We hebben 134 gasten online

2005 Ton van Haperen: Dankbaar voor een fatwa

Gepost in Onderwijs

docent economie Rythovius College Eersel (OMO school)

Omologie 2004-2005 nummer 6

Reactie van Ton van Haperen op het opinie-artikel van drs. P.J.J. Hendrikse, lid van de Raad van Bestuur van OMO

Verlos ons van cynische frikken, schrijft P.J.J. Hendrikse. Dit lid van de Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) doelt daarbij onder andere op mij.

Hij vraagt me zelfs ander werk te zoeken. Dat ga ik niet doen.

Daarvoor maakt zijn betoog te weinig indruk. De bestuurlijke verkettering is daarentegen wel bevrijdend.

Hendrikse overtuigt mij niet omdat hij selectief citeert, zuinig is met argumenten en enkel stellingen poneert. Volgens hem gaat het niet slecht met het vmbo, werkt het management hard en ontwikkelt onderwijsbestuur zich in de goede richting. Kritiek komt voort uit verzuurde breinen en is daarom waardeloos. Bewijzen? Niet gelezen! Hendrikse ontwijkt het debat door de criticus te criminaliseren. Ons verschil van mening over de inrichting van het onderwijs veegt hij achteloos onder het tapijt.

Deze houding roept herinneringen op aan Dick Advocaat, tijden het laatste EK. Het spel was niet om aan te zien, de coaching om te huilen en geluk bracht het elftal een ronde verder. De trainer werd gek van de kritiek en zag achter elke boom een vijand. Bitter gaf hij de media de schuld van zijn falen. Dat Nederland geen Europees Kampioen werd lag vooral aan Jan Mulder.

Verschil van mening

Meegaan in deze emotionele spiraal is weinig zinvol. Dus terug naar het begin. Waar gaat het over? Geld natuurlijk! Een organisatie die noch de gesel van de markt, noch die van de overheid voelt, heeft per definitie moeite met legitiem aanwenden van middelen. Vandaar de vraag: waarom ik overvolle klassen en zoveel anderen een baan achter het bureau? Het is aan de bestuurder daar adequaat antwoord op te geven. Dat blijft uit.

De hoogconjunctuur maakt zichtbaar waarom. De toenmalige minister Hermans smijt met geld. De onderwijsraad onderzoekt waar dat heen gaat. De conclusie is ontluisterend. Leraren en leerlingen krijgen niks. Het management is fors uitgebreid. Een constatering die uitnodigt tot een vervolg vraag. Wat levert die aandacht voor sturing onze samenleving op? De Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen was daar altijd helder over: de toegevoegde waarde van extra management is nul.

Toegevoegde waarde van management

Toegevoegde waarde is een ander woord voor productie. Die van mij is eenvoudig te bepalen. Ik werk drie dagen voor OMO en twee voor de Erasmus Universiteit. Jaarlijks heb ik tegen de tweehonderd leerlingen, ongeveer vijfendertig studenten en schrijf ik wat. Alles bij elkaar is dit om te zetten in een geldbedrag, direct verbonden met mijn productieve handelingen.

Eenzelfde sommetje voor een manager levert geen uitkomst op. Hoeveel waarde voegt Hendrikse toe? Niet zo lang geleden deed de voorzitter het werk van de Raad van Bestuur solo. Het aantal leerlingen is niet noemenswaardig gestegen, het marktaandeel blijft constant. Waarom dan een extra man in dat bestuur? Heeft Tinbergen misschien gelijk? Is de toegevoegde waarde van Hendrikse nul?

Inderdaad, een beetje flauw op de man gespeeld. Maar het voorbeeld is wel degelijk relevant. Het aantal functies met een moeilijk te duiden toegevoegde waarde neemt schrikbarend toe. De opkomst van de bovenschools manager is daar een voorbeeld van. Dit nieuw fenomeen is gepositioneerd tussen een groep scholen en de Raad van Bestuur. Deze constructie is contra-productief. De wet van de afnemende meeropbrengsten treedt in werking. Scholen draaien onder een eigen directie, de Raad van Bestuur is overvol, een extra laag daartussen vertroebelt de besluitvorming en staat voor verlies aan slagkracht. De meerwaarde van een bovenschools manager is negatief. De totale toegevoegde waarde van OMO daalt.

Als ik dan in de krant lees wat zo iemand verdient, schrik ik pas echt. Schaal zestien plus! High potentials vragen een marktconforme beloning, meent Hendrikse. Onzin, schoolleiders zijn ex-leraren, niet welkom in andere sectoren. Ooit gehoord van een weggekochte onderwijsmanager? Een markt van schoolleiders bestaat helemaal niet.

Hoe anders werkt het in de universitaire wereld. Daar is schaal zestien plus weggelegd voor excellente hoogleraren. Denk aan de oud-directeur van het Rijksmuseum Van Os, of bekende publicisten als Mak en Scheffer. Stuk voor stuk beroemdheden. Tik hun naam in op Google en het regent treffers. Ik heb het met Hendrikse geprobeerd. Na een kwartier doorklikken kwam ik hem vier keer tegen. High potentials? Niemand kent ze!

Bevrijdend

Jaren geleden schreef ik frank en vrij over dit soort zaken. De voorzitter van de Raad van Bestuur maakte mij duidelijk daar niet van gediend te zijn. Ik zie dat anders, geloof in check and balances, een scherp debat als dialectisch proces, op weg naar verbetering. Toch heb ik me de opmerking aangetrokken. Sindsdien is OMO door mij niet genoemd. Mijn baan is mij liever dan een stukje in de krant. Wel vervelend, schrijven met de handrem erop. Vandaar dat ik Hendrikse dankbaar ben. De bestuurlijke fatwa die hij over mij uitspreekt is verlossend. Leve de vrijheid van meningsuiting!

Naschrift van de voorzitter van de Raad van Bestuur (dhr. Kraakman)

Ton van Haperen geeft correct aan, dat hij met mij (overigens al geruime tijd geleden) contact heeft gehad. Het betreft twee gesprekken. In het eerste gesprek heb ik de vraag aan de orde gesteld of Van Haperen met mij van mening kon zijn dat enige prudentie in publieke kritiek op de eigen werkgever, gegeven de vrije keuze om bij die werkgever te werken, mede in het licht van de ruime arbeidsmarkt voor docenten economie, op zijn plaats zou zijn.

In het tweede gesprek heb ik de vraag aan de orde gesteld of niet ook voor columnisten geldt, dat tenminste de feiten (getallen, bedragen, e.d.), die in de column opgevoerd worden juist/correct dienen te zijn.