We hebben 283 gasten online

2005 Pierre Diederen: Scholen schuldig aan groot deel van verzuim leerlingen

Gepost in Onderwijs

Pierre Diederen in de Gelderlander 26 november 2005

en mijn reactie:

Ongenuanceerd en Onjuist

Jo Swaen

Middelbare scholen sturen leerlingen te pas en te onpas naar huis. Dat schoolverzuim is een groter probleem dan spijbelgedrag, aldus Pierre Diederen.

Door een initiatief van de Partij van de Arbeid zullen binnenkort speciale spijbelrechters de notoire spijbelaars gaan aanpakken. Beleidsmakers weten dat spijbelen kan leiden tot crimineel gedrag en het is daarom niet verwonderlijk dat men het probleem wil aanpakken.

De beleidsmakers begaan echter een grove vergissing als zij bij het voorkomen van spijbelgedrag alleen kijken naar de leerlingen die niet naar school willen. Verreweg het meeste ongeoorloofde schoolverzuim wordt namelijk veroorzaakt door scholen voor voortgezet onderwijs die leerlingen te pas en te onpas naar huis sturen.

De regelgeving op het gebied van de leerplicht is duidelijk. Kinderen tussen acht jaar en zestien jaar moeten gedurende duizend klokuren per jaar naar school. Als zij vijf dagen per week les krijgen, dan zijn er maximaal zestig vrije dagen per jaar.

Scholen zijn verplicht om te melden hoe zij invulling geven aan die verplichtingen.

Zodra kinderen door de brugklas heen zijn, weten ouders dat scholen zich helemaal niet houden aan de regelgeving. Kinderen op het Stedelijk Lyceum in mijn woonplaats Roermond bijvoorbeeld krijgen dit jaar achttien extra vrije dagen. De leerlingen uit de examenklas VMBO van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond kregen vorig jaar dertig extra vrije dagen.

Vrijwel alle scholen in Nederland scoren met hun aantal extra vrije dagen tussen deze twee uitersten en er is bijna geen schoolgids te vinden waarin klip en klaar wordt gemeld wanneer kinderen vrij zijn.

Ouders worden vaak plotseling geconfronteerd met de gevolgen van het extra vrij van hun pubers. In de gewone schoolvakanties die twaalf weken duren kan het al moeilijk zijn om invulling te geven aan de dagbesteding. Tijdens de extra vrije dagen kunnen ouders meestal niet anders dan hun kinderen aan hun lot overlaten. Ouders zijn zelf niet vrij en broers en zussen ook niet. Langdurig uitslapen, op de bank hangen, achter de computer zitten en rondhangen in het winkelcentrum zijn op deze dagen de onschuldige manieren waarop tijd wordt verdreven.

Voor kinderen die dreigen te ontsporen zijn langdurige periodes waarin zij zelf structuur moeten geven aan hun leven extra slecht. Een dertienjarige die zichzelf tien weken lang moet vermaken in een achterstandswijk loopt risico. Hij is te jong om te werken en zijn ouders hebben niet genoeg geld om op vakantie te gaan. Hij is blij als de vakantie voorbij is, maar dat zal hij natuurlijk nooit toegeven.

Ook buitenstanders ervaren de gevolgen van verveelde schooljeugd. In woonwijken en stadscentra wordt vaak melding gemaakt van overlast door hangjongeren. Dan maakt het veel uit of de jongeren twaalf weken vrij hebben per jaar, zoals de wet voorschrijft, of dat zij gedurende ruim zeventien weken per jaar zelf invulling moeten geven aan hun tijd. Als de lokale politiek de overlast van hangjongeren wil aanpakken dan lijkt het voorkomen van het institutioneel schoolverzuim belangrijk.

De rol van de onderwijsinspectie is opmerkelijk. Basisscholen worden meteen door de inspecteur op de vingers getikt als zij een kwartiertje extra vrij geven. Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen ongestoord hun eigen regels toepassen. De inspecteur signaleert dat er een probleem is en daar blijft het bij. In het inspectierapport wordt gemeld dat de school onvoldoende presteert bij het aanbieden van leertijd.

De directies van scholen voor voortgezet onderwijs zijn zich bewust van het probleem. Doordat het extra vrij jaren lang is gedoogd is het moeilijk de zaak nu recht te trekken. In het krachtenveld dat bestaat tussen de belangen van kinderen die genoeg leertijd moeten krijgen en leraren die niet te veel moeten werken, wegen de belangen van de leraren zwaarder.

Leraren hebben een sterke rechtspositie die wordt beschermd door machtige onderwijsbonden. De directies vinden dat zij te weinig middelen hebben om beide belangen adequaat te behartigen. In plaats van dit probleem met luide stem te melden in Den Haag kiest men er voor de leerling te kort te doen. Dat is de makkelijkste weg en vanwege de concurrentiepositie ten opzichte van andere scholen geeft men liever geen ruchtbaarheid aan de problemen.

Op de jaarlijkse ouderavond op het Stedelijk Lyceum in Roermond gaf de leerplichtambtenaar een inleiding. Als ik mijn kinderen zonder toestemming thuishoud, dan krijg ik een flinke boete. Terecht denk ik dan, maar ik wil mijn kinderen helemaal niet thuishouden en dat willen de meeste ouders niet.

Ik wil dat mijn kinderen naar school gaan, dat is goed voor ze. En als de school de kinderen onaangekondigd extra vrij geeft dan erger ik me groen en geel, maar ik kan er niets aan doen.

Pierre Diederen is vader van vier schoolgaande kinderen.

Ongenuanceerd en Onjuist

Na toezending van de column van Pierre Diederen bleek dat ik de inhoud ervan al vaker voorbij heb zien komen

Ik kende de column dus al.

Wat me vooral opvalt is dat hij de suggestie wekt dat scholen 'te pas en te onpas leerlingen naar huis sturen'.

Dat nu is naar mijn mening onjuist. Hij geeft hier een waardeoordeel dat hij niet kan onderbouwen. Generaliseren is leuk maar hij geeft twee voorbeelden en plaats de hele sector aan de schandpaal.

Een school is verplicht leerlingen op te vangen als er door wat voor reden dan ook lessen uitvallen. Scholen doen dat dan ook.

Wel is het zo dat er blijkbaar grote verschillen voorkomen. Daar waar dat gebeurt dient de inspectie op te treden.

Als er al lessen uitvallen wordt er althans op mijn school het rooster aangepast. Komen er tussenuren voor dan kunnen leerlingen terecht in het Schoolcentrum of werkzaam zijn op daartoe ingerichte studieplekken. Nooit zal worden toegestaan dat leerlingen de school verlaten.

De heer Diederen formuleert aldus:' Een dertienjarige die zichzelf tien weken lang moet vermaken in een achterstandswijk loopt risico''

Hoezo moet een dertienjarige zich tien weken lang vermaken. Dat is toch niet de werkelijkheid. Die leerling bestaat alleen in de fantasie van dhr. Diederen. Of zijn er geen ouders meer die zorg dienen te dragen voor hun kinderen. Alsof leerlingen tien weken achter elkaar vrij zijn. En komt ‘de leerling’ altijd uit een achterstandswijk?.

Wat kan een school eraan doen als een leerling uit een achterstandswijk komt.

Citaat: ‘In het krachtenveld dat bestaat tussen de belangen van kinderen die genoeg leertijd moeten krijgen en leraren die niet te veel moeten werken, wegen de belangen van de leraren zwaarder.

Wat een onzin! Hier wordt een tegenstelling opgeworpen die er helemaal niet is. Alsof leraren er op uit zouden zijn de belangen van leerlingen te schaden.

Waarom dan toch de zaak zo voor te stellen? Het enige doel is blijkbaar om via een achterdeur de rechtspositie van de docenten aan de orde te stellen. Want die worden beschermd door de machtige onderwijsbonden. En de arme directies(aan hen ligt het dus blijkbaar niet) hebben niet de middelen om aan het geschetste probleem iets te doen.

Citaat:’Ik wil dat mijn kinderen naar school gaan, dat is goed voor ze.’

Hier wordt net gedaan alsof de kinderen van de heer Diederen geen scholing meer krijgen. Hoe ver kun je gaan met een sector zo neer te zetten.

Citaat: En als de scholen onaangekondigd extra vrij geven erger ik me groen en geel, maar ik kan er niets aan doen”.

Scholen geven onaangekondigd vrij? Ik waag dat te betwijfelen omdat ik als vader van drie schoolgaande kinderen nooit heb meegemaakt dat er onaangekondigd vrij werd gegeven.

Ten slotte: Pierre Diederen stelt een probleem aan de orde. Maar in zijn betoog slaat hij links en rechts om zich heen.

Wat is het door hem geschetste probleem? Leerlingen hebben te veel vrij buiten de toegestane weken.

Wie is daar schuldig aan? De titel van zijn column geeft aan ‘ Scholen schuldig aan groot deel van verzuim leerlingen’. Maar in de column zelf schrijft hij dat de directies er ook niets aan kunnen doen omdat zij te weinig middelen hebben. Verder geeft hij aan dat leerlingen “in het krachtenveld dat bestaat tussen leerlingen en leraren, de belangen van de leraren zwaarder wegen’.

Juist het zijn dus de leraren volgens Diederen die er allemaal de schuld van zijn. Maar waarvan eigenlijk. Is het juist niet zo dat die leraren er zorgvoor dragen dat de kinderen in ons land opgevoed worden tot mondige burgers en toe worden gerust om in hun verdere arbeidzame leven hun weg te kunnen vinden

Makkelijk om zo ongenuanceerd uit de hoek te komen. Ach, die leraren hebben althans in de ogen van de heer Diederen dan ten minste nog een functie: die van schuurpaal.

En wat betreft die leraren. Wellicht zou de heer Diederen op mijn website www.blikopdewereld.nl eens een aantal artikelen kunnen lezen over ‘De staat van het Nederlandse onderwijs’. Misschien zou hij zich dan ietwat genuanceerder kunnen uitdrukken over hen die in dit land onderwijs geven. Want gelukkig zijn er nog velen die met plezier werken in het onderwijs. Ondanks mensen als de heer Diederen die het niet kunnen nalaten de sector te beschadigen.

Drs. Jo Swaen Historicus

Docent geschiedenis en staatsinrichting en vader van drie schoolgaande kinderen.