen, zijn de muren van de oude klaslokalen weggebroken. Aan weerszijden van het pad in het midden zijn 'leertuinen' ingericht. Hier werken de leerlingen - veel Marokkaanse' branieschoppertjes van veertien - zelfstandig aan lesstof waar ze op dat moment aan willen werken.

De een doet Engels uit een lesboek, een ander maakt een opdracht op de computer. Ze hebben een 'studiewijzer' met taken die aan het einde van de week af moeten zijn. De leraar loopt rond om vragen te beantwoorden. Aan de muur hangen stoplichten. Bij groen mogen de leerlingen rondlopen en praten, bij rood moeten ze stil zijn. Bij oranje moet het wat rustiger omdat een naburige groep , last van ze heeft.

Rumoerig? Haar groep is juist vrij rustig, vindt Henriëtte Schonewille, twintig jaar en nauwelijks groter dan de leerlingen. Deze leerlingen móeten rond kunnen lopen, stilzitten is niets voor hen. Henriëtte is tweedejaars student aan de Archimedes Lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht. Haar vak is geschiedenis, maar ze geeft van alles. Alleen wiskunde snapt ze niet. "Op het vmbo moet je met leerlingen kunnen omgaan. Dat is veel belangrijker dan vakkennis van hier tot Tokio."

Karlijn Minjon, 21, is net afgestudeerd als lerares biologie en meteen aangenomen op het Delta, College. Terwijl haar eersteklassers zelf bezig zijn in de leertuin, laat ze het lesboek biologie zien.

"Als je dit een uur doorleest, kun je hier ook lesgeven"

Met vanzelfsprekend overwicht wordt een drukke leerling terechtgewezen. Karlijn koos bewust voor het vmbo. "Als je je vak kwijt wilt kunnen, zitje hier verkeerd. Maar ik krijg er veel voor terug. Wat voor ons dood normaal is, is voor deze leerlingen zo nieuw dat het veel bevrediging geeft ze dat te vertellen. Dat een tomaat van een plant komt is een openbaring."

Met het onderwijs veranderen ook de leraren. Klassikale kennisoverdracht maakt plaats voor zelfstandig leren, en daar hoort een ander soort leraar bij. Iemand die didactische vaardigheden net zo belangrijk vindt als vakinhoudelijke kennis. Iemand die het leerproces - hoe zoek je iets op? - interessanter vindt dan het eindresultaat - wat weet je? Dus zijn alle tweedegraads lerarenopleidingen, waar de leraren voor het vmbo en de onderbouw van havo en vwo worden opgeleid, al een paar jaar bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Alles wordt omgegooid om de Nieuwe Leraar op te leiden. Weg met de autoritaire vraagbaak, leve de sociaal competente coach.

Maar de samenleving is alweer een stap verder. Publicisten hekelen het gebrek aan vakkennis van jonge leraren. De roep om universitair in plaats van hbo-geschoolde leraren neemt toe. Vooral de pabo's, waar onderwijzers voor het basisonderwijs worden opgeleid, liggen onder vuur. Op verschillende pabo's zijn dit studiejaar toelatingstoetsen Nederlands en rekenen ingevoerd, omdat afgestudeerden daarin tekort schieten.

'Ook bij de lerarenopleidingen voor het. voortgezet onderwijs verliest vakkennis terrein, constateerde de Onderwijsraad twee weken geleden. Om die "zorgelijke ontwikkeling" tegen te gaan, moet ten minste vijftig procent van de 'opleiding worden besteed aan vakinhoud, meent de raad. Er moeten landelijke richtlijnen komen voor de eindbeoordeling van studenten, en voor de minimale vakinhoudelijke eisen waar ze per schoolvak aan moeten voldoen. Eind januari spreekt de Tweede Kamer met onderwijsminister Van der Hoeven over de lerarenopleidingen.

Mentale boekenkast

Voldoende reden om een paar dagen rond te kijken op Instituut Archimedes, de lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs van de Hogeschool Utrecht. Wat leren de leraren tegenwoordig? Met welke bagage verlaten ze na vier jaar de opleiding? Weten ze nog wel iets van de Tweede Wereldoorlog, of zijn ze te druk met het opstellen van hun Persoonlijk Ontwikkelingsplan, in het hoger beroepsonderwijs beter bekend als POP? Waarom worden ze niet afgerekend op hun kennis, maar op hun bekwaamheden, in het hbo beter bekend als competenties?

Natuurlijk schrikken veertig plussers van al die rare nieuwe termen in het onderwijs, zegt Marko Otten, directeur van Archimedes. "Die mensen zijn opgegroeid met klassikaal onderwijs en lessen volgens een vijftig-minuten rooster. Dat werkte voor hen, daarom geloven ze er nog steeds in." Maar de informatiesamenleving kweekt andere kinderen, en die vragen om een andere aanpak.

"In de jaren zeventig en tachtig was de hbo-Ierarenopleiding nog erg academisch gericht, een verdunde vorm van de universitaire opleiding. De nadruk lag op vakkennis, er was weinig aandacht voor didactiek, studenten kwamen nauwelijks op scholen." Eind jaren negentig zetten de lerarenopleidingen de omslag in, door veel meer samen te gaan werken met scholen. Vooral vmbo-scholen willen didactische in plaats van vakkennis.

Van de tien tweedegraads lerarenopleidingen in Nederland heeft Archimedes de meest vergaande samenwerking met scholen. Het 'Utrechtse model' geldt als voorbeeld voor andere opleidingen. Sommige studenten worden bijna volledig op een school opgeleid. Alle studenten krijgen vanaf het eerste jaar werkervaring op een school, niet als stagiair maar als werknemer. Het heeft de Utrechtse lerarenopleiding geen kwaad gedaan: met de Hogeschool van Amsterdam kwam de opleiding vorig jaar als beste naar voren in een visitatierapport van de HBO-raad. Volgende week bezoekt minister Van der Hoeven een van de zeventig 'opleidingsscholen' waar Archimedes mee samenwerkt.

Studenten zijn minder enthousiast, blijkt uit de Keuzegids Hoger Onderwijs van dit jaar. Zowel bij de talen, exacte als maatschappijvakken staat de Hogeschool Utrecht onderaan in de ranglijstjes van studentenoordelen. Studenten twijfelen over het niveau van de stof en de tentamens, en vinden het aanbod aan keuzevakken beperkt.

Maar dat staat de groei niet in de weg. In 2000 meldden zich 795 eerstejaars aan bij Archimedes, dit jaar waren dat er 1188. In totaal volgen 3.200 studenten de opleiding, van wie 1.800 meest oudere in deeltijd. Ze kunnen kiezen uit vijftien vakken. Engels en geschiedenis zijn de grootste secties, Duits en scheikunde zijn bescheiden. In afwachting van een nieuw gebouw op het Utrechtse studentencomplex de Uithof, krijgen de studenten les in een soort barakkencomplex in het naburige Rijnsweerd. De gangen zijn eindeloos, de lokalen vreugdeloos. Het aanbod in de kantine is uitstekend.

In een uithoek van het gebouw zitten twee docenten en twee derdejaars studenten rond de tafel, een schaaltje drop in het midden. Dit is een 'leerteam' , ontstaan vanuit het idee dat docenten dingen kunnen leren van studenten. Een paar flarden uit hun gesprek: Docent 1 wil "geen specialist" meer zijn, geen neerlandica. Student 1 rept over kennis die hij opslaat in een "mentale boekenkast". Student 2 oppert dat een bepaalde bijeenkomst onderdeel zou kunnen zijn van de werk-ervarings-reflectielijn. Docent 2 vindt dat een goede suggestie. "Belangrijk is dat het goed wordt ingebed." Na een lofzang op 'collegiaal ondersteunend leren' - 'collen' - wankelt de toehoorder de gang op.

Zelfreflectie staat op de lerarenopleidingen hoog aangeschreven:. Drie van de zeven competenties waar een 'startbekwame' leraar bij zijn afstuderen over moet beschikken, hebben te maken met "reflectie op de eigen didactische aanpak". Dat hij die beheerst, moet de student aantonen met videofragmenten van het eigen optreden voor de klas, evaluatieverslagen en sterkte-zwakte analyses.

Vakinhoudelijke kennis wordt aan het einde van de opleiding niet apart getoetst. Deze kennis, ondergebracht in de 'conceptuele leerlijn' , beslaat dertig procent van het curriculum. De overige zeventig procent is didactiek, pedagogiek, vaardigheden en reflectie. Volgens Archimedes-directeur Otten komt vakinhoud ook in deze onderdelen aan bod. In de jaren tachtig bestond bijna tachtig procent van het curriculum uit vakinhoudelijke kennis.

 

Studieloopbaanbegeleiding

In een uitpuilend lokaal volgen dertig eerstejaars een college 'studieloopbaanbegeleiding'. Hierbij leren studenten hun eigen voortgang in de gaten te houden en te bespreken met medestudenten en docenten. Jeff Gradener, docent biologie, vraagt de studenten naar hun ervaringen met een net afgesloten project. Er zijn veel klachten over de geringe inzet van medestudenten. Gradener relativeert: "Samenwerkend leren vraagt ervaring, talenten zijn nu eenmaal verschillend."

Zoals bijna alle docenten haalde Gradener zijn eerstegraadsbevoegdheid aan de universiteit. Het afgelopen uur leek hij meer op een welzijnswerker. Kan hij nog voldoende kwijt van zijn academische biologiekennis? "Ik sta achter de omslag die we hebben gemaakt, maar we mogen niet verder doorschieten. Er is vakkennis over de hele linie verloren gegaan. Onze opleiding in Utrecht is prima voor vmbo-docenten, maar als je les wilt gaan geven op havo of vwo moet je in het vierde jaar eigenlijk kiezen voor een vakverdiepend bijvak. Daarmee kun je ontbrekende vakkennis compenseren. Toch leveren we nu betere leraren af dan tien jaar geleden. Ze zijn completer uitgerust om aan de baan te beginnen. Ze weten beter hoe ze zelf functioneren, en hoe leerlingen functioneren."

Het paradepaardje van de Utrechtse lerarenopleiding is het programma 'Samen op Scholen', ofwel SOS (nergens wordt zo gretig afgekort als op een lerarenopleiding). Met zeven vmbo-scholen in het' hele land, tot aan Nijmegen en Naaldwijk, heeft Archimedes afspraken over het samen opleiden van zo'n honderd studenten.Vanaf het eerste jaar . werken deze studenten als 'collega-in-opleiding' op een school. Ze worden begeleid door een speciaal daarvoor opgeleide docent van die school. Samen op Scholen is een pionier, een extreme variant van een trend die alle lerarenopleidingen volgen: een steeds groter deel van de opleiding vindt plaats op scholen. .

Niet alle studenten en niet alle scholen zijn geschikt voor dit programma, zegt SOS-coördinator Jan Koot. "Het is bedoeld voor scholen in het beroepsonderwijs die willen vernieuwen, die de afzonderlijke vakken willen inruilen voor bredere leergebieden. Geen geschiedenis of aardrijkskunde, maar Mens en Maatschappij. Dat vergt veel improvisatie van de studenten. Ze moeten werken van praktijk naar theorie, niet zoals gebruikelijk van theorie naar praktijk. Ze moeten weten welke bedrijven er in de omgeving van de school gevestigd zijn, en hoe die bedrijven werken. En ze moeten het prettig vinden zonder klaslokalen te werken, naast een collega met een andere groep leerlingen."

Lerarenopleidingen zijn nog te veel gericht op het opleiden van leraren voor havo en vwo, vindt Koot. Begin dit jaar constateerde de Onderwijsraad hetzelfde. De nadruk ligt nog te veel op cognitieve kennis van een bepaald vak. Samen op Scholen verlegt de aandacht naar het vmbo. "Wij willen studenten niet langer opleiden voor een model waar ze niet in gaan werken."

Archimedes zou graag een aparte lerarenopleiding opzetten voor het beroepsonderwijs: praktijkonderwijs, vmbo en mbo. Zestig procent van de afgestudeerden gaat in die sector werken. Minister Van der Hoeven houdt zo'n aparte opleiding tegen. Koot: "ze is bang voor verlies aan vakkennis, maar op het vmbo telt dat nauwelijks. Daar telt je relatie met de leerlingen. Je moet uitstralen: ik ben er voor jullie."

 

Mailcontact

Op het Delta College maant Diederick Spinder (24) de leerlingen tot stilte tijdens een 'workshop' aardrijkskunde. 'Workshop' blijkt de aanduiding voor een klassikale les. Hij legt uit hoe het kan dat de wereldbevolking in de laatste vijftig jaar met drie miljard mensen is toegenomen, tegen de veel tragere groei in de periode daarvoor.

Net als Henriëtte volgt Diederick het SOS-programma. Voor lesgeven op havo en vwo zou het niet werken, denken ze, daar krijgen ze te weinig vakkennis voor mee. Henriëtte: "In theorie heb ik één dag per week voor de historische vakkennis, maar dat moet ik zelfstandig doen en vaak komt het er niet van."

Per periode van acht weken krijgen Henriëtte en Diederick twee dagen les op Archimedes, voor een portie vakinhoudelijke kennis. De rest van de tijd werken ze op het Delta College. Tussendoor krijgen ze per mail opdrachten van Archimedes-docenten, bijvoorbeeld om een bepaalde 'leerroute' te ontwerpen. Diederick: "We hebben veel mailcontact met docenten. Ze kijken goed naar die opdrachten, en als wij nog vragen hebben kunnen we ze altijd mailen." Da's mooi, maar is dat een adequate vervanging voor het fysieke contact tussen docent en student?

Henriëtte: "Ik moet uiteindelijk net zoveel punten halen als studenten die de reguliere opleiding volgen en dus minder tijd op een school werken. Ik neem dus aan dat ik uiteindelijk net zoveel weet als zij."

Zo'n groot aandeel van de opleidingsschool leidt tot mede -verantwoordelijkheid voor het eindniveau van de student, zou je denken. Adriaan Nagel, directeur van bet Delta College, ziet dat anders. "Het is niet aan mij om het hbo niveau van de lerarenopleiding te bewaken. Daar zijn wij niet voor toegerust. Als de lerarenopleiding een student een stempel geeft, ga ik er van uit dat zijn of haar vakkennis voldoende is." Al is het benodigde kennisniveau op bet vmbo "nogal basaal", meent Nagel. "Wiskunde op vwo-niveau is voor onze leraren voldoende, ze moeten een tweedegraads vergelijking kunnen oplossen. Bij ons moet je de lesstof naar de leerlingen weten te brengen, in plaats van de leerlingen naar de lesstof."

 

Massale pensionering

Het opleiden in school wint snel aan populariteit. Scholen doen er graag aan mee. Zo halen ze vernieuwing binnen, van mensen en ideeën. Door nu jonge leraren op te leiden, hebben ze over twee jaar voldoende personeel om de massale pensionering van de oudere leraren op te vangen. Lerarenopleidingen willen graag inspelen op de vraag van scholen, en passen bun lesprogramma aan. Een win win -situatie, en dus wordt bet opleiden in school door bet ministerie van OCW gesubsidieerd en wint het snel aan populariteit.

Maar de vraag is of de lerarenopleidingen niet te veel uit handen geven. In het twee weken geleden, op verzoek van de minister geschreven advies 'Leraren opleiden in de school' stelt de Onderwijsraad vast dat er op dit moment onvol- doende garanties zijn voor de kwaliteit van afgestudeerde leraren. Er moeten heldere voorwaarden worden gesteld aan het opleiden in school, zoals een deskundige begeleider op de school en een onafhankelijke eindbeoordeling

Om voldoende vakinhoudelijke kennis te garanderen, wil de raad studenten alleen in de slotfase van hun opleiding op een school laten werken. Uitgangspunt van het Utrechtse model is juist dat ze vanaf het eerste jaar op een school meedraaien. Dat kan wel degelijk, volgens Archimedes, omdat de kwaliteit van de opleidingsscholen wordt bewaakt door middel van een eigen keurmerk. Vorige maand ontvingen de eerste zes scholen zo'n keurmerk.

De stemming is omgeslagen, erkent Dirk van der Veen, leraar geschiedenis op Archimedes en secretaris van het landelijk overleg van lerarenopleidingen. "Kennis wordt weer belangrijk gevonden. In de media is het afgelopen jaar een negatief beeld ontstaan van competentiegericht onderwijs. Daar hebben we een probleem, daar moeten we iets aan doen. We kunnen niet roepen: niets aan de hand. Onze afgestudeerden moeten ook geschikt zijn voor scholen die het oude, klassikale onderwijs handhaven," Als antwoord op de publieke twijfel over de vakkennis van jonge leraren openen de opleidingen binnenkort een digitale Kennisbasis, waarin per vak exact is vastgelegd wat een student na vier jaar moet weten. Dat moet de waarborg worden voor vakkennis. .

Aandacht die verschuift van havo en vwo naar het vmbo. Competentiegericht leren. Opleiden in scholen. Drie landelijke trends die strijdig lijken met de vraag naar meer aandacht voor inhoudelijke vakkennis.

Archimedes-directeur Otten: "In de praktijk krijgen onze studenten meer dan dertig procent vakkennis mee. Ruim vijftig procent van de opleiding bestaat uit vakkennis, maar dat kan ook vakdidactische kennis zijn, dat hoeft niet per se historische of biologische feitenkennis te zijn. In de schoolpraktijk krijgen onze studenten ook nog eens de nodige vakkennis mee." Otten wordt wel eens moe van de borreltafelkritiek op de lerarenopleidingen. "Iedereen heeft op school gezeten, dus iedereen heeft verstand van onderwijs. Dat leerlingen van nu anders zijn dan die van twintig jaar geleden, en dat je daarom andere eisen moet stellen aan leraren, willen veel mensen niet accepteren."