We hebben 116 gasten online

2005 Guus Valk en Mark Duursma: Tweeluik over het beleid van minister van der Hoeven

Gepost in Onderwijs

CDA oogst lof voor oud beleid in NRC 2 december 2005 Guus Valk

Het studiehuis de minister en de media in NRC 3 december 2005 Mark Duursma

CDA oogst lof voor oud beleid

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) krijgt lof, omdat zij de gehate vernieuwingen op scholen afschaft. Toch voert zij vooral beleid van Karin Adelmund (PvdA) uit.


Door onze redacteur Guus Valkin NRC 2 december 2005

DEN HAAG, 2 DEC. Ze wil de geschiedenis ingaan als de minister die scholen eindelijk vrij liet. De tijd van grote onderwijshervormingen, 'grand designs' zoals ze die zelf noemt, is voorbij.

Minister Maria van der Hoeven (Onderwijs, CDA), loodste deze week zonder veel moeite de begroting van haar departement door de Tweede Kamer. Er was grotendeels lof voor het nieuwe realisme op het ministerie van Onderwijs en bij de minister. Tweede-Kamerlid en partijgenoot Jan de Vries roemde Van der Hoeven als ,,de minister die terecht een punt zette achter de basisvorming en het studiehuis.''

Het beeld dat de minister bij een meerderheid van de Tweede Kamer oproept, is dat van een bewindsvrouw die het onderwijs na jaren van PvdA-dominantie terug geeft aan de scholen. Niet langer zijn kinderen en scholen de dupe van grote idealen als de emancipatie van bevolkingsgroepen.

Van der Hoeven doet ook haar best om het contrast met haar voorgangers zo groot mogelijk te doen overkomen. De onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig basisvorming en Studiehuis worden afgeschaft. Scholen hoeven niet meer te rekenen op vele circulaires van het ministerie.

Op wat licht gemor van de linkse oppositie na, krijgt de minister weinig weerwoord. Geen partij, zelfs de PvdA niet, durft dan ook nog enthousiast te zijn over de grote hervormingen van de jaren negentig. Kritiek op de minister komt al snel over als het verdedigen van de gehate vernieuwingen.

Maar hoe groot is de breuk met het verleden nou echt?

Eind 2003 zei Van der Hoeven dat de basisvorming in de laagste klassen van de middelbare school afgeschaft zou worden. Tien jaar daarvoor, in 1993, voerde toenmalig staatssecretaris Wallage (PvdA) deze vernieuwing in. Het was een sterk verwaterde versie van het sociaal-democratische ideaal van de 'middenschool' uit de jaren zeventig. Toenmalig minister Van Kemenade (PvdA) zag destijds nog voor zich dat leerlingen van alle niveaus samen les zouden krijgen. Dit zou de emancipatie van kinderen met een sociaal-economische achterstand bevorderen.

De middenschool bleek onhaalbaar, maar met het compromis van de basisvorming ging de Tweede Kamer akkoord. Mavo-, havo- en vwo-leerlingen kregen sindsdien in de eerste drie jaar hetzelfde, uitgebreide, pakket (vijftien vakken). In gezamenlijke brugklassen zouden kinderen van verschillende niveaus terechtkomen.

Al snel kwamen de problemen. Voor mavo-scholieren was het programma te zwaar, vwo-scholieren misten diepgang. Het bracht staatssecretaris Adelmund (PvdA) ertoe in 2001 het lesprogramma te differentiëren. Niet langer moest iedere leerling een eenvormig programma volgen, maar moest dat van het niveau van die leerling afhangen. Het was toen dus al afgelopen met de laatste middenschool-elementen in de basisvorming.

Onder scholen was de basisvorming nooit geliefd. Anders was dat met de tweede vernieuwing die onder Wallage bedacht werd: de Tweede Fase in de bovenbouw van havo en vwo. Hij vond dat er te veel kinderen naar het hoger onderwijs gingen. Bovendien waren ze er slecht op voorbereid. Sinds 1998, onder Wallages opvolger Netelenbos, volgden leerlingen daarom een breed pakket van algemeen vormende vakken en een profiel, zoals 'natuur en techniek'.

De meeste scholen, de Tweede Kamer én de organisaties voor vakdocenten zagen veel in de plannen. Er zou minder tijd voor diepgang zijn, maar leerlingen kregen een veel bredere en zwaardere opleiding. Bovendien moesten leerlingen beter voorbereid zijn op de informatiemaatschappij. Zij zouden meer zelfstandig werken en meer werkstukken maken. Leraren zouden 'begeleiders' worden. Deze filosofie heet het Studiehuis.

De stemming sloeg rond de eeuwwisseling om. Het lesprogramma zou te zwaar zijn en leraren zouden weinig bakken van het begeleiden. De Tweede Kamer en staatssecretaris Adelmund vorige maand overleden besloten na een uit de hand gelopen scholierenstaking het programma vanaf 2000 drastisch te verlichten daarmee vergetend dat die verzwaring nou juist hun bedoeling was toen zij de Tweede Fase invoerden.

PvdA'er Adelmund kón het niet zeggen, maar zij was degene die de basisvorming en het Studiehuis afschafte. Van der Hoeven heeft weliswaar snellere verlichtingen aangekondigd, maar tot dusverre borduurt zij voort op het beleid van Adelmund. Opvallend is ook dat haar hervormingsplannen voor de brugklassen sterk lijken op die van het zojuist ten grave gedragen Studiehuis: zelfstandiger werken, de leraar als begeleider, profielen kiezen in plaats van losse vakken.

Volgens Van der Hoeven is het verschil met de jaren negentig dat deze ideeën zijn ontstaan door gesprekken met 'het veld' leraren, scholenorganisaties en ouders. Van een ,,opgelegd pandoer'' is niet langer sprake. Maar juist deze groepen waren aanvankelijk ook enthousiast over het Studiehuis. Bovendien is het Studiehuis evenmin ooit verplicht geweest.

De enige vernieuwing waar Adelmund níét aan kwam, blijft ook onder Van der Hoeven vrijwel onaangeroerd: het vmbo. Sinds 1999 zijn mavo, vbo en het speciaal onderwijs samengegaan. Op die manier zou de mavo minder een light-versie van het havo worden en weer voorbereiden op het beroepsonderwijs. Kinderen met leer- en gedragsproblemen zouden hun stigma kwijtraken door naar een 'gewone' school te gaan.

De Onderwijsinspectie waarschuwt al enkele jaren voor de gevolgen van deze vernieuwing: 15 procent valt uit, de weg naar het havo is voor mavo-leerlingen afgesneden, de aansluiting met het mbo is niet verbeterd en het geweld neemt toe.

Van middenschool tot Studiehuis

  • 1975 Minister Van Kemenade (PvdA) presenteert plannen voor een 'middenschool' een school waar leerlingen van alle niveaus tot hun vijftiende jaar gezamenlijk les zouden volgen.
  • 1993 Staatssecretaris Wallage (PvdA) voert de basisvorming in. Leerlingen van verschillende niveaus krijgen de eerste jaren een gezamenlijk pakket.
  • 1998 In de bovenbouw van havo en vwo worden de Tweede Fase en het Studiehuis ingevoerd. Het lesprogramma is zwaarder; leerlingen moeten zelfstandig werken.
  • 1999 Mavo, vbo en speciaal onderwijs fuseren tot vmbo.
  • 2000 Staatssecretaris Adelmund verlicht de Tweede Fase onder politieke druk een paar keer.
  • 2001 Adelmund verlicht de basisvorming. Het lesprogramma wordt gevarieerd per niveau.
  • 2003 Minister Van der Hoeven (CDA) komt met verdere aanpassingen van de basisvorming.
  • 2004 Van der Hoeven komt met plannen om de Tweede Fase en het Studiehuis aan te passen. Scholen krijgen meer vrijheid het programma zelf in te richten.

Dit is het eerste deel in een tweeluik over het beleid van minister Van der Hoeven.

2 december 2005

Van der Hoeven maakt geen einde aan onderwijsvernieuwing

Het studiehuis, de minister en de media

Door onze redacteur Mark Duursma in NRC 3 december 2005

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) verbaasde vriend en vijand door te stellen dat ze het mes in het studiehuis zou zetten. Dat was namelijk al eerder gebeurd.

ROTTERDAM, 3 DEC. Als het een opzetje was, is het zonder meer geslaagd. Het effect moet zelfs de betrokkenen op het ministerie van Onderwijs hebben verrast.

Op 16 november opende de Volkskrant met het bericht 'Minister zet het mes in studiehuis'. Dat nieuws ontleende de krant aan een interview met Maria van der Hoeven, minister van Onderwijs, waarin ze aankondigde de bovenbouw van havo en vwo te willen aanpassen. Er moet meer ruimte komen voor kennisoverdracht in de tweede fase, aldus de minister. Leerlingen krijgen te veel vakken, verdieping ontbreekt. ,,De slinger is te ver doorgeslagen. Ik probeer een nieuwe balans te zoeken.''

Dezelfde avond kwamen RTL Nieuws en NOS Journaal met forse items over het studiehuis en het ingrijpen van de minister. Alom brak de kritiek op het zelfstandig leren los, van HP/De Tijd tot Netwerk. Het werd een publicitaire sneeuwbal die twee weken later nog steeds niet is uitgerold. Met als overheersend beeld: deze minister maakt een einde aan een doorgeschoten onderwijsvernieuwing die kennis verwaarloost.

Dat beeld klopt niet, zegt Marlies van Toren van het door OCW gefinancierde Adviespunt Tweede Fase, intermediair tussen het ministerie en scholen. ,,Onze verbazing over de publiciteit werd steeds groter. Iedereen schrijft elkaar over. Als de toon eenmaal is gezet, is er niets meer aan te doen.''

Het studiehuis wordt niet afgeschaft. Er valt niets af te schaffen, want scholen zijn niet verplicht om met deze didactische vernieuwing uit 1998 te werken. Ze mogen zelf weten in welke mate ze overstappen van klassikaal leren naar zelfstandig leren. Hét studiehuis bestaat dus niet, elke school kiest zijn eigen variant. Ze kunnen zelfs kiezen voor meer in plaats van minder studiehuis-werkwijze.

En de tweede fase dan, de inhoudelijke vernieuwing die gelijktijdig werd ingevoerd en waarbij de oude vakkenpakketten werden vervangen door vier profielen? Die wordt inderdaad aangepast per 1 augustus 2007. Maar die aanpassingen zijn al sinds 2003 bekend. Vakdocenten zijn al jaren bezig met de precieze invulling per vak, het wetsvoorstel ging deze zomer naar de Tweede Kamer. De suggestie dat Van der Hoeven nu ingrijpt, is dus op z'n minst curieus.

Volgens Mariëtte Hamer, onderwijswoordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer, is sprake van een bewust gecreeerd beeld. ,,Van der Hoeven wil zich profileren als minister van de daadkracht. Ze doet wel vaker ten onrechte alsof zij het verzonnen heeft.'' Volgens Hamer borduurt Van der Hoeven voort op herzieningsplannen van haar voorgangster Karin Adelmund (PvdA). Al snel na de invoering van de tweede fase was immers duidelijk dat zoveel vakken leiden tot versnippering. Op de website van OCW wordt dit bevestigd. Van der Hoevens voorstellen uit 2003 zijn ,,een nadere uitwerking'' van een nota uit januari 2002. Van der Hoeven trad aan in juli 2002.

Op 17 november stuurde de vaste Kamercommissie voor OCW een briefje naar Van der Hoeven. De Kamerleden toonden zich ,,zeer verrast'' door het nieuws van de dag daarvoor. Uit de brief: ,,De leden vragen daarom of er - zoals de berichtgeving in de media doet suggereren - soms sprake is van een koerswijziging ten opzichte van eerdere voorstellen met betrekking tot de Tweede Fase. [...] Indien er sprake is is van een koerswijziging, dan willen de leden graag weten waarin de nieuwe koers precies verschilt ten opzichte van eerdere voorstellen.''

Daar is geen sprake van, antwoordde de minister op 21 november. De Tweede Kamer heeft in september wel degelijk gesproken over de definitieve voorstellen voor aanpassingen in de profielen en meer vrijheid voor scholen ten aanzien van hun examenprogramma. Van der Hoeven: ,,Deze aspecten hebben vanaf de aanvang deel uitgemaakt van de voorstellen.'' Van nieuwe voorstellen is in het interview in de Volkskrant geen sprake, bezweert de minister.

Geen nieuws dus. Waarom dan toch alle commotie? Omdat de timing perfect was. Een maand eerder verscheen de eerste omvangrijke evaluatie van de tweede fase. Over de hele linie viel die niet slecht uit, maar de aandacht ging naar de onvrede van universitaire docenten over het dalende kennisniveau van eerstejaars studenten. 'Studiehuis mislukt' kopte NRC Handelsblad boven een hoofdredactioneel commentaar. Tal van columnisten grepen hun kans, de afrekening werd met hernieuwd elan ingezet.

Pieter Hettema, voorzitter van de verening voor schoolmanagers in het voortgezet onderwijs, gelooft niet in opzet van Van der Hoeven. ,,Ik denk dat ze zich heeft laten meeslepen. Het is namelijk niet bepaald handig wat ze heeft gedaan. Ze heeft voor veel verwarring gezorgd, zelfs goed ingevoerde mensen denken dat er weer een wijziging op stapel staat. Terwijl ze dachten dat we alles duidelijk hadden afgesproken. De minister moet geen afstand nemen van de tweede fase, daar is niemand bij gebaat.'' Mede namens andere organisaties uit het voortgezet onderwijs vroeg Hettema onlangs aan de Tweede Kamer om zich niet te laten misleiden door negatieve berichtgeving in de media. Hun boodschap: laat scholen vooral in vrijheid voortgaan op de ingeslagen weg.

Dit is het laatste deel van een tweeluik over het beleid van minister Van der Hoeven. Het eerste deel verscheen gisteren en is te lezen op www.nrc.nl

3 december 2005