We hebben 223 gasten online

2005 Jan Paalman: Het nieuwe afleren 3 delen

Gepost in Onderwijs

de Gelderlander 22 oktober 2005

Er bestaat zoiets als het Moerman-argument. Je wijst op een ramp en daarom is je oplossing een goed idee. Maar uit het feit dat dokter Moerman de diagnose kanker kon stellen volgt niet dat zijn dieet van duivenvoer helpt tegen kanker. Zo beweren heel wat onderwijskundigen dat er van alles mis is met het oude onderwijs. Ze pleiten voor een nieuwe vorm van leren, voor authentiek leren, voor competentiegericht onderwijs. Het ministerie is fel voor, de schoolmanagers zijn voor en ook de Onderwijsraad. Steeds meer scholen bekeren zich tot het nieuwe leren. Een goed idee?

Het oude onderwijs voldoet niet, zeggen de voorstanders. Het moderne kind is emotioneel verwaarloosd, ongedisciplineerd, heeft eelt op de duim van het sms’en, troebele ogen door slaapgebrek en is uitsluitend te boeien door een soapverhaal of een computergame. ’Die kun je niet meer boeien met klassikaal onderwijs’, zegt onderwijskundige Maarten Koudstaal. De school is voor de huidige generatie leerlingen vreselijk saai, aldus Wil Segeren van de OMO-scholengroep en bedenker van het experiment De Nieuwste School. ‘Ze willen praten als het hén uitkomt. Ze willen leren wat zíj belangrijk vinden. En dat halen ze ’s avonds van internet. Dat vragen ze heus niet aan de meester.’

Het nieuwe leren is dus een aanpassing aan de nieuwe leerling. Geen toetsen meer, geen klassikaal onderwijs, geen boeken. Vakkennis is niet echt belangrijk, want die is na drie jaar verouderd. Het gaat niet om wát je leert, maar hóe je leert. ‘De leerling moet zelfstandig invulling geven aan het leerproces’, zo schrijft de Onderwijsraad in beroerd Nederlands, ‘hij moet zelf kennis vergaren en toepassen’. De toets wordt vervangen door het portfolio, het dossier waarmee de leerling zijn competenties kan bewijzen.

Daarmee verandert onherroepelijk de rol van de leraar. Vakkennis is voortaan ondergeschikt aan het vermogen om de leerling te begeleiden en dat is nu al te merken. Afgestudeerde onderwijzers, zo bleek dit jaar, kunnen niet beter rekenen en schrijven dan de kinderen van groep 8. Op de lerarenopleidingen wordt 80 procent van de tijd besteed aan pedagogiek en de resterende 20 procent aan vakkenis. Een aankomende leraar Frans of wiskunde, zo heeft iemand uitgerekend, heeft alles bijeen zeven maanden om zijn vak te leren. De leraar is niet meer de alwetende tiran die zijn kennis in tegenstribbeldende hoofden ramt. Nee, hij is nu coach. Leerprocesbegeleider. Niet meer dan een Google-assistent, zo hoonde een cynicus.

De leerling moet zelfstandig kennis vergaren. Dit is het zwakke punt van het nieuwe leren. Nu zijn er twee soorten onwetendheid. Als de leerling merkt dat hij kennis tekort komt en kan hij die bijspijkeren. Veel verraderlijker is de tweede vorm van onwetendheid: niet weten wat je niet weet. Dat je er geen flauw idee hebt iets heel belangrijks over het hoofd te hebben gezien. En als de docent, de coach, de leerprocesbegeleider, dit vanwege zijn steeds mindere vakkennis ook niet ziet dan is het examenvervangende portfolio al gauw gevuld met waardeloze rommel. Met heimwee denk ik terug aan de docenten van mijn oude gymnasium. Die lieten hun stokpaarden nog vakkundig door de klas draven, die sleepten ons tegenstribbelend naar film, opera en concert. Paalman, niet mekkeren, je gáát! Ik ben er die verlichte despoten nog steeds dankbaar voor. Het bijbrengen van het onbekende onbekende is misschien wel de belangrijkste taak van een docent.

Zonder dat de politiek er zich mee bemoeit zet het nieuwe leren zijn opmars voort. De eerste uitslagen zijn al binnen. Het Studiehuis, zo bleek deze week uit een evaluatierapport van minister Van der Hoeven, is mislukt. Universiteiten klagen steen en been over het niveau van de aankomende student. Volkskrantcolumnist Kees Beekman nam deze week ontslag bij zijn ROC omdat het nieuwe leren op zijn school op een ramp was uitgedraaid. De hogescholen van inHolland voerden drastisch het competentiegericht leren in en staan nu in de Keuzegids Hoger Onderwijs te kijk als de slechtsten in Nederland.

In zijn radicaalste vorm is competentiegericht onderwijs een sprong in het duister. Hoogste tijd dat de politiek er zich mee gaat bemoeien en het nieuwe leren kritisch tegen het licht houdt. Anders staan over een paar jaar heel wat docenten in het kader van het nieuwe afleren valse paarlen te strooien voor echte zwijnen.

Jan Paalman
22 oktober 2005

Het Nieuwe afleren (2)

Jan Paalman in de Gelderlander 12 november 2005

Over een klein jaar gaat Gerrit naar de hele grote school, naar het middelbaar onderwijs. Ooit was dat een vreugdevolle mijlpaal op weg naar de volwassenheid maar nu houd ik mijn hart vast, want daar wacht hem het Studiehuis waarvan nu vast staat dat het op een totale mislukking is uitgelopen. Daar is, om een willekeurige tekst uit het Nieuwe Leren te citeren, ‘niet de lesvorm het interessantst of het leerboek of de docent, maar het leren van de student.’ Anton van Hooff, die tot voor kort aan de universiteit leraren klassieke talen opleidde en nu weer voor de klas staat, schetste onlangs hoe het er tijdens een ‘zelfstandigheidsuur’ aan toegaat.

‘De leerlingen zijn nu immers zelf verantwoordelijk, dus mag de leraar er zich onder geen beding mee bemoeien dat ze niets uitvoeren. Hij drentelt maar eens langs de studienisjes en groepstafels, hunkerend naar een leerling die hem aanklampt. Hé, daar hebben enkele leerlingen waarachtig hun boeken voor Grieks geopend. Maar nee, ze komen er wel uit, zeggen ze. Hij druipt af en verschanst zich in zijn uitkijkpost. Hij kijkt nog eens rond en pakt zuchtend zijn krant.'

Niet eens zo lang geleden had je met je diploma HAVO en VWO gegarandeerd toegang tot hoger onderwijs. Dat is niet meer zo. Universiteiten zijn gaan selecteren aan de poort, wie onderwijzer wil worden moet eerst toelatingsexamen doen, op de school voor journalistiek controleren ze eerst of je minstens zo goed kunt spellen als een kind van groep 8. (Dertig procent blijkt dat niet te kunnen!). Nu moet u begrijpen dat het Studiehuis juist was opgezet om het middelbaar onderwijs beter bij het hogere onderwijs aan te laten sluiten. Niet dus. Ze kunnen minder, ze weten minder, zo is de algemene klacht. Het enige lichtpunt is dat leerlingen heel bekwaam zijn geworden in het boeiend presenteren van gebakken lucht.

Hoe heeft het zover kunnen komen? ‘We zijn door de Studiehuislobby vakkundig ingepakt’, zegt Ursie Lambregts nu, onderwijsspecialist en Tweede Kamerlid voor D’66. ‘Noem het domheid, noem het zinsbegoocheling. Niemand stond er bij stil dat ‘leren leren’ pas kans van slagen heeft als je eerst de puberteit afschaft’.

Al komt het inzicht rijkelijk laat, ze heeft gelijk. De kritiek op het Studiehuis richt zich uitsluitend op het gebrek aan kennen en kunnen van de leerling maar laat de pedagogisch gevolgen onderbelicht.

Kinde­ren hebben steeds minder con­tact met volwassenen. Hun ouders hebben het te druk, druk, druk, en docenten mogen zich steeds minder met hun leerlingen bemoeien. De jeugd dreigt daardoor in een pedagogisch niemandsland te belanden. In de jeugdcultuur bestaan volwassenen eigenlijk niet, bij MTV en de Music Factory zul je deze aliens nooit tegenkomen. En het zelfstandige leren ontneemt leerlingen de mogelijkheid om hun opvattingen, normen en waarden voortdurend te laten botsen met de normen en waarden van volwassenen. Terwijl schimmige leertrajectbegeleiders achter een computerscherm de voortgang van hun leerlingen volgen, moeten ze het zelf maar uitzoeken. Geplande onopvoeding, dat is het.

In Amerika heeft dat er toe geleid dat de criminaliteit bij kinderen - juvenile crime - enorm is gestegen juist waar je het niet verwachten zou: bij kinderen van de keurige midden­klasse. Die vinden bij jeugd­ben­des de hechte band die ze thuis moet missen. Dat had een waar­schuwing moeten zijn. Maar nee. Juist op het moment dat de jeugd steeds vaker rammelend van de vlinder­messen de scholen binnenliep, uitgerekend op dat moment kwam men op het briljante idee van het docentarm onder­wijs. Ze komen toch al weinig volwassenen tegen. Het kan vast wel minder!

Als je ziet waar de culturele en sociale elite bij voorkeur zijn kinderen naar toe stuurt dan is het niet moeilijk om heel cynisch te worden. Die klasse weet uit eigen ervaring hoe belangrijk onderwijs is voor het bevechten van een leuk stekje op de apenrots. De elite stuurt zijn kinderen het liefst naar scholen met een overmaat aan docenten en heel veel ‘contact-uren’ en ze weet verdomde goed waarom. Ze doen hun kinderen in België op school of naar de laatste bastions tegen het Nieuwe Leren, de categorale gymnasia en vwo’s. De minder fortuinlijke kinderen zullen het moeten doen met competentiegericht ziekenfondsonderwijs, waar zo min mogelijk docenten zoveel mogelijk leerlingen aan een wellicht waardeloos diploma moeten helpen

Heer, laat deze beker aan mij voorbij gaan.

Jan Paalman
12 november 2005

Het nieuwe afleren (3)

Jan Paalman in de Gelderlander 19 november 2005

‘De slinger is te ver doorgeslagen’ zei minister Maria van der Hoeven deze week. ‘Leren leren’ is niet meer genoeg, er moet potdomme ook kennis worden overgedragen. Ze zei het met een aplomb alsof ze iets revolutionairs had gezegd. Wie had ooit gedacht dat scholen bedoeld zijn om leerlingen van kennis te voorzien? Nou, ja. U waarschijnlijk wel. Maar hordes onderwijsdeskundigen vinden van niet. Kennis is niet zo belangrijk, zegt Ingrid Verheggen van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS), ‘want de helft is na drie jaar toch verouderd’. Hier past gegeneerd stilzwijgen of een hele column. Dat wordt dus een volgende column.

En naar welke kant is die slinger doorgeslagen? Nu ik me ben gaan verdiepen in het nieuwe leren weet ik het. Naar de maffe kant. In onderwijskundige kringen lopen invloedrijke kwakdenkers rond van wie ik het bestaan nooit eerder had vermoed.

Dat Clan Visser ’t Hooft, die als leider van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs het Studiehuis op poten zette, een overtuigd aanhanger is van New Age stelde me toen al niet echt gerust. Maar nu ik het gedachtengoed van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum tot me heb genomen is mijn ongerustheid omgeslagen in paniek. Het APS is een studiecentrum voor het neutrale onderwijs – katholieke scholen hebben hun KPC en de protestanten hun CPS – en begeleidt honderden scholen op de moeizame weg naar het nieuwe leren.

Bij het APS kunnen docenten ‘hun innerlijke landschap’ verkennen door zich voor 750 euro per dag te verdiepen in het gedachtegoed van Palmer J. Palmer, een Amerikaanse mysticus die het onderwijs op spirituele grondslag wil vesten. “We geven les in wie we zijn’, zegt Palmer, dus moeten alle docenten eerst een innerlijke reis maken voordat ze zich aan het onderwijs wagen. Nou ja, daar kun je je schouders nog over ophalen - ‘het huis van mijn Vader heeft vele woningen’, niet waar? Maar voor het echte kwakdenken moet u eens op de APS-site (www.aps.nl) zoeken naar ‘hart-breinleren’. Dat is zo krankzinnig dat ik eigenlijk niet weet waar ik moet beginnen.

Bij het APS geloven ze dat het hart kan leren, dingen kan onthouden en zelfs kan voelen, zien en horen. Hoe beter de conditie van je hart hoe helderder je kan denken en hoe creatiever je bent. ‘Komt u vaak op gemaakte keuzes terug? Zo ja, kan het zijn dat u meer luistert naar uw hoofd dan naar uw hart?’ Waarschijnlijk zit het dan niet goed met uw hartcoherentie. O hemel. Wat nu? Nou, dan wordt het de hoogste tijd dat u eens leert werken met de hartsynchronisator, een apparaatje die uw hartfrequentie in beeld brengt en waarmee u uw hartslag kunt synchroniseren met uw brein. Dat is niet alleen gunstig voor het creatieve leren. Het hart-breinleren verlaagt ook het cholesterol en verhoogt je afweer tegen infectieziekten en helpt tegen slapeloosheid en verstopping. Dick Blase gaat al een paar jaar met die hartsynchronisator voor het APS de boer op en heeft intussen zo’n twintig scholen bekeerd. Voor de wetenschappelijke onderbouwing verwijst hij naar de Amerikaanse stichting Heartmath (www.heartmath.org)

Die site is een ware schatkamer voor kwakdenkers. Wist u dat op al uw DNA moleculen antennetjes zitten die in verbinding staan met een hogere creatieve werkelijkheid. Nee? Luister. ‘Er bestaat een energetische verbinding via resonantiemechanismen tussen structuren van een hogere dimensionale orde in het quantum-vacuum en het DNA in onze cellen. Het DNA molecuul in elke cel gedraagt zich als een antenne en demodulator die is afgestemd op het organiserend veld.’ Begrepen? En zo gaat dat maar door in ellenlange lappen tekst.

Niet alleen het APS gelooft in die onzin. Ook de inspirator van het Studiehuis, Clan Visser ’t Hoofd, is een warm voorstander en heeft er samen met Dick Blase van het APS een boekje over geschreven. Zij is lid van de Bruisbende, een clubje enthousiastelingen dat de nieuwe theorie onder het makke onderwijsvolk wil verbreiden. De club heeft weer connecties met andere instellingen van hoog zwevend gehalte, zoals het spirituele centrum Fimdholm in Schotland, waar men met behulp van elfen, kabouters en trollen de landbouw bedrijft. Als je dat weet verbaast je niets meer. Ook niet dat prinses von Lippe erelid is van de Bruisbende, onze bloedeigen prinses Irene die misschien weinig kennis heeft, maar dat ruimschoots goedmaakt met haar vaardigheid in het toespreken van bomen.

Jan Paalman

19 november 2005