We hebben 110 gasten online

2005 Thomas von der Dunk: De Mantra's van de onderwijskwakzalvers

Gepost in Onderwijs

in de Gelderlander 22 november 2005

Het is iets heel bijzonders, dat dan ook maar eens in de zoveel jaar voorkomt: een verstandige beslissing van de minister van Onderwijs. Maria van der Hoeven kondigde vorige week aan de introductie van het studiehuis op
de middelbare scholen terug te zullen draaien. Kennisoverdracht, niet het aanleren van in de praktijk op internet - vindtrucs geconcentreerde vaardigheden dient weer centraal te staan.

Dat werd hoog tijd, omdat al dat zelfstandig leren niet tot betere, maar juist tot slechtere onderwijsresultaten heeft geleid. Onder het motto dat kennis toch steeds sneller veroudert, hoefden kinderen niets meer te weten, mits zij het maar konden opzoeken, waarna zij inderdaad steeds minder wisten. Dat was ook exact zo vanuit 'het veld' voorspeld, maar stelselmatig genegeerd omdat het klassikale lesgeven taboe was verklaard en de permanente
verandering tot dogma was verheven. Het is daarom nuttig even terug te zien op de wijze, waarop al die veranderingen jarenlang van bovenaf zijn doorgedrukt.

De zogenaamde onderwijsdeskundigen van nu zijn namelijk als de kwakzalvers in de Middeleeuwen. Ze kennen voor alle echte en vermeende kwalen maar één remedie. Voor kwakzalvers was dat toen aderlaten. Voor onderwijsdeskundigen
is dat nu vernieuwen. Als een patiënt lang geleden ziek werd, werd er adergelaten. Als dat niet bleek te helpen, werd er nog meer adergelaten. En als de patiënt overleed luidde de conclusie dat er dus te weinig adergelaten was. Wie zich tegen aderlaten verklaarde, plaatste zich buiten de maatschappij. Vervang 'ziekenzorg' door 'onderwijs', en 'aderlaten' door
'vernieuwen', en u heeft de kern van de denktrant van de hervormers die sinds enige decennia het onderwijs teisteren.

Drie beweringen springen daarbij steeds weer in het oog.

Ten eerste: als het misgaat ligt dat altijd aan recalcitrante scholen die de nieuwe Waarheid niet willen slikken, nooit aan die Waarheid zelf.

Ten tweede: die Waarheid ontkent juist het probleem. Zo verkondigen de veranderaars bij voorkeur dat niet het kennisniveau van leerlingen, maar hun gebrek aan studievaardigheden het echte aansluitingsprobleem met de
universiteit vormt wat dan al snel opgevat blijkt te moeten worden als gebrek aan mondigheid. Wel, mondig zijn Nederlandse studenten genoeg. Ze hebben over alles een mening, alleen is die vaak nergens op gebaseerd.

En de derde mantra waarmee steevast geprobeerd werd tegenstanders te intimideren is die van de zich voortdurend wijzigende maatschappelijke context. Het bestaande onderwijs zou nog in de grauwheid van de klassikale jaren vijftig blijven steken en 'dus' niet meer bij die context aansluiten.
Het klinkt heel gewichtig, maar wat voor wijzigingen in de maatschappelijke context dat dan zouden zijn, wordt nooit uitgelegd.

Neem een vak als Duits. De 'maatschappelijke context' waarbinnen de kennisverwerving van het Duits plaats vindt, laat zich thans als volgt samenvatten. Het Duits is de taal van onze oosterburen en onze belangrijkste handelspartner. Het wordt binnen Europa veruit het meest als moedertaal gesproken, en wij zelf spreken het van huis uit niet. Dat was allemaal vijftig jaar geleden ook al zo.

Adequaat gebruik van het Duits vergt een voldoende woordenschat, beheersing van grammatica plus syntaxis, alsmede een logische betoogopbouw. Omdat men
vroeger eveneens bij voorkeur geen wartaal sprak, is ook dat dus niets nieuws.

Meer specifiek: met Duits kun je in maatschappelijke context vier nuttige dingen doen. Ten eerste kun je het spreken. Dat is handig als je de grens over komt en eens iets tegen iemand wil zeggen. Omgekeerd komen zulke mensen soms wel eens hier. Dat was beide vroeger ook al zo.

Ten tweede kun je het lezen. Dat is handig vanwege het bestaan van boeken en brievenbussen (zowel driedimensionaal als digitaal). Dat was vroeger ook al zo.

Ten derde kun je het schrijven. Dat is handig als je eens wilt reageren op wat er zoal in je brievenbus belandt. Dat was vroeger ook al zo.

Ten vierde kun je daarmee op een wat hoger niveau kennis nemen van de cultuur van de buren. Die wonen daar al wat langer dan vandaag en ze worden evenmin met uitsterven bedreigd. Ook in dat opzicht is de maatschappelijke context van het Duits niet zodanig veranderd dat dit tot permanente onderwijsmutilatie zou dwingen. In plaats van met dergelijke drogredenen te
strooien zouden al die onderwijshervormers ook eens een poging moeten ondernemen om zelf te snappen wat zij nu eigenlijk bedoelen.

De meeste direct betrokkenen ontgaat dat volkomen.

Thomas von der Dunk in de Gelderlander 22 november 2005