We hebben 216 gasten online

2005 Redactioneel commentaar Volkskrant: Studiehuis voldoet niet

Gepost in Onderwijs

Redactioneel commentaar Volkskrant 20 oktober 2005

Sorry professor, zei een student ooit tegen neerlandicus Frits van Oostrom. Ik ben niet bijbels opgevoed, maar ik weet nu wel wie Jezus is. Eén vraag nog: wie is toch die Christus?

Van Oostrom vertelde deze anekdote over de geringe kennis van sommige studenten aan het begin van de jaren negentig. Klachten over de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs zijn dus allerminst nieuw. De invoering van de tweede fase in havo en vwo, in de volksmond het studiehuis, moest die aansluiting verbeteren. Dat is niet gelukt, is de conclusie van een evaluatie die minister Van der Hoeven van Onderwijs naar de Tweede Kamer stuurde. Die conclusie is ernstig. De invoering van het studiehuis was een radicale maatregel, die veel overhoop heeft gehaald. Toch blijft het aantal eerstejaars dat de prestatienorm (minimaal de helft van het aantal studiepunten) haalt, gestaag dalen. Volgens opleiders in het hoger onderwijs zijn de 'algemene vaardigheden' van studenten wel iets beter geworden, maar is hun vakinhoudelijke kennis achteruit gegaan. Al met al zijn zij niet positief. Kortom: het studiehuis voldoet niet aan zijn opzet.

Daarmee hoeft het studiehuis nog niet meteen te worden afgeschaft. Het debat over vernieuwingen in het onderwijs wordt vaak in ideologische termen gevoerd. Voorstanders van het studiehuis of 'Het Nieuwe Leren' ontwaren een enorme motivatiecrisis bij leerlingen die slechts bestreden kan worden door de totale vernieuwing. Tegenstanders verwijzen vaak te gemakkelijk naar het gymnasium of de hbs van weleer, alsof de Mammoetwet het onderwijs definitief vermoord zou hebben.

Deze discussie zou veel pragmatischer gevoerd moeten worden. Heimwee naar de hbs is zinloos, want samenleving en leerlingen zijn sinds 1968 nu eenmaal sterk veranderd. Het is wel degelijk zinvol leerlingen zelf aan het werk te zetten, bijvoorbeeld door ze werkstukken te laten maken of presentaties te laten houden. Maar, en daar hebben de critici van 'Het Nieuwe Leren' wel gelijk in, zulke werkvormen zijn alleen effectief als er eerst een basis van samenhangende feitenkennis is gelegd.

Het studiehuis is een product van de optimistische jaren negentig, toen die feitenkennis niet meer zo belangrijk werd geacht. Kennis verouderde immers waar we bij stonden, zo werd gezegd. Bovendien: op internet kon je toch alles opzoeken? Inmiddels wordt ingezien dat het toch wel handig is als studenten beschikken over een minimum aan gedeelde kennis, getuige het pleidooi voor een canon in letterkunde en geschiedenis.

Het studiehuis moet daarom meer aandacht geven aan feitenkennis. Daarnaast moet een evenwicht tussen instructie en zelfstandig werken worden gevonden. Want zonder een degelijke basis ontaardt 'zelfstandig werken' in een vrijblijvend potje googlen, waarna het resultaat met wat handig knip- en plakwerk ('essay') of een. vlotte babbel ('presentatie') in het portfolio van de leerling verdwijnt.