We hebben 222 gasten online

2005 Robin Gerrits en Gerard Reijn: Student niet wijzer van studiehuis

Gepost in Onderwijs

Woensdag 19 oktober 2005 Volkskrant 

Amsterdam de invoering van de Tweede Fase op Havo en VWO, bekend onder de naam Studiehuis, heeft de aansluiting met het hoger onderwijs in een aantal opzichten ernstig verslechterd. Uit een evaluatie van de Tweede Fase die minster van der Hoeven van Onderwijs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, bljkt dat eerstejaarsstudenten tegenwoordig minder weten van hun vakken dan hun voorgangers van voor het Studiehuis.

De problemen doen zich vooral voor in de natuurwetenschappelijke, technische en economische studierichtingen. Van de studieleiders van hbo-sectoren economie zegt 70 procent dat de vakinhoudelijke kennis achteruit is gegaan. Van de collega’s in technische studierichtingen zelfs 78 procent.

Op de universiteiten klaagt 67procent van de studieleiders van de economische studies dat de eerstejaars tegenwoordig minder weten en kunnen. Van de collega’s bij de natuurwetenschappen ziet 63 procent een achteruitgang. ‘Opleiders in het hbo en het wo zijn van mening dat – op de algemene vaardigheden na – vroeger alles een beetje beter was en op het vakinhoudelijke gebied zelfs veel beter’, zo stelt het Tweede Fase Adviespunt dat het evaluatierapport opstelde.

De tweede fase werd in 1998 op een aantal scholen en een jaar later overal ingevoerd. Kern ervan was dat scholen meer ruimte kregen om studieprogramma en aanpak zelf te bepalen; dat leerlingen de keuze kregen uit vier samenhangende profielen, en dat de scholieren zelfstandiger zouden gaan werken. Ze zouden moeten ‘leren leren’, zoals de leuze destijds luidde. In dat kader moeten bijvoorbeeld veel meer werkstukken worden gemaakt.

De veranderingen hebben ook enkele positieve effecten gehad. ‘Algemene kennis en vaardigheden’ zijn volgens de meeste studieleiders op hogescholen en universiteiten nu beter dan voorheen. Bovendien voelen studenten die het studiehuis hebben doorlopen, zich beter op hun studie voorbereid dan hun voorgangers. Zij zijn meer tevreden over de aansluiting van de middelbare school op het hoger onderwijs.

Het is voor het eerst dat een uitvoerige studie is gedaan naar de prestaties van de tweede fase. De onderzoekers constateren dat de scholieren steeds sneller de middelbare school doorlopen. Die trend bestond er al voor de invoering, maar zet door.

Het percentage scholieren dat zakte voor het eindexamen is tussen 1998 en 2004 bijna gehalveerd, terwijl in diezelfde periode het aantal zittenblijvers ook nog eens daalde, met ruwweg een derde. ‘Het percentage zittenblijvers is uiteindelijk in 2003 op alle fronten nog nooit zo laag geweest.’ De onderzoekers concluderen dat ‘het interne rendement’ van havo en vwo is gestegen.

Universiteiten klagen over gebrekkige kennis Nederlands

Woensdag 19 oktober 2005 Volkskrant Robin Gerrits, Gerard Reijn

Amsterdam Op de algemene vaardigheden is niets aan te merken. maar of het kennisniveau van de eerstejaarsstudent met de Tweede Fase is verbeterd, betwijfelt het hoger onderwijs.

Studenten die geen idee hebben wie de onlangs gelauwerde Harold Pinter is, die het verschil niet weten tussen de Balkan en de Baltische staten, die de Atlantische Oceaan situeren aan de kust bij Kroatië of eerstejaars geschiedenis zonder enig benul van Johan Huizinga. Docenten aan universiteiten en hogescholen schudden de voorbeelden van het gebrek aan kennis bij de eerstejaars studenten zo uit hun mouw.

Onlangs stuurde minister Van der Hoeven een evaluatie van de tweede fase, de hoogste klassen van havo en vwo, naar de Tweede Kamer. Dat stuk concludeert dat het met de kennis van nieuwe studenten weliswaar wat minder is gesteld, maar dat daar betere ‘algemene vaardigheden’ tegenover staan. Bij een rondgang langs docenten, decanen en coördinatoren op hogescholen en universiteiten is echter weinig enthousiasme te ontwaren voor het studiehuis. Sommige instellingen hebben bijspijkercursussen georganiseerd.

Ybo Buruma bijvoorbeeld, decaan van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen, ziet dat de taalbeheersing achteruit is gegaan. ‘Bij de vijfhonderd eerstejaars is een verbijsterende minderheid van zestig studenten die er werkelijk helemaal niets van bakt.’ Sinds enkele jaren wordt een rechtencollege gebruikt om de taal bij te spijkeren.

Rens Tacoma, docent oude geschiedenis aan de Universiteit van Leiden, merkt niet alleen dat de taalbeheersing belabberd is, maar ook dat de studenten dat niet erg vinden. ‘Ik moet hun vertellen dat ze een tekst foutloos moeten inleveren, en dat lukt ze van geen kanten. Maar ik weiger hun de taalregels alsnog te onderwijzen.’

Die gebrekkige beheersing van het Nederlands staat ook het aanleren van een andere taal in de weg, zegt Wolfgang Herrlitz, hoogleraar Duits in Utrecht. ‘Ze missen het grammaticale referentiekader.’ Herrlitz wijt dat niet alleen aan het studiehuis: de achteruitgang is volgens hem al veel langer gaande.

Het evaluatierapport constateert dat studenten tegenwoordig beter scoren op ‘algemene vaardigheden’. Ybo Buruma uit Nijmegen ziet dat ook wel. ‘Door de bank genomen zijn ze veel beter in presenteren. We hebben een soort nep-rechtbank waarin ze al als eerstejaars moeten optreden. Dat ging vroeger veel slechter.’

Maar Vincent Tassenaar, docent vaardigheden aan de Rijksuniversiteit Groningen, wil zelfs daarop afdingen: ‘Het vinden van relevante informatie, het kritisch bejegenen van bronnen, dat kunnen ze niet.’ Volgens hem is het zelfs niet zo dat de studenten tegenwoordig zelfstandig hebben leren werken. ‘Als je mensen zelfstandigheid bijbrengt, kun je verwachten dat ze zelf gaan opzoeken wat ze nog niet weten. Die houding ontbreekt ten enen male. Ze wachten allemaal tot de docent het komt uitleggen.’ Tassenaar heeft, kort gezegd, geen goed woord over voor de tweede fase: ‘Ik heb geen verbetering in het systeem kunnen ontdekken.’

Sinds het studiehuis is het plagiëren een ware plaag geworden, vooral onder studenten van slechte middelbare scholen. Want dat is ook heel opvallend, vindt Buruma uit Nijmegen: de verschillen tussen de scholen zijn enorm toegenomen. ‘Er zijn scholen die uitstekende studenten leveren, maar er zijn ook scholen waarvan de studenten helemaal niets kunnen.’

Op de universiteiten worden de categoriale gymnasia gezien als witte raven. ‘Van studenten die daarvandaan komen weet je tenminste dat het met hun taalbeheersing wel goed zit’, zegt Tassenaar.

Volgens de evaluatie zijn de klachten bij de bètastudies het grootst. Henk ter Steege is coördinator van de bacheloropleiding Werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Twente en docent in vakken als statica en dynamica. Hij merkte de invloed van het studiehuis meteen aan de cijfers van zijn eerstejaars.

Voor het tentamen statica slaagde in het verleden ruim 70 procent bij de eerste poging. Sinds het studiehuis is dat ruim 45 procent. Vroeger haalde 50 procent van de studenten hun propedeuse binnen een jaar; nu is dat nog rond de 30procent. Sinds dit jaar organiseert de faculteit een bijspijkercursus wiskunde, waaraan vrijwel iedereen moet meedoen.

Toch, zegt Ter Steege, is de kennis er wel. ‘Je moet ze alleen prikkelen om die te gebruiken.’ In het studiehuis zijn de leerlingen gewend geraakt de formulekaart te gebruiken en bij tal van bewerkingen de rekenmachine in te zetten. ‘Ze hebben wel trucjes geleerd, maar niet om achter de dingen te kijken naar het waarom.’

Een van de voornaamste doelstellingen was destijds de aansluiting met het hoger onderwijs te verbeteren. Tacoma: ‘Ik vind de aansluiting van middelbare school op universiteit niet verbeterd.’ Tassenaar: ‘Ze zijn mondeling vaardiger, denken alles te kunnen bediscussiëren. Ze hebben altijd een excuus als ze iets niet goed hebben kunnen doen en proberen overal een regelingetje voor te maken.’

Alleen André Boer, voorzitter van het Instituut voor Bewegingsstudies van de Hogeschool Utrecht, is enthousiast. ‘Het studiehuis sluit beter aan op het type onderwijs dat wij geven.’ Een vergelijking tussen de prestaties van de studenten oude en nieuwe stijl kan hij niet maken. Op het moment dat de eerste ‘studiehuizers’ bij zijn opleidingen fysiotherapie en cesartherapie binnenkwamen, gingen deze over op competentiegericht leren.