We hebben 162 gasten online

2005 Twee meningen over het Nieuwe Leren

Gepost in Onderwijs

In een bijdrage van Arjen Rienks 'Nepwetenschap is inspiratiebron nieuwe leren' in de Volkskrant van maandag 3 oktober 2005 wordt stelling genomen tegen het nieuwe leren.

In een reactie van Ingrid Verheggen in de Volkskrant van woensdag 5 oktober 'Hetze tegen nieuwe leren is onterecht' onderneemt de directeur van het APS een poging om de kritiek te pareren.

Gezien de toenemende discussie in Nederland lijkt het me goed deze 2 meningen in de staat van het Onderwijs in Nederland op te nemen.

Nepwetenschap is inspiratiebron nieuwe leren

door Arjen Rienks in de Volkskrant van 3 oktober 2005

Het nieuwe leren op middelbare scholen stoelt op semi-wetenschappelijke ideeën over breinleren, met kinderen als proefkonijn, oordeelt Arjen Rienks.

Martin Sommer, 22 september op Forum: 'Het nieuwe leren is een radicale pedagogische stroming die bezig is dominant te worden in Nederland.' Maar er is meer aan de hand. Het nieuwe leren is geen wetenschappelijke stroming, het is pseudowetenschap. Motor is het APS, Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. Op zijn website blijkt dat het instituut hoog opgeeft van 'hartbreinleren' volgens de HeartMath-organisatie in Californië. Hier gelooft men onder meer dat in het hart een minibrein huist dat informatie uitwisselt met hartbreintjes van andere mensen via radiogolven over DNA-antennes (nee, dit is niet overdreven). Deze, fysiologische en natuurkundige revolutie is helaas nooit gepubliceerd in de serieuze wetenschappelijke literatuur. . !

HeartMath: 'De theorie van hart-intelligentie (. . .) postuleert dat een energetische verbinding of koppeling van informatie via resonantiemechanismes optreedt tussen hoger-dimensionale structuren in het quantumvacuüm (georganiseerd op een holografische manier) en het DNA in onze cellen.'

Enkele APS-citaten: 'Wat we nu optimale verbinding tussen het emotionele brein en de cortex noemen, werd in de boeken over meervoudige intelligentie als hartintelligentie beschreven. De intelligentie van het hart streeft blijkbaar naar een complete intelligentie. Het maakt waarneming en verbeeldingskracht zo groot dat ieder probleem in een leermoment verandert.'

En: 'Het eindresultaat is wat de mensheid al eeuwenlang intuïtief geweten heeft: het hart vervult een krachtige rol in het veranderen van inzichten en het neerzetten van waarden die het geheel ten goede komen. Hart en brein in harmonie brengen, kan een complete intelligentie tot stand brengen.' En: 'Hoe meer je oefent, des te makkelijker het is bij de "intelligentie van je hart" te komen, of anders gezegd: hoe coherenter je wordt.'

De theorieën bestaan uit onbegrepen natuurkundige en biologische termen in bizarre verbanden met deze vage begrippen. De methode: leerlingen hoeven geen boeken te lezen, ze hoeven zich alleen maar aan te sluiten op een 'hartsynchrometer'. Het APS doet zelfs gezondheidsclaims, kennelijk heeft het ook medische expertise ('toename van gezondheid. en vitaliteit: met name in het immuunsysteem treden verbeteringen op, een significante verlaging van té hoge bloeddruk'). Men beroept zich op harde wetenschap maar heeft overduidelijk geen benul van wat neurofysiologie is, of biomedisch onderzoek, of cardiologie.

Voor het breinleren haalt men welgeteld één betrouwbare bron aan: het OESO-rapport Understanding the Brain, Towards a New Leaming Science. Zonder aan te geven hoe die bron het verhaal ondersteunt. Dat doet die bron ook niet, integendeel. Uit het hoofdstuk 'Neuromythologieën': 'Gezién het feit dat diegenen die breingebaseerde educatie verkondigen aan leraren, verzuimen ook de relatieve schaarste over te brengen van de research die hun claims moet ondersteunen, zouden leraren zich kunnen laten verleiden om te gemakzuchtig de zogenaamde breingebaseerde leerstrategieën aan te nemen, die niet gebaseerd zijn op wat voor bewijs dan ook."

De OESO formuleert het wollig,maar het komt hier op neer: ja, er zijn interessante neurowetenschappelijke resultaten die invloed kunnen hebben op het onderwijs in de toekomst. Maar de huidige verkopers van breinmethoden hebben geen enkel wetenschappelijk bewijs, ook al beweren ze het tegendeel. Leraar, trap er niet in.

Het APS is verder 'in de ban van het gedachtegoed van Parker J. Palmer', mysticus en Quaker, een protestantse sekte, die het onderwijs op spirituele grondslag wil vesten. De APS-website is vergeven van de obscure verwijzingen: edukinestetica, mindmapping, braingym ('door deze bewegingen gaat de energie (weer) stromen tussen beide. hersenhelften'). Anything goes bij het APS.

Het nieuwe leren is een grootschalig experiment met Nederlandse schoolkinderen als proefkonijn. Als een echte wetenschapper een proefdier voor onderzoek nodig heeft, is hij een half jaar bezig toestemming te krijgen. Als hij onderzoek met mensen wil doen oordeelt een ethische commissie of het om een wetenschappelijk onderbouwde methode gaat zonder onverantwoorde risico's, en moeten de proefpersonen vooraf instemmen. Maar als het APS op drijfzand gebaseerde methoden op kinderen loslaat is dat geen enkel probleem. Het ministerie van Onderwijs verwijst veelvuldig naar het APS, dat een dikke vinger in de pap van het onderwijsbeleid heeft.

Is de minister bekeerd tot het hartbreinleren? Zij gaf al eerder blijk niet in staat te zijn religie van wetenschap te onderscheiden, dus het zou mij niet meer verbazen.

Het onderwijs uitleveren aan pseudowetenschappelijk denken is gevaarlijk. Resultaten: de educatie van grote groepen jongeren draait in ,de soep, zij komen van school af zonder vakkennis, ouders die goede scholing willen vluchten in duur privé-onderwijs, tweedeling, werkloosheid en vacatures groeien. Het nieuwe leren is nepwetenschap die de samenleving zwaar kan beschadigen.

Arjen Rienks is freelance journalist

Hetze tegen nieuwe leren is onterecht

Over het nieuwe leren hebben velen hun, negatieve, oordeel al klaar. Maar over welk onderwijs precies de critici het hebben, blijft vaag, zegt Ingrid Verheggen, (directeur van het APS) die een paar misverstanden de wereld uit wil helpen.

Verschenen in de Volkskrant van woensdag 5 oktober 2005

De hetze gaat maar door, tegen het nieuwe leren. En er gaat steeds een schepje bovenop: op de venijnige toon, op de insinuaties, op de vooroordelen en op de uit hun verband gerukte gegevens. Afgelopen maandag verdiende Arjen Rienks er weer een prominente plek mee op de Forumpagina. Bij hem is het nieuwe leren zelfs een 'radicale pedagogische stroming' geworden die het land grote schade gaat berokkenen. Menig betrokken ouder en docent wordt de stuipen op het lijf gejaagd en scholen waarmee het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) al jaren goed samenwerkt, krabben zich achter de oren. Ik kan het betoogje van Rienks stap voor stap ontkrachten, maar als lezer vind ik die verdedigende stukjes nooit zo interessant.

Wat ik echt kwalijk vind, is dat de geïnteresseerde lezer niet of nauwelijks de kans krijgt zich een mening te vormen. Dat hebben de stukjesschrijvers allang voor hem gedaan. Ze nemen niet de moeite uit te leggen waarover het nu eigenlijk gaat en waarover iedereen zich zo druk maakt. Een basale journalistieke wet: eerst informeren, dan duiden, wordt met voeten getreden. Ik wil proberen dat verzuim goed te maken.

Het nieuwe leren is een paraplubegrip. Alles wat scholen doen dat afwijkt van de traditionele lessen, met de leraar voor de klas volgens een rooster, valt er inmiddels onder. Het gaat dus over scholen die werken met project- en themaweken tot en met scholen die alles overboord zetten en leerlingen zelf laten uitmaken wat ze willen leren. Een te uiteenlopende groep om over een kam te scheren. Helaas gebeurt dat voortdurend.

Scholen zijn om verschillende redenen overgestapt op andere vormen van onderwijzen en leren:

Om te beginnen leert een te grote groep leerlingen niet meer, of niet genoeg, op de traditionele manier. Deze leerlingen zorgen voor veel ordeproblemen en/of verlaten de school zonder diploma. Om die uitval terug te dringen, moet je dus op zoek naar manieren om ze wél te laten leren. Gymnasiumleerlingén veroorzaken geen ordeproblemen, maar klagen wel over saaie lessen waarin iedere leerling in hetzelfde tempo moet leren: ook daar valt dus leerwinst te behalen.

Daarbij vraagt de maatschappij vàn leerlingen dat zij later in staat zijn zelf keuzen te maken. Ze komen, in de loop van hun leven bij verschillende werkgevers terecht en hebben zowel kennis, persoonlijke kwaliteiten als vaardigheden nodig. Die kennis moeten ze ook steeds op peil kunnen houden.

Ten slotte vraagt de maatschappij van scholen dat ze leerlingen opleiden tot burgers die de maatschappij van morgen vormgeven. De school krijgt een steeds grotere taak ,bij het oplossen van maatschappelijke problemen. Dat heeft, gevolgen voor de vorm van je onderwijs. Scholen maken bij het ontwerpen van andere vormen van onderwijs gebruik van wetenschappelijke kennis, maar ook van ervaringen van anderen in binnen - en buitenland.

Ze maken daarbij heel verschillende keuzen. Maar die andere vormen van onderwijzen en leren, delen in hun grote verscheidenheid toch een aantal gemeenschappelijke kenmerken: ze willen de leerling actiever maken, meer zelf laten ontdekken; ze willen de leerling meer te kiezen geven; ze willen dingen die buiten de school I een rol spelen, ook in de school bij het leren betrekken.

Over deze nieuwe vormen van leren, heersen hardnekkige misverstanden. Ik noem een paar van de hardnekkigste.

Eisen worden niet gesteld, de leerlingen kunnen doen wat ze willen. . .

Ook bij de nieuwe manier van werken, heeft men hoge verwachtingen en wil bij de leerling eruit halen, wat erin zit. Leerlingen worden voortdurend gevolgd. De examens die deze leerlingen doen, zijn landelijk vastgesteld en het Cito maakt het ze niet makkelijker. De Onderwijsinspectie ziet toe op alle scholen, dus ook op deze. Voor scholen die het niet goed doen, zijn er sancties. Dat is maar goed ook, experimenteren met kinderen is uit den boze.

Ze leren niks meer want kennis speelt geen rol. .

In de nieuwe. leermethoden wordt kennis vaak op een andere manier aangeboden, vaak thematisch, soms door prestaties of eindproducten te definiëren. Alle leerlingen krijgen de basiselementen, soms in hoorcolleges, soms in workshops. .

De rol van de docent is uitgespeeld.

Bij deze vormen van leren is de rol van de docent juist groter en moeilijker. Hij moet zijn kennis en ervaring op verschillende manieren kunnen inzetten.

Veel scholen nemen hun onderwijs onder de loep en kijken wat voor hun leerlingen en hun school de beste manier van werken is. Veel docenten zijn nu vol overtuiging aan het werk, omdat ze zien dat het resultaten oplevert: gemotiveerde leerlingen, minder dropouts. Natuurlijk is het hard werken, zijn er successen en teleurstellingen, maar dat hoort bij werken in het onderwijs. Wat dat betreft is er niets veranderd. .

Of je dat nu wilt of niet, de wereld om ons heen verandert en het onderwijs verandert mee. Daarover moeten we met elkaar in gesprek blijven. Omdat leerlingen en ouders daar recht op hebben. Niet door elkaar te verketteren, maar door goed te kijken wat de resultaten van ons werk zijn en daarover met elkaar in dialoog te treden.

Ingrid Verheggen is directeur van het APS.