We hebben 192 gasten online

2005 Gerard Reijn: 'Niveau van het onderwijs gedaald'

Gepost in Onderwijs

Interview: Hoogleraar Greetje van der Werf heeft het niet zo op het studiehuis

door Gerard Reijn Volkskrant 21 oktober 2005

Kinderen komen gemakkelijker op de havo en vwo dan vroeger, blijven minder vaak zitten en slagen gemakkelijker. Dat kan volgens Greetje van der Werf maar een ding betekenen: het niveau is gedaald.

‘Het is geen goed idee dat kinderen in de hoogste klassen van havo en vwo zelfstandig moeten leren werken. Ze zijn niet in staat hun eigen leerdoelen te stellen en leerprocessen in te richten. Uit leerpsychologisch onderzoek blijkt dat het overdragen van kennis effectiever is. Leerlingen geven daaraan trouwens ook de voorkeur.’

Greetje van der Werf (52), hoogleraar Onderwijzen en Leren aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in schoolloopbanen in het voortgezet onderwijs, heeft het niet zo op het studiehuis. Zeven jaar geleden werd dat ingevoerd in de hoogste klassen van havo en vwo.

Deze week bleek uit een evaluatie van al deze vernieuwingen door het Tweede Fase Adviespunt dat hogescholen en universiteiten steen en been klagen over de resultaten ervan.

Die vernieuwingen moesten er komen omdat het hoger onderwijs zo klaagde. Nu zijn ze er, en nu klaagt het hoger onderwijs. Professoren lijken net boeren: ze klagen altijd.

‘Ik denk dat dat deels waar is. Ik zou zeggen: baseer nieuw beleid niet op een paar klachten uit het hoger onderwijs, maar onderzoek eerst. Analyseer het niveau van de examens. Of toets het niveau van de eerstejaars die binnenkomen.

‘Kinderen komen makkelijker op het vwo en de havo dan vroeger, blijven minder vaak zitten en slagen makkelijker. Dat kan maar een ding betekenen: het niveau is gedaald. Dat past ook in het beleid. De regering wil dat 60 procent van de leerlingen naar het hoger onderwijs gaat. Die doelstelling is alleen te halen als het niveau daalt.’

Waar zit dan de fout in het systeem?

‘Er wordt vooral geklaagd over vakinhoudelijke kennis. Bij Nederlands zie je een ideologische discussie over wat vakinhoudelijke kennis is. Het gaat daar niet meer om spellen en grammatica, maar het gaat erom dat de leerling gedachten leert overbrengen.

‘Dat heeft natuurlijk effect op de leerlingen. Ze hoeven veel minder boeken te lezen, dus is het geen wonder dat ze veel Nederlandse schrijvers niet meer kennen. Bovendien: er zijn veel meer vakken dan vroeger, en die kosten allemaal tijd. Dus resteert minder tijd per vak.’

Kan het ook komen door de destijds ingevoerde profielen?

‘Daar heb ik nooit iets slechts over gehoord. Het lijkt me prima, zo kunnen kinderen niet meer voor een pretpakket kiezen. Al kunnen ze nog wel een pretprofiel kiezen. Wat ik veel gevaarlijker vind, is dat de wiskunde uit een deel van die profielen helemaal wordt weggehaald.’

De didactische aanpak zint u niet?

‘Nee. Mijn dochter zit in het studiehuis, dus ik zie dat gebeuren. Neem al die tijd die ze aan werkstukken moet besteden. Veel van die werkstukken dienen geen enkel doel. Ze krijgt er geen cijfer voor, en ze weet ook niet wat ze ervan moet leren. Moet ze leren een probleemstelling op te zetten? Moet ze leren samen te werken? Ze weet het niet. Ik zou voor veel van die werkstukken zeggen: weg ermee. Wie zegt dat kinderen daardoor zo goed informatie hebben leren opzoeken: dat hoeven ze nauwelijks te leren, want dat kunnen ze al.’

Dus kinderen moeten maar weer stilzitten en luisteren?

‘Dat is een onzinnige karikatuur. De docent kan heel goed kennis overbrengen zonder dat de kinderen passief moeten zijn.’

De middelbare scholen klagen ook dat ze niet genoeg geld hebben gekregen om het studiehuis goed in te voeren.

‘Het zou kunnen dat er is bezuinigd. Er zijn minder contact-uren, dus heb je minder docenten nodig. Maar ik weet niet of het beter wordt als je er meer geld in steekt, daar geloof ik niets van. In zo’n klas werkt iedereen in zijn eigen tempo. Als iemand iets wil vragen, gaat hij naar de docent toe, maar die legt dat dus maar aan één leerling uit. Dat is heel inefficiënt.

Bovendien stellen veel kinderen al het leren uit tot een week voor de toets, en dan leren ze alles in één keer. Het is bekend dat kennis die je op die manier leert, weer snel is verdwenen.’