We hebben 331 gasten online

2005 drs. Anneke de Vries enMonique Roso: Wie legt nog ziel en zaligheid in onderwijzen en doen leren?

Gepost in Onderwijs

2 reacties op artikel van prof. Heertje Studiehuis kon niet slagen van drs. Anneke de Vries en Monique Roso in NRC 26 november 2005

Ik heb genoten van Heertjes pleidooi (NRC Handelsblad, 18 november, Studiehuis kon nietslagen)).

Maar het is te laat: op het hbo is geen sprake meer van een op kennisverwerving gefundeerde lerarenopleiding. Dat hoefde immers niet langer? Het hbo paste zich snel aan de nieuwe 'eisen' aan en laat het nieuwe onderwijspersoneel heerlijk gemakkelijk door de opleiding rollen met een naar eigen inzicht te vullen portfolio onder de onbezwete oksel. Leuk voor het rendement en voor de centen van de bazen. Veel aandacht voor vaardigheden, het onderzoeken van de eigen competenties en het verhelderen van het zelfconcept. Eitje!

Van die docenten stromen de eersten binnen in onze scholen. En ze zijn hard nodig. Wie tegenwoordig een universitaire opleiding afrondt, kijkt wel uit alvorens ziel en zaligheid te leggen in het onderwijzen en doen leren van onze middelbare scholieren. Pas afgestudeerden komen er immers al snel achter, dat ze met overdragen van kennis aan leerlingen verdoemd zijn tot eeuwige armoede. Heertje houdt een pleidooi voor vakkennis. Voor universitair geschoolde docenten. Voor herstel van niveau op alle vlakken. Wie aan deze drie eisen voldoet, zal alleen komen als het salaris. daarmee in overeenstemming is. Dat is het niet meer en zal het ook nooit weer worden. Ondanks. het feit dat het ministerie zegt meer ruimte te geven aan LC en LD-functies. Deze functies worden domweg niet uitgedeeld aan hen die zich bezig houden met onderwijs. Op scholen tellen eerstegraads voorhossers in LD de laatste jaren tot hun pensioen af. Na hen komt een groep gemotiveerden, die ondanks schandelijke onderbetaling er maar niet toe komen het onderwijs te verlaten, omdat het ondanks alles een fantastische baan is. Ik behoor tot deze groep. En na ons de zondvloed. Dus blijft het pappen en nathouden en zullen er alleen maar meer 'nieuweleren' constructies worden ontwikkeld, die voor kennisverwerving en begripsvorming funest zijn, maar voor rendement en benoeming van on- of onderbevoegden zegenrijk. Het is diep triest.

DRS. ANNEKE DE VRIES, Leek

2

Prof. Heertje maakt in zijn pleidooi voor de herintroductie van de docent met vakkennis in het voortgezet onderwijs helaas geen onderscheid tussen inhoudelijke vakkennis en didactische kwaliteit. De ideale docent in het voortgezet onderwijs, van vmbo tot vwo, dient over beide te beschikken. Talrijk zijn de voorbeelden van universitair opgeleide docenten die, eenmaal losgelaten voor een klas, binnen drie maanden overspannen zijn. Het managen van een klas, hetzij door het geven van ouderwets degelijk frontaal onderwijs hetzij door het individueel begeleiden van leerlingen, vereist niet alleen inhoudelijke kennis van meetkunde, Latijnse grammatica dan wel Duitse poëzie, maar ook de vaardigheid om met jonge mensen om te gaan en met hen te communiceren. Die vaardigheid is niet afhankelijk van een lerarenopleiding op hbo- of wo-niveau. Die vaardigheid bepaalt wel of kennis kan worden overgedragen of niet. Het niveau van kennis maakt dan geen verschil: een docent die een vmbo' er inzicht in zijn dagelijkse leefomgeving kan bijbrengen en op die manier zijn leerling meer zelfvertrouwen meegeeft, is net zoveel waard als de docent die zijn vwo'ers kan uitdagen tot een intellectueel debat over de meerwaarde die de EU heeft voor het Nederlandse staatsbestel.

Ik deel de opvatting dat het studiehuis leerlingen te weinig inhoudelijke kennis meegeeft en hen vooral leert de 'copy-paste' -functie toe te passen. Ik deel ook de opvatting dat de status van het docentschap moet worden verbeterd; nu wordt het onderwijs door maatschappelijke organisaties en veel ouders beschouwd als respectievelijk informatiekanaal en alternatieve opvoeder. De vraag is of het aantrekken van louter universitair geschoolde docenten daartoe de meest heilzame weg is. Een grotere instroom van universitair geschoolde docenten verandert niets aan het huidige of toekomstige leerlingenbestand. Die hebben geen ontzag voor een doctoraal (inmiddels master) Frans, geschiedenis of economie maar wel voor een docent die effectief lastige leerlingen corrigeert, enthousiast is over zijn eigen vak, de sfeer in de klas aanvoelt en structuur biedt. Inhoudelijke kennis is belangrijk, maar didactische vaardigheden zijn essentieel.

Monique Roso, Leiden