We hebben 315 gasten online

2005 Monique Volman: Mooie verhalen horen ook bij het Nieuwe Leren

Gepost in Onderwijs

Eerst juichte Nederland het Nieuwe Leren toe, maar sinds kort overheersen scepsis en wantrouwen. Monique Volman legt uit waarom het onderwijs toch echt moet veranderen.

In forum van de Volkskrant 21 juni 2005

Eerst juichte Nederland het Nieuwe Leren toe, maar sinds kort overheersen scepsis en wantrouwen. Monique Volman legt uit waarom het onderwijs toch echt moet veranderen.

In de loop van vorig jaar leek het er even op alsof de hele onderwijswereld collectief het Nieuwe Leren had omarmd. Van allerlei kanten werd gepleit voor het afschaffen van het traditionele model van klassikale kennisoverdracht. Complete scholen die werken volgens de principes van het Nieuwe Leren, zoals Unie, Slash 21 of Wittering.nl schoten als paddestoelen uit de grond. Maar begin 2005 keerde plots het tij. Na het aanvankelijke enthousiasme, waar ook gerenommeerde instituties als de WRR, de Onderwijsraad en de SER in leken te delen, klinkt er de afgelopen paar maanden een stortvloed van kritiek op het Nieuwe Leren, vaak gevoed door de heftige discussie rond lederwijs.

Over het Nieuwe Leren zijn inmiddels een hoop karikaturen en misverstanden ontstaan. Jammer, want het leidt af van de kern. Ons onderwijs, en daarmee onze maatschappij, kampt met grote problemen die schreeuwen om een oplossing. Het Nieuwe Leren biedt daarin juist veel perspectief en verdient daarom meer vertrouwen.

Voor de duidelijkheid: het Nieuwe Leren is niet één ding. Het begrip verwijst naar stukjes theorie, naar analyses van wat er mis is met het onderwijs en naar alternatieve onderwijspraktijken. Daarbij worden tal van termen gebruikt: van zelfstandig en zinvol tot competentiegericht en coöperatief. Maar uiteindelijk zijn ze allemaal te ordenen in twee grote clusters: actief en authentiek leren. Kort gezegd: leerlingen moeten actiever en met meer betrokkenheid kennis op bouwen en onderwijs moet aansluiten bij hun (authentieke) wensen en behoeften. Daarvoor zijn levensechte (authentieke) leeromgevingen noodzakelijk.

Waarom is het Nieuwe Leren nou zo populair? En waarom inspireert het zoveel meer mensen dan eerder bedachte onderwijsalternatieven ? Dat komt doordat de laatste jaren een aantal ontwikkelingen zijn samengekomen, die ertoe hebben geleid dat in brede kring de behoefte is ontstaan het onderwijs grondig te veranderen.

Allereerst. de problemen waarmee het onderwijs wordt geconfronteerd: van onveiligheid tot schooluitval, van ongemotiveerde leerlingen tot het onvermogen van leerlingen wat wordt geleerd in de les ook daarbuiten toe te passen, ofwel, in onderwijskundige termen, het gebrek aan transfer. Voor al die problemen geldt: hoe lager in de onderwijshiërarchie, hoe groter de onvrede en de problemen. Docenten in het vrnbo-onderwijs zijn wat dat betreft niet te benijden.

Die problemen hebben te maken met het feit dat op school wordt geleerd 'voor later'. Dat was enkele decennia geleden een goed idee, maar 'leren voor later' komt vaak neer op het inprenten van geïsoleerde feiten of abstracte formules of het droog trainen van vaardigheden. Het leren op school is losgeraakt van datgene waar het jongeren op wil voorbereiden: participeren in de samenleving.

Een tweede argument voor het Nieuwe Leren is dat de leerlingen en hun levens zijn veranderd. Anders dan vroeger maakt de school maar een klein deel van hun leven uit. Baantjes, relaties en problemen in de thuissituatie concurreren om aandacht voor school en huiswerk. Bovendien zijn leerlingen veel mondiger en wereldwijzer geworden door tv en internet. Terwijl ze op hun werk een half restaurant runnen en thuis de verantwoordelijk hebben voor broertjes en zusjes, krijgen ze op school juist weinig verantwoordelijkheid en worden vooral aangesproken op wat ze nog niet kunnen.

Scholen worden bovendien geconfronteerd met een veranderende vraag vanuit de arbeidsmarkt. Ook ontwikkelingen in de wetenschap dragen bij aan de roep om verandering. Zo is goed te onderbouwen waarom het niet altijd goed gaat met kennisoverdracht: het traditionele overdrachtsmodel gaat er vanuit dat de menselijke hersenen functioneren als een emmer, vol te gieten met kennis. Als dat mislukt, proberen we het nog een keer (zittenblijven) of constateren we dat de emmer defect is. Maar het emmer-model klopt niet:

mensen bouwen kennis op door nieuwe informatie te interpreteren vanuit kennis die ze al hebben, vanuit eerdere ervaringen, maar ook vanuit persoonlijke waarden en opvattingen. Dat inzicht vereist andere manieren van onderwijs.

De misverstanden rond het Nieuwe Leren zijn deels de schuld van hun ideologen van het nieuwe Leren: zij hebben de neiging de interessen van kinderen te benadrukken, waardoor in de ogen van de tegenstanders de balans doorslaat. Het Nieuwe Leren is echter meer dan aansluiten bij de behoeften van leerlingen: het gaat erom kinderen - aansluitend bij wat ze willen, weten en kunnen - uit te dagen nieuwe rollen op zich te nemen. Daarbij bestaan tal van misverstanden rond de rol van de leraar: die zou moeten wachten tot de leerling vragen en behoeften heeft en vooral geen mooie verhalen meer mogen vertellen. Maar waar zouden de vragen dan vandaan moeten komen? Leerlingen moeten gestimuleerd worden vragen of behoeften te krijgen die hen motiveren iets uit te zoeken, te oefenen, of. ergens heel goed in te worden. Maar tafels stampen en rijtjes leren, saaie moeite doen, blijft ook. bij het Nieuwe Leren soms nodig.

Een laatste, groot misverstand waar veel verhalen over Nieuw Leren aanleiding toe lijken te geven, is dat vakkennis er in modem onderwijs niet meer toe doet. Het Nieuwe Leren gaat vooral over de vorm van het onderwijs, waardoor de vakinhoud inderdaad vaak onderbelicht blijft. Dat roept argwaan op, maar dat is onterecht. Ik zie het zo: schoolvakken leveren kennis en vaardigheden als instrumenten om met de wereld om te gaan, het zijn immers hulpmiddelen die eerdere generaties hebben ontwikkeld. De bijzondere rol van de school is de leerlingen in aanraking te brengen met vakinhouden.

Terug naar het onderwijs 'zoals het jaren is geweest, is in elk geval niet de oplossing. Het 'oude of gewone leren' met zijn vakkenstructuur, het primaat van de abstractie, zijn gerichtheid op de 'gemiddelde leerling en zijn vertrouwen in het emmermodel, is ook niet wat de diverse groepen jongeren nodig hebben om hun weg te vinden in een multiculturele samenleving. De samenleving vraagt nieuwe onderwijsvormen en het is goed dat zoveel docenten daarnaar zoeken.

 

Monique Vol man is lector Identiteitsontwikkeling aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Dit artikel is een bewerking van haar inleiding bij het debat 'Ruim baan voor het Nieuwe Leren', gisteravond in LUX te Nijmegen.