We hebben 216 gasten online

2005 Peter Giessen en Mirjam Schötteldreier: Nieuw leren is hard leren

Gepost in Onderwijs

Uit de Volkskrant van 5 maart 2005

in onderdeel Kennis

Kenmerken

Een op de vijf scholen in het basis- en voortgezet onderwijs experimenteert met Het Nieuwe Leren, volgens een onderzoek van het Katholiek Pedagogisch Centrum in Den Bosch. Het Nieuwe Leren is geen vastomlijnd begrip, maar een verzamelnaam voor allerlei onderwijsvernieuwingen. Die vernieuwingen hebben wél een aantal gemeenschappelijke' kenmerken.

> Kritiek op het bestaande onderwllsmodol. Dat zou achterhaald zijn en kinderen niet meer motiveren.

> Het geloof dit kinderen van nature gemotiveerd zijn. Scholen moeten die motivatie aanboren, dan leert de 'zelfsturende leerling' vanzelf.

> Het geloof dat 'leren leren' belangrijker is dan kennis. De hoeveelheid kennis zou dusdanig zijn toegenomen dat het belang van feitenkennis sterk is afgenomen. Het is belangrijker dat leerlingen weten waar ze iets kunnen opzoeken.

> Didactische vernieuwingen . Klassikaal onderwijs is ouderwets. Leerlingen moeten zo veel mogelijk zelfstandig en creatief werken, bijvoorbeeld aaan werkstukken of aan praktische opdrachten. Ook kunnen leerlingen in een groepje aan een opdracht werken. De computer en internet spelen een belangrijke rol. De scheiding van vakken wordt vaak opgeheven. In plaats daarvan wordt thematisch gewerkt: aan de hand van de tsunami kan bijvoorbeeld natuurkundige, geografi- sche en biologische kennis worden opgedaan.

> Van toetsen naar ásseessment. Centraal opgelegde toetsen wordenvaak ouderwets gevonden. Leerlingen hebben een 'portfolio' met werkstukken en andere praktische opdrachten. Elke leerlingen krijgt dan afzonderlijk zijn 'assessment' 

Laat kinderen hun eigen interesses volgen, dan leren ze het best, doceert Het Nieuwe Leren. Onderwijskundigen doen er schamper over. Vaak' is de traditionele aanpak effectiever, stellen zij. Door Peter Giesen en Mirjam Schöttelndreier 

Een beetje moderne onderwijzer spreekt niet meer over de klas, maar over de 'digi-werkvloer'. En een proefwerk? Hopeloos ouderwets. Bijdetijdse leerlingen hebben een 'portfolio' met werkstukken en praktische opdrachten.

En de schoolmeester zelf is omgetoverd tot 'procesbegeleider' hoewel critici de leraar-nieuwestijl ook wel minder eerbiedig aanduiden als 'Google-assistent'.

Naar schatting één op de vijf scholen in het basis- en voortgezet onderwijs experimenteert inmiddels met 'I{et Nieuwe Leren'. De term is een grabbelton voor allerlei onderwijsvernieuwingen, die één ding gemeen hebben: de gedachte dat kinderen van nature gemotiveerd zijn te leren. Als een school die motivatie maar aan weet te boren, doet de 'zelfsturende' leerling de rest.

Het studiehuis in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs bevat alle elementen van Het Nieuwe Leren, maar experimentele scholen als Slash 21 in Lichtenvoorde of UniC in Utrecht gaan een stuk verder. De radicaalste variant is het particuliere lederwijs, waar kinderen zelf kiezen 'wat, hoe en op welk moment ze iets willen leren'.

De voorstanders van Het Nieuwe Leren bedienen zich doorgaans van een ronkende, revolutionaire taal die geen tegenspraak lijkt te dulden. Het traditionele onderwijs stamt uit de tijd van de kolenmijn en de staalfabriek, stellen zij. Te saai voor een generatie die opgroeide met MTV en MSN, te bevoogdend voor kids die van jongsaf aan gewend zij hun eigen keuzes te maken. Geen wonder dat zulke leerlingen op school gedemotiveerd raken. Maar gelukkig brengt Het Nieuwe Leren verlossing.

Pseudo-dyslexie

Uit de onderwijskunde klinkt echter protest tegen zulke pretenties. Adriana Bus, hoogleraar 'ontluikende geletterdheid' in Leiden, voorspelde onlangs dar de aanpak van lederwijs tot 'pseudo-dyslexie' zal leiden. Uit onderzoek blijkt dat kinderen pas 'goed leren lezen als zij systematisch oefenen, of zij dat nou leuk vinden of niet.

Greetje van der Werf, hoogleraar onderwijzen en leren aan de Rijksuniversiteit Groningen, uitte in haar recente oratie felle kritiek op Het Nieuwe Leren. 'De voorstanders van Het Nieuwe Leren hebben een heel ideologisch verhaal dat niet wordt onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek', vindt zij.

Het klinkt heel modern, en zelfs plausibel, om te suggereren dat het onderwijs moet worden toegesneden op de MSN-generatie. Toch is nooit aangetoond dat Het Nieuwe Leren effectiever is, aldus Van der Werf, en zelfs niet dat het de motivatie verhoogt. Wel is aangetoond dat traditionele vormen van kennisoverdracht effectiever zijn, voor basale vaardigheden als rekenen en lezen, en zeker voor kinderen met een leerachterstand.

In de onderwijskunde zal niemand betwisten dat kinderen gemakkelijker leren als zij geïnteresseerd zijn in de stof. De controverse tussen Het Nieuwe Leren en zijn critici gaat over de rol van instructie in het leerproces. Sommige kennis staat zo ver van de leefwereld van de leerling af, grammatica bijvoorbeeld, dat zij nooit spelenderwijs ontdekt zal worden, zegt Van der Werf. Daarnaast moet de docent bepalen wat er uiteindelijk geleerd zal worden, stelt zij, omdat de leerling per definitie het overzicht mist.

In Het Nieuwe Leren is niet langer instructie door de docent het uitgangspunt, maar de verantwoordelijkheid van de leerling zelf, zegt Van der Werf. 'De docent zegt bijvoorbeeld: wil je iets weten over het Nieuwe Leren? Ga maar eens op zoek naar informatie. Misschien kun je eens kijken in de oratie van Greetje van der Werf. En wat je niet snapt, behaviorisme bijvoorbeeld, kun je opzoeken op internet. Maar wie zegt dat leerlingen relevante informatie opzoeken? Misschien slaan ze de moeilijke vragen gewoon over?', zegt Van der Werf.

Dolen

Deze benadering is te hoog gegrepen voor de gemiddelde puber, die druk bezig is met uitgaan, uiterlijk en het andere geslacht. Van der Werf: 'Het is propaganda van mensen die niet weten hoe kinderen zijn. In het Nieuwe Leren moeten leerlingen hun leerdoelen zelf formuleren, maar de meesten kunnen dat helemaal niet.'

En de motivatie dan? Hetis toch leuker om een werkstuk te maken dan om rijtjes te stampen? 'Op korte termijn is het misschien beter voor de motivatie', zegt Van der Werf. 'Maar kinderen zijn snel afgeleid, en dan moet je ze steeds nieuwe uitdagingen bieden. Bovendien blijkt uit onderzoek dat het juist demotiverend is als je zonder begeleiding moet dolen door stof die te moeilijk voor je is.'

Toch zijn er wel degelijk alternatieven voor traditioneel onderwijs, zegt Ton de Jong, hoogleraar onderwijspsychologie aan de Universiteit Twente. Zijn instituut ontwikkelt onder meer computersimulaties waarmee leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. Hij waarschuwt voor een dogmatisch debat tussen voor- en tegenstanders van Het Nieuwe Leren, waardoor het lijkt alsof er slechts is tussen de traditionele aanpak en de totale revolutie.

'Je moet het veel pragmatischer bekijken', zegt De J ong. 'Wat wil je dat er geleerd wordt? Daar moet je je werkvormen op afstemmen. Een staartdeling moet je niet ontdekkend leren. Maar wij hebben voor een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) een simulatie gemaakt van een elektrisch circuit. De leerlingen hadden al heel veel sommetjes gemaakt. Maar toen ze op de computer zagen dat de stroom kleiner werd als je de weerstand groter maakt, ging het veel meer leven.

'Met die methode werden betere resultaten gehaald dan met gewone instructie. Op dat punt bestrijd ik ook de conclusies van Van der Werf. Er is wel degelijk onderzoek waaruit blijkt dat nieuwe oriderwijsvormen soms beter werken dan traditionele instructie.'

Het Probleemgestuurd Onderwijs, zoals ontwikkeld aan de Universiteit Maastricht: is een voorbeeld van een succesvolle onderwijsinnovatie, schetst De Jong. Normaal gesproken leert iemand eerst de basiskennis en komen de complexere vraagstukken daarna.

In het Probleemgestuurd Onderwijs leren studenten hun basiskennis aan de hand van complexe voorbeelden uit de praktijk.

Zelfstandig leren stelt echter hoge eisen, aan het ontwerp van de werkvorm en aan de docenten die hef proces begeleiden. Probleemgestuurd onderwijs zit straken goed doordacht in elkaar, zegt De Jong. Zo gaan medische studenten niet vrijblijvend op zoek naar informatie over hun favoriete lichaamsdeel, maar bepalen de opleiders wat ze uiteindelijk moeten weten. De Jong: 'Je moet evenwicht zien te bereiken tussen vrijheid en structuur. Over het studiehuis hoor ik regelmatig dat tegen leerlingen wordt gezegd: zoek het maar uit.'

Bovendien lijkt het onderwijs in de greep van de 'verander-managers' die een concept als Het Nieuwe Leren van bovenaf in een school droppen, zegt De Jong. 'Managers houden van een Big Bang. Alles moet nieuw-nieuwnieuw zijn.

'Wij zijn voorstander van een geleidelijke aanpak. Laat docenten in-de lerarenkamer tot de conclusie komen dat een nieuwe methode voor een bepaald onderdeel van het curriculum beter werkt.'

Ook Greetje van der Werf wijst op de rol van de managers. Veel directeuren zijn niet meer afkomstig uit het onderwijs zelf. Zij zijn dol op het 'neerzetten' van visionaire concepten. Dat is ook leuker dan de stille strijd voor kleine verbeteringen in het onderwijs.

Tot voor kort zuchtte het Nederlandse onderwijs onder een centralistische vernieuwingsdrang. Het ministerie van Onderwijs het gehate 'Zoetermeer' - schreef scholen de wet voor. Het Nieuwe Leren komt uit het onderwijs zelf. 'Daar doen zich autonome ontwikkelingen voor. Pedagogische studiecentra en adviesbureau's hebben veel invloed, maar ook de lerarenopleidingen. Daar rust bijna een taboe op kennisoverdracht. De lerende en zijn persoonlijke ontwikkeling staan er centraal. Dat werkt door op scholen', zegt Eddie Denessen, docent onderwijskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Volgens een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau meent 80 procent van de Nederlanders dat de opmars van Het Nieuwe Leren zal doorzetten, terwijl 30 procent daar voorstander van is. Het onderwijs blijft vernieuwen, terwijl het maatschappelijk klimaat conservatiever lijkt te worden, met meer nadruk op prestaties en meetbare kennis.

Vernieuwingspolitie

Denessen: 'Maar ouders vinden prestaties helemaal niet zo belangrijk, blijkt uit onderzoek. Ze willen vooral dat hun kind gelukkig is.Voor de meeste kinderen maakt het ook niet zo veel uit naar welke school ze gaan.'

Denessen vIndt het belangrijk dat ouders meer keuze krijgen. In het huidige systeem treedt de inspectie van het onderwijs te veel op als een vernieuwingspolitie. 'Islamitische scholen wordt bijvoorbeeld verweten dat ze te traditioneel les geven. Dat vind ik onterecht. Je zou meer traditionele scholen moeten hebben, zodat ouders meer te kiezen hebben. In de grensstreken zie je niet voor niets een trek naar België.'

Er zullen altijd ouders voor Het Nieuwe Leren kiezen. Daar kan geen onderwijskunde tegenop.

Ook het radicale lederwijs, waarvoor bij geen enkele onderwijskundige steun te vinden is, wordt door sommigen enthousiast omhelsd. Het is een beetje als met het debat over alternatieve geneeswijzen. De voorstanders van de alternatieve aanpak vinden dat de wetenschap met haar cijfermatige aanpak slechts een deel van de werkelijkheid in kaart brengt..

Het kan best waar zijn dat traditionele scholen beter scoren met rekenen en lezen, maar dat is ook geen wonder, stellen zij: het wordt er gewoon ingestampt. Een kind zit echter niet alleen op school om te leren rekenen en lezen, maar ook om zich te ontwikkelen tot een creatief en sociaal individu. Denessen: 'De kritiek op lederwijs dat kinderen te weinig leren komt niet aan. Bij lederwijs denkt men heel anders, in een ander jargon:'

Opvallend genoeg is het Nieuwe Leren vooral populair in de Verenigde Staten en in Nederland, zegt Van der Werf. 'In andere Europese landen neemt het niet zo'n hoge vlucht. Daar wordt presteren' op school veel belangrijker gevonden.'

De Nederlandse weerzin tegen prestaties wordt vooral geassocieerd met het gelijkheidsdenken van de jaren zeventig. Toch past het Nieuwe Leren uitstekend bij het huidige maatschappelijke tij.

Van der Werf: 'De verantwoordelijkheid voor het leren wordt bij de leerling neergelegd. Als die het niet redt, heeft hij pech gehad. Het klinkt heel vriendelijk, maar 'in werkelijkheid is het Nieuwe Leren juist hard.'